dinsdag 17 december 2024

Nu ook met kunst: ’ Hey Aldi, wat is de knaldi?' (°)


Links: kunstenaar Koen Vanmechelen. Rechts: het Aldi-product.



HEBT GIJ U op 7 december naar Aldi begeven om u daar kunst aan te schaffen? Niet zomaar een prul van Jan Bubbel hé, een kunstwerk van een van ’s lands grote artiesten, Koen Vanmechelen. En voor de prijs moest ge ’t niet laten, ’t was aan de knaldiprijs van 24,99 ! 
Waardoor de kunstmarkt ons de voorbije maand een spectaculaire spreidstand getoond heeft, een grand écart die ik tot in mijn liezen voel nazinderen, met aan de ene kant de Aldiprent van Koen Vanmechelen à 24,99 en aan de andere kant de aan de muur gekleefde banaan van Maurizio Cattelan voor 5,9 miljoen euro. Waardoor het kapitalisme ons een te meer met de neus op de feiten drukt: ANYTHING GOES, ALS GE MAAR BLIJFT KOPEN.
Zelf koop ik nooit kunst, ook niet als ’t een buitenkansje is, ik ben een proleet die op zijn geld zit (alle kunst in huis is voorwerp van ruil geweest, ja ik heb wel een en ander.) Verkopen doe ik evenmin, toen ik destijds eigen beeldend werk in de galerie had hangen, was ’t om er de zot mee te houden, ja, mijn oeuvre had altijd een groot Fluxus-gehalte, daar bestaat geschreven bewijs van. Nu doe ik alleen nog aan literatuur, da’s al moeilijk genoeg, en het resultaat ligt in de rekken van De Weggeefwinkel, soortement Aldi, maar dag en nacht open. Gratis daarenboven! Dát is pas knaldi.
Flor Vandekerckhove

(°) De titel verwijst naar een reclamespot van Aldi die sinds 2020 op de radio te horen is.

De e-boeken (pdf of EPUB naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel): liefkemores@telenet.be.

maandag 16 december 2024

En weer beantwoord ik een lezersbrief (°)

2017. Jan Lamote stelt zijn boek 'De Ensor moorden' voor aan de pers. (Foto Benny Proot)


DE FOTO op zijn FB-profiel toont me dat hij al eens de gitaar ter hand neemt, mijn korte passage bij kunstkring Artslag leert me dat hij dat ook soms met de pen doet — ter hand nemen dus — en onlangs heeft hij in De Pelikaan zelfs de micro ter hand genomen, als kersverse comedyacteur. Voor de rest uit hij op FB ferme meningen waarmee hij linkse mensen in ’t algemeen en soixantehuitards in het bijzonder op stang jaagt. Professioneel doet hij iets in de ‘sales’ bij Proximus, wat hem, naar eigen zeggen, ooit naar Kasteeltje ’t Waailand bracht. En op 15 november schrijft deze Jan Lamote me een brief, daarin meedelend dat hij mijn jongste essay afdrukt: ‘Ik ben dus een ouderwetse man. Ik kan of wil geen e-book lezen. Zelfs bij een column wil ik het papier voelen ritselen tussen mijn vingers. En daarom print ik alles af wat leesbaar is.’ Waarna hij voor het papieren boek pleit, eindigend met een oproep: ‘Laat het boek circuleren in zijn puurste vorm, papier, dan gaat het niet verloren.’
Jan, ik heb goede redenen om mij van ritselend papier af te wenden, ik lijst ze op in De onverwachte terugkeer van Amandine. De nadelen die je aankaart zijn reëel, de voordelen die ik aanhaal zijn dat eveneens. Zo is de papieren editie van Amandinevolgens velen mijn magnum opus — al lang niet meer beschikbaar, de digitale uitgave daarentegen is onuitputtelijk: de veelgeprezen Paint It Black-editie!
Mijn keuze voor digitaal ligt evenwel nog elders. Ik ben vrijwel zeker dat het internet de literatuur zal revolutioneren, digitaal zal voor de letteren even ingrijpend zijn als de fotografie dat was voor de schilderkunst, de recente 'explosie' van artificiële intelligentie bevestigt dat. Literatuur zal, zegt ook Kenneth Goldsmith, ten gronde veranderen of… verdwijnen. Dit is bijgevolg de taak die een schrijver zich vandaag moet voorhouden: goed leren schrijven voor internetlezers die surfen, scrollen en swipen, lezers die naar verluidt een korte spanningsboog hebben, lezers die anders gaan lezen in een wereld die bulkt van de verhalen. 
Mijn 'e-experimenten' (handpalmverhalen, drabbels, eenparagraafverhalen, provovers, prozagedichten, mini-essays, driezinnenverhalen en oneliners.…) maken van mij trouwens een betere schrijver. Zo had ik voor de papieren Amandine meer dan 72.000 woorden nodig, in de digitale Amandine doe ik krek ’t zelfde in 63.000.  
Jan, waarom schrijf ik? Niet voor geld, niet voor roem, niet voor 't ritselen van papier, niet voor, godbetert, de eeuwigheid. Ik laat je even in mijn ziel kijken: wat ik voel is een sterke behoefte om te communiceren, tegelijk is er die sterke drang om alleen te zijn. Schrijven voldoet, als niets anders, terzelfder tijd aan die twee behoeftes. Dat ik die gave al van kindsbeen heb, houdt me wellicht weg van ’t zothuis of/en ’t gevang, en zeker van de straat en de drank. Voor de rest is ’t, zoals T.S. Eliot zo welsprekend over 't schrijversgild zei: ‘For us there is only the trying, the rest is not our business.

(°) 't Is iets wat ik nog maar sinds kort doe. Eerdere antwoorden op lezersbrieven vind je hier (Raf Verbeke), daar (Eddy Strauven) en ginder (Noël Van Herreweghe).
De vijfde editie van GAUW! ligt in de onuitputtelijke voorraden van De Weggeefwinkel. Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de e-meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt. Beschikbaar in pdf en EPUB, naar keuze.

zondag 15 december 2024

Stefaan Pennynck: kommer & kwel in de vis

30 november, ’t Maz Oostende. Stefaan Pennynck stelt Marefrima voor. (Foto Samuel Pennynck)


IN 1988 kwam ik in de visserij terecht. Ik leerde er erg zichtbare mannen en onzichtbare vrouwen kennen, intense woelwaters en harde werkers, een moeilijk te ontwarren samenspel dat tegelijk voor en achter schermen plaatsgreep, voor en onder water, met strenge wetten en (net)mazen om die te omzeilen… Ik leerde de visserij kennen als de it-girl van de economie, waarbij dat ‘iets’ niet meteen te definiëren viel, maar toch wel met ‘jacht’ en ‘zee' te maken had.
Die moeilijk te definiëren kwaliteiten werden door de grootste schrijvers bezongen, in de eerste plaats door Herman Melville in zijn Moby Dick, door Benoîte Groult in Zout op mijn huid, door Annie Proulx in Scheepsberichten, Norman Lewis in Stemmen van de oude zee, Raymond O’Hanlon in Storm, Pierre Loti in Pêcheur d’Islande… En in Vlaanderen door Hendrik Conscience, Stijn Streuvels, Gaston Duribreux, Karel Jonckheere en ook door Franstalige Belgen als Georges Simenon
De visserij waarin ik terechtkwam, had daarnaast een eigen culturele loot, met collectioneurs als Roland Desnerck (woorden), Eddy Eneman (vissen) en Louis Vande Casteele (scheepsgegevens), verzamelaars van culturele artefacten als Dany Soete (Blankenbergse visserij) conservator Norbert Hostyn (marines), Jef Klausing (†) (vissersliederen), France Good-Duquenne (film John Bauwens), Antoine Légat (songs met zeeconnectie…), beroepsfotografen als 
Guido Walters (†) en Jo Clauwaert, en met héél veel producenten van verhalen… 
Soms werden die vertellers, net als ik, van verre aangetrokken door dat it-karakter van de visserij (dichter Peter Holvoet-Hanssen, schrijver Katrien Vervaele (†)…) soms waren ze zelf visser (Eddy Serie, Marnix Verleene, Chris Meyers, Philippe Godfroid (†) …), veelal behoorden ze tot een brede visserij-omgeving, beroepshalve bijvoorbeeld (Leon Inghelbrecht (†),Willem Lanszweert (†), Pierre Hovaert (†)) of door familiale banden (Jennifer Vrielinck, Doris Klausing, Nicole Derycker, Pascal Deckmyn (orale verteller die op hoge leeftijd door de TV ontdekt werd), of ze woonden in de buurt van vissers: Katia Van CauwenbergheJan HuygheJoris De Voogt (†) 't Zijn namen die me spontaan te binnen schieten, de lijst is verre van volledig.
Bovenstaande opsomming wijst op de traditie waarin auteur Stefaan Pennynck zich nu plaatst. Hij woont op de Opex, historische visserswijk in Oostende, heeft enige familiale roots in de vis en is als activist al langer begaan met de vissersgemeenschap. Zelf leerde ik hem destijds kennen via zijn opiniestukken in Het Visserijblad. En nu dus ook met een kort verhaal, Marefrima. (°)
Pennynck brengt in dat verhaal een jong gezin naar wat eertijds het kloppende hart van de Oostendse zeevisserij was, de Oostendse Oosteroever. Hoofdfiguur Rino passeert met zoontje Jules de plek waar de familie destijds in de visverwerking zat, nu een desolaat gebouw, klaar voor afbraak. Rino herinnert zich vaders niet te winnen strijd tegen de projectontwikkelaars , meteen de hoofdmoot van het verhaal. Maar ’t is niet allemaal kommer & kwel: Rino en Cindy — destijds bediende in dat familiebedrijf — worden ouders van de Kleine Juul en de nog kleinere Pippa. Pennynck sluit af met een vraag van de kleine Jules: ‘Mag ik een ijsje van jou?’ waarmee een kindermond het sombere visverhaal in zes woorden relativeert. Goed gevonden van Stefaan.
Pennynck steekt veel anekdotiek in zijn verhaal, dat komt doordat hij actief aan het plaatselijke sociale leven participeert, wat in het verhaal weerspiegeld wordt. Mij zou het niet verwonderen dat hij zelf deelgenomen heeft aan de theateractiviteit die zijn protagonisten naar de plek van het gebeuren brengt; en de uitdrukkelijke naammelding van Oostendse cafés zal de lokale kroegtijgers ongetwijfeld plezieren. Pennynck is daarnaast een auteur met een boodschap, ’t is niet toevallig dat termen als ‘korte keten’ en ‘lokale economie’ vallen, hij is er een pleitbezorger van.
In het verhaal lijkt Pennynck de omgangstaal van z’n protagonisten — volksmensen — aan te houden, ook wanneer ze niet specifiek aan 't woord zijn, ook als het gebrekkige taal oplevert, zelfs als het storend is: ‘(…) miserie van op de bureau (…)’; sinds de vismijn ‘over genomen is’; ‘(…) pa is nog aan het kijken (…)’: ‘Voorbij de hekken reed hij gewoon door. Blijkbaar vond hij het zelfs de moeite niet meer de hekken af te sluiten.’: ‘Ja, ’t is er mee gedaan.’; het levert pijnlijke zinnen op, als ‘(…) maar Norbert hield voet bij stuk en was uiteindelijk door het verzuipen in de problemen van de firma vergeten aan Peter bericht te laten wat hij wel of niet wilde doen.’ Ik vind dat slordig taalgebruik, waarvan je zou verwachten dat een uitgever-redacteur daar iets aan doet. Neen dus.
Flor Vandekerckhove

(°) Stefaan Pennynck. Marefrima. 2024. Uitg. Ambilicius Breda/Kalmthout. 29 pp. Het boekje is te koop bij de auteur (stefaan.pennynck@telenet.be), in Oostende, boekhandels Corman en De Witte Zee en via webwinkels. 
Pennynck heeft vroeger al gepubliceerd. Eerder recenseerde ik Naar Aristoteles’ graf. Hij schreef ook al 2 prinsessen en 1 kikker, een sprookje. Telkens betrekt hij een kunstenaar bij de publicatie. Voor de dichtbundel is dat fotograaf Samuel Pennynck, Stefaans jongste zoon, voor het sprookje is ’t beeldend kunstenaar Mieke Drossaert en nu zijn er tekeningen van Marieke Janssen.

zaterdag 14 december 2024

De Bredense Driftweg in de tijd van de Grand Hotels

Gearceerde namen kun je aanstippen, ze leiden naar meer uitleg over gebouwen en straten.


WE BEVINDEN ons in Bredene, ten tijde van de Belle époque, die daar ook de tijd van de Grand hotels is. 1. De Duinenstraat scheidt Kapellestraat van Driftweg. Links ligt de Helvetia, rechts de Grand Hotel de l’Espérance2. Op het terrein tussen de Driftweg en wat nu Peter Benoitlaan heet — toen August Pedelaan — heeft l'Espérance een minigolf, wellicht de eerste van Bredene. Aan de andere kant van de Peter Benoitlaan staat al sinds minstens 1908 hotel Glibert. 3. Volgt het hôpital maritime Roger de Grimberghe, sanatorium dat tot aan de hoek van de Kasteellaan loopt, met aan de overkant van de Kasteellaan hotel-brasserie des Ardennes. Helvetia en Ardennes zijn daarbij de enige horecabedrijven die ikzelf heb weten uitbaten.

Wie gearceerde woorden aanstipt, wordt naar plekken in De Laatste Vuurtorenwachter geleid waar meer over het gebouw of de straat te lezen valt. Wie bijvoorbeeld hotel Glibert aanklikt, verneemt meer over de uitbater ervan. [Op de foto het hotel in kwestie, het bijschrift zegt 1906, later volgen uitbreidingen.]

vrijdag 13 december 2024

Drie kerkhofverhalen, elk drie zinnen



Mistbank — In de openingszin van dit verhaal stapt de ik-figuur over het pad van een oud, desolaat kerkhof, koud, mist, stilte. In ’t midden, van ‘t verhaal alsmede van het kerkhof, slaakt de antiheld een kreet wanneer hij opmerkt dat een onzichtbare hand de grafsteen vlak naast hem verschuift. De slotzin van dit driezinnenverhaal verdwijnt in de duistere mistbank die zich niet toevallig op ’t zelfde moment als een deken over ’t kerkhof spreidt.

Aflijvig — De dichter dicht, de zanger zingt, de aflijvige verdwijnt in ’t graf, alsmede in de vergetelheid.

Raad — Wie kleine kinderen nastreeft, copuleert bij voorkeur met kleine mensen. Dit is een raad van de man met de zeis, want men moet zaaien om te maaien.

De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.)liefkemores@telenet.be.

donderdag 12 december 2024

De wraak van de banaan (in 100 woorden)

De crypto-ondernemer probeert te vluchten, maar glijdt uit over de schil van het kunstwerk.

Maurizio Cattelan bedacht in 2009 het satirische Comedian, kunstwerk gemaakt met een banaan die met ducttape aan de muur gehecht was. In 2024 werd het voor 5,9 miljoen euro verkocht aan de Chinese crypto-ondernemer Justin Sun. De miljardair verwijderde de ducttape van het kunstwerk om de banaan te consumeren, maar wat je van zo’n stuk fruit niet zou verwachten, gebeurde toch: de banaan attaqueerde de miljardair. Justin Sun probeerde te vluchten, maar — O cliché! — gleed uit over de schil. Met een behendigheid die je eerder van de kunstmarkt verwacht, plakte de banaan de crypto-ondernemer vervolgens tegen de muur. (Flor Vandekerckhove)

Honderd titelloze eenparagraafverhalen is een e-boek van Flor Vandekerckhove en wordt ingeleid door Flors oud-leraar Nederlands Alfons Vandenbussche.

De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis voor wie erom vraagt. Het boek wordt u per e-mail toegestuurd Vraag erom via liefkemores@telenet.be

dinsdag 10 december 2024

Kritiek uiten op Israël, mag dat?

Palestijnen komen bijeen om eten te ontvangen dat is gekookt door een liefdadigheidskeuken, te midden van een hongercrisis, terwijl het Israëlisch-Gazaconflict voortduurt, in Khan Younis in de zuidelijke Gazastrook, 4 december 2024. REUTERS/Mohammed Salem.

ZELF heb ik geleerd staat en volk — ‘staatsmacht’ en ‘de mensen’ — van elkaar te onderscheiden, waarbij de staat altijd weer een gewapende bende blijkt te zijn. Ik zie dat velen dat onderscheid niet maken, collaborerend Vlaanderen is voor hen iets wat Vlamingen nu eenmaal doen, de Verenigde Staten van Amerika vereenzelvigen ze met ‘de Amerikanen', de strapatsen van Leopold II verwijten ze de Belgen, Hamas is voor hen gelijk aan de Palestijnen en zo verwarren ze ook Israël met Joden… 
Soms is de verwarring Joden/Israël gewoon slordigheid, zoals dat wellicht ook bij Herman Brusselmans het geval was, toen hij in een column Joodse mensen en Israëlische staat door elkaar haalde, dat was dom en het ligt gevoelig, zoals hij moest ondervinden. Soms is er meer aan de hand en zijn er kwade bedoelingen in ’t spel. Zo zijn er die zeggen dat elke kritiek op de staat Israël een uiting van haat tegen het Joodse volk is, antisemitisme. In het Verenigd Koninkrijk werd Ken Loach op die basis van antisemitisme beschuldigd, 
Jeremy Corbyn eveneens en onlangs ook Jean-Luc Mélenchon in Frankrijk. In die gevallen bestaat de kwade bedoeling er duidelijk in links te treffen, een politieke stroming wordt dan geschandvlekt omdat die een lang bestaande Westerse traditie van antisemitisme zou voortzetten. De biograaf van de Joodse schrijver Franz Kafka concretiseert die traditie goed wanneer hij schrijft: ‘In de kern is de mythe niet veranderd (…) Wat echter wel veranderde was de gedaante waarin de mythe zich in de loop van de westerse geschiedenis voordeed (…) Van Christusmoordenaar, vampier, verkrachter en gifmenger veranderde hij in een woekeraar, oneerlijke koopman, kapitalistische uitbuiter, bolsjewistische wroeter. De met zijn geweer zwaaiende zionistische imperialist, de jood als aanstormende soldaat is enkel de nieuwste versie van dat portret (…)’ (°) Wie kritiek uit op het Israëlische leger — de ‘aanstormende soldaat’  — zou zich dus aan antisemitisme te buiten gaan.
De Anne Frank Stichting is nochtans duidelijk: ‘Kritiek op de politiek van Israëlische regeringen is niet per definitie antisemitisch. Iedereen mag bijvoorbeeld politieke beslissingen van de diverse Israëlische regeringen ten aanzien van de Palestijnse gebieden afwijzen of bekritiseren. Dat gebeurt ook in Israël zelf.’ Een goed voorbeeld van dat laatste is de Israëlische professor Neve Gordon die in een zeer lezenswaardig interview zegt: ‘Israël gebruikt humanitair recht om genocide te rechtvaardigen’.
Waarmee het woord gevallen is: genocide. Mogen we Israël van volkerenmoord beschuldigen? Steunen we dan niet automatisch dat vreselijke Hamas? In deze tegenwerping, zeer gepratikeerd door rechtse stemmingmakers als Mia Doornaert & C°, zien we weer dat opportunistische gelijkstellen van staatsmacht (in ’t geval van Hamas overduidelijk een bende gewapende mannen) en volk. Amnesty International is voor die tegenwerping niet gezwicht: de organisatie ‘concludeert dat er sprake is van genocide. Volgens het 295 pagina’s tellende rapport maakt Israël zich schuldig aan (…) het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke vernietiging. Dit is genocide.’ (°°)
Flor Vandekerckhove

(°) Ernst Pawel. Het leven van Franz Kafka. 1986. Uitg. Van Gennep A’dam. 515 p.

 (°°) Het rapport van Amnesty International kan HIER gedownload worden.

maandag 9 december 2024

Herinneringen aan ‘Wardje de vismarchang’

In 2019 postte ik al een stukje over Edouard Van Loo, daar hing ik toen een verhaal aan vast. Intussen heb ik het ‘internetschrijven’ al wat beter onder de knie, zo heb ik geleerd meer rekening te houden met het gedrag van de ‘internetlezer’ die surft, swipet en scrolt, wat betekent dat wie schrijft er goed aan doet de dingen kort en eenvoudig te houden. Wat overigens geen afbreuk hoeft te doen aan de literaire kwaliteit van wat hier de vorm van een literair vignet aanneemt. De herinneringen aan Wardje werden gescheiden van het verhaal dat ik in 2023 al gerecycleerd had tot Kwesties uit de kindertijd.

IN 1950 begint Bredenaar Eduard Van Loo (°1917 - †1988) in zijn woonplaats een vishandel, vandaar dat ik me hem herinner als 'Wardje de vismarchang’. Ik heb levendige herinneringen aan deze mens die met zijn fiets de wijk doorkruist, in zijn tas een voorraadje vis. Ten behoeve van zijn klanten kuist hij die vis ter plekke, op een plankje op de bagagedrager — zijn staantje — vooraan op de fiets. Mijn ouders zijn zo'n klanten.
Vóór 1950 is Eduard Van Loo visser, hij vaart voor ’t laatst uit in november 1949, aan boord van de O.106. Ook tijdens de oorlog is hij visser, maar uitvaren is er dan een hele tijd niet bij, wegens verboden door de Duitse bezetter. Gedurende die tijd beoefent Eduard de 'paardenvisserij'. Met recht en reden noemt Roland Van Loo zijn vader 'de enige echte Bredense paardenvisser.' Met zijn paard gaat Eduard in oorlogstijd voor de kust van Bredene in zee, ter hoogte van het Dunegat, de paardenstal staat op grond achter de Duinenstraat, tussen de melkwinkel van Portier en de schoenmakerij van Frans Vandevelde.
Flor Vandekerckhove
De vijfde editie van GAUW! ligt in De Weggeefwinkel. Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de e-meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt. Beschikbaar in pdf en EPUB, naar keuze.

zondag 8 december 2024

Muzikant stuurt brief naar vuurtoren

Rechts: portret van Noël Van Herreweghe, geschilderd door Annie Vanhee.


NOOIT EERDER had De Laatste een lezersbrief beantwoord, maar toen dacht ik: als Nick Cave en Amélie Nothomb het doen, dan ik ook, sindsdien doet ook deze blog aan lezersbrieven. ’t Is nog maar een begin hoor, de eerste keer was ‘t mijn antwoord op een brief van activist Raf Verbeke, daarna reageerde ik op iets wat filosoof Eddy Strauven me geschreven had. En nu een muzikant. 
Noël Van Herreweghe heeft een carrière als muziekleraar achter de rug. Hij is met pensioen, dirigeert in Drongen een harmonie en speelt aerophone in de JJBand, jazzorkestje bestaand uit oude rakkers. Hij schrijft: ‘Ik heb je essay VELERLEI MAQUIS met veel aandacht gelezen. Ook de muziek heeft een vergelijkbare dynamiek gekend. (…) Muzikanten hebben, net als schrijvers, gezocht naar nieuwe vormen van expressie om de complexiteit van hun tijd te vatten, vaak balancerend tussen artistieke integriteit en politieke realiteit.’ Hij noemt Igor Stravinsky, Arnold Schoenberg en John Cage, Bob Dylan, Joan Baez… Hij heeft het over jazz en rock 'n roll. ‘En als je het hebt over het noodgedwongen aanpassen aan politieke eisen, denk ik aan Sjostakovitsj.’
Beste Noël, Hebben muzikanten soortgelijk maquis achter de rug, als de door mij behandelde schrijvers, periode waarin ze, ongezien door het muzikale veld, aan de weg timmeren? Voor wat Dylan, en de muzikanten die later 'the Band’ vormen, is dat zeker het geval, ze trokken zich daartoe gedurende maanden terug in de kelders van the Big Pink
Dmitri Sostakovitsj is interessant. Twee groepen staan in deze tegenover elkaar. De enen zijn van mening dat hij een groot deel van zijn leven in conflict leeft met het Sovjetregime, zij omschrijven de componist als een ‘verborgen dissident’, een die zich onthoudt van openbare verbale uitingen, maar kritiek via muziek tot uiting brengt. Als zij gelijk hebben, kun je wel degelijk stellen dat Sostakovitsj lange tijd in soortement muzikaal maquis leeft, waarin hij, ongezien door het muzikale veld van de Sovjet-Unie, aan de dissidentie timmert. Tegenstanders daarentegen zien daarin een poging om Sjostakovitsj’ leven te herschrijven en te rechtvaardigen. Suggesties als zou Sjostakovitsj' muziek verborgen betekenissen bevatten, vinden ze onzin. Zelf ken ik er veel te weinig van om wie dan ook gelijk te geven, gesteld dat ik dat al zou willen, maar 'k vind het wel een interessant debat. Meer erover staat in Was Dmitri Sjostakovitsj een verborgen dissident, je zult dat graag lezen, ook omdat tal van hyperlinks — dat prachtige surplus van de weblog — je vandaar naar inspirerende bronnen leiden, meer dan voldoende om er deze winter een vervullende hobby aan over te houden.

De digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch zijn gratis. Mail erom (en vermeld de titel)liefkemores@telenet.be.

zaterdag 7 december 2024

Oude kranten lezen in Le Havre

De toegangspoort tot de Jardins suspendus in Le Havre.

OP 4 DECEMBER wandelt Tania weer een stuk van de de GR21 af, ik wacht haar op aan de ingang van La Havre, stad waarover ik gisteren al berichtte in Platgebombardeerd en heropgebouwd. Nu sta ik voor de Jardins supendus, verzameling serres die je planten uit heel de wereld laat zien. Ik ga kijken, mooi park, maar in de winter zijn de serres alleenlijk tijdens weekends open, bovendien ben ik niet zo’n plantenmens en al gauw toef ik weer in de camper, waar ik uitgesteld leesvoer tot mij neem.
Je weet dat ik thuis volgens een strak plan leef: ’s morgens schrijven, ’s middags wandelen, ’s avonds vlij ik me in de armen van m’n geliefde. Ik zou ’t niet anders willen, maar er zijn nadelen, er rest bijvoorbeeld nauwelijks tijd om te lezen. Vandaar dat ik nu in de auto, rechtover de toegangspoort van die tuinen, in oude kranten blader, op zoek naar iets om te onthouden, zoals een uitspraak van Michaël Borremans (°) Zegt de interviewer: ‘U zet voluit in op de impact van schilderkunst. We worden nog altijd als door een magneet aangetrokken door olie-op-doek.’ Borremans antwoordt: ‘Het is vaak verguisd en doodverklaard. In zekere zin terecht: veel functies die de schilderkunst had, zijn nu irrelevant. Maar daardoor heeft ze zich ook juist bevrijd. Alles wat illustratief was, hoeft niet meer.’ ’t Is iets wat aandacht van literatoren zou moeten trekken, nu ’t internet in ’t algemeen en artificiële intelligentie (AI) in het bijzonder het schrijven belaagt, hoe zal literatuur eruitzien als ze zich van die belagers heeft bevrijd? Gesteld dat ze dat kan, of course, schrijvers beseffen precies nog niet wat op hen afkomt. 
Er valt me nog iets op in dat interview, er wordt naar Sleeper (2008) verwezen, schilderij waarover ik iets zeg in Als je slaapt ben je dood. Het was me opgevallen dat die post de jongste tijd weer regelmatig opgehaald wordt, nu weet ik hoe dat komt.
Carl De Keyzer nu. Onlangs nog keek ik op YouTube naar een lang gesprek met de fotograaf. Ik lees (°°) dat Putin’s Dream, zijn derde Ruslandboek (na Homo Sovieticus en Zona) een experiment met artificiële intelligentie geworden is: ‘De Keyzer voedde een AI-systeem met beelden uit zijn eigen archief, opdat het zijn signatuur leerde kennen. Zijn fantasie en de kennis die hij had vergaard tijdens zijn vroegere Rusland-trips deden de rest. Na zes maanden computerwerk, “eigenlijk even lang als een echte reis”, lag er een boek.’ Zelf ben ik erg onder de indruk, maar Jan Desloover, die het artikel schreef, is niet zo’n fan: ‘De Keyzer is de Rubicon overgestoken. Wij hopen op zijn terugkeer.’
Ik leg de krant weg na het noteren van een kort citaat uit de column van Josse De Pauw. Onbewust vat hij daarin samen wat wegkijkende literatoren over AI lijken te denken: ‘Enfin, we zullen wel zien. Met dat zinnetje houden we het toch al dik 75 jaar vol.’

(°) ‘In mijn schilderijen is alles theater.’ Interview van Geert Van der Speeten met Michaël Borremans. DS 30 november 2024. 

(°°) Kijk, zonder camera. Recensie. DS 30 november 2024.  

Wie De Laatste alleenlijk omwille van de wandel-/reisverhalen leest, is nu ontgoocheld, maar ik beloof beterschap. De volgende keer (januari 2025?) stapt Tania dwars door Le Havre en daarna trekt ze over de Pont de Normandië het schilderachtige Honfleur binnen. Daar zal ik haar weer opwachten, met letterlijk een andere kijk op Le Havre. [Op de hiernaast staande situeringskaart duidt het rode bolletje Le Havre aan.]