woensdag 10 augustus 2016

Christopher Hitchens, overtuigd van zichzelf

Enige tijd geleden publiceerde ik een stukje over de Amerikaan James Burnham die het klaarspeelde om in korte tijd van heel links op het politieke veld naar heel rechts op te schuiven. Een oud-schoolmakker suggereerde dat ik zelf toch ook mensen moet kennen die in de sixties heel links waren en later helemaal naar rechts doorgeschoven zijn. De daaropvolgende nacht passeerden tal van mensen de revue, gelukkig alleen maar voor mijn geestesoog. (*)
Mijn legerdienst bracht ik door in het gezelschap van Luc Van den Bossche, die toentertijd heel links in de socialistische partij stond en nu heel rechts, maar ik denk dat het me ook toen al duidelijk was dat ‘s mans linksigheid vooral een platte carrièrezet was. Frank Vandenbroucke is een blauwe maandag bij de trotskistische RAL geweest, maar dat duurde zo kort dat het eigenlijk niet meetelt. En héél rechts is de professor achteraf toch ook niet geworden. Dat kan je wel zeggen van zijn collega Boudewijn Bouckaert. In de jaren zeventig was hij voorzitter van de Gentse Jongsocialisten, kort daarna kon je hem al bij de liberale partij vinden, waarna hij kordaat uitzwenkte naar heel rechts: Lijst Dedecker.
[Bouckaert is, by the way, de laatste mens met wie ik in een publiek politiek debat getreden ben. Ik was, eerlijk gezegd, geen partij voor hem. Ik ben dan ook een heel slechte debater. Ook daarom heb ik trouwens beslist dat het mijn laatste politiek debat zou zijn. (Niet dat ik daar veel voor gevraagd word hoor.)]
Om een echt spectaculair voorbeeld te vinden wend ik de steven naar Engeland, waar Christopher Hitchens (1949-2011) in 1968 tot de International Socialists toetreedt, een trotskistische variante, die later SWP zal heten. Lang is Hitchens daar niet in actief gebleven, maar hij is zich achteraf wel een trotskist blijven noemen, een soort trotskist dan, meer bepaald een posttrotskist, wat dat in zijn geval ook moge betekenen.
In 1981 trekt Hitchens naar de Verenigde Staten, waar hij voor de linkse Nation gaat schrijven. Twintig jaar lang publiceert hij in dat blad een column die Minority Report heet, rapport van de minderheid, een term die hij op de congressen van de trotskisten heeft leren kennen. Later komen daar nog andere bladen bij. Zijn helden heten, zo blijkt uit zijn columns, Oscar Wilde, Noam Chomsky, Salman Rushdie, Leon Trotski, George Orwell, Che Guevara en Susan Sontag. Hij plaatst ze tegenover zijn vijanden, moeder Theresa, Henry Kissinger, Joseph Stalin, de neoconservatieven, en ook de Clintons…
1989 is overduidelijk een scharnierjaar voor Hitchens. De val van de Sovjet-Unie bevrijdt hem van zijn laatste banden met het marxisme. Hij zal zich nog vijftien jaar socialist blijven noemen, maar veel meer dan aanstellerij is dat niet.
Het keerpunt wordt zichtbaar ten tijde van de eerste Golfoorlog (1990-91). Net als zijn helden Václav Havel en Adam Mitchnik dat doen (en net zoals Etienne Vermeersch dat alhier doet) verdedigt Hitchens de Amerikaanse inval in Irak. De linkse tegenkanting als zou die oorlog op basis van valse rapporten en rechtse stemmingmakerij gerechtvaardigd worden, verwerpt Hitchens. Onterecht, zo weten we inmiddels, maar hij is de Rubicon overgestoken. Hitchens keert niet meer terug.
Daniel Oppenheimer stelt dat Hitchens zich in zijn rechtse draai laat inspireren door George Orwell en meer bepaald door diens essay My country Right or Left. Daarin schrijft Orwell over een nuchter ontwaken, de dag waarop Stalin en Hitler het op een akkoord gooien: ‘I came downstairs to find the newspaper announcing Ribbentrop’s flight to Moscow. So war was coming, and the Government, even the Chamberlain Government, was assured of my loyalty.’ En hopla, Hitchens steunt, net zoals zijn held Orwell, de oorlog tegen ‘het absolute kwaad’.
Was de zwenking van Christopher Hitchens onvermijdelijk? Daniel Oppenheimer schijnt te twijfelen. Op het einde van zijn essay schrijft hij: ‘(…) his method, which was designed to outwit the failings of every other method, led him astry. Even Vavlev Havel can be wrong. Even George Orwell, it turns out, can be wrong, or we can be wrong about Orwell. There’s no perfect refuge anywhere.’ Mooi slot vind ik dat.
Flor Vandekerckhove

(*) Het meest flagrante voorbeeld valt me pas later te binnen. De neonazi Eddy Hermy is lid geweest van het maoïstische AMADA (thans PVDA). In het blad AMADA publiceerde hij in die tijd sociaal-geëngageerde gedichten die hij ondertekende met ‘een arbeider-dichter’. Dat was vlak voor hij lid werd van de Vlaamse Miltantenorde (VMO) een fascistische troep.
Toen dat laatste bekend geraakte heeft het ABVV hem in 1975 zijn mandaat als vakbondsafgevaardigde afgenomen. In 1978 trekt hij in Oostende de lijst van het Vlaams Blok (thans Vlaams Belang). Hij scheurt zich af van die partij omdat hij vindt dat die te links (!) is en houdt zich sindsdien op in allerhande groepjes neonazi’s. 
Hermy was kort getrouwd met een meisje van Bredene. Daar baatten zij een pension uit dat Pension des Ardennes heette. Hermy veranderde de naam in Pension De Ardennen. In de volksmond heette het dat hij de aldus uitgespaarde letters (twee maal s) voor iets anders gebruikte.


° Richard Seymour. Unhitched: The trial of Christopher Hitchens. 2013. Londen Verso.
° Daniel Oppenheimer. A man alone: Christopher Hitchens. In Exit Right, The People who Left the Left and Reshaped the American Century. 2016. New York, Simon & Schuster.
Een reactie plaatsen