| In 1994, bij Ali in Nemours (impressie via artificiële intelligentie. Goed gedaan trouwens. Ja, in die tijd stond ik vol haar. De kitten is Meuw, katje dat al eens met mij mee op reis ging. De leren jas heb ik in Frankrijk achtergelaten, hij hing daar in de kast toen ik het huisje verkocht.) (°) |
In Nemours at ik op de Place de la République altijd shoarma. Of pita, dat weet ik niet meer. Of kebab. Op den duur kenden we elkaar, de uitbater van dat eethuisje en ik. Ali kende me als sjacheraar die telkens in Noord-Europa een auto kocht, ermee naar Zuid-Europa reed en die auto daar met veel winst verkocht. Dat Ali zoiets ongerijmds dacht, komt doordat ik hem bij onze kennismaking over Danny Ceuninck verteld had, die op zo’n manier al eens een reis naar Portugal placht te financieren. In Lissabon nam Danny vervolgens een goedkope vlucht naar Kaapverdië, waar hij ais geneesheer werkte. (°°) Doordat mijn Frans niet goed is, had Ali daar iets heel anders van gemaakt. Ik van mijn kant kende Ali als zoon van een Turkse moeder en een Algerijn die ten tijde van de onafhankelijkheidstrijd de kant van Frankrijk gekozen had. Doordat mijn Frans niet goed is, slaat ook dat wellicht nergens op.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) 184 reisverhalen telt deze blog al en er komen er ook dit jaar nog bij. Volgend jaar selecteer ik er een aantal en maak er een boekje van. Kijk, ik heb al een kaftontwerp.
(°°) Waardoor dit korte reisverhaal onverwachts ook een in memoriam wordt, een korte herinnering aan onze makker Danny Ceuninck (°6 juni 1947 - 6 oktober 2025†).