donderdag 30 april 2026

De onverwachte terugkeer van Miete Delanghe

De Laatste Vuurtorenwachter ontmoet Miete Delanghe in haar winkel op de Oostendse Baelskaai.

 
IN DE VROUW achter de toonbank herkende ik meteen Miete Delanghe. Van de weeromstuit herkende zij ook mij. ‘Hebt ge hier nu een winkel?’ vroeg ik verwonderd. Mijn verwondering valt licht te begrijpen als ge weet wie Miete Delanghe is, personage dat ge niet op de chique Oostendse Baelskaai verwacht.
Ze verkocht me een bokaal garnaal om er de nacht mee door te komen en ik trok naar de vuurtoren. Onder-weg overdacht ik tal van mogelijkheden die de machinerie van de artificiële intelligentie me aanreikt om Miete Delanghe achter de comptoir van een winkel op de Oostendse Baelskaai te plaatsen. (Flor Vandekerckhove)


Nadat het leven me van stad naar stad gebracht had, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 


woensdag 29 april 2026

Antwerpenaars onder elkaar

Patrick Conrad met Robbe de Hert en Willy Stassen op de set van Maria Danneels (1982)
(Foto uit de biografie, archief Conrad.)

‘Schat, awen beste film is oewaige leve.’
Robbe de Hert 
Motto, pagina 3 in de biografie. (°)

OP PAGINA 466 van de biografie woont Conrad in de Provence. Vrienden uit Vlaanderen sturen hem wel eens een tijdschriftartikel op. Zo kreeg hij in mei 1994 (…) de Humo van 21 april toegestuurd, waarin Robbe de Hert zijn “vriend” Conrad in de reeks “De 7 hoofdzonden volgens…” zonder aanleiding te kijk zette als een fils à papa die “niets anders te doen heeft dan filmpjes draaien”, die dan nog niet eens zo goed zijn als de zijne.’ Conrad laat het niet passeren en publiceert een lezersbrief in Humo. Het antwoord is even venijnig als de voorzet van Robbe: ‘Nu Robbe de Hert zelf een buitenverblijf in de Provence heeft aangekocht, zou ik natuurlijk tot de zomer kunnen wachten om met hem een paar van zijn recente doorzopen uitspraken uit te praten. (…)’ De biograaf vervolgt: ‘In een langere versie van de brief voor het nooit afgewerkte project Geen daden maar woorden. Twintig brieven ging Conrad dieper op de kwestie in. In liefst acht bladzijden, waarin hij eerst herinnert aan hun vriendschap en wat ze voor elkaar betekend hebben, breekt hij De Hert tot op de grond af. Hij besluit: “Deze wonde zal niet van zichzelf helen en er zal veel moeten gebeuren vooraleer ik je weer als vriend behandel, laat staan beschouw.” Het kwam nooit meer goed.’
Onlangs kwam Conrad erop terug. Met de geslagen wonden blijkt het wel mee te vallen. in een FB-post van 4 april schrijft Conrad bij een foto: ‘2005, Cabrières d’Avignon. — Ooit zei ik tegen Robbe dat mijn leven misschien wel mijn mooiste film was. Dat vond hij waarschijnlijk ook en maakte zich daarom de uitspraak voor altijd eigen. Het was normaal dat iemand die uit La grande bellezza wegloopt niets van Mascara kon begrijpen. Maar aangezien hij en Ida naast ons ook een huis in de Provence bezaten, bleef hij toch regelmatig als buurman op bezoek komen.’
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. 
Dit is het slotstukje over deze biografie. Eerder publiceerde ik al: 

dinsdag 28 april 2026

Ook een oneliner moet je repeteren


de kunst is 't in een lijn van zeventien lettergrepen te vangen

HOE LANG AL aanhoor ik dat geklaag? Dat je een haiku niet op één lijn mag plaatsen; dat het verhaal in een papieren boek thuishoort (zodat je eraan kunt ruiken); dat de weblog een minderwaardig medium is; dat een foto niet door het hatelijke Photoshop gemanipuleerd mag worden; dat je in de diepte moet gaan en niet over de oppervlakte mag surfen; dat alleen levende muzikanten je mogen begeleiden… En nu ook dat ik me verre van de artificiële intelligentie moet houden. Liever dan te participeren aan al dat klagen & zagen
zoek ik uit hoe ik met die nieuwe hulpmiddelen een literaire praktijk kan creëren, bestemd voor mijn surfende, scrollende en swipende medemens.
Vandaag vraag ik aan twee kompanen van GarageBand om me te vergezellen naar het repetitiekot. Aan de machinerie van AI vraag ik: maak een afbeelding van ons trio, zodat ik de repetitie wereldkundig kan maken. En kijk: de goeie Gilbert Lecon beroert de upright bass, drummer Livi geeft het ritme aan en De Laatste Vuurtorenwachter oefent zijn oneliner. Uiteraard is ook onze trouwe viervoeter, Polleke, van de partij. En ten slotte vraag ik aan YouTube om het geheel bij u thuis af te leveren. Nu op uw scherm!
Nadat het leven me van stad naar stad gebracht had, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

maandag 27 april 2026

De kunstenaar als kleine zelfstandige (brief)

Twee tableaus van Chris Hubrecht.

OP 22 APRIL, beste Chris Hubrecht, viel me de FB-post op waarin je zei: ‘Als kunstenaar investeer ik tijd, materiaal en energie om werk te creëren en te verkopen. Maar in de praktijk blijft er van die waarde weinig over. Galeriecommissies die kunnen oplopen tot 50%, gecombineerd met zware belastingen, zorgen ervoor dat een groot deel van de opbrengst verdwijnt nog vóór die bij de maker komt.’ 
In een vorig leven was ik secretaris van een bond van kleine zelfstandigen, ik ken dat geklaag dus wel. Maar ’t is waar wat je zegt: beeldend kunstenaars zijn niet in staat om van hun creaties te leven, zelfs/zeker als die creaties hoogstaand zijn. Wat bij uitbreiding ook geldt voor singer-songwriters en schrijvers. Veelal hebben ze daarnaast nog een beroep, ze zijn bijvoorbeeld docent in de KASK. Of ze leven op kosten van een werkende partner, zijn rijk van thuis uit, hebben een uitkering, een pensioen… Of ze leven van precariteit naar precariteit en van subsidie naar subsidie. Ik spreek uit ervaring.
Je vervolgt: ‘Het systeem zet de verhouding scheef: wie creëert en risico neemt, houdt het minst over. Dat is niet alleen frus-trerend, het is ook niet duurzaam. Als we willen dat kunst en creativiteit blijven bestaan, moet er meer ruimte komen voor een eerlijke verdeling, waarin de maker opnieuw centraal staat.’
Chris, je zwijgt over de olifant in de kamer en die olifant heet kapitalisme. Het kunstwerk komt op een ‘buyers market’ terecht. De maker heeft op zo’n markt nauwelijks vat. Hoop je op ‘een eerlijke verdeling, waarin de maker opnieuw centraal staat’? Dat zal niet gebeuren, Chris.
Onlangs bezocht ik nog eens Ledeberg, waar ik destijds voor middenstanders ijverde. Al die winkels zijn verdwenen. Alle hoogwaardige beroepen zijn weg, alle ambachtelijkheid werd vervangen door de snelle hap. Dat is ook wat kunstenaars te wachten staat, het is trouwens al bezig: ’44 procent van de nieuwe muziek die wordt geüpload is door AI gemaakt’. De tijd nadert waarin alle genreliteratuur (SF, horror, porno, noir, fantasy, romance…) door AI geproduceerd wordt. The King of the Sofa experimenteert daar nu al schaamteloos mee. Ook 
op de kunstmarkt zal de concurrentie op een ontspoorde manier toenemen.
Wie op een eerlijke verdeling hoopt, mag het vergeten. Voor hem geldt wat op de grafsteen van Charles Bukowski staat: ‘Don’t try’. Alleen de motivatie van Arno houdt stand: ‘Ik speel geen muziek voor het geld, maar om met mezelf in evenwicht te komen.’ Beeldend kunstenaars als Bansky en dichters als Charles Reznikoff zijn zich daarvan bewust. Zij beoefenen anti-kapitalistische kunstpraktijken en/of hun werk is niet van de markt afhankelijk. Ze zoeken een ‘maquis' (°) op, een plek waar hun werk ongezien tot grote hoogte komt. Waarom doen ze dat? Ik kijk naar een documentaire over pianist-componist Seymour Bernstein, waarin hij zegt dat de menselijke essentie in het creëren ligt. Wanneer je je talent ontwikkelt, zegt hij, kun je een diepe eenheid bereiken tussen je artistieke en je persoonlijke zelf, zodat kunst en leven op elkaar inwerken ‘en er een nooit eindigende cyclus van bevrediging ontstaat.’ In het ontwikkelen van je talent ligt de sleutel van ’t geluk.
Lost dat het probleem op dat je in die FB-post uit? Ah, voor een schilder is ’t niet anders dan voor een schrijver: ‘Het is al miljoenen malen gezegd, en het zal nog miljoenen malen gezegd worden: de werkelijkheid is zo angstaanjagend groot en wij zijn zo onvoorstelbaar nietig dat er niets anders op zit dan schrijven, schrijven, schrijven, schrijven, schrijven.’ ’t Zijn woorden van de grote A.L. Snijders.
Flor Vandekerckhove

(°) Bestaat er vandaag zoiets als een literair maquis? Zijn er schrijvers die zich, ongezien door het literaire veld, in dat maquis ophouden? Zijn die schrijvers in dat maquis in de weer met taal-, vorm- en genre-experimenten, zoals modernisten dat deden, beginnend met Charles Baudelaire? Ik schreef er in 2024 een essay over: Velerlei maquis, 32 pagina’s. 
De digitale publicaties (pdf of ePub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel: in dit geval ‘Velerlei maquis’) en zeg ook of je pdf dan wel epub verkiestliefkemores@telenet.be.

zondag 26 april 2026

De Porche van Valerie Van Peel en de stempelende notarisvrouw


ZELDEN SCHRIJF IK over politiek, want ja, weet ik veel. Ik ben een oude trotskist, dat zegt genoeg. Maar nu heb ik toch prijs. 
Op de radio hoor ik N.VA-voorzitter Valerie Van Peel (°1979) vertellen over iemand die van een verhoogde ziektetegemoetkoming geniet, iets wat uiteraard voorbehouden is aan mensen met een armoederisico. Pikant detail: voor de deur van die mens staat een Porsche. Die ziekenfondsen toch!
Meteen dacht ik: Godver, ik kén die mens! Ik ken die als de notarisvrouw die lang geleden onbeschroomd stempelgeld incasseerde. Valerie heeft daar geen weet van, ze was nog een klein meisje, de N.VA bestond nog niet. ’t Was de voorzitter van een anderse partij die dat verhaal toen op de radio vertelde. Die vakbonden toch!
Maar kijk, het leven gaat zijn gang. De anderse partijvoorzitter verdwijnt, Valerie komt in beeld. De stempelende notarisvrouw geraakt, net als ik, op leeftijd. Ze wordt ziekjes en haar Porsche staat voor de deur stof te vergaren. Iets wat Valerie te weten komt en aanklaagt. Die sociale zekerheid toch! Een stichtend verhaal voorwaar, althans voor wie denkt dat het verkondigen van alternatieve feiten een monopolie van Amerikaanse Trumpisten is.


Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

zaterdag 25 april 2026

Het dodenschip weer opgezocht

Links. Omslagontwerp editie 1931. Midden: de opdracht van Peter HH. Rechts: de eerste pagina.


IN 2010 KREEG ik van Peter Holvoet-Hanssen Het dodenschip cadeau, een mooie editie uit 1931. De dichter had er niet alleen een opdracht in geschreven, hij had ook de kaft met een schelpje versierd
Het dodenschip (1926) was de eerste roman van een toentertijd volslagen onbekende B. Traven. Er was alleen een postbusadres in... Mexico. Er volgde nog. ’s Mans oeuvre dijde uit tot 21 dikke boekdelen. Sommige boeken werden verfilmd, o.a. De schat van de Sierra Madre.  
Erich Müchsam en Rudolf Rocker meenden in de boeken van Ben Traven haast zeker de hand van de verdwenen anarchistische individualist Ret Marut te herkennen. Die Ret Marut (ook een pseudoniem) was eerder bekend geworden als uitgever van het literair-politieke eenmanstijdschrift Der Ziegelbrenner. Als revolutionair had hij deelgenomen aan de linkse Münchense Raden-republiek. Deze werd in 1919 neergeslagen. Ret Marut kon ontkomen, hij verdween. 
Müchsam deed een oproep: 'Ret Marut, kameraad, vriend, strijdmakker, mens, laat van je horen, geef een teken dat je leeft (…) we hebben je nodig.' Een oorverdovende stilte volgde. Vandaag weten we dat Marut en Ben Traven inderdaad een en dezelfde persoon waren, maar het heeft wel tot aan zijn dood in 1969 geduurd vooraleer daarover zekerheid was.
In Het dodenschip komt een man zonder papieren op de Yorikke terecht, een doorroest schip dat door zijn eigenaars nog één keer de zee opgejaagd wordt om het daar te laten zinken, een verzekeringskwestie. Wellicht lezen we daarin het persoonlijke verhaal van de vlucht van Marut/Traven. Op het einde van Het dodenschip drijft de verteller weg, vastgeklemd aan een stuk hout. En dan niets meer. Traven zegt zelf over het einde: 'Wat er nu gebeurt met degene die vertelt, of hij omkomt of op een of andere manier in leven blijft, heeft met het dodenschip niets meer te maken. (...)  De volgende regel zou het begin van een nieuwe roman moeten zijn.'
Flor Vandekerckhove

° Wouter Donath Tieges. Het raadsel B. Traven. 1983. Uitg. Meulenhof, A’dam. 254 p.
° B. Traven. Het dodenschip. Mijn editie. 1931. S.M. De Wilde Roos. Brussel. 306 p.

vrijdag 24 april 2026

Ook ik wilde wel een paperback writer zijn

In 2015 schreef ik Paperbackschrijver, geïnspireerd op mijn ervaringen in een dynamische Vlaamse onderneming. Vandaag declameer ik het verhaal, geritmeerd met muziek van Llittle red rooster, in een instrumentale versie van de Rolling Stones. De foto’s van de video werden gemaakt in Studio Kris J.Y. Verdonck. Hierboven staat hoe de machinerie van de artificiële intelligentie het verhaal interpreteert.

HET WAS EEN dynamisch bedrijf, wekelijks werd het kader uitgebreid. Een marketing manager, een public-relationsman, een beheerder van het wagenpark, een promotiechef, een inkoopdirecteur, een webmaster, een IT-specialist. Een financieel directeur, een verantwoordelijke voor de automatisering, een supervisor en een downsizer. Hoe het verder gegaan is, weet ik niet, de downsizer ontsloeg mij. Op mijn laatste werkdag overhandigde de financieel directeur me mijn maandloon en een forse premie bovenop, omdat het anders de moeite niet waard was. Ik dankte de man, maakte mijn bureau leeg en trok naar huis. Onderweg passeerde ik de Aldi waar ik een groot pak chocola kocht. Thuis ging ik voor het raam zitten en terwijl ik heel dat pak chocola soldaat maakte, schreef ik dit verhaal dat merkwaardig genoeg eindigde met: So I wanna be a paperback writer.’ (Flor Vandekerckhove)

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

donderdag 23 april 2026

Zo leren we Ronny Beyen weer kennen

Jean Paul Deboom, oud-klasgenoot van Ronny Beyen bezorgde ons de groepsfoto van de Eerste Economische, 1967-68, O.L.V-college Oostende. In alfabetische volgorde: Ronny Beyen (middenrij, 2de van rechts), Ghislain Bourgois, Georges Constandt, Jean-Paul Deboom (boven, nummer 5, tellend van links,), Albert Declercq (bovenaan, 2de van rechts), Marc Deraedt, Johnny Doom, Eric Dubois, Marc Heddebauw, Erik Laga, Frank Nollet, Wilfried Reynaert, Luc Spriet, Marc Van Daele, Norbert Vandamme (bovenaan, 3de van rechts), John Vandenbroele, Bernard Vanneuville (middenrij, 1ste links), Norbert Vanneuville, André Verburgh (bovenaan, 3de links?), Eddy Verhaeghe, Edgar Vileyn. Centraal op de onderste rij: principaal Arsène Carron en klastitularis Marc Vanhecke.

OP 15 APRIL was mijn nieuwe boek (°) omzeggens klaar, soortement kroniek van de jaren die ik als schooljongen in een Oostends college had doorgebracht. Ik moest alleen nog iets over Ronny Beyen (°1949-04.21 - 2001-04-11†) toevoegen, jongen die op school indruk op me had gemaakt als jonge sportreporter. Hem was ik, halverwege die collegejaren, uit het oog verloren. Ik ging naar hem op zoek en kreeg via Facebook massaal veel reacties toegestuurd, zoveel zelfs dat ze deze nieuwe post opriepen. 
De reacties leerden me dat Ronny als jongen in de Schippersstraat van Oostende had gewoond, hart van de Oostendse visserij. Later kwam hij met Marleen Hosten in Bredene wonen. Hij was inderdaad vroeg overleden, Ronny liet nog jonge kinderen na.
Na zijn middelbare schoolopleiding was hij al vlug in de Regie voor Maritiem Transport (RMT) terechtgekomen: ‘Ronny is laag gestart bij de RMT en heeft zich daar opgewerkt tot op het directieniveau.’ Johan Geuvens zei: ‘ik werkte bij de RMT als controleur tot de sluiting in 1997 en had dikwijls contact met Ronny Beyen. Hij werkte, als ik mij niet vergis, bij de directie Productie. Zijn eigenlijke functie weet ik niet meer, maar hij had alleszins zijn eigen bureau, hij had te maken met quality control. Een stille en heel correcte man, beetje timide maar heel hulpvaardig. Ik vernam indertijd dat hij eerst nog bij Lebon op de Torhoutsesteenweg gewerkt had. Op het einde van de RMT verzorgde hij ook de contracten voor 'Holyman Sally’, de nieuwe uitbater. Later, na het opdoeken van de RMT in 1997, werd hij ‘directeur personeel in het penitentiair complex Brugge.’ 
Veel respondenten vertelden ook over Ronny’s actieve inzet voor het basketbal, afwisselend als penningmeester, secretaris en voorzitter van basketbalclubs MJA en VOSO, tevens als scheidsrechter, iemand zegt ook ‘coach’.
Flor Vandekerckhove

(°) Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

woensdag 22 april 2026

Kunst en artificiële intelligentie (Uit de bol gaan)

Atlas, de bol, de circu, de kalligrafie.

EEN IJZEREN BOL. Mooi object, gevonden op ’t strand, maar wat was het? Ik dacht: ik maak er kunst van, geen objet trouvé, maar een Gesamtkunstwerk. Rond de bol zou Rik Allewaert een door mij bedachte circu aanbrengen: zeezout zand zonnehoed zonovergoten o zon zonnezomer. Lieven Debrabandere van zijn kant zou er een mythologische Atlas onder kappen, zo een die mijn bol als hemelgewelf in z’n nek torst. Als bestemming had ik het Dunegat van Bredene voor ogen, waar we het werk als guerrilla art zouden achterlaten. (Annick van de strandbar had dat ongetwijfeld geapprecieerd.) Vervolgens kwam van dat alles niets in huis, ook omdat de artificiële intelligentie plotsklaps al mijn aandacht opeiste. Ik zette de bol in een hoek alsmede uit mijn gedachten en daagde de artificiële intelligentie uit: wie maakt het beste SF-verhaal? Gij of ik? De beste horror? De beste western? De beste noir? Daarna oversteeg ik die genres en schakelde ChatGPT in om samen met mij een echt literaire blogpost te creëren, het werd een licht surrealistisch verhaal. Alzo experimenterend kwam ik tot merkwaardig conclusies. Ik haalde de bol weer uit zijn hoek en produceerde, nu samen met AI, een nooit eerder gezien staaltje van conceptuele kunst. Ik leverde het concept, de machine voerde uit. En kijk: Atlas, bol, circu, kalligrafie. Perfect!

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

dinsdag 21 april 2026

Over de dienstplicht van onze vaders

Links: Marcel Vandekerckhove op de rolschaatspiste in Bredene (1939, hij is 17 jaar). Midden: tijdens een bezoek aan de dierentuin in Dresden (1943, hij staat links op de foto). Rechts: als soldaat milicien in het bezettingsleger in Duitsland (hij is de man met het omgekeerde soepbord op het hoofd,1946?) 


OP DE WANDELING ontmoet ik een oud-schoolmakker. We hebben dezelfde leeftijd en dat gold ook voor onze vaders, zij waren van 1922. ‘Hoe komt het,’ vraagt hij, ‘dat onze vaders tijdens de oorlog niet gevochten hebben? Waren zij niet dienstplichtig?’ Goede vraag. 
Op 10 mei 1940 valt Duitsland België binnen. Marcel Vandekerckhove (°22 juni 1922 - 
2 januari 1989†) - in de familie gemeenzaam ‘onze Marcel’ genoemd - is bijna 18 jaar. Wellicht is hij net te jong voor de legerdienst. België capituleert al op 28 mei 1940 en nog steeds is onze Marcel geen achttien jaar. 
Daarna komt het land in handen van de bezetter. Van legerdienst is voor Belgen geen sprake meer, maar er komt iets anders. Jonge Belgen worden vanaf 6 maart 1942 gedwongen tewerkgesteld (Arbeitseinsatz) in Duitsland. In 1943 zijn dat er 310.000. Daaronder ook mijn toekomstige vader. Ik postte daar al een stukje over: ‘De reuzen bleven maar lopen en lopen.’ In 1943 verblijft hij in Brand-Erbisdorf, nabij Dresden. Hij werkt er in een fabriek. Ik weet niet wat daar gemaakt wordt, oorlogstuig wellicht. Hij is eenentwintig jaar. Op ’t einde van de oorlog vlucht hij fietsend uit dat dorp weg en ik herinner me dat hij meer dan eens vertelt dat hij ’s avonds aan de horizon de gloed van een brandend Dresden ziet. Als dat waar is, dateert zijn vlucht van 13 februari 1945
Later is vader toch nog soldaat geweest. Ook daar heb ik een foto van. Ik heb geen exacte datum, maar hij maakt deel uit van het bezettingsleger in Duitsland dat op 7 en 8 mei 1945 gecapituleerd heeft. De jongeman die vier jaar later mijn vader worden zal, is in 1945 drieëntwintig jaar.
Flor Vandekerckhove

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik moegestreden in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)