zaterdag 10 maart 2018

Leren schrijven met Richard Brautigan

— Richard Brautigan (1935-1984) —
Hoe komt het eigenlijk dat ik Richard Brautigan nu pas leer kennen? Komt dat doordat hij tussen twee stoelen valt? Is hij iets te jong voor de beatgeneratie van de jaren vijftig en een beetje te oud voor de jeugdrevolte van de jaren zestig?
Marginaal mag je Brautigan nochtans niet noemen. Trout fishing in Amerika, zijn meesterwerk, is in ’t Nederlands vertaald en in nog 11 andere talen. Wereldwijd zijn daar twee miljoen exemplaren van verkocht. Naast Forelvissen zijn er nog zeven boeken van hem in ’t Nederlands vertaald. Die zijn vandaag onvindbaar, alleen Forelvissen in Amerika lijkt aan de vergetelheid te ontsnappen. De nieuwste druk dateert van 2012.
Mocht je, net als ik, iets aan je onwetendheid willen doen, en mocht je daarenboven het Engels een beetje machtig zijn dan moet je zeker hier eens kijken, want daar staat veel werk van Brautigan dat je zomaar van het net kunt plukken.
In Trout fishing in Amerika volgen we een hippieachtige auteur die aan de maatschappelijke druk probeert te ontsnappen door op forel te gaan vissen. Je mag daarbij aan het historische Walden van David Thoreau denken, zij het niet meer dan een beetje.
’s Morgens vertrekt de forelvisser welgemutst ter visvangst. Als aas heeft hij een sneetje brood mee. Het uitzicht is prachtig: beekje, waterval… De idylle wordt meteen verstoord: ‘Maar toen ik dichterbij kwam, merkte ik dat er iets niet klopte. De beek gedroeg zich niet normaal. Er was iets raars mee. Er was iets mis met de manier waarop zij zich bewoog.’ Wanneer hij nadert ziet hij dit: ‘De waterval was gewoon een witte houten trap die omhoogliep naar een huis tussen de bomen.’ Wat een ontgoocheling: ‘Het draaide erop uit dat ik mijn eigen forel werd en de snee brood zelf opat.’
Op de desillusie volgt deze commentaar: ‘Ik kon het ook niet helpen. Ik kon een trap niet zomaar veranderen in een beek.’  Die commentaar wordt gegeven door een personage dat, net als de boektitel, Forelvissen in Amerika heet.
Forelvissen in Amerika is, ontdek je al gauw, niet alleen een titel en een commentator, het is ook een hotel en een vredesmars. Na enkele bladzijden lezen verwondert het je al niet meer dat je in dat universum ook tweedehands forelwater kunt kopen. Volgens de verkoper gaat dat alzo: ‘We verkopen het per meter. U kunt een klein stukje nemen of alles wat we nog hebben.’ De watervallen, bomen, vogels, bloemen, gras en varens worden extra berekend, maar de ‘insecten krijgt u gratis bij een minimumafname van drie meter.’ De boodschap is duidelijk: tegenwoordig is álles te koop; dat is erg, maar niet erg genoeg om er je humor bij te verliezen.
Het boek wordt een kassucces. De schrijver wordt rijk. Zijn schrijven wordt wollig, zelfs slecht. Hij drinkt, wordt vet, vergooit zijn geld en schiet zichzelf voor de kop. Maar hij heeft wel zijn levensdoel bereikt: ‘Ik heb altijd een boek willen schrijven dat eindigde met het woord mayonaise.’ Ik kijk naar de laatste bladzijde van Forelvissen in Amerika en daar staat helemaal onderaan: ‘P.S. Sorry dat ik het vergeten was van de mayonaise.’

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten