zondag 3 maart 2013

Joris Note, of lees eens iets anders

In DeWereldMorgen heeft Joris Note het over het veelgeprezen Congo van David Van Reybrouck. Dat boek mag dan wel de AKO Literatuurprijs gewonnen hebben, het overtuigt Note niet: Congo is géén geschiedschrijving, alleen al omdat het geregeld te onkritisch met bronnen omspringt. Het is vaardige vulgarisatie, goed georganiseerd, uiterst leesbaar en meestal informatief, maar ook oppervlakkig, vaak (onbewust?) wat misleidend, en politiek lang niet onschuldig. En Congo is zeker géén literatuur (…)’
Voldoende reden om weer eens naar de boekwinkel te stappen, niet om daar Congo af te halen, maar ‘iets’ van deze balorige Joris Note. (*)
‘Literatuur en kunst, anders dan het “cultuuraanbod”, zijn er voor de wakkeren, voor de goed uitgerusten.’ Je leert, weet Note, de echt interessante dingen pas kennen als je van ’t werk af bent. Ja, dat is waar, maar hij legt zich daar niet bij neer: ‘Hier zit een enorm probleem, tenminste als je niet aanvaardt dat het publiek van kunst en literatuur alleen zou bestaan uit mensen die er beroepshalve mee bezig zijn of er althans veel tijd aan kunnen besteden. Daarover zouden we moeten nadenken en discussiëren (en de leesbevorderaars die dat niet doen en geloven dat alle lezen goed is, vergissen zich deerlijk).’ 
Het is geen nieuw probleem. Note citeert de Franse revolutionair Auguste Blanqui (1805-1881). Die drukt het pathetisch uit, maar de vraag blijft wel dezelfde: ‘Hoe zouden ongelukkigen die voortdurend gebukt gaan onder een verpletterende dagtaak (…) hun verstand kunnen ontwikkelen (…) en nadenken over de maatschappij waarin ze een lijdende rol spelen?’
Note herijkt woorden. ‘Bij “politiek” denk ik minder aan partijen, parlementen, verkiezingen en regeringen dan aan groepen en mensen die een bestaande orde willen ondergraven of minstens ondervragen, die versteende toestanden willen doen dansen.’ Bij ‘volk’ wijst hij instemmend naar filosoof Gérard Bras: ‘Maar er is nog een vierde begrip nodig: het politieke volk. Dat volk bestaat niet uit alle leden van de gemeenschap en is evenmin een bepaald onderdeel ervan; het is geen groep, geen substantie, geen identificeerbaar deel van een structuur. Het zijn degenen die in beweging komen om de orde te doorbreken, die aan het woord komen om hun onmondigheid te verslaan. Ze vormen geen reeds bestaande eenheid of bestaand subject, maar wòrden tot subject door zich politiek te affirmeren (…)'
En dat staat allemaal in een boek met essays over kunstenaars en literatoren.

(*) Joris Note, Wonderlijke wapens. Essays over literatuur en politiek. De Bezige Bij, 288 blz., ISBN 9789023473985, € 22,50.

Geen opmerkingen: