zaterdag 9 september 2017

Hoe de duivel vanuit Gent naar Bredene kwam


Lang, heel lang geleden, toen het op Allerheiligen nog ijskoud placht te zijn, trokken mijn ouders jaarlijks naar Gentse begraafplaatsen waar moeders doden lagen. Voor mij was dat in dat ene jaar wel spannend, want ik wist dat we in Gent het Steen van Geeraard de Duivel zouden passeren, waarin mijn stripheld Nero een indrukwekkend avontuur beleefd had.
'Kijk!' riep mama. Naast me doemde het sombere gebouw op. 'Daar woonde hij,' zei ze, 'en kijk, daar, vanuit dat raam werd hij in ’t water gegooid.' Ze wees omhoog, omlaag en weer omhoog en ik probeerde de afstand in te schatten. Het kasteel, het raam, de gracht… Marc Sleen had dat goed getekend.
'Nu nog', voegde moeder eraan toe, 'horen de Gentenaars elke nacht een plons. Dat is de duivel die telkens weer in ’t water gesmeten wordt.' Ik geloofde haar, want ze was een geboren & getogen Gentse, zij kon het weten. Bovendien was ze mijn moeder.
Het strafste hield ze voor ’t laatst. 'Toen ik klein was', zei ze, 'ben ik eens in dat gebouw geweest, en', zo had ze daar ervaren, 'het rook er naar solfer.' Ik wist niet wat solfer was, maar zo zag dat steen er wel uit, als een gebouw dat naar solfer rook.
Daar op dat moment, heel lang geleden, toen het op Allerheiligen nog ijskoud placht te zijn, heeft de wereld van de fantasy zich diep in mij genesteld; jawel, uitgerekend op Allerheiligen.
Vanuit het Duivelsteen heb ik, in mijn vaders Opel Capitan, via de Gentse Steenweg, menig verzonnen wezen naar de kust gebracht. Op de achterbank van die auto, die naar misselijk makend namaakleer rook, simili, hebben ze vorm gekregen in verhalen waarin werkelijkheid & verbeelding zodanig haasje over spelen dat ik al lang niet meer weet wat echt gebeurd is en wat ik bedacht heb. In deze blog staan ze verzameld onder het hieronder vermelde lemma fantasy.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten