dinsdag 3 maart 2026

In een lange zin van exact honderd woorden, denkend aan de derde slager

Twee beenhouwerijen in Duinenstraat Bredene. Links de slagerij op de hoek van Duinenstraat en Prins Karellaan (Ik ben de naam van de beenhouwer vergeten, Stroobant? Het huis bestaat nog en staat momenteel te koop.) Rechts: beenhouwerij die in mijn kindertijd uitgebaat werd door Fernand Minne en zijn echtgenote Annoot. (Het huis bestaat niet meer. In de nieuwbouw bevindt zich nu op de benedenverdieping voedingswinkel P&P.)

SOMS, MEESTAL ROND vijf uur ’s ochtends, soms iets vroeger, soms iets later, wijl ik de slaap niet vatten kan en in volslagen duisternis naar ’t slaapkamerplafond lig te staren, ogen wijdopen, denk ik, met wild kloppend hart, na over de niet op te lossen vraag hoe het me zou vergaan zijn, mocht ik, zoals Onze Marcel dat ook wel wilde, beenhouwer-spekslager geworden zijn, een eerstgeborene die, na gedane studies in de slagersschool van Anderlecht, het heft (van het kapmes) ter hand neemt en de kiekenwinkel op kordate en spitsvondige wijze uitbouwt tot de derde slagerswinkel van de Duinenstraat. (Flor Vandekerckhove)

De papieren versie van de roman (2012) is al lang uitverkocht, maar uitgeverij De Lachende Visch stelt u ter vervanging de digitale AMANDINE voor, ‘de paint it black-editie’, zo genoemd omdat de illustraties uit de oorspronkelijke publicatie ontbreken en ook omdat de song met die naam een rol in het boek speelt. 33 hoofdstukken, 231 bladzijden, meer dan 63.000 woorden. AMANDINE vertelt het epos van de Oostendse visserij en hoe die geschiedenis het leven van de ik-figuur tot vandaag tekent. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook AMANDINE gratis. Schrijf naar liefkemores@telenet.be(vermeld de titel, zeg of je epub of pdf wenst) en De Weggeefwinkel stuurt het boek meteen naar uw mailbox.

maandag 2 maart 2026

Leren schrijven met… Patrick Conrad

Pink Poets, vlnr: Albert Szukalski pp, Michel Bartosik pp, Robert Lowet pp, Huges C. Pernath pp, Henri-Floris Jespers pp, Georges Adé pp, Paul de Vree pp, PATRICK CONRAD pp, Nic van Bruggen pp en Werner Spillemaeckers pp. (De afkorting pp na de naam wijst op formeel lidmaatschap. Foto van een Facebookpagina, ik zie daar geen naam van de fotograaf.) Wiksage zegt over Pink Poets: Toen Patrick Conrad en dichter Nic van Bruggen op 22 november 1972 het intellectueel genootschap Pink Poets in Antwerpen oprichtten was dit een manifest tegen het realisme, dat Gentse dichters rond tijdschrift Yang voorstonden.’ De stichtingsdatum, zegt Conrad-biograaf Manu van der Aa, is onzeker. (°)


PATRICK CONRAD (°1945) IS nog een jonge kerel wanneer hij op 28 maart 1969 in Nijmegen een lezing geeft. Daarin zegt hij ook hoe zijn teksten ontstaan. Ik citeer uit zijn biografie. (°)
‘Het eerste stadium van een tekst is de notatie. Niet weten waarheen men gaat, waar men staat. Dit gaat gepaard met een zeer grote en intense melancholie […] Gewoon noteren dus, wat men ziet, hoort, ruikt, tast, op straat, in stations, in bed […] in kroegen en latrines… ofwel, de onbegrijpelijke, gedicteerde aforismen neerpennen, zonder zich af te vragen van waar ze komen en hoe ze uiteindelijk in je hoofd terecht komen. […] Het eigenaardige is, dat men tijdens een bepaalde periode ervaringen en getuigenissen noteert die ergens met elkaar in verband staan, en die reeds in dit primaire stadium van de tekst, de toon of zelfs het onderwerp van het gedicht bepalen.'
De dichters van De Nieuwe Stijl en Gard Sivik komen niet verder dan dit stadium, zegt Conrad. Bij hem volgt er een tweede stadium:
‘Het ordenen, het schikken, het versmelten van al deze gegevens. De dichter wordt vakman, trekt zijn kiel aan, wast zijn handen, knipt zijn nagels en betreedt zijn atelier. In de inspiratie gelooft hij op dat ogenblik niet meer, nu volgt berekende arbeid, die op sommige passages nog sterk onder de invloed van zijn fantasie komt te staan. De structuur van het gedicht wordt duidelijker, het ruwe materiaal wordt gekneed, gemalen, gestreeld of verworpen. En dit tot de tekst af is, hetgeen men duidelijk voelt aan de plotse afstand die ontstaat tussen schrijver en werk.’
Iemand die pas op late leeftijd begint te schrijven, als ik, kan niet anders dan onder de indruk komen van deze jongeman, eerstens omwille van de vastberadenheid die uit die woorden spreekt, tweedens van de eenvoud waarmee hij zijn poëtica verwoordt, eenvoud die overigens sterk contrasteert met het maniërisme van zijn eerste gedichten. De eenvoud doet zelfs denken aan punk: ‘This is a chord. This is another. This is a third. Now form a band.’ Eenvoud & daadkracht. Aan de slag! 
’t Is ook merkwaardig dat Conrad al op zo’n jonge leeftijd door het literaire veld erkend wordt. In 1969 mag hij al de Arkprijs voor het Vrije Woord op zijn palmares zetten. Hij is 24: ‘In 1969 prijkten op de Ark al de namen van onder meer Hugo Claus (1952), Ivo Michiels (1958), Hughes C. Pernath (1961), Paul Snoek (1963) en Jef Geeraerts (1967). Na Claus, die slechts 23 was toen hij de prijs kreeg, was Conrad met zijn 24 jaar de op een na jongste laureaat.’  Termen die in die tijd over zijn werk vallen: dandyesk, maniërisme, fin-de-siècle, decadentie, gebrek aan sociale gerichtheid…
Patrick Conrad is in die jaren nog aan ’t studeren, maar in de praktijk komt daar niets van in huis. Het verhaal van zijn studies laat me denken aan Claude Chabrol die aan de unief vier keer het eerste jaar doet en dan nog geen idee heeft waarover de examenvragen gaan, wel ziet hij in die vier jaar massa’s film. 
In mei 1971 begint Conrad aan zijn legerdienst. Ik haal het val dood-plaatje van de muur, de metalen borsthanger die elke soldaat in oorlogstijd dient te dragen, herinnering aan mijn eigen militaire dienst. Ik lees de cijfers: ‘BELGISCH LEGER 71/58921’ Die 71 slaat op het jaar waarin ik opgeroepen word. Enkele maanden na Conrad ga ook ik het land verdedigen. Conrad maakt dan al naam als dichter, als tekenaar ook en hij heeft al zijn eerste stappen in de film gezet. Ik daarentegen weet in die tijd van van toeten noch blazen.
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. U weet hoe ’t gaat wanneer ik in een biografie ga sprokkelen. Het geeft aanleiding tot een aantal blogposts. In de maak is een post over ‘Het eerste Artiestenwielercriterium in Opdorp’, 11 september 1971. Intussen maak ik ook al een label aan: Patrick Conrad.

zondag 1 maart 2026

Langdurig werklozen hebben Guy Debord aan hun kant

Postkaart. 1963. getekend L. Buffier. De graffiti op een muur van de rue de Seine in Parijs is van Guy Debord (1953).

IN DE MAATSCHAPPIJ waarin we leven, zegt Guy Debord (°1931 - 1994†), is loonarbeid een bron van vervreemding. Debord kalkt het in 1953 op een straatmuur in Parijs: NE TRAVAILLEZ JAMAIS. Hij schudt die woorden niet uit zijn mouw. Ze zijn een omkering van Rimbauds ‘Jamais je ne travaillerai…’ Dat staat in diens prozagedicht Vierge Folle
Wat volgt is een probleem van copyright. We zouden de graffiti op de muur van de rue de Seine nooit gekend hebben, ware het niet dat Louis Buffier de woorden fotografeert en zijn foto tien jaar later als postkaart verspreidt, er de humoristisch bedoelde opmerking aan toevoegend: ‘Les conseils superflux’ ('overbodig advies').  In 1963 print de Situationistische Internationale de postkaart af, althans het deel met de tekst van Debord. De beroepsorganisatie van uitgevers meent dat het tijdschrift daarmee het copyright van Buffier schendt en vraagt geld voor het gebruik van de foto. Debord kan er niet om lachen en zet de dingen op cynische wijze weer recht: ‘Om tot de kern van deze kwestie van artistiek eigendom te komen, wil ik u verzekeren dat ik geenszins een deel van de opbrengst van de verkoop van deze ansichtkaart of een schadevergoeding voor de ongeoorloofde reproductie ervan wil eisen.’ 
Zo ging het eraan toe in ’t midden van de vorige eeuw. Inmiddels heeft de straatkunst een hoge vlucht genomen en de toe-eigening ervan nog meer. Bansky — ‘auteursrecht is voor losers'— is expliciet: ‘Bent u een bedrijf dat Banksy-kunst wil gebruiken voor commerciële doeleinden? Dan bent u hier aan het juiste adres – dat kan niet. Alleen Pest Control Office heeft toestemming om mijn kunstwerken te gebruiken of in licentie te geven. Als iemand anders u toestemming heeft gegeven, heeft u geen toestemming. Ik schreef “auteursrecht is voor losers” in mijn (auteursrechtelijk beschermde) boek (°) en moedig iedereen nog steeds aan om mijn kunst te gebruiken en aan te passen voor eigen vermaak, maar niet voor winst (…)’ Het belet niet dat Bansky, net als Guy Debord, een postkaartkwestie aan zijn broek heeft. Dat hij daarin voor de rechtbank gelijk zou halen, lag niet voor de hand, maar voorlopig ziet het er goed uit: ‘Saying Banksy wrote “copyright is for losers” in his book doesn’t give you free rein to misrepresent the artist and commit fraud. We checked.
Ik keer terug naar de woorden van Debord. Nu langdurig werklozen weer naar de arbeid gedreven worden, krijgt Debords slogan actuele betekenis. Ik ken wel enkele kunstenaars die door die nieuwe regeringsmaatregel getroffen worden. Misschien hebt gij daar ferme bedenkingen bij. Daarom voeg ik er deze interessante ervaring van Bronnie Ware aan toe. Deze verpleegster vroeg haar terminaal zieke patiënten naar hun grootste spijt. De op één na meest voorkomende was ‘spijt dat ik zo hard heb gewerkt’, voorafgegaan door ‘spijt dat ik niet de moed heb gehad om het leven te leiden dat ik wilde, in plaats van het leven dat van me verwacht werd.’ (°°)
Flor Vandekerckhove

(°) Bansky. Wall and Piece. 240 p. Ballantine Books. 2006. ‘A fully illustrated colour volume.’ 
(°°) Bonnie Ware. The Top Five Regrets of the Dying. Ik vind een Nederlandstalige titel die wellicht naar de vertaling van dat boek leidt: Als ik het leven mocht overdoen. Met als ondertitel: Een jonge vrouw op zoek naar vijf belangrijke levenslessen. De cover ziet er wollig uit, maar kopen hoeft niet, die vijf levenslessen staan ook opgelijst op haar website.