maandag 2 maart 2026

Leren schrijven met… Patrick Conrad

Pink Poets, vlnr: Albert Szukalski pp, Michel Bartosik pp, Robert Lowet pp, Huges C. Pernath pp, Henri-Floris Jespers pp, Georges Adé pp, Paul de Vree pp, PATRICK CONRAD pp, Nic van Bruggen pp en Werner Spillemaeckers pp. (De afkorting pp na de naam wijst op formeel lidmaatschap.  (De afkorting pp na de naam wijst op formeel lidmaatschap. Foto van een Facebookpagina, ik zie daar geen naam van de fotograaf.) Wiksage zegt over Pink Poets: Toen Patrick Conrad en dichter Nic van Bruggen op 22 november 1972 het intellectueel genootschap Pink Poets in Antwerpen oprichtten was dit een manifest tegen het realisme, dat Gentse dichters rond tijdschrift Yang voorstonden.’ De stichtingsdatum, zegt Conrad-biograaf Manu van der Aa, is onzeker. (°)


PATRICK CONRAD (°1945) IS nog een jonge kerel wanneer hij op 28 maart 1969 in Nijmegen een lezing geeft. Daarin zegt hij ook hoe zijn teksten ontstaan. Ik citeer uit zijn biografie. (°)
‘Het eerste stadium van een tekst is de notatie. Niet weten waarheen men gaat, waar men staat. Dit gaat gepaard met een zeer grote en intense melancholie […] Gewoon noteren dus, wat men ziet, hoort, ruikt, tast, op straat, in stations, in bed […] in kroegen en latrines… ofwel, de onbegrijpelijke, gedicteerde aforismen neerpennen, zonder zich af te vragen van waar ze komen en hoe ze uiteindelijk in je hoofd terecht komen. […] Het eigenaardige is, dat men tijdens een bepaalde periode ervaringen en getuigenissen noteert die ergens met elkaar in verband staan, en die reeds in dit primaire stadium van de tekst, de toon of zelfs het onderwerp van het gedicht bepalen.'
De dichters van De Nieuwe Stijl en Gard Sivik komen niet verder dan dit stadium, zegt Conrad. Bij hem volgt er een tweede stadium:
‘Het ordenen, het schikken, het versmelten van al deze gegevens. De dichter wordt vakman, trekt zijn kiel aan, wast zijn handen, knipt zijn nagels en betreedt zijn atelier. In de inspiratie gelooft hij op dat ogenblik niet meer, nu volgt berekende arbeid, die op sommige passages nog sterk onder de invloed van zijn fantasie komt te staan. De structuur van het gedicht wordt duidelijker, het ruwe materiaal wordt gekneed, gemalen, gestreeld of verworpen. En dit tot de tekst af is, hetgeen men duidelijk voelt aan de plotse afstand die ontstaat tussen schrijver en werk.’
Iemand die pas op late leeftijd begint te schrijven, als ik, kan niet anders dan onder de indruk komen van deze jongeman, eerstens omwille van de vastberadenheid die uit die woorden spreekt, tweedens van de eenvoud waarmee hij zijn poëtica verwoordt, eenvoud die overigens sterk contrasteert met het maniërisme van zijn eerste gedichten. De eenvoud doet zelfs denken aan punk: ‘This is a chord. This is another. This is a third. Now form a band.’ Eenvoud & daadkracht. Aan de slag! 
’t Is ook merkwaardig dat Conrad al op zo’n jonge leeftijd door het literaire veld erkend wordt. In 1969 mag hij al de Arkprijs voor het Vrije Woord op zijn palmares zetten. Hij is 24: ‘In 1969 prijkten op de Ark al de namen van onder meer Hugo Claus (1952), Ivo Michiels (1958), Hughes C. Pernath (1961), Paul Snoeck (1963) en Jef Geeraerts (1967). Na Claus, die slechts 23 was toen hij de prijs kreeg, was Conrad met zijn 24 jaar de op een na jongste laureaat.’  Termen die in die tijd over zijn werk vallen: dandyesk, maniërisme, fin-de-siècle, decadentie, gebrek aan sociale gerichtheid…
Patrick Conrad is in die jaren nog aan ’t studeren, maar in de praktijk komt daar niets van in huis. Het verhaal van zijn studies laat me denken aan Claude Chabrol die aan de unief vier keer het eerste jaar deed en dan nog geen idee had waarover de examenvragen gingen, wel had hij in die vier jaar massa’s film verorberd. 
In mei 1971 begint Conrad aan zijn legerdienst. Ik haal het val dood-plaatje van de muur, de metalen borsthanger die elke soldaat in oorlogstijd dient te dragen, herinnering aan mijn eigen militaire dienst, lees de cijfers die van mijn eigen dienst getuigen: ‘BELGISCH LEGER 71/58921’ Die 71 slaat op het jaar waarin ik opgeroepen word. Enkele maanden na Conrad ga ook ik het land verdedigen. Conrad maakt dan al naam als dichter, als tekenaar ook en hij heeft al zijn eerste stappen in de film gezet. Ik daarentegen weet in die tijd van van toeten noch blazen.
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. U weet hoe ’t gaat wanneer ik in een biografie ga sprokkelen. Het geeft aanleiding tot een aantal blogposts. In de maak is een post over ‘Het eerste Artiestenwielercriterium in Opdorp’, 11 september 1971.

Geen opmerkingen: