In DeWereldMorgen heeft Joris Note het over het
veelgeprezen Congo van David Van
Reybrouck. Dat boek mag dan wel de AKO Literatuurprijs gewonnen hebben, het overtuigt Note niet: ‘Congo is géén geschiedschrijving, alleen al omdat
het geregeld te onkritisch met bronnen omspringt. Het is vaardige vulgarisatie,
goed georganiseerd, uiterst leesbaar en meestal informatief, maar ook
oppervlakkig, vaak (onbewust?) wat misleidend, en politiek lang niet
onschuldig. En Congo is zeker géén
literatuur (…)’
Voldoende
reden om weer eens naar de boekwinkel te stappen, niet om daar Congo af te halen, maar ‘iets’ van deze balorige Joris Note. (*)
‘Literatuur en
kunst, anders dan het “cultuuraanbod”, zijn er voor de wakkeren, voor de goed
uitgerusten.’ Je leert, weet Note, de echt interessante dingen pas kennen als je van ’t
werk af bent. Ja, dat is waar, maar hij legt zich daar niet bij neer: ‘Hier zit een enorm probleem, tenminste als je niet aanvaardt dat het
publiek van kunst en literatuur alleen zou bestaan uit mensen die er
beroepshalve mee bezig zijn of er althans veel tijd aan kunnen besteden.
Daarover zouden we moeten nadenken en discussiëren (en de leesbevorderaars die
dat niet doen en geloven dat alle lezen goed is, vergissen zich deerlijk).’
Het is geen nieuw probleem. Note citeert de Franse revolutionair Auguste Blanqui (1805-1881). Die drukt het pathetisch uit, maar de vraag blijft wel dezelfde: ‘Hoe zouden ongelukkigen die voortdurend
gebukt gaan onder een
verpletterende dagtaak (…) hun verstand kunnen ontwikkelen (…) en nadenken over
de maatschappij waarin ze een lijdende rol spelen?’
Note herijkt woorden. ‘Bij “politiek” denk ik minder aan partijen, parlementen, verkiezingen
en regeringen dan aan groepen en mensen die een bestaande orde willen
ondergraven of minstens ondervragen, die versteende toestanden willen doen
dansen.’ Bij ‘volk’ wijst hij instemmend naar filosoof
Gérard Bras: ‘Maar er is nog een
vierde begrip nodig: het politieke volk. Dat volk bestaat niet uit alle leden
van de gemeenschap en is evenmin een bepaald onderdeel ervan; het is geen
groep, geen substantie, geen identificeerbaar deel van een structuur. Het zijn
degenen die in beweging komen om de orde te doorbreken, die aan het woord komen
om hun onmondigheid te verslaan. Ze vormen geen reeds bestaande eenheid of
bestaand subject, maar wòrden tot subject door zich politiek te affirmeren (…)'
En dat staat allemaal in een boek met essays over kunstenaars en literatoren.
(*) Joris Note, Wonderlijke wapens. Essays over literatuur en
politiek. De Bezige Bij, 288 blz., ISBN 9789023473985, € 22,50.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten