zondag 31 augustus 2025

Herinneringen aan Zeemansverlangen

Stills uit Marvin Gaye Transit Oostende. Waardin Christiane, van café Zeemansverlangen, tapt een pils voor Marvin Gaye die een weinig later de vogelpik probeert.


IN 1981 maakt Richard Olivier (°1941 - 2021†) een documentaire film over soul singer Marvin Gaye en diens verblijf in Oostende, Marvin Gaye Transit Ostende. Er bestaat een langere versie van, geproduceerd in 2002 en die duurt 56 minuten. Die lange versie wordt nu ook getoond op FilmFest Gent.
Over de ontstaansgeschiedenis van de docu staat veel in Marvin Gaye en Belgique. Filmmaker Olivier: ‘Begin april 1981 () spraken we af met Freddy Cousaert, zijn nieuwe manager. () Vergezeld door zijn mentor, die hem als een moederkloek in de gaten hield, kwam Marvin het etablissement binnen (). Na de kennismaking begonnen we te praten over een muziekdocumentaireproject dat volledig aan hem gewijd was. Die middag had ik, afgezien van de titel Marvin Gaye Transit Ostend, die bij me opkwam toen ik Brussel verliet, geen idee waar de film over zou gaan. De titel interesseerde Marvin al snel en aan het einde van het interview gaf hij ons zijn principeakkoord ()’
Op Facebook circuleert een fragment uit de docu (2’17’’), waarbij we Marvin Gaye op de Opex zien. Hij stapt, ietwat twijfelend, café Zeemansverlangen binnen, waar hij met een sportvisser aan de praat geraakt, even de vogelpik probeert, een pils consumeert… Neen, ze kennen hem daar niet. Komt hij van Paraguay? Gaat hij graag vissen? Hoezo, optreden in het casino? 
Voor mij is het leuk om in dat filmpje de waardin weer te zien, Christiane, die ik in 1988-89 leer kennen, tijdens mijn begindagen als redacteur van Het Visserijblad.  In die begintijd woon ik nog in Gent, maar ik overnacht wekelijks enkele dagen in het huis naast de vuurtoren. ’t Is winter, elke zondagavond kom ik aan in Oostende, in een ijskoud huis, waardoor ik al gauw de gewoonte aanneem om die zondagavond in Zeemansverlangen door te brengen, naast de stoof, kaartje slaand, zoals het een redacteur betaamt. 
Ik heb een zwak voor cafébazinnen en dus ook voor Christiane aan wie ik een gedicht heb opgedragen dat toepasselijk Zeemansverlangen heet en dat ik graag nog eens onder de aandacht breng, ’t is een schoon poëem.
Flor Vandekerckhove

De digitale uitgave van de roman Amandine heeft een ondertitel: De paint It Black-editie. Dat komt doordat hij verschilt van de papieren versie die van 2012 dateert. In het e-boek zijn afbeeldingen weggelaten en de tekst werd ook korter doordat ik tegen die tijd beter had leren schrijven. De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel in dit geval Amandine), zeg ook pdf of epubliefkemores@telenet.be.

zaterdag 30 augustus 2025

Gesponnen draden ontrafelen

Links: Marcel Vandekerckhove (†1989) in 1939, jongen die later mijn vader zou worden. Midden: De drie Nornen, schilderij van Hans Thoma, 1889. Rechts: doodsprentje van José Boncquet (†1941).


DE JONGEN heet Onze Marcel en hij is achttien. Dat is het moment waarin ik in dit verhaal diens levensdraad opneem. Met buurjongens en -meisjes gaat hij rolschaatsen, daar bestaat een groepsfoto van. Ik zet er 1940 op, wat het voordeel van de duidelijkheid heeft, 1940 is een levensbepalend jaar, dat weet iedereen. Oorlog!
Die groepsfoto wordt gemaakt in de wijk waar ik woon. ik zie Georges Devriendt, Jef De Craecker, Kamiel Loontiens, Onze Marcel, Hélène Devriendt, Simone Vyncke, Alice Vandekerckhove, Elza Devriendt, Camiel Vandekerckhove, Jef Brys en ook José Boncquet⇲, zij is zestien. Velen heb ik gekend. Gisteren nog wandelde ik over het pad waar die rolschaatspiste lag. Niets herinnert er nog aan. 
Terwijl het jeugdig enthousiasme van de jonge rolschaatsers afstraalt, gebeurt iets waar ze geen weet van hebben. Onder de wortels van de wereldboom zijn Nornen in de weer, drie spinsters, een heet Verleden, de tweede Heden en een derde Toekomst. Gedrieën spinnen ze de levensdraden.
Voor José Boncquet knakt de levensdraad bijzonder vroeg. Zij sterft op 29 augustus 1941, in het Hospitaal van Brugge, 'in pijnlijke omstandigheden, ten gevolge van moordend oorlogstuig.' Nadine Vansieleghem herinnert zich dat haar moeder vertelt ‘dat er ‘s nachts een brandbom op het huis van José Boncquet valt, zelfs op haar bed', dichter kan een oorlog niet komen. Nadine weer: 'De daaropvolgende dag willen enkele vriendinnen haar in het ziekenhuis bezoeken.  Ze fietsen naar Brugge. Onderweg passeren ze een politieagent die hen zegt dat het te laat is, José is gestorven.’  Nadine voegt er nog aan toe: ’Ze was enig kind, maar het daaropvolgende jaar wordt in het gezin weer een kindje geboren, een meisje dat… Josee genoemd wordt.’
Waarmee het verhaal, waarin ik levensdraden ontrafel, 
vervolgt, startend bij Onze Marcel in 1940, over de omgekomen José Boncquet en via haar nadien geboren, gelijknamige zus tot bij mij. Dat is minder vergezocht dan het lijkt, want ik ken die tweede Josee als een enthousiaste lezer van De Laatste Vuurtorenwachter, een die niet nalaat haar waardering te uiten. We hebben elkaar ook al in real life ontmoet, op de Baelskaai, waar we het over de oorlog hadden en over schuilkelders waarin leven en dood dicht bij elkaar stonden. 
William Shakespeare ging met die Nornen aan de haal en als Shakespeare het mag, dan ik ook. Vandaar deze voor mijn doen erg lange slotzin - waarbij ik mijn vrees voor de anakoloet⇲ zelfs even opzijschuif - over een Norne die Verbeelding heet en die, onder de wortels van de wereldboom, ver vóór mijn bestaan, met verbindende levensdraden in de weer is, draden die vandaag langs me heen scheren en me, louter door te schrijven, in ’t passeren even aanraken.

donderdag 28 augustus 2025

Noir van de Oostendse Oosteroever in tijden van artificiële intelligentie (4)

Wat voorafging. In de vuurtoren kreeg De Laatste Vuurtorenwachter bezoek van een escort, eertijds ‘de kaaihoer’ genaamd. Ze wordt zijn tipgever en vertelt hem nu een haast ongelooflijk verhaal. Links: Jane Sterling en Kirk Douglas in de film noir Ace in the Hole⇲ (1951).


IN een inleidend stukje toonde ik aan dat het voor een schrijver nog weinig zin heeft een roman noir te schrijven. ChatGPT doet het in jouw plaats en in minder dan geen tijd. Wat rest de schrijver? Ook daarop gaf ChatGPT een antwoord: ‘verdwalen, treuzelen, blijven twijfelen.’ (Flor Vandekerckhove)

twijfelen
ze vertelt me een verhaal van jongemannen 
die verdwijnen
in paskamers van Samdam-winkels
ge weet wel
en in een circuit van blanke slaven terechtkomen 
waar ze misbruikt worden door topvrouwen van de Oosteroever
tegen de tijd dat ze heel dat verhaal verteld heeft 
is ’t alweer aan daghen in den oosten
het vuurtorenlicht houdt op met zwaaien
de kraai begint te kraaien
de boer begint te maaien
het meervoud van kaai is kaaien
de kaaihoer verlaat heupwiegend mijn vuurtoren 
en mij wacht weer getreuzel en twijfel
in het besef dat er op de Oosteroever mannen misbruikt worden
door topvrouwen 
 
(Waarna ik twijfelend de terugweg overschouw)

door topvrouwen
en in het besef dat ze op de Oosteroever mannen misbruiken
wacht mij weer getreuzel en twijfel
nadat ze heupwiegend mijn vuurtoren verlaten heeft 
is het meervoud van kaai kaaien
begint de boer te maaien
begint de kraai te kraaien
houdt het vuurtorenlicht op met zwaaien
’t is alweer aan ’t daghen in den oosten
tegen de tijd dat ze heel dat verhaal verteld heeft
over topvrouwen van de Oosteroever
die blanke slaven misbruiken
mannen die in een circuit van blanke slaven terechtkomen
ge weet wel
in paskamers van Samdam-winkels
een verhaal van jongemannen
dat ze vertelt

OP ’T EINDE van 2020 ontwierp ik een nieuwe manier van schrijven. Twijfelen is op die manier geschreven. Mij kwam het toen ook toe deze nieuwe manier een naam te geven, alsmede er de vereisten van in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden: (1) het provovers is een drabble, het telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt. Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig prozagedichten en vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

woensdag 27 augustus 2025

Briefje aan een jarige kleindochter

Lena verjaart op 27 augustus. Hier gefotografeerd door haar moeder op 25 maart 2025. Op de achtergrond, haar pepe die een suikerrijk wafeltje snoept, iets wat de dokter hem verboden heeft. Let op de Jolly Roger, vaste waarde op onze familiebijeenkomsten.


LENA, je weet dat ik je, op de dag dat je verjaart, altijd iets schrijf over de tijd dat ik jouw leeftijd had. Verleden jaar was dat iets over taksplaatjes op fietsen; toen je twintig werd, herinnerde ik me ‘de maanlanding’; in 2022 had ik het over ‘Monja’, song die uit maar één woord bestond en toen je achttien werd, nam ik je mee in de ‘Yellow Submarine’.
Vandaag word je tweeëntwintig. Zelf was ik dat in 1971. Ik beleefde een soort tussentijd, wachtend op een legerdienstbevel, en herinner me die tussentijd als een langgerekte, mooie zomerdag. Monter, zoals een tweeëntwintigjarige dat kan, stapte ik in Gent vanaf de Wijngaardstraat, langs de Pekelharing en via de Recollettenlei, over de brug naar het Koophandelsplein waar een krantenwinkeltje was. Ik kocht er Bastos, de krant & veel tijdschriften en ongetwijfeld ook een reep chocola. Nooit voorheen was het leven zo zorgeloos geweest en zo zou het dat later ook nooit meer worden. Ik herinner me nog wel meer uit die tijd, ik schreef er over in Bij ons in Gent, 1971. Misschien zijn die herinneringen wel vertekend door de kracht van de verbeelding, door de noodwendigheden van het verhaal, door een kwakkelend geheugen, door de dwarsligger die tijd heet, want ja, ik spreek van lang geleden. 
Je Bomma werkte in Antwerpen, in een spaarkas die geld bijeenbracht om op het Gentse Woodrow Wilsonplein een shoppingcenter te bouwen. Op die plek was, herinner ik me, in die tijd ook een cinema. Gemakkelijk werd dat kapitaal niet gevonden, al de huizen op dat plein moesten opgekocht worden, ontruimd en afgebroken. Het heeft daarna nog vele jaren geduurd voor het, toen hypermodern genoemde, winkelcenter Shopping Zuid er kwam, een moeilijke bevalling was 't. 
Onlangs werd dat shoppingcenter alweer gesloten, wegens hopeloos ouderwets. Bastos is inmiddels onbetaalbaar duur geworden en een reep chocolade is nu even slecht slecht voor mijn gezondheid als die Bastos; het krantenwinkeltje is gesloten; de krant die ik toen kocht, bestaat niet langer, de naam van de tijdschriften ben ik vergeten; de spaarkas waar je bomma werkte werd opgeslorpt door een bank die inmiddels ook niet meer bestaat en wat toen hypermodern was, is nu ouderwets. Zolang is het geleden dat ik tweeëntwintig was. (°)
Je pepe wenst je een gelukkige verjaardag.

(°) Ik wil nog iets zeggen over het soort stukjes dat ik schrijf. ‘Het verleden dat je je herinnert is één, wat je met die herinneringen maakt is twee. Dat is de toekomst van het verleden. Wanneer ik herinneringen ophaal () dan ga ik er eigenlijk mee naar de toekomst. Ik hou ze niet vast als iets wat beleefd is, maar neem ze mee naar iets anders. Wat je beleefd hebt, heb je beleefd. Wat je ermee doet, is voortleven. ()’ Ik heb dat zojuist gelezen, ’t komt uit een boek waarin Sigrid Bousset met schrijver Ivo Michiels (†) spreekt.

dinsdag 26 augustus 2025

Schrijver, ik vraag het je: ‘Waar gaan we naartoe?’

Foto: Ivo Michiels (°1923 - 2012†) in 2011 thuis in Le Barroux in de Vaucluse. Foto Michiel Hendryckx. — — Wie ietwat in deze blog sprokkelt, vindt tal van stukjes waarin ik rond het thema ‘verdwalen, treuzelen, twijfelen.’ cirkel, zoekend naar wat literair nog niet is, maar wel kan komen. Ivo Michiels, een monument van het experimentele schrijven, snelt me nu te hulp.


IN EEN GESPREK vraagt Sigrid Bousset aan Ivo Michielsof zijn Journal brut ook zijn eigen leven duidt. ‘Zeker', zegt hij, 'Op experimentele en tegelijk plezierige wijze. Voor mij is de hele Journal brut-cyclus een boeket vol verwijzingen, duidingen, interrelaties. () Journal brut is, ook al zitten er tragische stukken in, één ruiker, een beetje toverachtig, zelfs een beetje circusachtig. Een clown die ballen omhoog gooit en ze weer opvangt, kleurenwisseling. Tegelijk zit er duiding in dat circus, dat boeket. Niet schools, niet autobiografisch in de zin van: “Nu ga ik het allemaal vertellen.” Nee, het blijft speels. Het is alsof je op bezoek gaat bij jezelf, je legt stukken ervaring naast elkaar, boven op elkaar, met fictie tussen de harde werkelijkheid. Zo plaats je jezelf in een context, je voelt jezelf deel uitmakend met een levend bestaan met miljoenen mensen. () Je maakt deel uit van wat rond je beweegt.’  (°)
Ik herken zowaar mijn blog. Is De Laatste Vuurtorenwachter niet evengoed een boeket vol verwijzingen, duidingen, interrelaties? Ook ik ga op bezoek bij mezelf, leg stukken ervaring naast elkaar, boven op elkaar, met fictie tussen de harde werkelijkheid. Een clown die ballen omhoog gooit en ze weer opvangt… Zeer herkenbaar allemaal, zelfs de clown met zijn balspel is in De Laatste gepasseerd als Vier op de schaal van Rastelli.  
Wat Ivo Michiels zegt, stemt hoopvol. Dit is ook wat een schrijver in deze tijden van artificiële intelligentie (AI) kan doen, een journal brut creëren. Dit is het verdwalen, treuzelen en twijfelen waarover ik al enige tijd al doende nadenk. In een reactie daarop laat Ignace Pollet me weten dat de literaire tekst iets zal worden ‘zoals jazz dat werd in de muziek, na de opkomst van de rock/pop. Iets voor fijnproevers.’ Wat een mooie gedachte! Alle genrelectuur - thriller, roman noir, scifi, fantasy, young adult, western, horror, porno… - kunnen we aan taalmodellen overlaten, AI produceert dat sneller, goedkoper, wellicht beter. Maar verdwalen, treuzelen en twijfelen, in een weblog bijvoorbeeld, dat kunnen alleen schrijvers, échte schrijvers. In zijn antwoord merkt Pollet echter ook op dat daar nauwelijks publiek voor is. Ik veronderstel dat hij uit ervaring spreekt en ik deel die ervaring, zoals ik dat al zei in De blogger en de literaire markt.
Wat me tot Paul Sebes brengt die in de krant zegt: ‘De roman is een plek waar het onzekere mag blijven bestaan, waar taal niet alleen doorgeefluik is maar ook weerstand biedt, waar morele tegenstrijdigheden niet meteen gladgestreken worden. Juist nu alles meetbaar, efficiënt en doorzichtig moet zijn, is die ruimte onmisbaar. Dat kan alleen als twee voorwaarden worden vervuld. Uitgevers moeten de moed hebben om ruimte te blijven maken voor serieuze fictie en non-fictie, ook als de markt schreeuwt om louter commerciële titels. En lezers moeten hun eigen rol erkennen: wie wil dat zulke boeken blijven bestaan, moet ze kopen, lezen en erover spreken.’ (°°) Het tweede deel van het citaat is een verkooppraatje (Sebes is literair agent, hij leeft van de verkoop.) Het eerste deel mag De Laatste Vuurtorenwachter evengoed als pluim op zijn hoed steken: de blog is een plek waar het onzekere mag blijven bestaan, waar taal niet alleen doorgeefluik is maar ook weerstand biedt, waar morele tegenstrijdigheden niet meteen gladgestreken worden. Kopen hoeft niet meer. Lezers, lees de blog! Recensenten, spreek erover! En nog eens: kopen hoeft niet meer.
Flor Vandekerckhove

(°) Sigrid Bousset. Meer dan ik me herinner. Gesprekken met Ivo Michiels. 2011. De Bezige Bij, A’dam. 270 pp. (Sigried Bousset werkt momenteel aan de biografie van Ivo Michiels.)
(°°) Paul Sebes. Als we stoppen met lezen, stopt het denken. In DSLetteren, 23 augustus 2025.

Schrijver, ik vraag het je: ‘Waar gaan we naartoe?’ klasseer ik (misschien wel ten onrechte) als mini-essay. Hoe dan ook: uitgeverij De Lachende Visch bundelde in 2025 vijftig soortgelijke stukjes in Vanaf de vuurtoren. Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Vanaf de vuurtoren gratis voor elkeen die erom vraagt. De bundel (e-boek, pdf of epub naar keuze) ligt klaar in De Weggeefwinkel. Doe het meteen via liefkemores@telenet.be (vermeld de titel en zeg of je ePub of pdf wilt) en het boek ligt meteen in uw mailbox.

maandag 25 augustus 2025

Zen

Gisteren postte ik Waaruit achteraf blijkt…, een prozagedicht. Ik experimenteer er nog even mee. Knip ik het stukje doormidden, krijg ik twee handpalmverhalen die volledig op zichzelf staan, evengoed prozagedichten, van telkens honderd woorden, twee drabblesexact even lang. Alhoewel ik er geen twee woorden aan verander, herinneren ze in niets aan het prozagedicht waaruit ze voortkomen. Dit is het eerste.


Zen — EEN KLOP OP de deur. ‘Ga weg,’ roep ik.’ Toch komt ze binnen. Ze zegt: ‘Ik kom u verrassen.’ Ik zeg: ‘Kust mijn kloten, ik heb geen tijd.’ De vrouw zegt: ‘Kijk, hier,’ en ze haalt een zaag uit haar tas. Ik vraag verschrikt: ‘Wat gaat ge daarmee aanvangen?’ Ze antwoordt: ‘Het zal u verblijden.’ Ik zeg: ‘Verrekt!’ Ze wuift mijn Verrekt weg en zegt: ‘Het is een zingende zaag.’ Ze heeft ook een strijkstok mee en strijkt ermee langs de geplooide zaag. Mijn woning vult zich met zagende zang van een zacht zingende zaag en ik word zowaar zen.

Zen is een drabble, een tekst van exact honderd woorden. In 2019 verzamelde ik 99 dergelijke drabbles, honderd woorden-verhalen, in een boek en Delphine Lecompte schonk me een voorwoord. De bundel is een e-boek en dus onbegrensd beschikbaar. De e-boeken (dit boek alleen in pdf) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld 99): liefkemores@telenet.be.

zondag 24 augustus 2025

Waaruit achteraf blijkt dat de waarzegster de toekomst voorspelt met behulp van een song uit het Beatles-repertoire — In literaire kringen beter bekend als: 't Is ook niet altijd gemakkelijk om een korte titel te vinden

Oorspronkelijke door Paul McCartney geschreven tekst van Paperback Writer van The Beatles. 
Rechts: de vrouw met de zingende zaag.

Die zondagmorgen, na de uitzending van de hoogmis — EEN KLOP OP de deur. ‘Ga weg,’ roep ik.’ Toch schrijdt ze binnen. Ze zegt: ‘Ik kom u verrassen.’ Ik zeg: ‘Kust mijn kloten, ik heb geen tijd.’ De vrouw zegt: ‘Kijk, hier,’ en ze haalt een zaag uit haar tas. Ik vraag verschrikt: ‘Wat gaat ge daarmee aanvangen?’ Ze antwoordt: ‘Dat zal u verblijden.’ Ik zeg: ‘Verrekt!’ Ze wuift mijn uitdrukking weg en zegt: ‘Het is een zingende zaag.’ Ze heeft ook een strijkstok mee en strijkt ermee langs de geplooide zaag. Mijn woning vult zich met zagende zang van een zacht zingende zaag en ik word zen zowaar. Zagend zingt ze Paperback Writer van The Beatles. Waarna ze zegt: ‘Hebt gij nog vragen?’ Ik antwoord: ‘Helemaal niet, ik wil dat ge vertrekt, ik heb een literair hoogstandje af te werken.’ Ze zegt: ‘Als ge aan dit tempo voortdoet, publiceert ge er driehonderd per jaar. Ik schat dat ge nog vijf jaar te leven hebt, wat in totaal vijftienhonderd hoogstandjes geeft.’ Ik vraag: ‘Hebt gij ook dit hier, over Paperback Writer en die zingende zaag, meegeteld?’ De vrouw zegt: ‘Dat zeg ik niet, als ik ook moet vertellen hoe al die hoogstandjes heten, moet ge dokken.’ Snel vrouwmens hoor.
Die zondagmorgen, na de uitzending van de hoogmis is een prozagedicht. Het voortschrijden is niet plotgedreven, maar wordt gecreëerd door een spel van woorden, uitmondend in een logica die pas achteraf duidelijk wordt - als dat al het geval is - in dit geval startend van een onverwacht bezoek. Om het strak te houden werd een langer stuk bedoeld ingekort tot tweehonderd woorden.
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig soortgelijke prozagedichten (en daarna ook vijftig provoverzen). Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

zaterdag 23 augustus 2025

De pianiste, het einde van de film is niet het einde van het boek

Links: Wiener Konzerthaus. In La pianiste weet Michael Haneke met een beeld van de benedenverdieping de illusie van pianotoetsen op te roepen. Rechts: De protagoniste neemt geen wraak door haar verkrachter aan te vallen, zoals verwacht; in plaats daarvan steekt ze zichzelf in de schouder, wat masochistische onderwerping suggereert. 


MOMENTEEL BUIG IK ME over de schrijfkunst van Elfriede Jelinek, auteur van Die klavierspielerin (1983). Doordat ik dat in close reading doe, is er weinig kans dat ik ooit het einde haal. Dus, dacht ik, ik breng de film in huis (La Pianiste 2001, Michael Haneke), dan haal ik dat einde al over een uur. Zodoende deed ik trouwens een ontdekking, waarover ik u iets wil vertellen. 
Dat einde ziet er in de film zo uit: pianiste Erika Kohut en haar moeder bevinden zich in de inkomhal van het conservatorium. Ze worden begroet door bekenden. Gedistingeerd gekleed - ze moet later optreden - kijkt Erika vooral uit naar de komst van student Walter, die tijdens de voorgaande nacht hun problematische seksuele relatie met een verkrachting beëindigd heeft. In Erika’s tasje zit een keukenmes. Wanneer Walter opdaagt heeft die nauwelijks aandacht voor haar, hij groet haar vrolijk en van ver - ‘Goedenavond mevrouw de professor’ - en met een groepje kwetterende jongeren stapt hij haastig de concertzaal in. Erika haalt het keukenmes uit haar avondtasje en in plaats van het wraakzuchtig op Walter Klemmer te gebruiken, zoals dat de bedoeling leek, steekt ze zichzelf in de schouder. Ze verlaat het Conservatorium en verdwijnt haastig uit beeld. Een mens vraagt zich af waar ze zo resoluut heen trekt, want ja, moest ze straks ook niet in het conservatorium optreden? 
Wat me nieuwsgierig maakt naar het boek. Daar is de context van het einde anders. Thuis ‘weet [Erika] nog niet of ze een moord zal plegen of zich liever kussend voor de voeten van de man zal werpen. Later zal ze beslissen of ze hem steekt. Of dat ze hartstochtelijk en ernstig bedoelde smeekbeden tot hem zal richten.’ Daarna neemt ze een beslissing, ze trekt naar de technische hogeschool waar Walter Klemmer studeert. Haar kledij is niet deze die we in de film zien: ‘Alom duidelijk zichtbare jongeren lachen om Erika vanwege haar uiterlijk. () Een mannenoog geeft Erika te verstaan dat ze niet zo’n korte jurk zou moeten dragen ().’ Aan de technische hogeschool ziet ze Walter, te midden van een vriendengroepje: ‘Ramen blinken in het licht. Hun vleugels openen zich niet voor deze vrouw. Ze openen zich niet voor iedereen. Geen goed mens, al wordt om hem geroepen. Velen willen graag helpen, maar ze doen het niet. De vrouw draait de hals zeer ver opzij en legt haar tanden bloot als een ziek paard. Niemand raakt haar aan, niemand neemt haar iets uit handen. Het mes moet in haar hart steken en zich daar omdraaien! De rest van de daarvoor benodigde kracht schiet tekort, haar blikken vallen op niets, en zonder een impuls van toorn, van woede, van hartstocht steekt Erika Kohut zich ergens in haar schouder ()’. Waarna Erika weggaat: ‘Erika weet in welke richting ze moet lopen. Ze gaat naar huis. ()’ 
Ik vraag Google Afbeeldingen om me in Wenen zowel de gevel van het conservatorium te tonen als die van de technische hogeschool en… ik herken in geen van beide de gevel van het filmeinde. Enig zoekwerk leidt me naar het Wiener Konzerthaus. Dat Haneke deze gevel kiest, valt te begrijpen, de benedentoegang insinueert een pianoklavier, de perfecte afsluiter voor een film die La Pianiste heet. Daar waar Jelinek in d’r boek de impasse van Erika benadrukt (‘Ze gaat naar huis’, waar de dominante moeder heerst die verantwoordelijk is voor de pathologieën in haar liefdesleven), is het slot van de film hoopgevender, althans zoals hoofdrolspeler Isabelle Huppert dat slot hier duidt: ‘We weten niet waar ze heengaat, maar ze gaat er resoluut naartoe en ze leeft.’ 



Elfriede Jelinek. De pianiste. 307 pp. e-boek. Querido Uitg. 2022.

vrijdag 22 augustus 2025

Noir van de Oostendse Oosteroever in tijden van artificiële intelligentie (3 - Þú hefur nú nóg efni til að reika um, dvelja við og efast um)

Links. Op Stockfoto wordt dit beeld omschreven als ‘Een opvallend zwart-witportret legt de rauwe elegantie en allure vast van een vrouw in beweging. Haar parels en wapperende haar roepen de glamoureuze stijl van de jaren 20 op. Het gedurfde contrast en de wazige beweging creëren een gevoel van passie, mysterie en vintage verfijning’. Rechts, de plek waar ik dit stukje situeer, de Oostendse Oosteroever.


In een inleidend stukje toonde ik aan dat het voor een schrijver weinig zin heeft vandaag nog een roman noir te schrijven. ChatGPT doet het in jouw plaats en in minder dan geen tijd. Wat rest de schrijver dan wel nog te doen? Ook daarop gaf ChatGPT een antwoord: ‘verdwalen, treuzelen, blijven twijfelen.’

treuzelen 
 
psychedelische tabletten tegen artritis
bloeddrukpillen met hasj
paddo’s tegen suikerziekte
oma’s aan de speed
als je ze te lang gebuikt begin je IJslands te spreken
dit is het moment waarop ik aan haar verhaal begin te twijfelen
ze lijkt me verdwaald te zijn in haar eigen leugens
ik treuzel
zoals het past voor een schrijver 
in deze tijden van artificiële intelligentie 
dan breekt de dag aan 
wat voor vampieren en escorts het moment is 
om huiswaarts te keren
ze staat op en zegt 
in ‘t IJslands
Þú hefur nú nóg efni til að reika um, dvelja við og efast um 
 
(Waarna ik de terugweg afleg)

Þú hefur nú nóg efni til að reika um, dvelja við og efast um 
zegt ze in ‘t IJslands
en staat op om huiswaarts te keren
zeggend
dat dageraad
voor vampieren en escorts het moment is
en zoals het voor een schrijver past
in deze artificiële intelligentie-tijden
treuzel ik
lijkt ze me verdwaald te zijn in haar eigen leugens
en begin ik aan haar verhaal te twijfelen
zou het kunnen
vraag ik mezelf af 
dat als je ze lang gebuikt je IJslands begint te spreken
oma’s aan de speed
paddo’s tegen suikerziekte
bloeddrukpillen met hasj
psychedelische tabletten tegen artritis 
 

Doorgaan en weerkeren op YouTube:
Beide bovenstaande verhalen hebben alles met elkaar te maken. 
Het eerste verhaal legt een weg af,
 het tweede keert op diezelfde weg terug.

OP ’T EINDE van 2020 ontwierp ik een nieuwe manier van schrijven. Treuzelen is op die manier geschreven. Mij kwam het toen ook toe deze nieuwe manier een naam te geven, alsmede er de vereisten van in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers is een drabble, het telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt. Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig prozagedichten en vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

donderdag 21 augustus 2025

In memoriam Walter Swennen (°1946 - 2025†), kunstschilder

Walter Swennen. (Foto Saskia Vanderstichele.) Rechts: Untitled (Beste P., bis) - 1984.


IN 1993 heeft Thomas Peeters⇲ een afspraak met Walter Swennen. Het resultaat staat in De Tijd, als Het dagboek van…, ’t is ook daar dat ik ’s mans foto haal. Peeters vertelt: ‘Trekkebenend komt Walter Swennen de galerie van Xavier Hufkens binnen. Zijn koddige blauwe hoedje blijkt een kunstwerk van eigen makelij. Zijn wandelstok is geen gimmick. De schilder buitelde vorig jaar in New York over zijn reiskoffer: heup gebroken. Hij moest de opening van zijn solotentoonstelling bij zijn Amerikaanse galerie Gladstone in een rolstoel bijwonen.’ Ook dit zegt hij: ‘Zo kreeg Swennen in de herfst van zijn leven de erkenning die hij al veel vroeger verdiende. Ook de kunstmarkt volgde: werk van Swennen kost tegenwoordig gemiddeld 50.000 euro en duikt steeds vaker op in Amerikaanse privéverzamelingen.’ Ik verneem iets over namen die Swennen mee gevormd hebben: Jacques Lacan, Marcel Broodthaers, Tristan Tzara, Gregory Corso… Ik zoek 1 en ander op: Gladstone Gallery, New York: 24th Street; Galerie Xavier Hufkens; een interessant gesprek op YouTube⇲, interessant is ook wat het Kunstmuseum in Den Haag over hem zegt. En op al die plekken tonen ze ook ’s mans werk. Op de site van VRT nws vind ik dit citaat: ‘Er is geen betekenis, er is alleen het geheim. En het geheim is te vinden in het maken van kunst.’ Dat is nauw verwant, vind ik, aan wat Godfried Bomans over ’t schrijven zegt: ‘Wantrouw elke aandrang tot schrijven, behalve de vreugde van het formuleren.’
Zelf onthoud ik uit de krant van zaterdag 16 augustus wat Swennen over het schilderen zegt: ‘Het is een afspraak tussen de schilder en het schilderij. Je begint en je reageert op wat er is.’  Plots begrijp ik hoe dicht schilderen en poëtisch schrijven bij elkaar liggen. 
Ik ga op zoek een citaat van Edson Russell dat in mijn hoofd is blijven hangen en vind hierwat hij over zijn schrijfproces zegt: ’Ik ga zitten om te schrijven met een lege pagina en een lege geest. Ik volg met het blauwe potlood (…) waar het orgaan van de werkelijkheid [de hersenen] met het aangeleverde naartoe wil. En de poëzie opent zich plots in taal. Het is altijd een ontdekking van iets wat onbekend is en ongepland.’ 

Wij, met zand in onze schoenen is gratis. U hoeft er alleen maar om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of ‘epub’.)