zondag 3 december 2017

Blinde keuns

Op de foto links Simonna Devriendt (°20.05.1924 - 15.03.2019↗︎) — rechts Georgette Vandekerckhove (°10.11.1930 - 08.02.2019↗︎). 

In 't midden: ondergetekende.


Telkens wanneer Georges iets over de oorlog wil vertellen, onderbreken 's mans kleinkinderen hem. Ah opa, zeggen ze, dat is allemaal van vroeger, dat is allemaal voorbij. Hij knoopt er een socio-culturele beschouwing aan vast: naar ouderen wordt niet geluisterd. 
Behalve door andere ouderen! Want in het salon van het woonzorgcentrum, krijgen Georges oorlogsherinneringen veel respons. Het gaat over rantsoeneringkaarten en -zegels, over almaar kleiner wordende broden, over de voedingswaarde van aardappelschillen. Ze hebben het over aangebrande fluitjesmelk, behangsellijm die gebruikt wordt om die melk tot pap aan te dikken en over ersatzkoffie. Het gaat over kommer & kwel op de zwarte en de reguliere markt, over Duitse soldaten die al eens iets weggeven en Engelse die daarvoor te gierig zijn.
Uiteraard gaat het ook over haring. In de winter van 1942 wordt daar zoveel van gevangen dat velen erdoor aan de honger ontsnappen, anderen zeggen onomwonden: van de hongerdood gered. De wonderbare haringvangsten gaan na dat recordjaar trouwens nog enige tijd door. Gevolg is dat Georges na de oorlog geen haring meer kan zien: ‘Ik heb maanden aan een stuk ’s morgens haring gegeten, ’s middags en ’s avonds. Overal rook het naar haring, alles en iedereen rook naar haring.’ Simonne beaamt. Het gaat nog over gebraden haring, haringfilet in azijn, haring als rolmops, gepekelde, gekookte en gerookte haring. Op den duur beeld ik me in dat het daar naar haring begint te ruiken.
En dan valt de naam van een gerecht. Blinde keun(s)! Iedereen knikt, behalve ik. Als ik vraag of het iets als blinde vink is worden de hoofden heftig geschud. Blinde keuns — blind konijn dus — bestaat uit een mix van gekookte aardappelen en gekookte (versie Georges) of aangestoofde (versie Simonne) ui. Daar wordt een stamppot van gemaakt. Zonder konijn? Ja, zonder konijn. Waarom heet dat dan zo? Simonne: ‘Als je dat laat sudderen, geurt het naar konijn dat klaargemaakt wordt.’
Terwijl ik dit stukje ’t schrijf, leer ik er meer over. Het gerecht, zie ik op ’t internet, overleeft de oorlog en naarmate de schaarste afneemt wordt er vlees aan toegevoegd. En bier. In de Oostendse archiefbank staat een stukje waarin John Aspeslagh jeugdherinneringen ophaalt: In de winter bereidde moeder regelmatig (…) “blinde keuns” (konijnen): stukjes vers spek eerst aangebakken en nadien langzaam gestoofd, samen met aardappelen en ajuinen.’ In Brugge heeft men het overblende’ keuns. Zegt een blogger: ‘Dit recept komt van een oudtante van mij. Je laat eerst een grote hoeveelheid ajuinen aanstoven in boter, als die een beetje kleur krijgen laat je ze garen door beetje bij beetje bruin tafelbier toe te voegen. Als de ajuin lekker smeuïg is dan doe je er de rauwe aardappelen bovenop en laat je ze koken in voldoende bruin tafelbier. Niet te veel want ze worden niet afgegoten maar wel geplet en het is de bedoeling dat je een puree maakt met de inhoud van die pan.’ En dat stukje sluit af met een tip: ‘en je kan het serveren met worst of zoals ik altijd doe met zelfgemaakt vleesbrood. Dat wordt hier gegarandeerd tot de laatste schep uitgelepeld. Als je dit nog niet kent, proberen maar, super winterkost.’

[In DLVuurtorenwachter dateert dit stukje van 2017. In 2022 redigeer ik het opnieuw ten behoeve van enkele FB-groepen uit Bredene en Oostende.]

3 opmerkingen:

Rika zei

ik hoor(de) mijn moeder spreken over blinde keuns met zwienogen; ik denk dat er dan spek bij werd gedaan?? .
maar ik wil het , terwijl ik hier nu toch ben hebben over de titel : de laatste "vuurtorenwachter".
wie was dat eigenlijk? in mijn straat (nieuwstraat) woonde Camiel Meysman. Hij was vuurtorenwachter. ik herinner me nog een zondag dat ik mee mocht met mijn vader om de vuurtoren te bezoeken ! groot evenement, een uitstap die ik me nog levendig kan herinneren, : de trappen, de enorme spiegels, het uitzicht, de hand van mijn vader... Moet begin jaren 50 geweest zijn. Camiel is ook nog voor iets anders in mijngeheugen blijven plakken : hij was duivenmelker, zoals zovelen in mijn straat. Mijn vader, Frans Brock, Debrauwer, Wackenier, De duiven van Camiel hadden de vervelende gewoonte om als ze aankwamen eerst op de veust van een dak te gaan zitten en uitgebreid toilet te doen ... wat Camiel ook riep en smeekte, de duif kwam niet binnen en dus kon die niet "geconstateerd" werden, want daarvoor moest de rubberen ring van zijn poot ...de bewuste zondag gingen de praatjes tussen de duivenmelker vanuit hun dakpositie verder. Camiel verklaarde : mijn mes ligt klaar ... als het weer van dat is dat zij niet binnenkomt dan gaat ie de pot in !!! en geloof het of niet ... maar het was alsof dat beestje het gehoord had : Camiel speelde de eerste met zijn duif!!!maar misschien stond die duif wel op weduwschap... ?

Unknown zei

Ik ben geboren in Oostende op 22 juni 1938. Ik was de oudste van 7 kinderen en hadden het thuis niet breed. Moeder maakte bijna elke week "blende keuns". Maar in plaats van donker bier deed zij daar koffie bij. Bij ons was geen sprake van spek of een stukje vlees maar alleen ajuin en wat peper en zout, dat was alles. Eerlijk gezegd, iedereen vond dat overheerlijk. Soms komt dit gerecht bij ons nog op tafel, maar wel met spek en vlees. Echt waar probeer eens met gewone zwarte koffie.

Anoniem zei

Ja mijn grootmoeder deed het ook met koffie super lekker