maandag 30 november 2020

Vrijheid

Vrijheid is een verhaal
in exact 100 woorden.

Vrijheid


Dat hadden ze goed geregeld. 

We kusten niet, 

maar ’t scheelde toch niet veel. 

Nooit eerder was ik met zoveel klasse ontslagen. 

En goedkoop kan ’t niet geweest zijn, 

want ze was echt een mooie vrouw.

Ik vertegenwoordig een bedrijf dat personeel liquideert',

had ze gezegd,

‘jij bestaat niet meer’.

Nog terwijl ik dat probeerde te begrijpen, 

had ze mijn arbeidscontract middendoor gescheurd 

en me de snippers overhandigd. 

Jou lonkt de vrijheid’, 

zei ze daarna, 

‘voorwaar een zeldzaam goed in deze tijd.’ 

Woorden die ik alleen maar kon beamen.

Ik keek haar na tot ze 

in de mensenzee opgenomen werd.


Flor Vandekerckhove


[Dit stukje is een bewerking van een verhaal dat ik eerder al geschreven heb. Ik heb er een drabble van gemaakt, een handpalmverhaal van exact honderd woorden. Daarna heb ik het even verkeerdelijk prozagedicht genoemd, vooral omdat ik met de bladschikking beginnen spelen ben, waardoor het verhaal zich verwijdert van de manier waarop proza normaliter gepresenteerd wordt. 

[Misschien moet ik het spel verder doortrekken, bijvoorbeeld door alle leestekens te verwijderen, en alle hoofdletters eveneens. Wat denk je? Ik heb hetzelfde experiment al eerder uitgevoerd met Het schurend scharniertje en O sole mio. Ook daar staan de twee vormen onder elkaar. Ik pols enkele lezers en vraag hun raad.]


dat hadden ze goed geregeld 

we kusten niet 

maar ’t scheelde toch niet veel 

nooit eerder was ik met zoveel klasse ontslagen 

en goedkoop kan ’t niet geweest zijn 

want ze was echt een mooie vrouw

Ik vertegenwoordig een bedrijf dat personeel liquideert

had ze gezegd

jij bestaat niet meer

nog terwijl ik dat probeerde te begrijpen 

had ze mijn arbeidscontract middendoor gescheurd 

en me de snippers overhandigd 

jou lonkt de vrijheid 

zei ze daarna 

voorwaar een zeldzaam goed in deze tijd

woorden die ik alleen maar kon beamen

ik keek haar na tot ze 

in de mensenzee opgenomen werd


Is de film beter dan het verhaal?

zaterdag 28 november 2020

Een noveen voor Monsieur Hawarden


Terwijl Tania de Eifel afwandelt, passeer ik dagelijks, op weg naar de bakker, het kerkhofje van Ligneuville, negen dagen lang, een noveen↗︎. 
Op dag 1 zie ik dat Mériora Gillibrand († 1 maart 1863, ongehuwd, 56 jaar) daar begraven ligt, een oude juffrouw. Maarrrrrrr… op dag 2 valt me een plakkaat op: Ici repose le corps de Mlle Mériora Gillibrand en son vivant Monsieur Hawarden.’ Wanneer ik er op dag 3 passeer, heb ik niet alleen een geschnittenes Brot — ze hebben daar niet graag dat ge Amblève tegen de Amel zegt — onder de arm, maar ook de novelle van Filip De Pillecyn↗︎ (1935): ‘Monsieur Hawarden gaat naar Ligneuville en voor de eerste maal sedert zijn aankomst ziet hij hoe schoon het dal is waardoor de Amel trekt.’ Ja, dat is zeker waar. Op Dag 4 breng ik een bezoek aan Pont, Monsieur Hawardens woonplaats. Op Dag 5 zoek ik 1 en ander op over de gelijknamige film↗︎ (1969) van Harry Kümel: ‘De elegante en suggestieve psychologische karakterstudie verwijst meer dan eens naar Resnais, Dreyer, Bergman of Bresson. Dit freudiaanse drama munt ook uit door de prachtige landschapsfotografie en het gebruik van clair-obscur.’ Artistiek hoogstandje, commerciële flop. Dag 6: leert me dat Kümels film ‘vol ambigue seksuele implicaties’ zit. Daar vind ik bij De Pillecijn nauwelijks iets van terug: ‘En als Alex opkijkt ziet hij het gelaat van de vrouw, zo vol goedheid als alleen het gelaat van een vrouw kan zijn. Het grijzende haar boven het nog effen voorhoofd en onder het nachtkleed de lichte welving van de borsten. Hij vraagt niets. Zij knikt hem toe: Oui, mon petit. Zij zijn sprakeloos; haar hand raakt nog even zijn hand aan.’ Die Alex (Alexandre Micha, †1919) heeft wel degelijk bestaan, ontdek ik op Dag 7, hij laat memoires na. Naar verluidt spreekt hij in zijn kindertijd al over Monsieur Hawarden als over ‘un femme’. 
Wat leert ik nog? De Pillecijn is niet de eerste die met het verhaal aan de haal gaat, ene Paffin is hem voor. Voor wie daarvan houdt: Google geeft hier↗︎ een interessante vergelijking tussen de Monsieur Hawarden van Paffin, die van De Pillecijn en ook die van Alex. Daar hou ik me op deze regenachtige Dag 8 mee onledig. Ook wil ik weten wat ze er in Ligneuville zelf van denken. In de bakkerij schrijven ze nogal wat weldaden toe aan Monsieur Hawarden: bundeltjes babykleren aan de deur van jonge ouders, betaald doktersbezoek voor wie geen geld heeft, discrete voedselhulp voor hongerlijders. Ergens↗︎ lees ik: ‘Voor de mensen hier zal ze altijd Monsieur Hawarden zijn, die het leven van vele kinderen heeft gered.’  Dat er iets aan de hand is met Monsieur Hawarden weten ze wel, maar ze stellen geen vragen. 
‘De verfilming door Harry Kümel’, lees ik hier↗︎, ‘ligt aan de basis van de negatieve perceptie van het hoofdpersonage: de inwoners van Pont-Ligneuville vonden deze film kwetsend, teleurstellend en allesbehalve waarheidsgetrouw.’ Waardoor Monsieur Hawarden in die bakkerij op Dag 9 omzeggens heilig verklaard wordt — geen ongepast einde voor een noveen. Ik koop een extra croissant en leg die op het graf. Voor de rest is het daar zoals De Pillecijn zegt: ‘Overal rondom is de herfst. De weg ligt dik van blaren; die ritselen onder de kleine voeten van monsieur Hawarden. Die blijven liggen, vereenzaamd in de herfst, in het verloren gehucht Pont, waarlangs de Amel vliet, in het land van de Eifel, arm en verloren in een grensgebied.’


De onverwachte terugkeer van… 

het schurend scharniertje

donderdag 26 november 2020

Mijn eerste stappen in de kunsten

— Anto Diez (1914-1992) —



’(…) Met zo’n zever als creativiteit-zonder-vakmanschap moet je bij Anto Diez niet afkomen. Hij is de tweede kunstschilder die ik leer kennen. Hij komt in 1961 in Bredene wonen, en niet om er kachels te verkopen. Meneer Gillot verdwijnt uit beeld en Anto Diez komt in diens plaats, een late vertegenwoordiger van het Vlaams expressionisme, een mens van grote gestes. Ook daar kom ik over de vloer. Anders dan monsieur Gillot spreekt Diez wel met me. Nadat ik eens, ongehinderd door veel kennis, zijn werk met dat van Permeke vergelijk, wijst hij me op de vormverschillen en toont hij me hoe zijn kleurenpalet danig van dat van Permeke verschilt. Terwijl zijn echtgenote een streepje muziek op de piano uitprobeert, veegt hij de vloer aan met het soort creativiteit dat mijns inziens vakmanschap overbodig maakt. Hij overtuigt me niet, want hij is oud en ik ben jong. Ik vind trouwens een bondgenoot in mijn maat JP. In het tijdschriftje van de jeugdclub schrijft die een vlammend stuk tegen de politicus Joseph Luns die abstracte schilderijen geen kunst vindt zijn. Omdat die jeugdclub rond die tijd een popart-wedstrijd inricht, besluiten JP en ik onze kunstopvattingen in daden om te zetten. We maken een tableau dat we na afloop De Werker dopen. Die krijgt vorm door toepassing van, laat ons zeggen, gemengde technieken: ouwe plastron, kapotte laars, enig oud-ijzer … We gebruiken ook verf, maar vooral toch de door ons leeggemaakte verfpot. Popart. En vader is blij dat al die rommel van het erf weg is. Wellicht doordat er niet erg veel deelnemers zijn, winnen we de wedstrijd. Waardoor ik mijn vooroordeel bevestigd zie: creativiteit is alles, vakmanschap niets. Bovendien is De Werker een commercieel succes. Een maat koopt het werk en hangt het in zijn slaapkamer. Niet voor lang: wanneer er een spin uit de verfpot kruipt, verwijst zijn moeder De Werker naar de schroothoop. Waardoor het werk niet vernoemd staat in Van Altamira tot heden, een leerboek dat nochtans heel de kunstgeschiedenis zegt te beslaan. Quod non!’  







Uit Gauw!, een boek 
over mijn eerste levensjaren, 

waarin feiten en fictie 

haasje-over 

met elkaar spelen. 

(e-boek, PDF) 

Het boek is gratis 

en komt meteen in de e-box terecht 

van elkeen die erom vraagt.

Mail naar liefkemores@telenet.be



[Deze post dateert in DLV van 2020. In 2022 redigeer ik hem opnieuw, ten behoeve van de FB-groep Bredene Van & Voor Iedereen.]

dinsdag 24 november 2020

Grinderman ontwapend

— Van links naar rechts: Semira Adamu († 1998), Mawda Swahri († 2018), Jozef Chovanec († 2018). —



Grinderman ontwapend
Gebaseerd op waargebeurde feiten
Aan Mawda Shawri (2016-2018) 

Ik word van de weg gehaald door een vreemd wezen dat met een wapen
Zwaaiend roept dat hij Grinderman heet en dat hij me zien bellen heeft
Wat ik geenszins heb gedaan en da’s ook wat ik antwoord maar daar 
Heeft deze Grinderman geen oren naar en wat hij wel heeft is een wapen


En terwijl ik aan de kant ga staan en hem mijn papieren geef denk ik
Grinderman GET IT ON GET IT ON ON THE DAY THAT YOU GOT BORN
Niet dat het me veel vooruithelpt want ik ben in deze situatie de on
Gewapende en Grinderman is toch wel erg machtig met zijn wapen 


Ik vermoed dat Grinderman de naam is van een soort die uit de kelder
Grond gekropen komt en die omwille van die herkomst nergens anders
Heen kan dan de weg op en daarbij als taak heeft dichters te schof
Feren zeggend dat hij hen zien bellen heeft en zwaaiend met zijn wapen

{

Dichterswoorden straal negeren mag en dat is wat Grinderman nu doet
Terwijl hij flippert met bavianenoren en klappert met kaaimantanden 
En naar pis van overmaatse panters ruikt en naar zeewier en wat hij ook 
Doet is zwaaien met snot dat uit de loop gelopen komt van zijn wapen


De flik Grinderman heeft dan wel bavianenoren en kaaimantanden maar 
Wat hij niet heeft is een rododendronneus waardoor hij niet kan ruiken 
Dat ik NIET gebeld heb en wat hij evenmin heeft is twijfel en hij is zeker 
Van zijn apenstuk en nog veel meer is hij zeker van zijn apenwapen


Voortaan hecht ik geloof aan elkeen die zegt dat hij door zo’n Grinderman
Racistisch werd behandeld en ik geloof elkeen die zegt dat hij zonder 
Reden door zo’n aapmens in elkaar geslagen werd en ik geloof hen 
Vanaf heden onvoorwaardelijk want ’t zijn waarlijk apen met een wapen


[Daarjuist nog zag ik in een filmpje dat iemand met een telefoontje
Schoot hoe een allochtone jongerenbende in Anderlecht zo’n politie
Patrouille te grazen nam en ik dacht bij het zien van de beelden dat
Die jongens daar ongetwijfeld wel een goede reden voor hadden]


Even denk ik er nog aan om Grinderman voor de rechtbank te dagen en 
Daar voor aap staand recht te eisen maar de waarheid is dat ik een lafaard 
Ben en ook erg lui en de zeventig voorbij en dat ik mijn tijd liever be
Steed aan het schrijven van dit gedicht over deze Grinderman met wapen


En heden haal ik uit mijn brievenbus de mare die zo valselijk minnelijke
Schikking heet en ik trek ermee mijn schrijfhok in alwaar ik Grinderman
GET IT ON GET IT ON ON THE DAY THAT YOU GOT BORN weze het
Alleen maar in dit gedicht lik op stuk geef met zijn eigen apenwapen



'Grinderman ontwapend' op youtube 
ONGEHOORD!
Nick Cave en De Laatste verenigd

www.youtube.com/watch?v=Mj6k6PF0Zgo

maandag 23 november 2020

Een song is een merkwaardig ding



In 1999 publiceert Joe Jackson een boek met memoires, A Cure for Gravity. Sindsdien vragen mensen hem wanneer deel 2 volgt. Dat komt er niet, antwoordt hij in een voorwoord bij de Nederlandse vertaling (°) ‘Het leek me vrij duidelijk dat dit geen eerste deel van iets was; het moest op zichzelf staan, als het verhaal van een volwassenwording van een muzikant, afgewisseld met een reeks bespiegelingen over de kunst zelf.’ Aan degenen die willen lezen hoe het hem in zijn succesjaren vergaat, antwoordt hij dat succes niet interessant is om over te schrijven. Hij illustreert het met drie anekdotes betreffende zijn hit Is she really going out with him [— klik op dat blauw, ’t is een mooie versie.] De titel komt toevallig tot hem, Hij hoort hem uitspreken als commentaar op een mooi meisje dat het café met een afgrijselijk uitziende kerel verlaat. In het schrijfproces bereikt Jackson een moeilijk punt wanneer hij een rijm zoekt op ‘shé’s married now of engaged or something so I’m told.’ Hij bedenkt iets simpels wat hem tegelijk boven zichzelf tilt, hij schrijft: ‘from my window I’m staring while my coffee goes cold.’ Simpel, maar merkwaardig, wanneer je weet dat Joe Jackson zelf nóóit koffie drinkt: ‘Volgens mij ontdekte ik toen eindelijk dat een nummer geen ‘ware bekentenis’ is. Een song is persoonlijk én onpersoonlijk. Het is niet belangrijk dat je een waar verhaal over jezelf vertelt, maar dat je gebeurtenissen uit je eigen ervaring gebruikt om iets te creëren dat op zichzelf werkt en iets in zich heeft dat universeel genoeg is om het op anderen over te brengen.’ Godver ja, da’s ook interessant voor mij, voor iemand die zich niet met pop onledig laat, iemand die gedichten en verhalen schrijft. En het bevestigt mijn stelling dat een verhaal van nature met de waarheid aan de haal gaat. 
Vervolgens heeft hij het in een tweede anekdote over het succes van die song en ’t is waar wat hij zegt: daar valt niets van te leren. Ik stip nog even de derde anekdote aan. Een zwarte man stapt op Joe toe en verwijt hem een racist te zijn: ‘Pretty women out walking with gorillas’ zei hij. ‘Dat is toch duidelijk? Zwarte kerels met blanke meiden. Probeer het maar niet te ontkennen, ik weet heus wel wat je bedoelde.’ Spijtig dat de auteur daar niet verder op ingaat. De reactie van die man is mijns inziens zowel onterecht als terecht. Onterecht: Jackson had het met zijn gorilla’s geenszins op zwarte medemensen gemunt. Terecht: een song is (net als een verhaal, film, schilderij, gedicht…) pas af wanneer derden er hun ding aan toevoegen. De kwaaie zwarte man voegt er zijn eigen levenservaringen aan toe, waardoor de song rijker wordt, en in dit geval helaas ook kwalijker. Ook over dat facet heb ik eerder al een stukje geschreven.
Aan wat hierboven staat heb ik genoeg om Een overwinning op de zwaartekracht een goed boek te noemen. Ik doe het evenwel onrecht aan als ik me daartoe beperk. Wie geïnteresseerd is in jongerenculturen vindt er zijn gading in, wie zich graag in het muzikale spectrum van de jaren zeventig onderdompelt zal het graag lezen, wie iets wil weten over de muziek van Sjostakovitsj eveneens. En wat voor mijzelf het allerbelangrijkste is: 't is verdomd goed geschreven.
Flor Vandekerckhove


(°) Joe Jackson. Een overwinning op de zwaartekracht. 2013. Xander uitgevers, A’dam. 399 pp. Oorspronkelijk A Cure for Gravity, 1999.


Een droom is een merkwaardig ding

www.youtube.com/watch?v=cPwZN6d2BoY


zaterdag 21 november 2020

Het schurend scharniertje

Tania leeft groots en meeslepend. 

In weer & wind trekt ze doorheen de Eifel↗︎

tijdens dagelijkse voettochten 

van wel vijfentwintig kilometer lang. 

Onderweg droomt ze van de Pyreneeën 

en van Montségur, 

waar ze volgend jaar, 

luid meezingend met Iron Maiden↗︎

heen wil stappen. 

Tegenover haar weidse dadendrang 

plaats ik mijn eigen kleine besognes. 

Terwijl zij berg & dal rondt, 

ben ik met moeren & bouten in de weer 

en maak, 

geïnspireerd door Dylans My own version of you↗︎

mijn eigen iron maiden, 

een zelfbedachte ijzeren maagd↗︎. 

Vandaag voeg ik er de twee deurtjes aan toe en ja, 

ze hebben beide een schurend scharniertje.


[Dit stukje is een bewerking van een verhaal dat ik eerder al geschreven heb. Ik heb er een drabble van gemaakt, een handpalmverhaal van exact honderd woorden. Daarna heb ik het even verkeerdelijk prozagedicht genoemd, vooral omdat ik met de bladschikking beginnen spelen ben, waardoor het verhaal zich verwijdert van de manier waarop proza normaliter gepresenteerd wordt. 

[Misschien moet ik het spel verder doortrekken, bijvoorbeeld door alle leestekens te verwijderen, en alle hoofdletters eveneens. Wat denk je?]


Tania leeft groots en meeslepend. 
in weer & wind trekt ze doorheen de Eifel
tijdens dagelijkse voettochten 
van wel vijfentwintig kilometer lang 
onderweg droomt ze van de Pyreneeën 
en van Montségur 
waar ze volgend jaar 
luid meezingend met Iron Maiden
heen wil stappen 
tegenover haar weidse dadendrang 
plaats ik mijn eigen kleine besognes 
terwijl zij berg & dal rondt 
ben ik met moeren & bouten in de weer 
en maak 
geïnspireerd door Dylans My own version of you
mijn eigen iron maiden 
een zelfbedachte ijzeren maagd 
vandaag voeg ik er de twee deurtjes aan toe en ja 
ze hebben beide een schurend scharniertje


Het schurend scharniertje op youtube

Met passende geluiden

en mooie illustraties

www.youtube.com/watch?v=hoPKMiIUFxA

donderdag 19 november 2020

De Nobelprijs en ik

— Links: Louise Glück in 1977. Midden Louise Glück gefotografeerd door Sigrid Estrada. Rechts Louise Glück draagt thuis bij Norman Mailer voor uit eigen werk. New York, 24 mei 1968 © Fred W. McDarrah / Getty Images. —


Nog dezelfde dag dat Louise Glück de Nobelprijs voor literatuur binnenrijft, stuurt Daniël Crabeels me een fragment uit onderstaand gedicht. Glück worstelt daarin met de vergankelijkheid van het geheugen en met het isolement dat eruit voortvloeit. Pakkende poëzie, zowel voor Crabeels als voor mij, gezien de drempel waarvoor we staan. Ik antwoord hem meteen: ‘Zo waar! En nu zij de hoofdvogel afschiet, moet ik haar niet eens vertalen, dat gaan anderen wel doen; haar succes is als een stront hé en de vliegen zijn dan sofort van de partij.’ 
Dat van die vliegen op een stront blijkt ferm tegen te vallen. Inmiddels zijn we alweer een maand ouder en tenzij ik er overheen lees is ’t zo dat Averno I, dit supermooie gedicht dat ons zo aanbelangt, nog steeds niet vertaald werd. Dus graai ik naar mijn leesbril en zoek het hele gedicht op (°), vervolgens grijp ik naar mijn met groene inkt gevulde dichterspen en vertaal op geheel eigen wijze het gedicht, en dat, zoals steeds, ten behoeve van mijn lezerskorps, klein maar fijn.

(°) Averno I: in Louise Glück. Averno. 2006. Carcanet Press Ltd. 79 pp. Nog andere gedichten uit de bundel vind je op https://thefloatinglibrary.com/averno/ [Met dank aan Jean-Lou Van Wassenhove voor de opmerking, waardoor ik een vers aanpaste in: 'Het is vreselijk om alleen te zijn. / Ik bedoel niet om alleen te leven — / alleen te zijn, waar niemand je hoort.']


dinsdag 17 november 2020

De ware toedracht

— Links Paul Verlaine en Arthur Rimbaud, midden De Laatste Vuurtorenwachter en Delphine Lecompte, rechts J.R. Perkins & zoon. —

Op ’t internet circuleert een foto waarop de dichters Paul Verlaine en Arthur Rimbaud amicaal verenigd staan. Ik plaats hem hierboven, ter linkerzijde: Brussel, 1873, waar die twee in dat jaar inderdaad toeven. De waarheid echter is dat ze daar wel van alles uitvreten, maar 't is ook waar dat een passage bij de fotograaf daar niet bij is. Wat u ziet is een vervalsing. Dat weten we van ene C. Simpson die ons ten bewijze de foto toont die ik rechts in het drieluik plaats. We zien ’s mans overgrootvader, J.R. Perkins, en diens zoon die kameraadschappelijk naast z’n vader staat: Perkins & zoon werden wel degelijk alzo gefotografeerd! De kwestie wordt vertroebeld doordat er thans een derde foto op ’t net begint te circuleren (bovenaan, midden). Daarop staan De Laatste Vuurtorenwachter en de dichteres Delphine Lecompte, kameraadschappelijk verenigd tijdens een blitzbezoek aan de Oktoberfest München, 2019.

Flor Vandekerckhove


En ook dit is een verhaal

www.youtube.com/watch?v=Mwf3QDzhFn4

zondag 15 november 2020

De omkering der seksen



Girls will be boys and boys will be girls

It’s a mixed up, muddled up, shook up world

(The Kinks)


Het is niet voor het eerst dat ik een toneelstuk schrijf. 't Hoeveelste is 't dan wel? Dat staat in mijn bibliografie, ginds, onderaan dat stukje. Daar staat ook dat ik in 2000 Femme fatale schrijf, daartoe aangevuurd door de Oostendse actrice Christine Pire. Nu heeft ze het weer gedaan, in een project dat heel toepasselijk Femme fatale revisited heet. Meer nog dan vroeger is zij in deze mijn strenge meesteres geweest en ik haar gewillige (schrijf)slaaf. Sommige dingen veranderen niet, ze verergeren alleen.
Andere dingen veranderen wel. Inmiddels heb ik een versvorm omarmd die me als gegoten ligt. Femme fatale revisited is daardoor een theatertekst in verzen geworden. Het stuk baadt in wat ik surrealisme light noem, iets wat ik zelf aan ’t uitvinden ben. Hoe gedraagt dat surrealisme light zich op scène?  Ik vraag het me af, maar een 'teaser' laat er al iets van vermoeden. In die ‘teaser’ maakt u kennis met een van de personages: De Nar. Die kunt u trouwens hier ook de prelude van het stuk horen zingen. 
Of het spel op scène zal ‘pakken’, mag ik hopen. Christine Pire lijkt alvast bevredigd. Geen monoloog deze keer. De taart wordt verdeeld onder vier: Nar, Femme Fatale, een Reporter ter plaatse en een Collectief dat de bus neemt. We zijn getuige van de geboorte van een nieuwe wereld, een ware schepping die moeizaam ontstaat uit een conflictueus spel tussen mannelijke (Nar) en vrouwelijke (Femme fatale) waarden. Wat finaal uitmondt in de ‘omkering der seksen’. Wie hierdoor vermoedt dat het een utopisch stuk wordt, vergist zich deerlijk. Geen Nietzscheaanse Umwertung aller Werte, want ’Mensen maken hun eigen geschiedenis, maar niet zoals ze willen; ze doen dat niet onder zelfgekozen omstandigheden, maar onder omstandigheden die al bestaan, gegeven en overgedragen zijn uit het verleden. De traditie van alle dode generaties weegt als een nachtmerrie op de hersenen van de levenden.’ Het citaat is van Karl Marx, en zelf kan ik het niet beter zeggen. Of misschien toch wel, met name in Femme fatale revisited.
Flor Vandekerckhove


Femme fatale revisited
 
wordt uitgegeven door De Lachende Visch
als creative commons
Het werk mag voor niet-commerciële doelen gebruikt worden 
als de naam van de auteur vernoemd wordt. 
De tekst werd volledig in een gelijknamig e-boekje (56 pp) opgenomen, 
gratis beschikbaar voor wie erom vraagt. 
Het ligt klaar in De Weggeefwinkel. 
Wilt u het per kerende — en gratis! — in uw mailbox ontvangen: 
mail sofort naar liefkemores@telenet.be.

vrijdag 13 november 2020

Beenprothese

— Mijn tragische levenseinde heb ik lang geleden in ‘De laatste roker’ al bezongen, je moet er hier maar eens naar luisteren. Vandaag kom je nog meer te weten: wat is de laatste gedachte die me, vlak voor mijn verscheiden, door het hoofd gaat?! —






in het dorp der zelfmoordenaars 
had ik de trap tot bovenaan de muur genomen
daar stond ik nu over het ravijn uit te kijken
waarin ik
zoals zovelen dat voor mij al deden
de stap naar de eeuwigheid zou zetten
ik overschouwde het ravijn dat voor me lag
en het leven achter mij 
dat me tot aan de rand gebracht had
en besefte dat ik hier stond 
omdat ik niet verkroppen kon 
dat niemand mijn verhalen wilde lezen
toen zag ik de beenprothese liggen
van iemand die eenbenig de sprong volbracht had
ik dacht
 
hier zit nog een verhaal in


Flor Vandekerckhove


Beenprothese op youtube

Met stemmige muziek & passende beelden. 

woensdag 11 november 2020

Vlaamse identiteit à volonté in Veurne

— Links. De Grote Markt van Veurne, eindpunt van mijn eigen ronde van Vlaanderen. Ik toon er een blad uit het boekje (midden) van Jean-Paul Chemin. 

Het blad (rechts) toont u het marktplein waar ik sta. —


Eerst denk ik dat het een pseudoniem is, maar neen, hij heet echt Chemin, Jean-Paul Chemin; een Franstalige Belg, woont achter de taalgrens en is daar niet voor een gat te vangen, hij zingt, speelt gitaar — zoals hier op youtube — tekent en schildert. Ik leer hem enkele jaren geleden in Oostende kennen, waar hij tentoonstelt. Het is een leuke ontmoeting, hij doet zijn best om Nederlands te spreken en ik Frans, en na een wijl constateren we dat er meer vaart in zit als hij gewoon zijn Frans spreekt en ik mijn Nederlands. 

De werkjes die hij me in Oostende toont zijn accordeonboekjes waarin schilderijtjes staan, facetten van een verhaal. In een ervan volgt Chemin het levenspad van Paul Delvaux

Dat boekje neem ik mee naar Veurne. Daar sluit ik nu een tocht af die me telkens naar de grenzen van het oude graafschap Vlaanderen geleid heeft. Ik zoek er keer op keer naar de Vlaamse identiteit waarover nationalisten het altijd hebben. Of ik die ook vind kunt u zelf nagaan als u de in blauw gemarkeerde plekken aanklikt, startend in Brugge en rondtrekkend via Bornem, Dendermonde, Aalst, Geraardsbergen, Zarlardinge, Ronse, de Kluisberg, Avelgem, Menen, Ieper, Poperinge. En nu eindstation Veurne. 

Ik laat de auto achter en stap door mooie straatjes richting centrum. Onderweg passeer ik het huis waar Paul Delvaux gewoond heeft, een park waarin een uit de kluiten gewassen kop van de schilder staat en teksten die naar hem verwijzen. Op de Grote Markt installeer ik statief & fototoestel. Ik sla Chemins accordeonboekje open, tot waar hij Delvaux’ passage in Veurne markeert. Daarna probeer ik het achterliggende stadsbeeld en het overeenkomstige schilderijtje in een foto te verenigen. 

Waarom doe ik dat? Wel, kijk. Toont het boekje niet krek hetzelfde als wat u op de achtergrond ziet? Maakt die achtergrond volgens u deel uit van de Vlaamse identiteit? Dan het schilderijtje eveneens, dat toont u ’t zelfde. En als dat schilderijtje deel uitmaakt van de Vlaamse identiteit, dan ook de schilder: een Franstalige kunstenaar, geboren & getogen aan gene zijde van de taalgrens, een mens die daar ook nu nog altijd woont, werkt, leeft. Waarmee het Vlaamse identitaire, vind ik, voldoende ontmaskerd wordt als zijnde een overbodige constructie. Weg ermee!

Flor Vandekerckhove


En ook dit is een Vlaams verhaal

www.youtube.com/watch?v=yUyHDWW9nXM

maandag 9 november 2020

Artiesten: ‘mentaal onevenwicht’

Hierboven rechts staand beeld pik ik van iemands FB. Die vermeldt alleen dat het uit ‘een zeer oud boek’ komt. Encyclopedie wellicht of verklarend woordenboek. Zo ziet een artiest er dus uit in ‘zeer oude tijden’: snij eens je oor af! Ik vertaal het lemma uit het Engels. (Flor Vandekerckhove)


ARTIEST 1. a) iemand die een kunst beoefent waarin conceptie en uitvoering beheerst worden door verbeeldingskracht, stijl en smaak b) een persoon bedreven in een van de schone kunsten c) een ambachtsman die zijn kunst uitvoert met een individuele stijl. 2. vaak wordt hun werk beoordeeld volgens de cultuur en de houding die destijds ten aanzien van kunst golden. Hoewel ze tijdens hun leven erkenning kunnen krijgen, worden ze meestal pas na hun dood erkend voor hun prestaties. 3. Leeft een leven met onstabiele economische middelen. 4. Er zijn veel theorieën over hun creativiteit naar voren gebracht, de meest voorkomende is dat het in hen zit, hoewel het niet ontwikkeld en getest, sluimerend zal blijven. a) Ze lijken tijdens stemmingen te creëren, vaak intens, meestal van korte duur. 5. Ze hebben een onderling gevoel van broederschap dat tijdloos is. 6. Alhoewel ze ongeordend heten te zijn, geen gevoel voor orde, plan of richting te hebben, zijn ze bekend als perfectionisten als het op hun eigen werk aankomt. a) Ze nemen beslissingen op basis van gevoel in plaats van rede. b) hebben problemen met concentratie. 7. Ze worden getypeerd als mentaal onevenwichtig. Een kunstenaar sneed zijn oor af in een creatieve passie gecombineerd met frustratie betreffende zijn kunst. Het is niet vastgesteld of hun creativiteit daarmee te maken heeft. 8. Ze zijn gevoelig, bewust en alert. 9. Ze worden getolereerd door de samenleving, waardoor ze overeenkomstig hun eigen aard kunnen leven. (Mijn vertaling)


Wees 'gevoelig, bewust en alert'

www.youtube.com/watch?v=dfkPbGBD96s

zaterdag 7 november 2020

Een man in nood



Hebt u dat ook? Soms overvalt mij een onbedaarlijke lust. Om een lied te schrijven bijvoorbeeld, een songtekst. Hoe komt dat toch? Zou het met rijmdwang te maken hebben? Dat kan, want ik heb al eens een gedicht naar het verschijnsel genoemd: Rijmdwang en ander ongemak in de schemering. Als dichter straf je daar nochtans jezelf mee, zoek maar eens iets wat rijmt op herfst of twaalf.
Een gedicht hoort al lang niet meer te rijmen, songs daarentegen moeten dat wél, koste wat het kost. Bob Dylan doet het dan ook heel de tijd, zoals bijvoorbeeld in Rita May: Rita May, Rita May, / You got your body in the way. / You’re so damn nonchalant / But it's your mind that I want. Ongetwijfeld een leugentje van Bob, maar wel straf gerijmd. Of Drs. P, in Dodenrit: Ja, je ziet er veel dit jaar / Overal zit paardenhaar / Steeds uit voorraad leverbaar / Zachtjes snort de samovaar / Met een Slavisch handgebaar / Doe het zelf met naald en schaar … Wie er hier naar luistert zal vaststellen dat die mens de rijmdwang tot kunst verheft. Vandaar ook dat mijn eigen liedteksten een groot Drs. P-gehalte hebben. U kunt ze op youtube beluisteren: De laatste roker en Mijn laatste internetaankoop — vrees niet, ik breng ze parlando. Daaraan voeg ik heden een derde toe, en deze keer overwin ik alle schroom: ik zing! Waardoor ik me vanaf heden een singer-songwriter mag noemen. En wat denkt u eigenlijk van dit rijm: Ik noem mezelf Wolfgang von Goeth / En dat rijmt op gereutemeteut. Sterk toch!
Afronden doe ik met enige duiding. Een man in nood is de prelude van Femme Fatale Revisited, eenakter die ik voor Christine Pire en haar theaterbende schrijf. Zelf ben ik er nu klaar mee. Opgevoerd wordt het stuk in Theater aan Zee, editie 2021, 2022 of 2023, naargelang de viruskwestie. Op het podium wordt het lied gezongen door De Nar, een van de personages.
Flor Vandekerckhove, kind of a singer-songwriter

Een man in nood

Een gedicht staat op zichzelf. Op het blad ontvouwt het zijn innerlijk muziekje. Een lied komt daarentegen pas tot zijn recht in de uitvoering. Tekst, muziek en opvoering hebben elkaar nodig om het te ontvouwen. Indien je deze song wil appreciëren, heb je dus aan bovenstaande tekst niet veel, je doet er goed aan om te luisteren. En wil het toeval niet dat je dat hieronder kunt doen?


Een man in nood op youtube, 

voor de gelegenheid gezongen 

door de tekstschrijver zelve

www.youtube.com/watch?v=7nBwerOcPzs&t=4s

donderdag 5 november 2020

Ginsberg en De val van Amerika: de sfeer in de Verenigde Staten was zo’n beetje dezelfde als nu, maar dan x 100

— Terwijl de National Convention van de Democratische Partij in 1968 doorgaat, betoogt Allen Ginsberg (links) met andere anti-oorlogsactivisten. Nergens vind ik een onderschrift waarop de namen vermeld worden. Ik herken naast Ginsberg (is dat) Richard Seaver (?), Susan Sontag, Jean Genet, William S. Burroughs… (Foto Michael Cooper) —



Er zijn wel meer Amerikanen die het doen: het hele land doorkruisen. Wanneer Allen Ginsberg het in z’n VW-campertje doet, hebben andere iconen het hem dan ook al voorgedaan, Jack Kerouac bijvoorbeeld, die er On The Road over schrijft en Robert Frank die er het fotoboek The Americans van maakt. Ginsberg doet het halverwege de sixties, op een moment van grote beroering: de Amerikaanse oorlog in Vietnam wekt massale weerstand op en hij maakt deel uit van die weerstand. Zijn dichtbundel The Fall of America getuigt ervan en ook het bekende anti-oorlogsgedicht Wichita Vortex Sutra (1966) waarover ik hier eerder al geschreven heb.

Ginsbergs anti-oorlogsactivisme begint in 1965 tijdens een protestmanifestatie in Oakland. Daar zou het tot een bloedig treffen met Hell’s Angels gekomen zijn, had hij de motards niet uitgenodigd ten huize van schrijver Ken Kesey, alwaar ze hun grieven mochten uiten en zich vooral te goed doen aan LSD, waarna ze van hun gewelddadige plannen afzagen. Hij maakt er een gedicht van dat je hem hier hoort declameren en het gebeuren inspireert hem ook tot het schrijven van een essay over geweldloosheid.

Je mag stellen dat ‘geweldloosheid’ in die tijd een heikel thema is. Wie de sfeer van die dagen wil oproepen, moet weten dat Martin Luther King en Bobby Kennedy in 1968 vermoord worden, dat jonge Amerikanen het land ontvluchten om uit de Vietnamoorlog weg te kunnen blijven, dat er bij politiegeweld activisten om het leven komen, dat de tegencultuur (Ginsberg en de zijnen) en de Black Panters de confrontatie met de politie niet meer uit de weg gaan… De tegenmanifestaties rond de conventie van de Democraten in dat jaar zijn inmiddels legendarisch geworden. Om samen te vatten: de sfeer in de Verenigde Staten is zo’n beetje dezelfde als nu, maar dan vermenigvuldigd met honderd. En ja, dichter Allen Ginsberg is telkens van de partij. Of dat VW-campertje ermee te maken heeft, weet ik niet, maar hij lijkt overal op te duiken. En het levert hem stof genoeg op om er een bundel mee te vullen: The fall of Amerika, werk dat hij in 1971 afrondt. Hij wint er in 1974 de National Book Award mee.

Flor Vandekerckhove


Een portret van de dichter als copywriter

 www.youtube.com/watch?v=UYxIk8WpKWw

dinsdag 3 november 2020

Poperinge: Eliane, also known as Ginger

— Op een tocht die me langs de grenzen van het oude graafschap Vlaanderen leidt, kom ik vandaag in Poperinge terecht. Op die grensplekken zoek ik telkens naar ‘het volkseigene’. Of ik daarin slaag kunt u zelf nagaan als u de in blauw gezette plekken aanklikt, van start gaand in Brugge en rondtrekkend via Bornem, Dendermonde, Aalst, Geraardsbergen, Zarlardinge, Ronse, de Kluisberg, Avelgem, Menen, Ieper… En vandaag dus Poperinge. —


23 oktober. Poperinge, Grote Markt. Aangescherpte coronamaatregelen, nergens kan ik terecht voor een koffie. Ha! Daar zwaait een meisje parmantig met een goedgevuld dienstblad. Naast haar staat een stoel. Ik ga zitten en kom midden in de Eerste Wereldoorlog terecht.

Poperinge is niet door Duitsers bezet, een zeldzaamheid bachten de kupe. Britse soldaten komen er verpozen. De Poperingenaars maken daar werk van. Op de Grote Markt opent een ondernemend koppel een Officers-only café: honky-tonkpiano, toelating om alcoholische dranken te verkopen, champagne en cakes. Er wordt gezongen en gedanst. Bij de aanvang van de oorlog is Eliane, dochter des huizes, twaalf. Door haar wordt de zaak een succes. Ze serveert en doet dat met verve. Klanten die op het sluitingsuur een bestelling plaatsen, mogen met haar dansen. Omdat ze roodharig is, heet ze voor de Britten Ginger. Haar naam staat naar verluidt in vrijwel elk officierendagboek. Wie er meer over wil weten moet maar eens naar haar wikipediapagina kijken. Daar moet ik evenwel aan toevoegen dat de encyclopedie het beeldje onvermeld laat en dus evenmin de maker ervan, Nele Boudry, surf dus eens naar haar website, ge zult, net als ik, verwonderd staan over de schoonheid die daar te zien valt.

Officers only? Champagne? Honky-tonkpiano? Moogt ge Ginger, aan de Rolling Stones denkend, een honky tonk woman noemen? Ja, van mij moogt ge alles, zij het in dit geval met mate. Moeder waakt streng over de maagdelijkheid van haar kind. Ik weet trouwens zelf hoe dat gaat met zo’n meisje. Ik heb het met eigen ogen gezien, in een café rechtover mijn ouderlijke woning. Daar hadden ze ook zo’n dochter. Daarover schrijf ik hier:

‘Het was dat meisje dat de verandering aanzwengelde. Ze moest daar niets voor doen. Van heinde & ver kwamen jongemannen op ijzeren rossen toegesneld. Door mijn dakraam zag ik hoe de stoep vol fietsen kwam te staan. Die jongens kwamen daar geen kaartje slaan, de tv werd niet aangezet, niemand hoestte in haar nabijheid rochels op. Er werd een jukebox binnengehaald waarop vooral Eenzaam zonder jou te horen was, een schreeuw om aandacht die met een hit omzwachteld werd. Drie platen voor vijf frank, drie keer Eenzaam zonder jou. Het café du Littoral rook niet langer naar bruine zeep, maar naar vers mannenzweet, goedkope aftershave en feromonen.’

Zo gaat het in oorlogen, zo gaat dat in mijn kindertijd, zo gaat het nu nog steeds en zo zal het ook morgen gaan. ’t Is de natuur, meneer. Wat kan ik daar nog aan toevoegen? Misschien dit: Gimme, gimme, gimme the honky tonk blues.

Flor Vandekerckhove



En binnen mocht er gerookt worden.

www.youtube.com/watch?v=FTWVV8Mxnhw