maandag 29 juni 2020

Dichterlijke hitparade

— Op ’t internet staan vijftig filmpjes waarin u me mijn gedichten hoort declameren. Sommige worden zelden bekeken, 
andere zijn er toch wel in geslaagd een klein publiek te verwerven. 
Dit zijn de tien meest bekeken gedichtenfilmpjes, van 10 tot de absolute top op 1. (fv) —


10. Ensor en zijn bende in Oostende bezingt de Oostendse kunstscene, verzameld rond het graf van grootmeester James Ensor. De foto’s maakte Eric Stuckmann tijdens een vernissage waarop Avondgenoegen present tekende. KLIK OP ONDERSTAANDE URL: 


9. Een onderbroken stukje telefoonseks. De titel zegt het helemaal. Is het u al overkomen dat uw eigen leven zich op dezelfde wijze ontbloot als de film die u op tv ziet?  KLIK OP ONDERSTAANDE URL:


8. Elk z’n goeienavond beantwoordt Arno’s supermooie song Oostende bonsoir. De beelden selecteer ik uit advertenties die het gebruik van alcohol promoten. Erg toepasselijk. KLIK OP ONDERSTAANDE URL:   
                  https://www.youtube.com/watch?v=23K6A6vOnWY

7. Rode Mustangs en mannen met een zwarte moustache. Paul van Vliet zingt over meisjes van dertien: ‘te groot voor de poppen, te klein voor de kerels’. Vooruit, zei ik tegen mezelf, laat me daar eens een jongensversie van maken. KLIK OP ONDERSTAANDE URL:



6. Mijn laatste internetaankoop. Kun je een gedicht maken over iets wat je op ’t internet koopt? Wel zeker. Kijk maar naar deze swingende declamatie. KLIK OP ONDERSTAANDE URL:
                   https://www.youtube.com/watch?v=22HuF9WwLiQ

5. Met Het einde der coronatijden komen we de top-5 binnen. Het gedicht bezingt het einde van de lock down en in één beweging ook het einde van de schaarste: voortaan consumeert iedereen naar behoeften. KLIK OP ONDERSTAANDE URL:



4. De boerin uit West-Vlaanderen en de kersentijd verhaalt het avontuur van een West-Vlaamse die naar Cuba uitwijkt en daar met haar boerenverstand het heft in handen neemt. KLIK OP ONDERSTAANDE URL: 
                                             https://www.youtube.com/watch?v=hHoYfTHKfic



3. De plechtigheid maakt u deelgenoot van een confrontatie tussen jonge vissers en marinesoldaten. Plaats van de handeling: uitgangskwartier Oostende. Periode: midden vorige eeuw. KLIK OP ONDERSTAANDE URL:



2. Drie meisjes op de pier. Onderwerp: taboes in de Vlaamse vissersgemeenschap. Vissers mogen bij het uitvaren geen vrouwen zien, en evenmin pastoors. KLIK OP ONDERSTAANDE URL:
                                          https://www.youtube.com/watch?v=xvE8HScyZWg


1. In Karel de stichter van Bredene Duinen laat ik me inspireren door een bekend standbeeld in de wijk waar ik woon. Kijk maar, er staat niet wat er staat: It's poetry stupid! KLIK OP ONDERSTAANDE URL:

— De man die sneller schijt dan zijn schaduw is een dichtbundel van Flor Vandekerckhove. De eerste uitgave dateert van 8 januari. Sindsdien werden er, telkens in nieuwe edities, 25 gedichten toegevoegd. Dat proces werd nu beëindigd. Het eindresultaat is een e-boek van 114 pp, in PDF. En het is gratis. Wie erom vraagt krijgt het per kerende toegestuurd. Doe het via liefkemores@telenet.be. —



zaterdag 27 juni 2020

Ode aan René Magritte

— René Magritte is een van de grootmeesters van het surrealisme. Het schilderij Persoonlijke waarden (1952) is een van diens meesterwerken. 
Kan ik daar nog iets aan toevoegen? Een persoonlijke waarde van mezelf bijvoorbeeld. —




Een kamer vol persoonlijke waarden
Aan René Magritte

Het geld heb ik in zo’n koerierstas van Deliveroo gepropt en 
Daarna heb ik een kamer in ’t poepchique Plaza geboekt en 
’t is pas wanneer ik daar in de draaideur blijf steken dat ik besef
Dat Deliveroo’s groene tas hier minder dan haar inhoud past 

Op mijn maat Johan wachtend zak ik weg in een fauteuil van de
Lobby en terwijl het personeel erg zijn best doet om niet te tonen
Hoe scherp het me in de gaten houdt denk ik aan de indruk
Wekkende hoeveelheid geld die in Deliveroo’s koerierstas past

Dat geld dient om de vriendschap met mijn maat Johan te verbreken 
Want hij heeft berekend hoeveel die waard is en ik heb alles verkocht 
Om de som bijeen te garen en wanneer hij via de draaideur binnen 
In ’t Plaza valt hoop ik dat de transactie gesmeerd verlopen zal

Draag je nu een bolhoed vraagt Johan terwijl hij tegenover mij komt 
Zitten en ik antwoord dat een bolhoed perfect bij dit gebeuren past
Net als de kamer die ik geboekt heb en dat we de vriendschap in
Stijl gaan verbreken en ik wijs met mijn vinger naar de Deliverootas

Zit heel het bedrag in die tas vraagt Johan en ik ontwaar ongeloof in
Zijn stem en daarom zeg ik kordaat dat de groene koerierstas inder
Daad heel het bedrag bevat na aftrek evenwel van ’t geld dat ik straks
Voor het huren van de kamer met persoonlijke waarden dokken zal

Daardoor neemt zijn vertwijfeling alleen maar toe en daarom beslis ik
Om niets te zeggen over de overgrote kam die op het bed staat en de
Enorme scheerkwast op de kast en nog zo’n dingen bedoeld om een 
Poëtische schok over te brengen alsmede een gevoel van onbehagen

Als Johan gaat pissen neemt hij de koerierstas van Deliveroo mee en
Wanneer hij terugkeert zegt hij dat onze vriendschap hem meer waard
Is en als ik hem antwoord dat mijn geld nu echt op is zegt hij dat geld 
Niet alles is en dat ik er een persoonlijke waarde moet aan toevoegen

Daarom schrijf ik met mijn met groene dichtersinkt gevulde dichters
Pen enkele zinnen op de groene koerierstas in een waas van écriture 
Automatique en achteraf blijkt dat daar zowaar geschreven staat
Wees steeds kuis in uw gemoed en begeer nooit iemands ondergoed

’t Is het proberen waard zegt Johan en hij bindt de tas op zijn rug om er
Mee naar huis te fietsen maar niet voor hij op zijn beurt in de draaideur
Blijven steken is en zelf trek ik naar de kamer in het Plaza om er dit 
Gedicht aan de persoonlijke waarden van René Magritte toe te voegen

Flor Vandekerckhove

Een kamer vol persoonlijke waarden op youtube !

donderdag 25 juni 2020

Alleen in de cinema


Op 1 juli gaan de cinema’s weer open, wat gepaard gaat met tal van beperkende coronamaatregelen. Is die beperking wel nodig, vraagt ge u af, als ge deze foto aanschouwt. Daarop ziet ge mij, zittend in de Groene zaal van mijn lievelingscinema. Het beeld dateert van 26 januari, vlak voor de avondvoorstelling van Adoration. Niemand heeft dan al van covid-19 gehoord. Mooie, bevragende film, Frans-Belgische co-productie. Géén volk.
Zie hem daar zitten, de oude, en terwijl hij daar zit, op z’n vaste plek, wachtend op de voorstelling, denkt hij aan de De zeer oude zingt van Lucebert, waarin: alles van waarde is weerloos. Hij weet niet waarom hij daar nu aan denkt, maar, zegt hij tegen zichzelf: ’t is in elk geval beter dan aan Johnny Halliday te moeten denken. Weet ge trouwens dat Johnny er vijftig jaar lang een geheime relatie op nagehouden heeft met Cathérine Deneuve? Ge zoudt haar dat niet toegeven hé.
Dit alles, omdat ik u kond wil doen van een merkwaardig fenomeen in mijn eigen filmwereld. Enkele dagen geleden post ik een filmpje op youtube. Daarop declameer ik Mijn vriend Hendrik Marsman en ik, een van mijn betere gedichten. Alhoewel het filmpje veel bekeken wordt, blijft het aantal views op 154 steken. Alles van waarde is weerloos, komt het daardoor? Ikzelf zou ’t bijgod niet weten.
Flor Vandekerckhove

Mijn vriend Hendrik Marsman op youtube

dinsdag 23 juni 2020

Over Ignaz Franz en Ignaz Franz (wij roepen uw hulp in)

— Flor Vandekerckhove en Dimer Geedts tijdens de opnames van Roem en doem in De grote Ruutten. Onderaan herkent u His Master's Voice, maar de vraag is: welkeen van de bovenaan ingekaderde Franzen inspireerde Dimer Geedts tot een sprankelend, nieuw muziekstukje ? —

De kans dat de naam Ignaz Franz u iets zegt, is klein, en ze zijn nochtans met twee. Op bovenstaande foto heb ik hen naast elkaar ingekaderd. De ene is een Duitser die van 1719 tot 1790 leeft en in kerkelijke kringen bekend staat als schrijver van liederen. De andere heet ten volle Heinrich Ignaz Franz Biber. Hij is een Oostenrijker (1644 - 1704) en ook hij schrijft kerkmuziek. 
Ik breng u van het bestaan van die twee op de hoogte, omdat mijn kompaan Dimer Geedts een stukje pianomuziek componeert, dat — allee, in aanvang toch, met name de eerste twee noten — geïnspireerd wordt door een hymne van, jawel, Ignaz Franz. Dat Te Deum vindt hij in een boek ten behoeve van de Protestant Epistocal Church en Dimer wijst me bovenaan het blad op een notitie, ‘pub c 1774 Vienna’, wat hem laat vermoeden dat het muziekstuk in een pub ontstaan is…. Met zijn telefoon haalt hij een afbeelding van de vermeende componist van ’t net. Alhoewel die, schijnbaar toch, méér haar heeft dan de Stones in hun topdagen, lijkt hij niet erg op een kroegtijger. (Bovenaan ingekaderd staat hij links.) Zelf denk ik daarom meer dat de notitie wil zeggen dat de muziek in 1774 in Wenen gepubliceerd werd. De ‘c’ in dat rijtje blijft wel een duistere kwestie. Mocht die voor componeren staan, of voor circa, dan moeten we de langharige Franz schrappen, want in 1774 ligt die al 70 jaar onder de zoden. Dan komt een andere Franz in ’t vizier, die dikkerd met z'n pagekopje. Maar zoals gezegd: ik weet niet wat die ‘c’ is en ik roep u, kenners, vol hartstocht op om mij uit mijn onwetendheid te bevrijden. Marc Celis, die zelf al eens muziek componeert, zegt me bijvoorbeeld dat ik niet te voortvarend mag zijn: 'Ik denk dat 'pub' staat voor publicatie en de 'c' voor circa het jaartal. Het kan werk van de overleden Franz zijn, dat pas rond 1774 werk gepubliceerd werd. Zo werd veel van Bach meer dan een eeuw na zijn dood gepubliceerd toen Mendelssohn hem vanonder het stof haalde.'

— De muziek en het gedicht die op 11 en 12 juli samen
uitgevoerd worden in De grote Ruutten. —
Hoe dan ook, weet dat Dimer Geedts en ik momenteel intens samenwerken aan  Roem en doem In de grote Ruutten. Een stuk dat uit een elf kwatrijnen tellend gedicht van mijn hand bestaat, op muziek van Geedts die zich dus ietwat heeft laten inspireren door een van die twee Franzen. Voorlopig weet alleen God welkeen. 
Wat u er geenszins van mag weerhouden om alreeds dit in uw agenda te noteren: ‘Op zaterdag 11 en zondag 12 juli gaat er een ‘gespreide en corona-veilige’ vernissage door in Galerie De grote Ruutten. Het betreft de opening van de tentoonstelling van Fred Delameilleure (schilderijen) en Patrick Storms (beelden). Op die twee dagen kunt u ook, telkens stipt om 18 uur en 20 uur, meegenieten van de première van ROEM EN DOEM IN DE GROTE RUUTTEN, een creatie van Ostend Social Club AVONDGENOEGEN, een nieuw gedicht van Flor Vandekerckhove op nieuwe muziek van Dimer Geedts.’
Flor Vandekerckhove

P.S/ Meer over de voorbereidingen van Avondgenoegen: klik hier en kijk daar.


— Op zaterdag 11 en zondag 12 juli gaat er een ‘verspreide en corona-veilige’ vernissage door in Galerie De Grote Ruutten. Het betreft de opening van de tentoonstelling van Fred Delameilleure (schilderijen) en Patrick Storms (beelden). Op die twee dagen kunt u ook, telkens om 18 uur en 20 uur, komen luisteren naar de première van ROEM EN DOEM IN DE GROTE RUUTTEN, een creatie van Ostend Social Club AVONDGENOEGEN, een nieuw gedicht van Flor Vandekerckhove op nieuwe muziek van Dimer Geedts. —

zondag 21 juni 2020

O Captain! My Captain!

Tot ‘t mooiste in een mensenleven behoort dat zeldzame moment waarop alles perfect is: het boek dat je leest, de boodschap die je aanspreekt, het weer, de sfeer, de dag die samen met het leven aanbreekt, het nog jonge lijf… Zo’n moment beleef ik wanneer ik voor het eerst Marsman lees, die tot me spreekt en zegt dat het in ’t leven niet om geldgewin gaat (De Vliegende Hollander), maar om ’t genot van ’t schrijven (de meermin).











Mijn vriend Hendrik Marsman

Aan Stefaan Pennynck

Als jongeman was ik met Hendrik Marsman in een roeiboot de zee op
Gegaan en terwijl ik met mijn jonge mannenarmen het scheepje de
Golven liet klieven luisterde ik naar mijn vriend die me liggend op zijn 
Rug het verhaal van kapitein Van der Decken voor aan het lezen was

Ons scheepje rook naar teerlucht en de hemel sneeuwde licht en terwijl
We door de golven kliefden kwam Van der Decken tot leven als De
Vliegende Hollander die voor eeuwig en altijd gejaagd door wind 
& winst een schip moest voeren dat nooit zijn haven vinden zou

Toen ontwaarde ik de zeemeermin die op een brulboei zat en ik 
Gebaarde Marsman dat hij kijken moest en met een ruk smeet hij 
Het boek weg en hij sprong meteen in zee om naar de brulboei toe te
Zwemmen en in de richting van de zeevrouw wendde ik de steven

Ons met haar handen wenkend sprak ze tot ons in woorden die Hendrik
En ik nooit eerder gehoord hadden en ze zei dat we haar niet voorbij 
Mochten varen en dat we naar haar toe moesten komen en dat is wat we 
Deden als waren we Odysseus’ crew maar dan zonder kaarsvet in de oren

En neen we voeren niet te pletter zoals dat nochtans in die verhalen gaat
Althans niet meteen en althans niet daar en alhoewel we de sirene met 
Ons meenamen werden we daar evenmin door Poseidon voor gestraft
Althans niet meteen en niet op de manier waarop ’t in die verhalen gaat

Niemand keek op toen Marsman en ik en onze zeemeermin er na thuis
Komst een gingen kraken en aan de toog werd spontaan een zeemans
Lied ingezet en de waard zei lachend dat het er eentje voor het huis was 
En dat wie zijn vrouw heeft meegenomen nooit te laat is thuisgekomen

Hendrik Marsman nam de meermin met zich mee en zelf ging ik mijn 
Eigen pad en toen ik zijn overlijden in 40 op zee vernam — den dood, 
Den dood tegemoet — dacht ik verkeerdelijk dat hij toch min of meer om
Wille van de meermin toch door Poseidon ter verantwoording geroepen was

Niet Poseidon maar oorlogstuig was het dat een eind’ aan Marsmans leven
Bracht net zoals hij dat zelf veel eerder al beschreven had in een voor
Spellend vers dat luidt De eenzame zwarte boot / vaart in het holst van den
Nacht / door een duisternis, woest en groot / den dood, den dood tegemoet

Met weemoed dacht ik weer aan dat heerlijke moment waarop Hendrik
Marsman en ik varend in onze boot De Vliegende Hollander lieten vallen
En resoluut voor de lok van de sirene kozen en ik weet dat Hendrik daar
Nooit spijt van heeft gehad en de meermin evenmin en ik nog ’t minst van al

Flor Vandekerckhove

Mijn vriend Hendrik Marsman op youtube! 

vrijdag 19 juni 2020

Facebook, een boekske vol kitsch en rechtse praat (wat misschien wel ’t zelfde is)

Nadat ik er eerst vele jaren bewust uit weggebleven was, sloot ik me enkele maanden geleden bij Facebook aan. Weifelend, maar in het besef dat het nuttig was om Ostend Social Club Avondgenoegen te promoten. Op mijn FB-pagina postte ik reclames voor en aankondigingen van optredens, en wees op ’t bestaan van mijn nieuwste verhalen en gedichten.
Corona gooide roet in ’t eten: reclame maken voor afgelaste voorstellingen was zinloos. Maar omdat ik nu toch in dat boek zat, ging ik bladeren. Schokkend! Mensen die ik kende, bleken zich daar als exhibitionisten te ontbloten. Als waren zij BV’s, en FB een van de gespecialiseerde boekskes, exposeerden ze zich omzeggens naakt op mijn scherm, brachten me met foto’s op de hoogte van hun eten, alsmede van hun liefdesleven, al dan niet vergezeld van sentimentele woordenkramerijen die ze probeerden als poëzie te slijten. 
Mijn weerzin nam alleen maar toe wanneer ik de, laat ons zeggen, maatschappelijke debatten in ’t vizier kreeg; veelal racistische praat van volksgenoten die slechter Nederlands schrijven dan menig allochtoon. Arm arm Vlaanderen!
Maar wat voor mij de deur echt dichtdoet is het ‘monumentendebat’. Daarin zie ik mij bekende schrijvers, onderwijzers, kunstenaars en intellectuelen front vormen met ambtenaren en politici om ‘ons patrimonium’ te beschermen. Ze komen in verzet tegen ‘barbaren’ die in een wereldomvattende storm van directe actie de symbolen van het kolonialisme belagen. De activisten stoten in FB op een intellectuele club die het sneuvelen van de (eigen) ruiten belangrijker vindt dan (andermans) doden. Ik moet aan Marx denken: ’De bourgeoisie van de ganse wereld kijkt zelfgenoegzaam naar de massaslachting (…), maar is ontzet over de beschadiging van wat stenen en cement.’
Overwelmd door plaatsvervangende schaamte gooi ik de (Face)boeken toe! Ik keer terug naar mijn uitgangspositie en gebruik FB alleen nog als middel om m’n verhalen en optredens bekend te maken. Voor de rest geef ik gaarne toe dat het aantal daadwerkelijke lezers van mijn poëzie, dank zij FB, verdubbeld is, méér dan verdubbeld zelfs. Waar het er eerst vier waren, zijn ’t er nu tien. Al moet ik daar meteen aan toevoegen dat die 10 ietwat overschat is.
Flor Vandekerckhove

Neen, dan liever youtube !

woensdag 17 juni 2020

De angst voor de dood verontrust me (Timor mortis conturbat me)

— Rexroth met een
soort coronakapsel. —

Kenneth Rexroth↗︎ (1905-1982) is welgeteld vijf jaar naar school geweest, maar wát een dichter is die man zeg!  Hij inspireert de beatgeneratie↗︎ dusdanig dat hij er een eretitel aan overhoudt: Godfather of the beats, en wie het beroemde Howl↗︎ van Allen Ginsberg kent, zal het bij ’t lezen van Thou Shalt Not Kill niet ontgaan dat de opperbeat eerst langs Rexroth gepasseerd is.
Thou Shalt Not Kill is een lang gedicht, te lang zelfs om het vergezeld van de vertaling in één tekstdocument te vatten, althans door een kluns als ik. Het telt vier ongelijke hoofdstukken en ik probeer nu tekst + vertaling in vier opeenvolgende documenten af te drukken. Dat ik elk ervan vooraf kan laten gaan door een ietwat verhelderende inleiding is dan weer een voordeel.
Kenneth Rexroth schrijft het gedicht n.a.v. het heengaan van Dylan Thomas↗︎, notoir dichter en zuipschuit; her en der wordt het gedicht trouwens gepresenteerd als A Memorial for Dylan Thomas. In Thou Shalt Not Kill uit Rexroth zijn woede over een systeem van ‘macht, geweld en dood’ dat de dichters dusdanig marginaliseert dat ze er, zoals Dylan Thomas, aan ten onder gaan. Het lezen van dit eerste hoofdstuk wordt gemakkelijker als je weet dat Stephen op de Heilige Stefanus slaat, Laurence op Sint Laurentius en Sebastian op de Heilige Sebastiaan. Wikipedia leert je meer over die mannen (fv)




Hoger zei ik al dat Kenneth Rexroth zich omwille van zijn invloed op de beatgeneratie de Godfather of the Beats mag noemen. Daar ga ik iets aan toevoegen wat niemand eerder ooit vernomen heeft. Rexroths invloed reikt ook tot bij mij, vooral wanneer ik met de Ostend Social Club Avondgenoegen poëzie & muziek samenbreng. Rexroth is immers een pionier in het uitvoeren van poëzie met muzikale begeleiding. Op ’t net staat een plaatopname van Thou Shalt Not Kill, ik plaats de link straks onder het vierde hoofdstuk, je moet daar dan zeker eens naar luisteren. Maar zover zijn we bijlange niet: eerst het tweede hoofdstuk. Daarin betreurt Rexroth de voortijdige dood van een aantal Amerikaanse dichters die elk bondig herdacht worden. Wie meer wil weten over elk van die dichters die hij in dit hoofdstuk vernoemt kan terecht bij https://genius.com/Kenneth-rexroth-thou-shalt-not-kill-annotated. Elke strofe eindigt met een Latijnse regel: ’De angst voor de dood verontrust me’. (fv)

In het derde hoofdstuk breidt Rexroths zijn reeks uit tot een wereldwijde opsomming: ‘Over de hele wereld / Maait dezelfde hand zonder lichaam / Ons neer.’ Dat zijn visie wereldomvattend is mag merkwaardig lijken voor een Amerikaan, maar Rexroth is ook telg van een Amerikaanse linkerzijde die internationalisme hoog in het vaandel draagt. Uit zijn autobiografie haal ik een verhelderende passage: ‘Ik geraakte helemaal in de ban van Geraldine Udell, die de Radical Bookshop leidde. [...] Met haar had ik lange discussies over die revolutie die toen zo dichtbij leek en over anarchisme, bolsjewisme, syndicalisme versus socialisme, federalistisch anarchisme versus syndicalisme, Alexander Berkman versus Lenin en Trotski, en Herman Gorter versus allemaal. Het lijkt misschien academisch nu en heel ver weg, maar dat was het toen niet; in die tijd was het leven en dood voor ons.’ (fv)

In het laatste deel, waarin de dichter zich op de dood van Dylan Thomas concentreert, hekelt hij de beau monde: Jij schoot hem in het achterhoofd / Terwijl hij in de laatste kelder struikelde./ Jij hebt hem vermoord, / Goedaardige Dame op de postzegel. / Hij lag dood op een progressieve wekelijkse lunch. / Hij werd dood aangetroffen op de vloer van de operatiezaal./ Hij werd dood aangetroffen op een Time-beleidsconferentie. / Henry Luce vermoordde hem met een telegram naar de paus. / Mademoiselle wurgde hem met een gewatteerde beha. / Old Possum besprenkelde hem met een theebal.(…) En alle vogels van de diepzee stijgen / Boven de luxe lijnschepen en schreeuwen, / ‘Jij hebt hem vermoord! Jij hebt hem vermoord./ In je verdomde Brooks Brothers-pak, / Jij klootzak.’
En ten slotte nog dit. Ik besef dat er nog veel aan mijn vertaling verbeterd kan worden (en ook aan de vormgeving van de vier ongelijke delen). Ik beschouw het als een work in progress. Ik werk er verder aan en sta open voor suggesties. (fv)

Rexroth is een pionier in het uitvoeren van poëzie met muzikale begeleiding. Bovenstaand gedicht, Thou Shalt Not Kill, werd op plaat gezet. Je kunt er hier naar luisteren:


maandag 15 juni 2020

‘De middenstand regeert het land’ (Gorki)



Het nest waaruit ik stam is er een van winkeliers, mijn ouders hebben geen opleiding, geen diploma, geen geld en kennen geen vak. Een vetpot is het nooit geweest, maar geholpen door de trente glorieuses↗︎ slagen ze er toch in om zich van een broodwinning te verzekeren. Wat ook helpt is dat ze slim, werkzaam en ondernemend zijn en dat mijn vader een plantrekker is. (Alleen die laatste kwaliteit heb ik geërfd.) Dat zoiets een scheve manier van denken genereert heb ik eerder al beschreven in Gauw!, een boek over mijn twaalf eerste levensjaren. En ’t is over die scheve manier dat ik het nu even wil hebben.
Ik lees al vroeg de krant. Er is in die tijd ook niets anders: geen internet, geen televisie, geen geld om aan de pas ontluikende jeugdcultuur↗︎ te participeren, er wordt niet gereisd. Alleen de krant. Het is 1960-61, ik ben elf, twaalf jaar. In die krant lees ik over het verzet tegen de Eenheidswet↗︎: er vallen doden, er sneuvelen winkelruiten. Vader windt zich danig op: die gesneuvelde winkelruiten! Voor het eerst verneem ik dat men zich meer kan opwinden over het sneuvelen van (eigen) ruiten dan om (andermans) doden.
Veel later… In de jaren tachtig moet ik weer aan vaders scheve manier van denken… heu denken. In het Verenigd Koninkrijk gaat premier Margareth Thatcher↗︎ frontaal in de aanval tegen de vakbonden. Er vallen doden, er sneuvelen ruiten. En in haar speeches herken ik vaders verontwaardiging: gesneuvelde winkelruiten! In haar biografie verneem ik hoe dat komt: Margareth is een kruideniersdochter. Godver, denk ik, telkens ik haar tekeer hoor gaan, de middenstand regeert zowaar het land. En nu moet ik er weer aan denken. Terwijl ik dit schrijf waait een stormwind van directe actie over de wereld. Moordend optreden van de Amerikaanse politie roept wereldwijd protest op. In een storm van directe actie sneuvelen standbeelden. Alhier heeft men het vooral op Leopold II gemunt, coryfee van het kolonialisme. De sociale media worden overspoeld door lieden die zich danig opwinden: ‘ons patrimonium’ wordt belaagd. Weer moet ik aan mijn vader denken: gesneuvelde ruiten! En waar ik ook moet aan denken is aan die cynische regel uit de song van Luc De Vos: De middenstand regeert het land / beter dan ooit tevoren.















In Gauw! vertel ik in 102 bladzijden het verhaal van mijn kindertijd in Bredene. Hoe heb ik die jaren 50 ervaren? Hoe wordt een kind in die tijd opgevoed? Het boek (e-boek, PDF of ePUB) is gratis en wordt meteen opgestuurd naar elkeen die erom vraagt. Mail naar liefkemores@telenet.be.








zaterdag 13 juni 2020

Dode Kafka bij de koffie



Ooit dacht ik dat het een zaal was waar ik doorheen moest zien 
Te komen maar nu blijkt het een blad te zijn waarop een indruk
Wekkend lange namenlijst voorkomt waar ik onderuit moet zien 
te komen ook al ziet u daar op ’t eerste gezicht geen reden voor

[En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald 
En]

Voor het zover komt dat iemand mijn naam aan die lijst wil toe
Voegen baan ik me een weg naar ’t einde van het blad en mijn 
Pen glijdt onhoorbaar over de namen terwijl ik er goed op let dat 
Ik me niet bekend maak en mijn eigen naam niet op dat blad schrijf

[En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald 
En]

Onderweg bots ik al eens op een naam die me bekend is en die 
Ik wil negeren en alhoewel mijn pen voorts over dat blad wil 
Glijden neem ik eerst die naam tot mij en luister naar diens nare
Mare die me onomwonden meedeelt dat Franz Kafka dood is.

[En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald 
En]

Toch haal ik ’t einde van de lijst en daar zie ik een uitroepteken
Staan dat zich tussen mij en dat einde in wringt en mijn pen blijft
Eraan haken tot ik begrijp dat mij daar moed wordt toegewenst
En dat men me daar nogmaals ongevraagd zegt dat Kafka dood is

[En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald 
En]

Daarna schrap ik kordaat dat uitroepteken en ik draai het blad om 
Om op de ommezijde onverwachts op het vervolg van de namen
Lijst te stoten of van weer een nieuwe lijst waar ik weer onderuit 
Moet zien te komen al is daar wellicht niet eens een reden voor

[En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald 
En]

Dat is het moment waarop ik besef dat er geen einde komt aan
De namen die op zo’n lijsten neergeschreven staan en dat ik net 
Als Sisyphus mijn steen de berg oprol en net wanneer ik er de brui 
Aan geven wil hoor ik Kafka zelve roepen dat de koffie klaarstaat

[En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald 
En]

Terwijl de luchten zich met koffiegeur vullen beslis ik om mijn
Pen toch weer ter hand te nemen en die over de namenlijst 
Op de achterkant van ’t blad te laten glijden want waar ik zonder
Twijfel onderuit moet zien te komen is dode Kafka bij de koffie

En de koffiebonen branden en de koffiemolen maalt 
En de percolator pruttelt er wordt suiker uitgehaald
En de kopjes staan te wachten en de melk staat uitgestald

Flor Vandekerckhove

Dode Kafka bij de koffie op youtube