zaterdag 30 april 2022

Goede raad


In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 

Nog 148 te gaan, dit is nummer 52. (fv)



148 — Zwijgzaam — Hij ging bij zichzelf te rade. Zwijgzaam als hij was zeiden ze geen van beiden iets. Gesterkt trok hij daarna weer verder. (Flor Vandekerckhove)


Zwijgzaam op YouTube 

www.youtube.com/watch?v=JgToOPtQ6Ww

[74]

vrijdag 29 april 2022

Dave Van Ronk, Édouard Louis, Ken Loach… en ik

— Links: de memoires van Dave Van Ronk (†), midden: een conversatie tussen Ken Loach en Édouard Louis, rechts: autofictie van Flor Vandekerckhove. —


Ken Loach, Édouard Louis en Dave Van Ronk (†) zijn cultuurdragers en ze dragen het hart links. Doordat we dezelfde politieke komaf delen, voel ik me met hen verwant. (°) Hebben we voor de rest nog iets gemeen? Wat me meteen opvalt: bij tijd en wijle stappen die drie uit het reguliere culturele circuit waarvan ze nochtans afhangen om hun bete broods te verdienen. Édouard Louis zegt daarover in Dialoog over kunst en politiek (°°): 
Cultuur — de legitieme cultuur — wordt toch in de eerste plaats bepaald door de schrijnende afstand tussen degenen die er wel en degenen die er geen toegang tot hebben?
’t Is daaraan dat je linkse cultuurproducenten herkent en niet — het verwondert je misschien — doordat ze per definitie ‘linkse verhalen’ zouden vertellen.
De verbeelding ontsnapt aan iedere dwang en laat zich buigen noch wringen. Aan degenen die ons een discipline op willen dringen antwoorden wij: volkomen ongebondenheid voor de kunst. (°°°)
’t Zijn woorden uit een manifest van André Breton en Leon Trotski. In de fifties verkiest Trotski’s geestesgenoot, singer-songwiter Dave Van Ronk↗︎, zelfs expliciet om géén linkse verhalen te schrijven:
Zelf was ik altijd bereid om naar een meeting, demonstratie of benefiet voor dit of dat te gaan, en daar mijn liedjes te zingen, maar ik heb heel weinig politiek materiaal gedaan. Het paste niet bij mijn stijl en ik heb nooit het gevoel gehad dat ik het overtuigend deed. Ik had gewoon niet dat soort stem of dat soort présence. Bovendien: hoewel ik een zanger ben en stevige politieke opvattingen heb, voelde ik aan dat mijn politiek niet relevanter voor mijn muziek was dan ze dat zou zijn voor het werk van een andere vakman. ’t Is niet omdat je een meubelmaker bent en links, dat je linkse kasten moet maken. (°°°)
Dat zegt ook Ken Loach:
Kunst zou moeten zijn wat ze wil zijn. Ze zou moeten zijn wat de verbeeldingskracht voortbrengt, nietwaar. Als je zegt ‘kunst zou zus moeten zijn’ of ‘kunst zou zo moeten zijn’ dan help je volgens mij de creativiteit om zeep.
Wat Édouard Louis↗︎, Ken Loach↗︎ èn Dave Van Ronk dus in eerste instantie gemeen hebben is dat ze hun werk bij tijd en wijle aan het reguliere circuit onttrekken. Édouard Louis: 
Ik zie dat niet als iets extra’s, als een activiteit naast het creatieve proces, maar eerder als een methode, een algemene ethiek van het creëren — een altruïstische, strijdlustige ethiek, die tot doel heeft op zoveel mogelijk plaatsen rechtvaardige ideeën te lanceren.
Ook Ken Loach leidt zijn producten naar plekken buiten het reguliere circuit. Voor I, Daniel Blake en Sorry We Missed You, zegt hij:
(…) hebben we voorstellingen georganiseerd voor gemeenschappen die minder toegang tot de bioscoop hebben, de film is vertoond in vergaderzaaltjes van vakbonden, zelfs in kerken en in ruimtes boven pubs, plaatsen waar het mogelijk was films gratis te zien; ook hebben we entreegeld gedoneerd om een politieke campagne en een filantropisch project te ondersteunen, allemaal in regio’s en steden waar de mensen niet naar filmhuizen gaan (…) Er werden bijna zevenhonderd van dergelijke voorstellingen georganiseerd toen I, Daniel Blake uitkwam. En dat is een volledig nieuw gegeven, eerst gebeurde zoiets niet, zie je, een film buiten een bioscoop vertonen, dat is geweldig.
Met hen deel ik dat verlangen. Zij doen het door hun werk naar meetings, demonstraties of benefieten te brengen, hun werk te declameren in vergaderzaaltjes van vakbonden, in kerken en in ruimtes boven pubs… Mij tref je daarentegen nergens aan, ik ben een luie donder (niet dat ik ergens gevraagd word hoor.) Mijn manier heet De Weggeefwinkel, iets wat anarchisten me geleerd hebben. (En 't scheelt natuurlijk ook dat ik een pensioentje heb en voor mijn inkomen niet van de verkoop afhankelijk ben.) Wat ik met De Weggeefwinkel bereik heeft uiteraard niet de impact van Dave Van Ronk, Édouard Louis en Ken Loach; dat zijn grote kunstenaars — Over Van Ronk hebben de Coen brothers een film gemaakt, Édouard Louis is een literaire ster, Ken Loach is een gelauwerde van Cannes — en ik ben een minor writer, maar wie doet wat hij kan…
Flor Vandekerckhove↗︎



(°) Édouard Louis in DS (23 april 2022): ‘Zelf sta ik dicht bij Jean-Luc Mélenchon en Philippe Poutou (…) Als scholier was ik lid van de Nouveau Parti Anti-Capitaliste, maar dat was niet altijd makkelijk. Ik heb moeite met de collectieve dynamiek in een partij (…)’. Voor Ken Loach: https://florsnieuweblog.blogspot.com/2018/04/handen-af-van-ken-loach.html. Voor wat betreft Dave Van Ronk: https://www.wsws.org/en/articles/1998/05/dvr-m07.html

(°°) Édouard Louis & Ken Loach. Dialoog over kunst en politiek. Vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. 68 pp. De Bezige Bij A’dam. 2021.

(°°°) https://www.marxists.org/francais/trotsky/oeuvres/1938/07/lt19380725c.htm

(°°°°) Dave Van Ronk: The Mayor of MacDougal Street. Da Capo, 2005. Het boek werd na het overlijden van Dave afgewerkt door Elijah Wald. De Coen Brothers gebruikten deze memoires als hun voornaamste inspiratiebron bij het maken van de film Inside Llewyn Davis (2013). Iets wat de cover van het boek dan ook met trots vermeldt.







In Gauw! vertel ik in 113 bladzijden het verhaal van mijn kindertijd in Bredene. Hoe heb ik jaren 50 in Vlaanderen ervaren? 
Het boek is gratis (e-boek, PDF, inmiddels al de derde, geheel herziene editie.) Nu ook met een voorwoord van Rolf Hofman. 
Het wordt meteen opgestuurd naar elkeen die erom vraagt, het is een geschenk. 




Geniet van de efficiënte distributie van De Weggeefwinkel. Vraag naar het boek via liefkemores@telenet.be↗︎.

donderdag 28 april 2022

Ik zoek een andere dierenarts



Helemaal onderaan deze post staat een YouTubefilmpje, je mag dat niet overslaan. De creatie van zo’n driezinnenverhaal volgt immers een merkwaardig stramien. Eerst is er een inspirerende zin, daaruit ontwikkelt zich het verhaal. Daarna zoek ik een passend beeld voor het filmpje dat ik van elk verhaal maak. Dat beeld wordt vervolgens méér dan alleen maar illustratie: het verhaal plooit er zich naar, het wordt herschreven! Het beeld ziet zich opgewaardeerd: van illustratie tot inspiratie! Daardoor komt het ook dat onderstaand filmje een ereplaats verdient. Trouwens… Daar valt ook te horen dat ik vorderingen maak in het spelen op de strumstick.
Verwarring maakt deel uit van een project. In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Nog 149 te gaan, dit is nummer 51. 


149 — Verwarring — Onderweg naar de dierenarts om daar mijn kater Polleke te laten castreren, stoot ik voor diens deur op een indrukwekkende kattin. De situatie brengt me in verwarring en ik keer onverrichter zake terug naar huis. (Flor Vandekerckhove↗︎)


Verwarring op YouTube

www.youtube.com/watch?v=_dtRxCsblh0

[90]

woensdag 27 april 2022

Op zoek naar m’n Gentse roots (IX)

— Henri Hofman en Coralie Van Dersteene, mijn overgrootouders —


Langs vaders kant ben ik puur West-Vlaams, langs moeders kant ben ik voor de 100 procent Gents. Omdat ik van die Gentse kant weinig afweet (en omdat mijn kinderen en kleinkinderen ook alweer Gentenaars zijn) ga ik in Gent op zoek naar mijn roots. Ik heb daar eerder al tal van stukjes over gepost, dit is nummer negen: maak kennis met de Hofmans.
In het archief van Henriette De Clercq↗︎, mijn moeder, zitten afbeeldingen van Henri Hofman en Coralie Van Dersteene. Dat koppel bevindt zich in haar fotoboek prominent vooraan. Ik vermoed dat het haar grootouders zijn, ouders van mijn meter Adelaïde (Aline) Hofman↗︎. Erwin Georges Ceriez, die zich de moeite getroost in die stamboom te klimmen, bevestigt: 
Adelaïde Adolphina Joanna Hofman, geboren in Gent op 3 september 1893 (†Oostende, 2 november 1977) is inderdaad de dochter van Henri en Coralie. Ze heeft twee broers: ‘Camille (°Gent, 25 oktober 1888 - †Gent, 26 april 1959) en Joseph (°Gent, 5 februari 1887 - Gent, †22 april 1956). 
Camille en Joseph zijn bijgevolg ooms van mijn moeder. Aan die nonkels houd ik geen herinneringen over, aan hun weduwen wel. Tante Romanie blijkt Maria Romania Seghers te heten, ze is de weduwe van Camille. Tante Marie is weduwe van Joseph en woont met haar ongehuwde dochter Stefanie in een noodwoning, wijk van soortgelijke woningen die (na WO II ?) opgetrokken worden; ik herinner me die wijk die, denk ik, zelfs in de jaren zeventig nog bestond. Ik herinner me de drie zoons van Camille Hofman, neven van mijn moeder: Henri, Frans en Kamiel. De zoons van Kamiel (Willy†) en Frans (Freddy) herinner ik me zeker. Met Freddy heb ik nu zelfs, na 60 jaar onderbreking, weer contact, dat kun je hier↗︎ zien. Wie ik me ’t best van al herinner is het kinderloze koppel Henri Hofman en Florine Van Loo, zij krijgen een apart stukje. Kortelings op dit scherm.
Flor Vandekerckhove↗︎








In Gauw! vertel ik in 113 bladzijden het verhaal van mijn kindertijd in Bredene. Hoe heb ik jaren 50 in Vlaanderen ervaren? Het boek is gratis (e-boek, PDF, inmiddels al de derde, geheel herziene editie.) Nu ook met een voorwoord van Rolf Hofman. Het boek wordt meteen opgestuurd naar elkeen die erom vraagt, het is een geschenk. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het wordt u meteen toegestuurd.

dinsdag 26 april 2022

In de taal van de woepgaai


In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 

Nog 150 te gaan, dit is nummer 50. 

Helemaal onderaan deze post staat een YouTubefilmpje, je mag dat niet overslaan. De creatie van zo’n driezinnenverhaal volgt immers een merkwaardig stramien. Eerst is er een inspirerende zin, daaruit ontwikkelt zich het verhaal. Daarna zoek ik een passend beeld voor het filmpje dat ik van elk verhaal maak. Dat beeld wordt vervolgens méér dan alleen maar illustratie: het verhaal plooit er zich naar, het wordt herschreven! Het beeld ziet zich opgewaardeerd: van illustratie tot inspiratie! Daardoor komt het ook dat onderstaand filmje een ereplaats verdient. Trouwens… Daar valt ook te horen dat ik vorderingen maak in het spelen op de strumstick; dus daarom alleen al. (fv)



50 — Woep — De woepgaai die als enige de vloed overleefd had, vertelde in zijn eigen woorden wat er gebeurd was. Woep woep woep woep woep woep woep woep woep woep woep woep! Zelf schreef ik nauwgezet zijn woorden op. (Flor Vandekerckhove)


Woep Op YouToep

www.youtube.com/watch?v=4ft9vjhx4m4

[26]

maandag 25 april 2022

Eric Corijn: een links abracadabra



De baard zei het destijds al in zijn kritiek op Feuerbach↗︎: in de wereld van de ideeën heerst van oudsher rechts. Dat was in het verleden zo, dat is nu nog altijd zo en ’t is heel zeker nog altijd zo in Vlaanderen. In zijn boek (°) onderzoekt Eric Corijn↗︎ nauwgezet hoe dat rechtse overwicht doorheen de tijd evolueert en hoe het er vandaag te onzent concreet uitziet. 
De Vlaamse antwoorden (…) blijven overwegend rechts. En bovenal: er is geen duidelijk ‘cordon’ tussen wat lang de centrumrechtse mainstream is geweest en het autoritaire uiterst rechtse vertoog.’ (…) ‘Mark Elchardus (…) poogt de resten van de sociaal- en christendemocratie in dat project te betrekken (…)
En verder:
Van Grieken, De Wever, Elchardus: ze gaan allen op zoek naar een herstart, een reset. Het maatschappelijk project van links — en welke structuurhervormingen daarvoor nodig zijn — blijft vooralsnog mistig.
Ziedaar het rechtse overwicht. Dat wil uiteraard niet zeggen dat men ter linkerzijde niet nadenkt. Eric Corijn draagt z’n boek (°) aan zo’n kransje linkse Vlamingen op: Gie Goris, Lieven De Cauter, Thomas Decreus, Sacha Dierckx, Eric Goeman, Nina Henkens, Dirk Holemans, Meryem Kanmaz, Ico Maly, Vincent Scheltiens, Karel van den Broek, Wim Vermeersch, Jelle Versieren, Dominique Willaert… In dat kransje neemt Corijn zelf een uitgesproken positie in en hij is niet beschroomd om aan zijn maten juiste vragen te stellen: 
Indien men de gedeelde sociale doelstellingen (…) wil realiseren, kan dat dan met het behoud van de heersende economische logica? (…) Het lijkt wel of iedereen daar vandaag volmondig ‘ja’ op antwoordt, terwijl dat mijns inziens hypocriet schuldig verzuim is. Aan die ‘ja’ maakt eenieder zich schuldig die het heersende systeem niet in vraag stelt. Ziedaar alvast een grondig meningsverschil, met een scherpe ethische conclusie. Zeker een antagonisme waard.
Corijn is dus een uitgesproken antikapitalist, maar ook binnen het antikapitalisme is zijn positie uitgesproken. In zijn boek heet het al op pagina 17 van:
De arbeidersbeweging heeft het onderspit gedolven.
En op ’t einde:
Historisch is de linkerzijde ervan uitgegaan dat de arbeidersbeweging in staat zou zijn om nieuwe uitdagingen en nieuwe strijdperken mee op te nemen. Dat is onjuist gebleken.
Dat zijn boude beweringen. De arbeidersbeweging is een huis met vele kamers en het verhaal is niet voorbij. ’t Is waar dat oude bolwerken aan de eurocentrische blik ontsnapt zijn, en ’t is ook waar wat Enzo Traverso hier↗︎ zegt: ‘Het geheugen van links is een uitgestrekt terrein dat uit overwinningen en nederlagen bestaat: de eerste opwindend, maar in de meeste gevallen ook vluchtig, de tweede veelal duurzaam.’  Maar er groeien ook hier weer nieuwe loten, met vragen die om nieuwe antwoorden van de arbeidersbeweging schreeuwen. Die nieuwe antwoorden zijn geen evidenties, maar waren de oude dat dan wel? Het lijkt me meer dan zinvol om ook vandaag aan de boom van de arbeidersbeweging te schudden, bijvoorbeeld in debatten waaraan linkse intellectuelen als Eric participeren. (°°) 
Corijn zoekt zijn heil evenwel elders: 
Een Europese stedenpartij met een ecologisch programma zou in staat zijn om de huidige neoliberale hegemonie te betwisten. Het lijkt de enige uitweg voor de brede historisch stroming van het socialisme die na de vele mislukte experimenten in de twintigste eeuw in de lappenmand ligt.
Dat standpunt valt te begrijpen. Wikipedia schrijft dat Corijn in 1998 de titel van doctor in de sociale wetenschappen behaalt, waarbij stad & verstedelijking z’n ding is. Hij is oprichter van de academische onderzoeksgroep Cosmopolis die onderzoek verricht naar stedelijke en ruimtelijke planning. Hij wil zijn knowhow inzetten in een links project dat over de universiteitsmuren heen springt. Heeft dat kans op slagen? Wel, the proof of the pudding is in the eating. Of zoals Corijn het zelf zegt:
Wat we nodig hebben is een links abracadabra!, (…) Een vriend vertelde me dat de term uit het Aramees stamt. In die taal betekent ‘abracadabra’ letterlijk abra: hij heeft gedaan, cadabra: zoals hij heeft gezegd.

(°) Eric Corijn. Vlaanderen, ontwaak! Tegen de grondstroom. 2022. 237 pp. Uitg. Ertsberg. €22,50.
(°°) Momenteel lees ik een interessant boekje waarin een linkse intellectueel van de oude soort en een van de nieuwe lichting met elkaar in gesprek gaan; het ziet er niet naar uit dat zij de arbeidersbeweging daarbij links laten liggen. Édouard Louis & Ken Loach. Dialoog over kunst en politiek. Vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. 68 pp. De Bezige Bij A’dam. 2021. (Ik post er eerstdaags een stukje over.)

zaterdag 23 april 2022

De vijfde Beatle

In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 

Nog 151 te gaan, dit is nummer 49. 

Zoals dat altijd het geval is, verschijnt ook Martha eerst in De Laatste, daarna komt het wellicht in een e-boekje terecht, bijvoorbeeld in ‘200 driezinnenverhalen’. Dat boekje wordt dan uitgegeven door De Lachende Visch en gedistribueerd via De Weggeefwinkel; de promotie gebeurt door het beruchte non-bureau Reclame Is Onze Enige Kwaliteit.



151 — Martha — In een FB-groep die zich aan The Beatles wijdt, discussieert men over wie zich ‘de vijfde Beatle’ mag noemen. Tot mijn verwondering vernoemt niemand Martha, hond van Paul McCartney. Toch weerhoud ik mezelf ervan iets over Martha toe te voegen aan de 1654 commentaren. (Flor Vandekerckhove)



Martha op YouTube

www.youtube.com/watch?v=pkS3eZaGDIs

[39]

vrijdag 22 april 2022

Rock ’n roll Oostende, het boek



De eerste zin die m’n levensgezellin ooit tegen mij zei luidde als volgt: ‘Rock ’n roll en opera staan dichter bij elkaar dan je denkt.’ Dat komt doordat ik in haar de rocker herkend had en zij in mij iemand die het meer van Wagners Walküre↗︎ moest hebben. Waarna ze me in de wereld van de rock (verder R&R) introduceerde, iets wat tot vandaag voortduurt. Ben ik blij om, zo heb ik nog maar onlangs Ed Sanders↗︎ leren kennen, schrijver, dichter, muzikant, uitvinder van instrumenten en strumstickspeler; instrument dat ik nu zelf ter hand neem — ik die nooit eerder muziek gemaakt heb! — ge moet hier↗︎ zeker eens naar me luisteren, ge zult toegeven: er zit iets in (maar wat?)
Hoe het er in de Oostendse scene aan toegaat, leer ik (
hier↗︎ & daar↗︎) al bladerend in de boeken van Frank Vermang. Die gaan vooral over muziek en de daaraan gekoppelde uitgaanswereld, maar wat ik van hem wil weten is of R&R ook nog voor iets anders staat. Vermang moet niet lang nadenken voor hij antwoordt:
De benaming is bekend geworden als muziekgenre, maar intussen staat die voor een levenshouding. Wat die inhoudt is wellicht voor iedereen anders, maar een aantal ingrediënten mogen niet ontbreken: een snuifje rebellie, een flinke geut persoonlijke vrijheid, een stevige scheut ‘je-men foutisme’… Die levensstijl vind je ook in andere kunstvormen. Meer, zelfs: zonder R&R geen kunst! De Oostendse kunstschilder Luc Martinsen↗︎ is onbetwistbaar R&R, de alhier aangespoelde acteur Sam Louwyck is dat eveneens. Ensor↗︎? Spilliaert? Herr Seele? Kama? Absoluut! De stad Oostende is zélf R&R. Dit was hier eeuwenlang een strategische en internationale haven, met een bijpassend zootje van vrijbuiters, geuzen, vissers en artiesten van allerlei pluimage. Dat laat sporen na in het DNA van een stad.
Ik weet niet of dat laatste wel klopt, ’t is iets om over na te denken. Dan herinner ik me mijn mini-essay uit 2015, dat cirkelt rond de vraag wat de Oostendse winkeliers zo verschillend maakt van hun soortgenoten te lande, ge moet er hier↗︎ eens naar kijken, misschien heeft het met dat DNA te maken, misschien zijn Oostendse winkeliers wel verdoken rockers.
Ik keer terug naar Franks boek. In de nieuwe editie (°) staan meer kleurenfoto’s, er is een leeslint, sommige stukken werden grondig herwerkt, het boek telt meer bladzijden en ’t weegt zwaarder, ook figuurlijk. Vermang zegt er zelf over: 
In de vorige editie liet ik me nog inspireren door de levensloop van Dubbe↗︎, dat was eigenlijk niet zo’n goed idee, Oostende heeft meer te bieden. Dus heb ik de evolutie van de stad nu hoofdstuk na hoofdstuk uitgebreider beschreven. Ik ging opnieuw praten met mensen om nieuwe gegevens toe te voegen, zo had ik een lang gesprek met Arno, net voor zijn tweede opname in het ziekenhuis. De nieuwe editie vermeldt de nieuwe groepen en ik heb het ook over Covid, de impact op de muziek is immers gigantisch.
Het heeft van Vermang de specialist ter zake gemaakt. In Oostende werkt hij daardoor mee aan de expo Tournée littorale↗︎ en aan Babbelbanken↗︎. Media contacteren hem als R&R-kwesties ter sprake komen, op Radio Noordzee verzorgt hij een rubriekje, men weet hem te vinden voor een voordracht… Niet slecht voor iemand die ooit probeerde basgitaar te spelen, maar er naar eigen zeggen te weinig talent voor had: ‘maar door jarenlang in allerhande groepjes te spelen hield ik wel de vinger aan de pols van de Oostendse muziekscene.’
Flor Vandekerckhove↗︎

(°) Frank Vermang. Oostende. Rock ’n Roll. De geschiedenis van de Oostendse muziekscene. Van 1955 tot 2021. Van A(Arno) tot Z. 384 pp. 2021. Eigen uitgave. Nog enkele exemplaren te koop bij de Oostendse boekhandels ‘De Witte Zee’ en Corman, kledingzaken ‘Ferm’, platenzaak ‘Compact Center’ en café Manuscript. 25 €.

donderdag 21 april 2022

'Hij gaf Hem de vinger, sprak en zeide…'



In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 
Nog 152 te gaan, dit is nummer 48. 


152 — Vinger  — Op de dag dat hij 73 werd vroeg de Here hem wat hij hier op aarde nog liep te doen. Hij gaf Hem de vinger, sprak en zeide: ik heb nog een verhaal te schrijven. (Flor Vandekerckhove)

woensdag 20 april 2022

Nick Cave: computers mankeren het lef

Nick Cave in België (1986, foto Yves Lorson), rechts het boek van futuroloog Harari.




Kunstmatige intelligentie oftewel artificial intelligence (verder AI) is het vermogen van machines om intelligent gedrag te vertonen. In The Red Hand Files↗︎, blog van Nick Cave, vraagt ene Peter: ‘De menselijke verbeelding het laatste stukje wildernis zijnde, denk je dan dat AI ooit in staat zal zijn om een goede song te schrijven?’
In zijn antwoord verwijst Cave naar 21 Lessons for the 21st Century↗︎, van Noah Harari↗︎, boek dat ik in hoofding naast een geurend potje koffie afdruk. Daarin stelt de futuroloog dat AI veel menselijke arbeid overbodig zal maken, ook songwriting. AI zal in staat zijn om songs te creëren exclusief afgestemd op onze eigen algoritmen. Wie verdrietig is en zich gelukkig wil voelen, luistert gewoon naar een met AI op maat gemaakt liedje en klaar is kees. Maar, zegt Cave: 
Ik weet niet zeker of dit alles is wat songs doen. Natuurlijk luisteren we naar liedjes om iets te voelen - vreugde, verdriet, seksuele opwinding, heimwee of wat ook - maar dat is niet alles. Een geweldig nummer doet meer, het vervult ons met ontzag.
Hoezo ontzag? We voelen ontzag, zegt Cave, voor de maker die het lef heeft zijn/haar menselijke beperkingen te overstijgen. Hij haalt het voorbeeld aan van Nirvana’s Smells Like Teen Spirit↗︎
Het is heel goed denkbaar dat AI een nummer produceert dat net zo goed is (…) en dat het alle vakjes aanvinkt die nodig zijn om ons te laten voelen wat zo'n nummer ons laat voelen — in dit geval, laten we zeggen, excitatie en rebellie. Het is ook denkbaar dat AI een nummer produceert dat ons diezelfde gevoelens laat ervaren, intenser zelfs dan een menselijke songwriter het kan.
Maar het gaat ook om iets anders, zegt Cave: 
Ik voel dat we meer doen dan alleen maar naar een lied luisteren. Ik heb het gevoel dat we tegelijk naar een teruggetrokken en vervreemde jongeman luisteren die het kleine Amerikaanse stadje Aberdeen achter zich laat — jongeman die hoe dan ook een wandelende bundel disfunctie en menselijke beperking was — jongeman die het lef heeft zijn specifieke pijn in een microfoon uit te schreeuwen en daarmee tot in de harten van een generatie te reiken. (…) We luisteren naar Beethoven die de Negende symfonie componeert terwijl hij bijna doof is. (…) We luisteren naar Nina Simone die al haar woede en teleurstelling in de meest tedere liefdesliedjes propt. We luisteren naar Paganini die op zijn Stradivarius blijft spelen terwijl de snaren knappen. We luisteren naar Jimi Hendrix die knielt en zijn eigen instrument in brand steekt.
Wat Cave zegt is dit: in een geweldig lied horen we hoe iemand het lef heeft om het menselijk tekort te transcenderen. Kunstmatige intelligentie heeft geen tekort, er is immers een grenzeloos potentieel, wat zou er dan te transcenderen zijn? Waarmee Cave de vraag van deze Peter beantwoordt: kunstmatige intelligentie kan wel degelijk een goed nummer produceren, maar geen geweldig nummer. Daarvoor ontbreekt het de machinerie aan lef.
Flor Vandekerckhove↗︎

dinsdag 19 april 2022

Het juk van het verleden

Links Poelier Marcel Vandekerckhove en zoon. Het beeld rechts is gebaseerd op een still uit een filmpje van Jan Švankmajer, dat filmpje neem ik over in ‘Kip’ op YouTube (aan te klikken helemaal onderaan deze post)



In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 

Nog 153 te gaan, dit is nummer 47. 


153 — Kip — In Bredene herinnert iedereen zich mij als de zoon van de poelier. Mijn buurman komt binnen en vraagt me zijn levende kip klaar te maken voor het diner. Daar zit ik nu oog in oog met die kip in huis. (Flor Vandekerckhove)

maandag 18 april 2022

Drie gebouwtjes, veel vragen, en nu ook bijna alle antwoorden



De postkaart heet ‘Breedene aan Zee — Tram stilstand’. Vooraan zien we een groot deel van wat nu Duinenplein heet: rechts het speelpleintje van Grand hotel l’Espérance↗︎; vooraan links de toegangspoort tot een ‘park’, misschien weet u daar meer over, ik markeer het park als nummer 4. Achter die terreinen: het tramspoor. Ter oriëntering trek ik een gekleurde streep waar ik het Duingat vermoed en dwars daarop een andere waar de Koninklijke Baan ligt. Tussen die Koninklijke Baan en het tramspoor drie gebouwtjes: in het middelste (mijn nummer 2) vermoed ik de zogenaamde ‘tram stilstand’. Dat vermoeden baseer ik op een vergelijking: onderaan druk ik een postkaart van 1920 af, die toont een tramstation gelijkend op 2, met dakletters weliswaar; ik veronderstel dat die op 2 nog niet aangebracht werden, wat de postkaart ‘Bredene aan Zee — Tram stilstand’ vóór 1920 zou plaatsen. [Wat niet juist is, zoals blijkt uit onderstaande reactie van Dennis Goes.] Links en rechts van 2 staan gebouwtjes, ik nummer ze 1 en 3. De functie ervan is me onbekend. Vergis ik me als ik er de architecturale bootstijl↗︎ in herken, stijl die in de wijk wel meer voorkwam? Gebouwtje 1 heeft een torentje, ook 3 lijkt een toren te hebben, moeilijk zichtbaar door de wirwar aan palen. Op de gevel van 3 staan letters, herken ik in de bovenste lijn Politie? Was een van die gebouwtjes een postkantoor? En 't andere een politiebureau? Heeft iemand grotere foto’s van die gebouwtjes? Weet u van welk jaar de postkaart dateert? Als het u niet gelukt dat hieronder in een reactie gezegd te krijgen, laat het mij dan per mail weten: liefkemores@telenet.be↗︎. Ik voeg uw reactie toe aan dit stuk waarover ik zoveel te vragen heb.



Intussen komen de reacties binnen. Kristof Vermeire is (in de FB-groep Bredene voor & van iedereen) bijzonder summier in zijn antwoord: 1 tramhalte en 3 postkantoor en politiebureau. Karine Vansieleghem haalt een foto uit het archief van ‘Bredene vroeger en nu’, met daarop het gebouwtje nummer 3 dat inderdaad een torentje blijkt te hebben en waarop ik goed gelezen had: ‘Politie’, waaronder ‘bureel’. De politie deelt het gebouwtje met de ‘Posterijen’ zoals ook duidelijk op deze foto te lezen valt. Er staat een personenweegschaal tegen de gevel en nog iets wat ik niet kan duiden. Vooraan een openstaand loketvenster. Op de Koninklijke Baan zoeft een auto voorbij. Vooraan heeft iemand op de postkaart geschreven: ‘Hier afstappen’, zou ook daar ooit een ‘tram stilstand’ geweest zijn? Dennis Goes weet meer over 3, hij weet bijvoorbeeld dat het niet alleen dienst deed als politie- en postkantoor. Het was ook een inlichtingskantoor, en je kon er kranten kopen. Het werd in 1936 gebouwd door de aannemers Edmond Boey en Achiel Lagast uit Bredene. Het was geen lang leven beschoren en werd tijdens de oorlog door de bezetter gesloopt. [Waardoor de postkaart aan het begin van dit stuk verhuist naar de periode 1936-40.] Ook Jacques Deroo heeft verhelderende foto's toegevoegd: ik plaats ze onderaan.


Van Jacques Deroo krijg ik nog twee verhelderende beelden, ik plaats ze hieronder. De eerste foto toont 'Breedene Tramstilstand' vanuit een iets andere hoek, waardoor we de volledige tekst boven het portaal 'Park' kunnen lezen. Blijkt 'AUTOPARK' te zijn, een parking, veronderstel ik. De tweede foto toont de site vanuit weer een andere hoek, die postkaart heet 'Panorama' is gedateerd 1936, waarmee de kwestie van de datering opgelost werd. Deroo geeft ook een korte geschiedenis van de site: 1906: eerste houten wachthuisje; 1912: grotere houten constructie met wachtzaal en 2 loketten voor de verkoop tramkaartjes; 1934: stenen gebouwtje met wachtzaal, verkoopkantoor en dienstlokaal; 1936: politiekantoor, tevens hulppost Rode Kruis (reddingsdienst op strand bestond nog niet, dus geen RK op ’t strand), het gebouwtje was ook dagbladkiosk en aan deze zijde van ’t tramspoor was een stelplaats voor taxi’s. Ook het gebouwtje nummer 1 kan hij duiden: het betreft een uitrustingsgebouw van de trammaatschappij.


zondag 17 april 2022

Gebaseerd op waargebeurde feiten


In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 
Nog 154 te gaan, dit is nummer 46. 


154 — Onthoofd — Een losgeraakte stalen plaat schuift van de rijdende vrachtwagen. Een passerende bromfietser wordt erdoor onthoofd. Met afgrijzen ziet de chauffeur hoe een hoofdeloze bromfietser hem voorbijraast. (Flor Vandekerckhove)

[48]

zaterdag 16 april 2022

Tegen de oorlog



De Britse dichter Siegfried Sassoon↗︎ (1886-1967) vond niet dat het zijn dichterlijke plicht was om jongeren naar de loopgraven te lokken, waar ze met duizenden tegelijk zouden creperen. In 1917 protesteerde hij met een Soldier’s Declaration↗︎ tegen het verderzetten van de oorlog. Waarop men hem naar de psychiatrie afvoerde. Ik vertaal zijn Suicide in the trenches en zet er met de strumstick een streep muziek onder. (Waarmee ik zeggen wil: klik ook op onderstaand YouTubefilmpje.) (Flor Vandekerckhove)


Het gedicht op YouTube 

www.youtube.com/watch?v=ueyRRTrEcK0

[28]

vrijdag 15 april 2022

De blues van de borstelmaker

Dit driezinnenverhaal is uit het leven gegrepen. Over de protagonist ervan — verre familie van me — schreef ik al drie stukjes: hier↗︎, daar↗︎ en ginder↗︎, een inspirerende figuur voorwaar. Daar moest wel een driezinnenverhaal van komen, temeer daar ik me voorgenomen heb om in 2022 tweehonderd dergelijke verhalen te schrijven. Nog 155 te gaan, dit is nummer 45. 

Helemaal onderaan staat een YouTubefilmpje, je mag dat niet overslaan. Daar valt te horen welke vorderingen ik maak bij het bespelen van de strumstick↗︎. (fv)


155 — Borstelmaker — Frans Slimbroeck was een borstelmaker uit het Gentse. Hij ventte met zijn borstelstelen, roepend: GRUUTE STELEN, KLAANE STELEN, MOAR GRUUTE STELEN ’T MIEST. (Flor Vandekerckhove)


De blues van de Borstelmaker op YouTube
[126]

donderdag 14 april 2022

De link met Hélène Maréchal [Op zoek naar mijn Gentse roots (VIII)]

Boven: borstelmaker Frans Slimbroeck en Hélène Maréchal. Onder: Hélène Maréchal ondersteund door Laurel en Hardy, a.k.a. de dikken en de dunnen (foto uit 1947).

Ge weet dat ik naar mijn Gentse roots op zoek ben. Ge weet ook dat ik daarbij op verwantschap stoot met borstelmaker Frans Slimbroeck. Over die mens heb ik al twee stukjes gepubliceerd: het eerste staat hier↗︎ en het tweede daar↗︎. Daardoor weet ge ook dat Frans beweert dat hij familie is van Hélène Maréchal↗︎. Mijn familie langs vaderszijde beseft dat niet — allemaal West-Vlamingen! — maar die van moederszijde — Gentenaars! — zijn er zich ten volle van bewust: Hélène Maréchal is een grote madam, zo groot dat Eric Bauwens er een boek over geschreven heeft. (°) 
De familieband Frans Slimbroeck-Hélène Maréchal deed ik eerst af als fantasie. Marcel Gélaude merkte echter op dat de vader van Hélène Maréchal, net als Frans, een borstelmaker was. Dus, dacht ik, misschien bestaat die verwantschap tóch, misschien zijn al die borstelmakers daar wel familie van elkaar. Erwin Georges Ceriez ging er vervolgens naar op zoek en dit is wat hij, na intens zoekwerk, vond: 
Er is wel degelijk verwantschap tussen Frans Slimbroeck en Sidonie Van Larebeke (echte naam van Hélène Maréchal). Frans is de zoon van Gustaaf en Stefanie De Broeder. Die Stefanie is een zus van Constant die trouwt met Blondine Verstuyft, dochter van Carolus en Maria Dauwe. Daarna huwt die Maria met Gustaaf Van Larebeke en hun dochter heet Sidonie Van Larebeke, a.k.a. Hélène Maréchal. En zoals je in m'n nagekomen reactie kunt zien: er is nog een relatie tussen Frans en Hélène Maréchal. Frans’ moeder heeft een zuster die getrouwd is met de broer van Sidonie, d.i. Hélène Maréchal.



Voor mij is dat straf nieuws. Stefanie De Broeder, moeder van Frans, heeft immers een zuster die Marie heet. Die trouwt in 1912 met Jozef Hofman, broer van mijn grootmoeder Adelaïde (Aline) Hofman. Voor mijn moeder wordt Marie De Broeder alzo tante Marie. Vandaar dat ik mag stellen dat ook ik verwant ben aan Hélène Maréchal; wel via aangetrouwden, maar desalniettemin. 
Zoiets mag niet onopgemerkt passeren. Om dit heuglijke familiefeit te accentueren, maak ik een driezinnenverhaal↗︎ over borstelmaker Frans Slimbroeck. Omdat ik me voorgenomen heb in 2022 tweehonderd zo’n verhalen te schrijven komt me dat trouwens goed uit. Bij het declameren begeleid ik mezelf op de strumstick, iets wat ik nog aan ’t leren ben. Ge moet zeker eens luisteren, het staat hieronder: de blues van de Borstelmaker.
Flor Vandekerckhove↗︎

(°) Eric Bauwens: Lène. Hélène Maréchal: tussen toneel en liefdadigheid, Skribis-Mirto Print, 2019, paperback, ISBN 978 94 2944 47 4, 88 Blz, 100 illustraties. 

De blues van de Borstelmaker

woensdag 13 april 2022

Als 't ook binnen waait



In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. 
Nog 156 te gaan, dit is nummer 44. 
Zoals dat altijd het geval is, verschijnt ook Gieren eerst in De Laatste, daarna komt het wellicht in een e-boekje terecht, bijvoorbeeld in ‘200 driezinnenverhalen’. Dat boekje wordt dan uitgegeven door De Lachende Visch en gedistribueerd via De Weggeefwinkel; de promotie gebeurt door het beruchte non-bureau Reclame Is Onze Enige Kwaliteit (RIOEK).
Helemaal onderaan deze post staat een YouTubefilmpje, je mag dat niet overslaan. De creatie van zo’n driezinnenverhaal volgt immers een merkwaardig stramien. Eerst is er een inspirerende zin, daaruit ontwikkelt zich het verhaal. Daarna zoek ik een passend beeld, bestemd voor het filmpje dat ik van elk verhaal maak. Dat beeld wordt vervolgens méér dan alleen maar illustratie: het verhaal plooit er zich uiteindelijk naar, het wordt herschreven! Het beeld ziet zich opgewaardeerd: van illustratie tot inspiratie! Daardoor komt het ook dat onderstaand filmje een ereplaats verdient. Trouwens… Daar valt ook te horen dat ik vorderingen maak in het spelen op de strumstick. (fv)


156 — Gieren — In de living zit de minnaar tegenover zijn minnares aan tafel. Ze spreken op gedempte toon om d’r boven slapende echtgenoot niet te wekken. Buiten giert de wind en straks zal hij ook binnen gieren. (Flor Vandekerckhove)


Gieren

Het driezinnenverhaal uitgebeeld op YouTube

www.youtube.com/watch?v=oKDf4k1ARuY

[104]