The Revolutionary Imagination (*) onderzoekt de poëzie en de politieke praktijk van twee modernistische
dichters die aan het begin van de jaren dertig radicaliseren en in 1938 zelfs mee
aan de wieg staan van de Amerikaanse Socialist Workers Party , een trotskistische partij. Alan Wald onderzoekt welke invloed de activistische praktijk op hun
literaire werk heeft en hoe beiden omgaan met de evidente
moeilijkheden van een politiek activist die tegelijk dichter en modernist wil blijven. Gemakkelijk is 't niet.
Zowel Sherry Mangan (1904-1961) als John Wheelwright (1897-1940) zijn telgen
van de upperclass. Door hun politieke keuze mogen ze dan hun klasse 'verraden', ze
brengen wel hun ‘upperclassmanieren’
met zich mee. Een door het christendom gevormde
mythologie komt tegenover het marxistische materialisme te staan; de houding
van de artistieke bohemien botst met de noodzaak aan revolutionaire discipline…
De kans is klein dat de poëzie van zo’n
dichter onveranderd uit dat conflict komt. De veranderingen kunnen
onbewust in de gedichten sluipen, of de dichter kan zijn poëzie bewust
heroriënteren. Dat laatste is wat Wheelwright doet: ‘Wheelwright behandelt de marxistische thema's van de jaren dertig op een volstrekt frisse en unieke manier, waarbij hij zich elementen uit het modernisme toe-eigent zoals plotselinge perspectiefwisselingen, onbekende stemmen en raadselachtige symbolen. Bovendien (…) legt Wheelwright uit dat hij “Lenins grammaticale voorbeeld verder ontwikkelt” door de persoonlijke voornaamwoorden “zij” te gebruiken voor kapitalisten; “jullie” voor loonarbeiders; “wij” voor professionals. In deze exemplarische noot, die een complexiteit in het werk onthult en tegelijkertijd een politieke identiteit bevestigt, probeert hij een modernistische strategie te gebruiken om de spanningen tussen politieke ideologie en de creatieve daad op te lossen.’ (°)
Wheelwrights politieke vrienden klagen over de moeilijkheidsgraad van
diens gedichten. Hij ‘gaf toe dat ze moeilijk te begrijpen waren, maar benadrukte dat ze niet onduidelijk waren. In een essay uit 1938 in Partisan Review wees hij erop dat een authentiek revolutionair gedicht ‘mysteries zou kunnen herkennen en ermee worstelen, wat iets anders is dan opzettelijke mystificatie, hoewel het voor mensen die hun innerlijke vermogens hebben afgestompt niet te onderscheiden is. Dichters hoeven zich weinig aan te trekken van het feit dat ze door filisters als onbegrijpelijk worden bestempeld.’ Hij geloofde oprecht dat zelfs de meest suggestieve passages in zijn eigen werk begrijpelijk zouden worden als de lezer werkelijk open en ontvankelijk was. Als dat gebeurde, zou de lezer op de een of andere manier veranderen.’ (°°)
Volgens Wald slaagt Wheelwright in zijn opzet: ‘Ik ben van mening dat Wheelwright verder is gegaan dan welke andere Amerikaanse socialistische dichter van zijn tijd dan ook in het ontwikkelen van een imaginaire andere wereld waarmee hij kon proberen in te grijpen in het politieke en morele leven van de jaren dertig.’ (°°°)
Wheelwright en Mangan schuwen het dagdagelijkse politieke werk
niet, ze nemen deel aan stakingspiketten, betogingen, een intens
vergaderingwezen, verkiezingscampagnes…, maar de eerste heeft het daarin wel
gemakkelijker dan de tweede. Wheelwright blijft thuis wonen en geniet daar van
een, weliswaar almaar krimpend inkomen uit het familiekapitaal. Mangan komt
eveneens uit de upperclass, maar tegen de tijd dat hij ervan zou kunnen genieten rest
daar geen geld meer; hij moet werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Werk dat even onzeker als veeleisend is, het schrijven dat staat te wachten, het dagelijkse geploeter in een revolutionaire organisatie… ‘De instabiliteit van zijn persoonlijke en financiële situatie eiste uiteindelijk zijn tol van zijn fysieke en emotionele welzijn. Toen hij in de jaren vijftig probeerde uit eerste hand onderzoek te doen voor een roman over de strijd van de Boliviaanse tinmijnwerkers, kostte de inspanning zijn tweede vrouw het leven aan een hartaanval en werd zijn eigen gezondheid ernstig aangetast. De laatste acht jaar van zijn leven bracht hij door in armoede, lichamelijk lijden en eenzaamheid.’ (°°°°) Alhoewel Sherry Mangan tot het einde dichter blijft, komt
hij geïsoleerd te staan in het Amerikaanse literaire leven. Zijn leven wordt
overheerst door journalistieke broodschrijverij en een internationaal
activisme.
Avontuurlijk is het leven van Sherry Mangan wel.
Als Amerikaans journalist krijgt hij standplaatsen toegewezen in Europa en
Zuid-Amerika. Wat hem eveneens toelaat als verbindingsman op te treden voor de
secties van de trotskistische Vierde Internationale . Veel tijd om poëzie te schrijven wordt hem daarbij niet gegund.
Mangan vindt nimmer de nodige rust om zijn aanvankelijk veelbelovende poëzie op
een hoger niveau te hijsen: ‘Hoewel zijn verlangen om te schrijven terugkeerde als een middel waarmee hij zijn innerlijke verdeeldheid probeerde te helen, werden de vorm en inhoud van zijn literaire werk gekenmerkt door een gespleten gevoel dat wild heen en weer schommelde tussen onbegrijpelijke modernistische experimenten en een eenvoudig maar elegant realisme.’ (°°°°°)
Schrijven kan hij. Hij levert merkwaardige journalistieke
bijdragen, zowel aan marginale trotskistische blaadjes als aan grote
persbedrijven. Vastigheid levert het hem niet op, literaire voldoening
evenmin. Mangan holt een levenlang van hot naar her, sterft uitgeput in een
hotel in Rome en laat een pak schulden na. Hij wordt nauwelijks 57. Zijn kameraad Wheelwright is dan al lang dood. Die sterft in 1940, op zijn drieënveertigste, in een autoaccident.
[In DLVuurtorenwachter dateert deze post van 2014. In 2026 redigeer ik het stukje opnieuw. Ik plaats een nieuwe hoofding (geleverd door ChatGPT), plaats links en laat Google de citaten vertalen. De originele Engelse teksten plaats ik onderaan als noten, voor wie zich geroepen voelt Google Translation te verbeteren.]
(*) Alan M. Wald, The Revolutionary Imagination. The Poetry
and Politics of John Wheelwright and Sherry Mangan. 1983. 288 ps. Uitg. The University of North
Carolina Press. ISBN 0-8078-1535-7.
(°) ‘Wheelwright treats the Marxist themes of the 1930s in a wholly fresh and unique manner, appropriating from modernism such devices as sudden shifts in perspective, unidentified voices, and enigmatic symbols. Furthermore (…) Wheelwright explains that he “develops Lenin’s grammatical example” by using the personal pronouns “they, for capitalists; you, for wage earners; we, for professionals.” In this exemplary note, which reveals a complication in the work while also affirming a political identity, he attempts to use a modernist strategy to resolve the tensions between political ideology and the creative act.’
(°°) ‘conceded that they might be difficult but insisted that they were not obscure. In a 1938 essay in Partisan Review, he pointed out that an authentic revolutionary poem might recognize “mysteries and wrestle with them, which is a different matter from willful mystification, although indistinguishable to persons who have stultified their interior resources. Poets need little care if they be called obscure by Philistines.” He genuinely believed that even the most allusive of his own passages would become intelligible if the reader were truly open and responsive. If that occurred, the reader would be changed in some way.’
(°°°) ‘It is my contention that Wheelwright went farther than any other American socialist poet of his time in developing an imaginative otherworld through which he could attempt to intervene in the political and moral life of the 1930s.’
(°°°°) ‘The instability of his personal and financial situation eventually took its toll on his physical and emotional well-being. When in de 1950s he attempted to research firsthand a novel on the struggles of the Bolivian Tin miners, the exertion left his second wife dead of a heart attack and his own health shattered. The last eight years of his life were spent in poverty, physical suffering, and loneliness.’
(°°°°°) ‘Although his desire to write returned as an instrument by which he sought to heal his divided self, the form and content of his literary work was riven by a split sensibility that alternated wildly between incomprehensible modernist experiments and a simple but elegant realism.’
1 opmerking:
Blij deze site gevonden te hebben Flor!
Neem je ook een kijkje op lilymayparker.blogspot.be
Ik ben een Haanse Dichter :)
Een reactie posten