Beste Chris Hubrecht, Op 22 april viel me de FB-post op waarin je zei: ‘Als kunstenaar investeer ik tijd, materiaal en energie om werk te creëren en te verkopen. Maar in de praktijk blijft er van die waarde weinig over. Galeriecommissies die kunnen oplopen tot 50%, gecombineerd met zware belastingen, zorgen ervoor dat een groot deel van de opbrengst verdwijnt nog vóór die bij de maker komt.’
In een vorig leven was ik secretaris van een bond van kleine zelfstandigen, Ik ken dat geklaag dus wel. Maar ’t is waar wat je zegt: beeldend kunstenaars zijn niet in staat om van hun creaties te leven, zelfs/zeker als die creaties hoogstaand zijn. Wat bij uitbreiding ook geldt voor singer-songwriters en schrijvers. Veelal hebben ze daarnaast nog een beroep, ze zijn bijvoorbeeld docent in de KASK. Of ze leven op kosten van een werkende partner, zijn rijk van thuis uit, hebben een uitkering, een pensioen… Of ze leven van precariteit naar precariteit en van subsidie naar subsidie. Ik spreek uit ervaring.
Je vervolgt: ‘Het systeem zet de verhouding scheef: wie creëert en risico neemt, houdt het minst over. Dat is niet alleen frustrerend, het is ook niet duurzaam. Als we willen dat kunst en creativiteit blijven bestaan, moet er meer ruimte komen voor een eerlijke verdeling, waarin de maker opnieuw centraal staat.’
Chris, je zwijgt over de olifant in de kamer en die olifant heet kapitalisme. Het kunstwerk komt op een ‘buyers market’ terecht. De maker heeft op zo’n markt nauwelijks vat. Hoop je op ‘een eerlijke verdeling, waarin de maker opnieuw centraal staat’? Dat zal niet gebeuren, Chris.
Onlangs bezocht ik nog eens Ledeberg, waar ik destijds voor de middenstanders ijverde. Al die winkels zijn verdwenen. Alle hoogwaardige beroepen zijn weg, alle ambachtelijkheid werd vervangen door de snelle hap. Dat is ook wat kunstenaars te wachten staat, het is trouwens al bezig: ’44 procent van de nieuwe muziek die wordt geüpload is door AI gemaakt’. De tijd nadert waarin alle genreliteratuur (SF, horror, porno, noir, fantasy, romance…) door AI geproduceerd wordt. The King of the Sofa experimenteert daar nu al schaamteloos mee. Ook op de kunstmarkt zal de concurrentie op een ontspoorde manier toenemen.
Wie op een eerlijke verdeling hoopt, mag het vergeten. Voor hem geldt wat op de grafsteen van Charles Bukowski staat: ‘Don’t try’. Alleen de motivatie van Arno zal standhouden: ‘Ik speel geen muziek voor het geld, maar om met mezelf in evenwicht te komen.’ Beeldend kunstenaars als Bansky en dichters als Charles Reznikoff zijn zich daarvan bewust. Zij beoefenen antikapitalistische kunstpraktijken, hun werk is niet van de markt afhankelijk. Ze zoeken een ‘maquis' (°) op, een plek waar hun werk ongezien tot grote hoogte komt. Waarom doen ze dat? Ik kijk naar een documentaire over pianist-componist Seymour Bernstein, waarin hij zegt dat de menselijke essentie in het creëren ligt. Wanneer je je talent ontwikkelt, zegt hij, kun je een diepe eenheid bereiken tussen je artistieke en je persoonlijke zelf, zodat kunst en leven op elkaar inwerken ‘en er een nooit eindigende cyclus van bevrediging ontstaat.’ In het ontwikkelen van je talent ligt de sleutel van ’t geluk.
Lost dat het probleem op dat je in die FB-post uit? Ah, voor een schilder is ’t niet anders dan voor een schrijver: ‘Het is al miljoenen malen gezegd, en het zal nog miljoenen malen gezegd worden: de werkelijkheid is zo angstaanjagend groot en wij zijn zo onvoorstelbaar nietig dat er niets anders op zit dan schrijven, schrijven, schrijven, schrijven, schrijven.’ ’t Zijn woorden van de grote A.L. Snijders.
Flor Vandekerckhove⇲
In een vorig leven was ik secretaris van een bond van kleine zelfstandigen, Ik ken dat geklaag dus wel. Maar ’t is waar wat je zegt: beeldend kunstenaars zijn niet in staat om van hun creaties te leven, zelfs/zeker als die creaties hoogstaand zijn. Wat bij uitbreiding ook geldt voor singer-songwriters en schrijvers. Veelal hebben ze daarnaast nog een beroep, ze zijn bijvoorbeeld docent in de KASK. Of ze leven op kosten van een werkende partner, zijn rijk van thuis uit, hebben een uitkering, een pensioen… Of ze leven van precariteit naar precariteit en van subsidie naar subsidie. Ik spreek uit ervaring.
Je vervolgt: ‘Het systeem zet de verhouding scheef: wie creëert en risico neemt, houdt het minst over. Dat is niet alleen frustrerend, het is ook niet duurzaam. Als we willen dat kunst en creativiteit blijven bestaan, moet er meer ruimte komen voor een eerlijke verdeling, waarin de maker opnieuw centraal staat.’
Chris, je zwijgt over de olifant in de kamer en die olifant heet kapitalisme. Het kunstwerk komt op een ‘buyers market’ terecht. De maker heeft op zo’n markt nauwelijks vat. Hoop je op ‘een eerlijke verdeling, waarin de maker opnieuw centraal staat’? Dat zal niet gebeuren, Chris.
Onlangs bezocht ik nog eens Ledeberg, waar ik destijds voor de middenstanders ijverde. Al die winkels zijn verdwenen. Alle hoogwaardige beroepen zijn weg, alle ambachtelijkheid werd vervangen door de snelle hap. Dat is ook wat kunstenaars te wachten staat, het is trouwens al bezig: ’44 procent van de nieuwe muziek die wordt geüpload is door AI gemaakt’. De tijd nadert waarin alle genreliteratuur (SF, horror, porno, noir, fantasy, romance…) door AI geproduceerd wordt. The King of the Sofa experimenteert daar nu al schaamteloos mee. Ook op de kunstmarkt zal de concurrentie op een ontspoorde manier toenemen.
Wie op een eerlijke verdeling hoopt, mag het vergeten. Voor hem geldt wat op de grafsteen van Charles Bukowski staat: ‘Don’t try’. Alleen de motivatie van Arno zal standhouden: ‘Ik speel geen muziek voor het geld, maar om met mezelf in evenwicht te komen.’ Beeldend kunstenaars als Bansky en dichters als Charles Reznikoff zijn zich daarvan bewust. Zij beoefenen antikapitalistische kunstpraktijken, hun werk is niet van de markt afhankelijk. Ze zoeken een ‘maquis' (°) op, een plek waar hun werk ongezien tot grote hoogte komt. Waarom doen ze dat? Ik kijk naar een documentaire over pianist-componist Seymour Bernstein, waarin hij zegt dat de menselijke essentie in het creëren ligt. Wanneer je je talent ontwikkelt, zegt hij, kun je een diepe eenheid bereiken tussen je artistieke en je persoonlijke zelf, zodat kunst en leven op elkaar inwerken ‘en er een nooit eindigende cyclus van bevrediging ontstaat.’ In het ontwikkelen van je talent ligt de sleutel van ’t geluk.
Lost dat het probleem op dat je in die FB-post uit? Ah, voor een schilder is ’t niet anders dan voor een schrijver: ‘Het is al miljoenen malen gezegd, en het zal nog miljoenen malen gezegd worden: de werkelijkheid is zo angstaanjagend groot en wij zijn zo onvoorstelbaar nietig dat er niets anders op zit dan schrijven, schrijven, schrijven, schrijven, schrijven.’ ’t Zijn woorden van de grote A.L. Snijders.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Bestaat er vandaag zoiets als een literair maquis? Zijn er schrijvers die zich, ongezien door het literaire veld, in dat maquis ophouden? Zijn die schrijvers in dat maquis in de weer met taal-, vorm- en genre-experimenten, zoals modernisten dat deden, beginnend met Charles Baudelaire? Ik schreef er in 2024 een essay over: Velerlei maquis, 32 pagina’s.
De digitale publicaties (pdf of ePub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel: in dit geval ‘Velerlei maquis’) en zeg ook of je pdf dan wel epub verkiest: liefkemores@telenet.be⇲.