maandag 7 maart 2022

‘Gans Oostende betreurt uw droevige dood’



ZIE ME STAAN op de Sir Winston Churchillkaai in Oostende, ongeveer op de plek waar eertijds een legendarische vismijn stond: de cierk. Achter mij, aan gene zijde van de sluis, op de Visserskaai: de Amandine, laatste ‘IJslander’, nu museumschip. Honderd meter verder, zeewaarts: de plek waar de militie van de burgerij op revolterende vissers schoot. [Hier een lijst van de slachtoffers.] Zoveel opeengepakte geschiedenis op zo’n korte afstand! 
Het monument dat boven mij uittorent brengt hulde aan die Oostendse Vissersopstand. Mij herinnert het aan Jef Klausing (°1918-2004†), oud-redacteur van Het Visserijblad, die mij zoveel — zeg maar álles — over het Oostendse vissersproletariaat en zijn cultuur geleerd heeft. Het monument is trouwens in niet geringe mate verdienste van Doris Klausing, dochter van Jef, die er hardnekkig voor geijverd heeft. Mij geeft het nu de kans om nog eens enkele woorden uit Amandine  te citeren, mijn roman van 2012 over de Oostendse visserij. De korte paragraaf beschrijft een stoet die zich op gang trekt, de begrafenisstoet van Wouters en Verhulst, twee vissers die stierven onder het geweervuur van de burgerwacht.
In de haven hangen de vlaggen halfstok. Het is acht uur in de morgen en het is windstil. De vissers hebben hun beste kleren aangetrokken en zich verzameld bij het dodenhuisje. De vaandrig hijst een omfloerste Belgische vlag. Twee kisten worden op de schouders getild. Omringd door een erehaag van vissers trekt de stoet zich op gang. Vooraan draagt een meisje een bord: Gans Oostende betreurt uw droevige dood.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten