De papieren versie van de roman (2012) is al lang uitverkocht, maar uitgeverij De Lachende Visch stelt u ter vervanging de digitale AMANDINE voor, ‘de paint it black-editie’, zo genoemd omdat de illustraties uit de oorspronkelijke publicatie ontbreken en ook omdat de song met die naam een rol in het boek speelt. 33 hoofdstukken, 231 bladzijden, meer dan 63.000 woorden. AMANDINE vertelt het epos van de Oostendse visserij en hoe die geschiedenis het leven van de ik-figuur tot vandaag tekent. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook AMANDINE gratis. Schrijf naar liefkemores@telenet.be(vermeld de titel, zeg of je epub of pdf wenst) en De Weggeefwinkel stuurt het boek meteen naar uw mailbox.
De Laatste Vuurtorenwachter
* In DLVuurtorenwachter plaatst Flor Vandekerckhove sinds 1988 columns, herinneringen, leesnotities, (mini-)essays, polemieken, verhalen, gedichten… ******** ************* *********** [ISSN 3041-6442] ***** 'Deze vuurtoren belicht de verdwijnende wereld van een babyboomer/soixantehuitard.' ******** ****
dinsdag 3 maart 2026
In een lange zin van exact honderd woorden, denkend aan de derde slager
maandag 2 maart 2026
Leren schrijven met… Patrick Conrad
| Pink Poets, vlnr: Albert Szukalski pp, Michel Bartosik pp, Robert Lowet pp, Huges C. Pernath pp, Henri-Floris Jespers pp, Georges Adé pp, Paul de Vree pp, PATRICK CONRAD pp, Nic van Bruggen pp en Werner Spillemaeckers pp. (De afkorting pp na de naam wijst op formeel lidmaatschap. Foto van een Facebookpagina, ik zie daar geen naam van de fotograaf.) Wiksage zegt over Pink Poets: ‘Toen Patrick Conrad en dichter Nic van Bruggen op 22 november 1972 het intellectueel genootschap Pink Poets in Antwerpen oprichtten was dit een manifest tegen het realisme, dat Gentse dichters rond tijdschrift Yang voorstonden.’ De stichtingsdatum, zegt Conrad-biograaf Manu van der Aa, is onzeker. (°) |
‘Het eerste stadium van een tekst is de notatie. Niet weten waarheen men gaat, waar men staat. Dit gaat gepaard met een zeer grote en intense melancholie […] Gewoon noteren dus, wat men ziet, hoort, ruikt, tast, op straat, in stations, in bed […] in kroegen en latrines… ofwel, de onbegrijpelijke, gedicteerde aforismen neerpennen, zonder zich af te vragen van waar ze komen en hoe ze uiteindelijk in je hoofd terecht komen. […] Het eigenaardige is, dat men tijdens een bepaalde periode ervaringen en getuigenissen noteert die ergens met elkaar in verband staan, en die reeds in dit primaire stadium van de tekst, de toon of zelfs het onderwerp van het gedicht bepalen.'
De dichters van De Nieuwe Stijl en Gard Sivik komen niet verder dan dit stadium, zegt Conrad. Bij hem volgt er een tweede stadium:
‘Het ordenen, het schikken, het versmelten van al deze gegevens. De dichter wordt vakman, trekt zijn kiel aan, wast zijn handen, knipt zijn nagels en betreedt zijn atelier. In de inspiratie gelooft hij op dat ogenblik niet meer, nu volgt berekende arbeid, die op sommige passages nog sterk onder de invloed van zijn fantasie komt te staan. De structuur van het gedicht wordt duidelijker, het ruwe materiaal wordt gekneed, gemalen, gestreeld of verworpen. En dit tot de tekst af is, hetgeen men duidelijk voelt aan de plotse afstand die ontstaat tussen schrijver en werk.’
Iemand die pas op late leeftijd begint te schrijven, als ik, kan niet anders dan onder de indruk komen van deze jongeman, eerstens omwille van de vastberadenheid die uit die woorden spreekt, tweedens van de eenvoud waarmee hij zijn poëtica verwoordt, eenvoud die overigens sterk contrasteert met het maniërisme van zijn eerste gedichten. De eenvoud doet zelfs denken aan punk: ‘This is a chord. This is another. This is a third. Now form a band.’ Eenvoud & daadkracht. Aan de slag!
’t Is ook merkwaardig dat Conrad al op zo’n jonge leeftijd door het literaire veld erkend wordt. In 1969 mag hij al de Arkprijs voor het Vrije Woord op zijn palmares zetten. Hij is 24: ‘In 1969 prijkten op de Ark al de namen van onder meer Hugo Claus (1952), Ivo Michiels (1958), Hughes C. Pernath (1961), Paul Snoek (1963) en Jef Geeraerts (1967). Na Claus, die slechts 23 was toen hij de prijs kreeg, was Conrad met zijn 24 jaar de op een na jongste laureaat.’ Termen die in die tijd over zijn werk vallen: dandyesk, maniërisme, fin-de-siècle, decadentie, gebrek aan sociale gerichtheid…
Patrick Conrad is in die jaren nog aan ’t studeren, maar in de praktijk komt daar niets van in huis. Het verhaal van zijn studies laat me denken aan Claude Chabrol die aan de unief vier keer het eerste jaar doet en dan nog geen idee heeft waarover de examenvragen gaan, wel ziet hij in die vier jaar massa’s film.
Patrick Conrad is in die jaren nog aan ’t studeren, maar in de praktijk komt daar niets van in huis. Het verhaal van zijn studies laat me denken aan Claude Chabrol die aan de unief vier keer het eerste jaar doet en dan nog geen idee heeft waarover de examenvragen gaan, wel ziet hij in die vier jaar massa’s film.
In mei 1971 begint Conrad aan zijn legerdienst. Ik haal het val dood-plaatje van de muur, de metalen borsthanger die elke soldaat in oorlogstijd dient te dragen, herinnering aan mijn eigen militaire dienst. Ik lees de cijfers: ‘BELGISCH LEGER 71/58921’ Die 71 slaat op het jaar waarin ik opgeroepen word. Enkele maanden na Conrad ga ook ik het land verdedigen. Conrad maakt dan al naam als dichter, als tekenaar ook en hij heeft al zijn eerste stappen in de film gezet. Ik daarentegen weet in die tijd van van toeten noch blazen.
(°) Manu van der Aa. Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet. biografie. 2025. Uitg. Pelckmans. 336 p. U weet hoe ’t gaat wanneer ik in een biografie ga sprokkelen. Het geeft aanleiding tot een aantal blogposts. In de maak is een post over ‘Het eerste Artiestenwielercriterium in Opdorp’, 11 september 1971. Intussen maak ik ook al een label aan: Patrick Conrad.
zondag 1 maart 2026
Langdurig werklozen hebben Guy Debord aan hun kant
| Postkaart. 1963. getekend L. Buffier. De graffiti op een muur van de rue de Seine in Parijs is van Guy Debord (1953). |
Wat volgt is een probleem van copyright. We zouden de graffiti op de muur van de rue de Seine nooit gekend hebben, ware het niet dat Louis Buffier de woorden fotografeert en zijn foto tien jaar later als postkaart verspreidt, er de humoristisch bedoelde opmerking aan toevoegend: ‘Les conseils superflux’ ('overbodig advies'). In 1963 print de Situationistische Internationale de postkaart af, althans het deel met de tekst van Debord. De beroepsorganisatie van uitgevers meent dat het tijdschrift daarmee het copyright van Buffier schendt en vraagt geld voor het gebruik van de foto. Debord kan er niet om lachen en zet de dingen op cynische wijze weer recht: ‘Om tot de kern van deze kwestie van artistiek eigendom te komen, wil ik u verzekeren dat ik geenszins een deel van de opbrengst van de verkoop van deze ansichtkaart of een schadevergoeding voor de ongeoorloofde reproductie ervan wil eisen.’
Zo ging het eraan toe in ’t midden van de vorige eeuw. Inmiddels heeft de straatkunst een hoge vlucht genomen en de toe-eigening ervan nog meer. Bansky — ‘auteursrecht is voor losers'— is expliciet: ‘Bent u een bedrijf dat Banksy-kunst wil gebruiken voor commerciële doeleinden? Dan bent u hier aan het juiste adres – dat kan niet. Alleen Pest Control Office heeft toestemming om mijn kunstwerken te gebruiken of in licentie te geven. Als iemand anders u toestemming heeft gegeven, heeft u geen toestemming. Ik schreef “auteursrecht is voor losers” in mijn (auteursrechtelijk beschermde) boek (°) en moedig iedereen nog steeds aan om mijn kunst te gebruiken en aan te passen voor eigen vermaak, maar niet voor winst (…)’ Het belet niet dat Bansky, net als Guy Debord, een postkaartkwestie aan zijn broek heeft. Dat hij daarin voor de rechtbank gelijk zou halen, lag niet voor de hand, maar voorlopig ziet het er goed uit: ‘Saying Banksy wrote “copyright is for losers” in his book doesn’t give you free rein to misrepresent the artist and commit fraud. We checked.’
Ik keer terug naar de woorden van Debord. Nu langdurig werklozen weer naar de arbeid gedreven worden, krijgt Debords slogan actuele betekenis. Ik ken wel enkele kunstenaars die door die nieuwe regeringsmaatregel getroffen worden. Misschien hebt gij daar ferme bedenkingen bij. Daarom voeg ik er deze interessante ervaring van Bronnie Ware aan toe. Deze verpleegster vroeg haar terminaal zieke patiënten naar hun grootste spijt. De op één na meest voorkomende was ‘spijt dat ik zo hard heb gewerkt’, voorafgegaan door ‘spijt dat ik niet de moed heb gehad om het leven te leiden dat ik wilde, in plaats van het leven dat van me verwacht werd.’ (°°)
Flor Vandekerckhove⇲
Zo ging het eraan toe in ’t midden van de vorige eeuw. Inmiddels heeft de straatkunst een hoge vlucht genomen en de toe-eigening ervan nog meer. Bansky — ‘auteursrecht is voor losers'— is expliciet: ‘Bent u een bedrijf dat Banksy-kunst wil gebruiken voor commerciële doeleinden? Dan bent u hier aan het juiste adres – dat kan niet. Alleen Pest Control Office heeft toestemming om mijn kunstwerken te gebruiken of in licentie te geven. Als iemand anders u toestemming heeft gegeven, heeft u geen toestemming. Ik schreef “auteursrecht is voor losers” in mijn (auteursrechtelijk beschermde) boek (°) en moedig iedereen nog steeds aan om mijn kunst te gebruiken en aan te passen voor eigen vermaak, maar niet voor winst (…)’ Het belet niet dat Bansky, net als Guy Debord, een postkaartkwestie aan zijn broek heeft. Dat hij daarin voor de rechtbank gelijk zou halen, lag niet voor de hand, maar voorlopig ziet het er goed uit: ‘Saying Banksy wrote “copyright is for losers” in his book doesn’t give you free rein to misrepresent the artist and commit fraud. We checked.’
Ik keer terug naar de woorden van Debord. Nu langdurig werklozen weer naar de arbeid gedreven worden, krijgt Debords slogan actuele betekenis. Ik ken wel enkele kunstenaars die door die nieuwe regeringsmaatregel getroffen worden. Misschien hebt gij daar ferme bedenkingen bij. Daarom voeg ik er deze interessante ervaring van Bronnie Ware aan toe. Deze verpleegster vroeg haar terminaal zieke patiënten naar hun grootste spijt. De op één na meest voorkomende was ‘spijt dat ik zo hard heb gewerkt’, voorafgegaan door ‘spijt dat ik niet de moed heb gehad om het leven te leiden dat ik wilde, in plaats van het leven dat van me verwacht werd.’ (°°)
Flor Vandekerckhove⇲
(°°) Bonnie Ware. The Top Five Regrets of the Dying. Ik vind een Nederlandstalige titel die wellicht naar de vertaling van dat boek leidt: Als ik het leven mocht overdoen. Met als ondertitel: Een jonge vrouw op zoek naar vijf belangrijke levenslessen. De cover ziet er wollig uit, maar kopen hoeft niet, die vijf levenslessen staan ook opgelijst op haar website.
zaterdag 28 februari 2026
Een staaltje van onderkoelde passie
ONDERHUIDS BROEIT PASSIE, maar dat is er niet aan te zien. Sarah loopt een promotie mis doordat ze een tekort aan killersinstinct zou hebben. James’ moeder wordt ziek, waardoor zijn verkoopcijfers ineen stuiken. Beiden aanvaarden ogenschijnlijk moeiteloos de kritiek die ze erom krijgen, maar er is een limiet aan wat mensen kunnen verdragen. Dat geldt voor de consumenten van de bank-verzekeringsmaatschappij, dat geldt ook voor de bedienden die er werken. Die limiet is nu bereikt. James hackt het computersysteem, waardoor het bedrijf enkele dagen later gegarandeerd de pineut wordt, Sarah ontdekt wat hij van plan is en eist geld. Om te beletten dat zij het plan lekt, sluit hij haar op. Dan komt de dag waarop James’ wraakplan slaagt. Hij laat Sarah gaan, verlost zijn moeder uit haar lijden en wanneer hij haar ten grave draagt, staat hij schijnbaar onbewogen bij het graf. Het regent. Sarah komt naast hem staan. James maakt plaats onder zijn paraplu. Zie ze daar staan, twee schijnbaar onbewogen broeihaarden van passie. We bevinden ons in Dublin en de Liffey stroomt voort. De dingen zijn wat ze zijn. Geen achtervolgingen, geen crashende auto’s, geen ophef, geen drank, geen coke… Zo kunnen ze in Amerika geen films maken. (Flor Vandekerckhove⇲)
The Limit Of. 2018. Regie en scenario Alan Mulligan. Hoofdrollen voor Laurence O’Fuarain en Sarah Carroll. Ierland. Songs van Mick Flannery. 89 minuten. Te zien op Netflix.
vrijdag 27 februari 2026
De vechtersclub in drie zinnen
| In 1996 publiceerde Chuck Palahniuk zijn ‘Fight Club’, een scherp verhaal over mannelijke vervreemding. Regisseur David Fincher bewerkte het verhaal voor het witte doek. De film ging in september 1999 in première. Mij inspireerde het vandaag tot een driezinnenverhaal. |
Vechten is een driezinnenverhaal. Zo’n verhalen zijn experimenten om het zo kort mogelijk te houden, uitgaand van 't vermoeden dat internetlezers scrollen, surfen & swipen en dat ik bijgevolg maar korte tijd heb om hen mijn literair werk te tonen. In plaats van daar meewarig over te doen, neem ik die realiteit ter harte.
In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de hyperlink leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen ingepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be⇲.
donderdag 26 februari 2026
Herinneringen aan scheepswerf Seghers
| Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (bijna 4000 foto’s) staat hier⇲ op flickr. In 2019 maakte hij een reeks over de restanten van scheepswerf Seghers in Oostende. Al die gebouwen werden inmiddels afgebroken. De Slipwaykaai wordt nu volledig bezet door het VLIZ. De scheepshelling werd behouden en als monument mooi geïntegreerd in de nieuwbouwsite. |
IdP bestaat vandaag nog steeds, maar visserijschepen worden daar niet meer gebouwd. Seghers is alleen nog een herinnering. Ik heb Jacques Seghers destijds geïnterviewd. Ik herinner me zijn bureau en daarin vooral de wand waartegen een rij scherven prijkte, halzen van tegen de romp stukgeslagen champagneflessen, een herinnering aan elke scheepsdoop die daar had plaatsgevonden. Ik was erbij toen dat voor het laatst gebeurde en de O.154 Wilmar van de helling gleed, het laatste vissersvaartuig dat er gebouwd werd. Niet lang daarna legde Seghers de boeken neer. Er was in Oostende, zei hij, geen toekomst meer voor een visserij-scheepswerf.
Dat werd tegengesproken door Blankenbergenaar Jean-Pierre Ponjaert. Hij verwierf de werf met zijn vennootschap APS: ‘In Afrika ligt op dat vlak wel een toekomst.’ Er was sprake van de bouw van vijf vissersvaartuigen, bestemd voor de Kaapverdische Eilanden. Meteen riep hij een aantal arbeiders van Seghers terug. Uiteindelijk bleek Ponjaert een avonturier te zijn. De bestelling bleef uit, lonen werden niet uitbetaald, de negen arbeiders gingen in staking, ze bezetten het bedrijf. Bijna driehonderd (!) dagen later werd die bezetting opgeheven: No future! Ik schreef er een boek over. (°)
Nog was de rol van de werf niet uitgespeeld. Tegen alle verwachtingen in haalde die zelfs de eenentwintigste eeuw. ‘Maritieme Site Oostende’ werd een plek waar langdurig werklozen herschoold werden. Onder de praktische leiding van Georges Verleene bouwden cursisten er een replica van een historische Oostendse tweemastsloep. Het zijn er uiteindelijk twee geworden. Het eerste schip, Nele (2005), werd ingeschakeld in het toerisme. De tweede sloep werd in opdracht van Marnix Verleene gebouwd. Financiële problemen beletten de afwerking.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Flor Vandekerckhove. Kleine scheepswerf, grote staking. Dagboek rond een staking op de Oostendse APS-scheepswerf. 1993. Uitgeverij De Lachende Visch. 103 p. Verlucht met foto's van Arent Lievens, Guido Walters (†), Els Verhaeghe, Peter Ampe, Peter Maenhoudt, Ine Lievens en metaalarbeider Michel Degryse (†). (De titel is uitgeput.)
woensdag 25 februari 2026
Richard Brautigan en de beatgeneration
| Dichter-boekhandelaar Lawrence Ferlinghetti wil de beat van 1965 in San Francisco vereeuwigen. Larry Keenan noemt zijn foto van de bijeenkomst: ‘City Lights Bookstore, last gathering of poets/artists of the Beat generation’. We zien dichters en kunstenaars die zich voor de gevel van City Lights hebben verzameld. Op de voorste rij (L-R): Robert LaVigne, Shig Murao, Larry Fagin, Leland Meyezove (neerliggend), Lew Welch en Peter Orlovsky. Tweede rij (L-R) toont ondermeer David Meltzer, Michael McClure, Allen Ginsberg, Daniel Langton, Steve (vriend van Ginsberg), Richard Brautigan (met hoed), Gary Goodrow, en Nemi Frost. Achterste rij (L-R): Stella Levy en Lawrence Ferlinghetti. Elders lees ik erover: “Ik bekeek die geweldige oude foto’s van de Parijse surrealisten uit de jaren 20,” zo meldt de Chronicle dat Lawrence Ferlinghetti die dag zei: “Ik dacht dat het goed zou zijn om er eentje zoals die (van de lokale dichters) te maken (…)” Het artikel meldt dat “een half dozijn fotografen en ongeveer 50 omstanders aanwezig waren toen zo'n dertig dichters zich verzamelden. Folksinger Bob Dylan zorgde voor enige opschudding toen hij door de menigte op de stoep liep, op weg naar Vesuvio’s bar ernaast.” Dylan verbleef een eindje verderop in de straat. (…)'. Zes fotografen dus. De commentaar leert me dat ik niet echt weet wie bovenstaande foto gemaakt heeft, de site van Larry Keenan toont alleen een verticale variant. |
Ginsberg wordt almaar bekender en Brautigan blijft klein tot Trout Fishing in America ook hem groot maakt. Hoewel ook beatdichter en boekhandelaar Lawrence Ferlinghetti aanvankelijk een afkeer van Brautigan lijkt te hebben, is hij toch onder de indruk van diens meesterwerk. Hij neemt drie hoofdstukken ervan op in de eerste editie van City Lights Journal (1963). In dat tijdschrift verschijnt voor het eerst werk van Brautigan naast dat van Ginsberg. Ook beat-schrijvers Kerouac, Michael McClure, Snyder en William S. Burroughs tekenen in het tijdschrift present. Toch identificeert Brautigan zich niet als beat: ‘Hun waarden en doelen zijn natuurlijk geldig, maar het zijn niet de mijne.’ Wat niet belet dat hij met die stroming gefotografeerd wordt voor de vitrines van beat-boekenwinkel City Lights.
Op het hoogtepunt van zijn roem, in 1969, verkoopt Brautigan volgens Ferlinghetti meer boeken dan al de beats. Maar terwijl de beat uiteindelijk beschouwd wordt als een van de belangrijke literaire stromingen van de 20ste eeuw, geraakt Brautigan in de vergetelheid. Hij wordt gezien als een 'hippie-schrijver' en wanneer die beweging ten einde komt, wordt hij vergeten. Ferlinghetti spot later met Brautigan en zijn lezers: ‘Hij kon nooit een belangrijk schrijver worden zoals Hemingway, met die kinderlijke kijk op de wereld. De hippiecultuur was zelf een kinderlijke beweging. Ik denk dat Richard de enige romanschrijver was die de hippies nodig hadden. Het was een ongeletterd tijdperk.’
Flor Vandekerckhove⇲
In ’t najaar van 2022 publiceerde uitgeverij De Lachende Visch een essay van 11 pagina’s over beatdichter Allen Ginsberg, Als de muziekwijze verandert, wankelen de stadsmuren. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook dat e-essay gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be.(Vermeld Ginsberg en zeg of je pdf verkiest of epub.)
dinsdag 24 februari 2026
Guur weer op de Col de Puymorens
ENKELE DAGEN GELEDEN rijdt iemand in Frankrijk over de Col de Puymorens en filmt met zijn telefoon het landschap. Rijdend mag dat niet, maar hij doet het toch. Daarna plaatst hij de beelden op de FB-groep Météo Pyrénées. We zien sneeuwduinen.
Tania trok te voet over die col en ik wachtte haar daar op, dat was op 14 oktober 2023. ’s Morgens had ik beneden nog, in zacht weer, van een deugddoend openbaar voetbad genoten en ’s middags stond ik op de top uit te kijken over die indrukwekkende hoogte. Gure wind. Ik haalde mijn jas uit het valies, de zonnehoed ruilde ik in voor mijn baret.
Langs de kant van de weg zag ik ruïnes van een groot hotel, relict van een tijd waarin toerisme over de bergtop had geheerst. Die tijd was voorbij, wat restte was een vuile boel. Had het weer ermee te maken? Kwam het door de tunnel die in 1994 onder dat gebergte gegraven werd? Ik vraag het aan chatgpt:
Tania trok te voet over die col en ik wachtte haar daar op, dat was op 14 oktober 2023. ’s Morgens had ik beneden nog, in zacht weer, van een deugddoend openbaar voetbad genoten en ’s middags stond ik op de top uit te kijken over die indrukwekkende hoogte. Gure wind. Ik haalde mijn jas uit het valies, de zonnehoed ruilde ik in voor mijn baret.
Langs de kant van de weg zag ik ruïnes van een groot hotel, relict van een tijd waarin toerisme over de bergtop had geheerst. Die tijd was voorbij, wat restte was een vuile boel. Had het weer ermee te maken? Kwam het door de tunnel die in 1994 onder dat gebergte gegraven werd? Ik vraag het aan chatgpt:
Het Hotel du Puymorens was een ambitieus berghotel uit het begin van de twintigste eeuw. Toen het rond 1920–1930 werd gebouwd, was de pas zelf een belangrijke halte op de route tussen Frankrijk en Spanje. Reizigers bleven er overnachten. Maar met de opening van de tunnel veranderde dat drastisch. Het doorgaand verkeer rijdt sindsdien onder de pas door in plaats van eroverheen. De top verloor zijn functie als verplichte tussenstop. Vroeger was het ook modieus om op grote hoogte in berglucht te “kureren”. Intussen ontwikkelden zich lager gelegen, beter bereikbare skigebieden. Ze boden meer infrastructuur, beschutting en dorpsvoorzieningen. Een geïsoleerd hotel op een winderige pas kon daar economisch niet tegenop. Ook het weer speelde mee: de col staat bekend voor zijn zeer harde wind, zware sneeuwval en lange periodes van afsluiting in de winter. Het uitbaten van een groot hotel op bijna 2.000 meter hoogte was structureel te duur.
maandag 23 februari 2026
Droom 38 (’t Molenhof)
| Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (bijna 4000 foto’s) staat hier⇲ op flickr. In 2021 maakte hij twee reeksen over ‘t Molenhof in Bredene. Die reeks leidt hij daar zelf in met een geschiedenis van dat erf. In een nachtelijke droom kom ik er terecht. Ik weet niet hoe of waarom. En wat erger is: ik geraak er niet meer weg. |
GAUW! is het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 besloot alleen nog digitaal te publiceren. Het verhaal, waarin ik over mijn kindertijd vertel, verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven. Het verhaal werd daardoor in opeenvolgende edities korter, ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren en herschreef het verhaal helemaal in 'provoverzen', een door mijzelf bepaalde vorm, met strenge regels die ervoor zorgen dat het tegemoet komt aan de verwachtingen van internetlezers: kort, eenvoudig, erg geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft… Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt (Vermeld GAUW en erg of je epub of pdf wilt.)
zondag 22 februari 2026
Niet toevallig op Aswoensdag: over de noodzaak van protest
DOORDAT IK EEN mens met weinig cultuur ben, beperkt mijn parate kennis van U2 zich tot één songtitel, Sunday Bloody Sunday (1983). Die komt tot mij via de historische zondag in 1972 die eraan ten grondslag ligt, dag die mijn politieke visie mee gevormd heeft, dag waarop Britse soldaten in Derry vijftien vreedzame betogers neerschieten, bloedbad dat in 2002 in een indrukwekkende film vereeuwigd wordt. In die film is ook de song van U2 te horen.
Hoe zo’n dramatische gebeurtenis van volks verzet kunstenaars kan inspireren, boeit me al sinds ik als kind in cafés prenten zag waarop de Oostendse Vissersopstand (1887) verbeeld werd. In Hoe ik de Oostendse visserij ook elders weerspiegeld zag, som ik soortgelijke evenementen op die me later wisten te raken, telkens gelardeerd met sympathiserende kunstuitingen. Ik kan de reeks vandaag uitbreiden met Bruce Springsteen die On the Streets of Minneapolis zingt. Springsteen vertelt in de song over ‘een gewelddadige winter’, waarin ‘bloederige voetsporen’ de plekken markeren waar ‘genade had moeten zijn’. De song vernoemt de twee mensen die in die stad onlangs gedood werden: Renée Good en Alex Pretti. Springsteens voorbeeld werd inmiddels gevolgd door Billy Bragg met City of Heroes en nu ook door U2 met American Obituari.
Dat de U2-song op woensdag 18 februari uitkwam, heeft betekenis. Dat was Aswoensdag, dag van boetedoening voor gedane zonden. Waardoor Aswoensdag een profane, hedendaagse invulling krijgt. Sterker: het lied maakt deel uit van Days of Ash — waarin ‘ash’ weer naar Aswoensdag verwijst — een EP met songs (plus 'Wildpeace', een gedicht) over noodzaak van protest: Minneapolis, Gaza, Oekraïne, Iran, Soedan… En ’t sterkst van al, vind ik, is de daarbij horende editie van het fanzine Propaganda: zesenvijftig pagina’s bedenkingen, songteksten, uitleg en interviews met artiesten die aan de EP meewerkten. Met links naar de songs. Ge moet eens kijken hoe mooi dat gedaan is: Six postcards from the Present.
Flor Vandekerckhove⇲
Hoe zo’n dramatische gebeurtenis van volks verzet kunstenaars kan inspireren, boeit me al sinds ik als kind in cafés prenten zag waarop de Oostendse Vissersopstand (1887) verbeeld werd. In Hoe ik de Oostendse visserij ook elders weerspiegeld zag, som ik soortgelijke evenementen op die me later wisten te raken, telkens gelardeerd met sympathiserende kunstuitingen. Ik kan de reeks vandaag uitbreiden met Bruce Springsteen die On the Streets of Minneapolis zingt. Springsteen vertelt in de song over ‘een gewelddadige winter’, waarin ‘bloederige voetsporen’ de plekken markeren waar ‘genade had moeten zijn’. De song vernoemt de twee mensen die in die stad onlangs gedood werden: Renée Good en Alex Pretti. Springsteens voorbeeld werd inmiddels gevolgd door Billy Bragg met City of Heroes en nu ook door U2 met American Obituari.
Dat de U2-song op woensdag 18 februari uitkwam, heeft betekenis. Dat was Aswoensdag, dag van boetedoening voor gedane zonden. Waardoor Aswoensdag een profane, hedendaagse invulling krijgt. Sterker: het lied maakt deel uit van Days of Ash — waarin ‘ash’ weer naar Aswoensdag verwijst — een EP met songs (plus 'Wildpeace', een gedicht) over noodzaak van protest: Minneapolis, Gaza, Oekraïne, Iran, Soedan… En ’t sterkst van al, vind ik, is de daarbij horende editie van het fanzine Propaganda: zesenvijftig pagina’s bedenkingen, songteksten, uitleg en interviews met artiesten die aan de EP meewerkten. Met links naar de songs. Ge moet eens kijken hoe mooi dat gedaan is: Six postcards from the Present.
Flor Vandekerckhove⇲
De papieren versie van de roman (2012) is al lang uitverkocht, maar uitgeverij De Lachende Visch stelt u ter vervanging de digitale AMANDINE voor, ‘de paint it black-editie’, zo genoemd omdat de illustraties uit de oorspronkelijke publicatie ontbreken en ook omdat de song met die naam een rol in het boek speelt. 33 hoofdstukken, 231 bladzijden, meer dan 63.000 woorden. AMANDINE vertelt het epos van de Oostendse visserij en hoe die geschiedenis het leven van de ik-figuur tot vandaag tekent. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook AMANDINE gratis. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel, zeg of je epub of pdf wenst) en De Weggeefwinkel stuurt het boek meteen naar uw mailbox.
Abonneren op:
Reacties (Atom)