vrijdag 2 december 2022

Bacons laatste stier

Links Study for Portret (José Capelo), 1990↗︎. Capalo is de vriend waarnaar Bacon op hoge leeftijd per se heen wil. Rechts: het laatst afgewerkte schilderij van Francis Bacon: Study Of A Bull (1991)↗︎.


Alhoewel zijn gezondheid dat eigenlijk niet meer toelaat, wil de oude Francis Bacon (1909-1992) op hoge leeftijd per se naar Spanje vliegen, naar zijn jonge vriend José Capelo↗︎. Bacon sterft in een Madrileens ziekenhuis. (°)
‘Hij verwachtte te overlijden tijdens de tocht naar Madrid. (…) Niet alleen herschikte hij zijn kamers in Reece Mews, hij bereidde waarschijnlijk ook zijn atelier — zijn particuliere podium — voor op zijn naderende dood.’
Op een ezel in het atelier staat Bacons laatst afgewerkte doek: Study of a bull (1991).
‘(…) een monochromatisch beeld van wit, zwart en asgrauwe grijstinten geplaatst in een groter veld van ruw doek in aardetinten. Een simpele gebogen band suggereerde de lijn van de horizon. Links tegen een zwarte rechthoek, kwam een spookachtige stier tevoorschijn. Zijn vorm was deels versmolten met grote witte panelen die leken op abstracte deuren. De stier was een antiek symbool van leven en kracht — vooral in de antieke wereld waaraan Bacon de voorkeur gaf — en het stierengevecht was een offersymbool.
Bacon schiep zijn laatste stier uit fluisterende grijstinten, waaraan hij letterlijk stof toevoegde. Hij had soms stof gebruikt in zijn vroegere schilderijen, maar hier was het in het bijzonder ontroerend. Het herinnerde niet alleen aan de ceremoniële woorden ‘As tot as stof tot stof’, maar ook aan de stolling in Bacons longen. (…) Er was geen twijfel over de rol van de stier. Hij was de boodschapper van de dood, een dierlijke engel, die het nieuws bracht aan de matador-kunstenaar. Hij was voornamelijk gemaakt van zachte rondingen, met één scherpe en glinsterende uitzondering. Zijn rechterhoorn was een sikkel, het symbool van sterfelijkheid. Hij pauzeert voordat hij leven oogst om naar Bacon en de toeschouwer te kijken.’ (°°)


(°) Max Porter heeft een stukje fictie over Bacons laatste dagen geschreven. De dood van Francis Bacon. Hardcover 9789403137414 Druk: 1 juni 2021, 80 pagina’s. Uitg. De Bezige Bij, A’dam. Vertaald door Saskia van der Lingen. Ik recenseer het hoekje hier↗︎.
(°°) De citaten komen uit Mark Stevens, Annalyn Swan. Francis Bacon: openbaringen. De biografie. Uitgever: Spectrum, Unieboek, A’dam. 2021. Vertaling Rob de Ridder en Eric Strijbos. 1032 pp.


Flor in spoken word dient om de gedeclameerde versies van mijn verhalen/gedichten kenbaar te maken. Wie op Facebook zit, klikt hier↗︎.

donderdag 1 december 2022

De oneliner van de nar


 De oneliner van de nar is een van de 100 poëtische oneliners die ik aan ’t schrijven ben. Eén lijn, 17 lettergrepen, geen leestekens, geen kapitalen. De oneliner komt uit het niets en verdwijnt daar ook weer in. Bij 't declameren instrueer ik u over kledingvoorschriften waaraan schrijvers zich dienen te houden op auteurslezingen (zie daarvoor onderstaand YouTubefilmpje.)  (Flor Vandekerckhove↗︎)


Lang voor de nar de dag aanvat houdt hij al de narrenstok omvat



Oneliner van de nar
op YouTube
[125]

woensdag 30 november 2022

Hier groeit inspiratie


Iwein Scheer vraagt me om de narrenstok weer op te nemen. Geen tijd! Jasper Pollet vraagt me om de Oostendse Paulusfeesten met Avondgenoegen te openen. Geen tijd! Daniël Crabeels vraagt me om in de Oostendse galerie Lloyd de finissage van Frans Vercoutere uit te leiden. Geen tijd! De bib van Bredene nodigt lokaal literair talent uit en of ik die bende wil vervoegen? Geen tijd! Vandaar de vraag die ik mezelf stel: wat bezielt een mens als ik eigenlijk om zo ‘asociabel’ door 't leven te gaan? Ap Dijsterhuis↗︎ antwoordt: 
‘Mensen die verder willen komen met hun roeping, moeten veel tijd besteden aan zichzelf en soms wat minder aan hun omgeving. Focus en concentratie zijn cruciaal. Ze kijken niet naar flauwekulprogramma’s op tv, ze laten zich niet afleiden door hun smartphone.’ (…) ‘Artistieke inspiratie komt voort uit de wil om beter te worden, uit creativiteit, discipline en oefenen. (…)’
Daar voeg ik voor mezelf aan toe: ze lopen niet te leuren met hun boekjes, ze zoeken de podia niet op, ze mijden sociaal verkeer in ’t algemeen en kroeglopen, poëzieavonden en auteurslezingen in ’t bijzonder. 
Ik doe wat Glenn Gould↗︎ ook deed. Hij liet het concertcircuit links liggen om zich aan de creativiteit te weiden. 
’Als een kunstenaar zijn geest wil gebruiken voor creatief werk’ zei hij, ‘moet hij zich wel afsluiten van de samenleving.’ 
De manier waarop ik dat doe is dan nog kattenpis vergeleken met deze waarop Celia Paul haar inspiratie stimuleert, zoals in dit mooie, korte filmpje↗︎ blijkt. Al wat ik doe is luisteren naar de raad die Nick Cave hier↗︎ geeft: ‘
'Wijd je aan het voeden van die bezielende geest. Zet al je enthousiasme in op de ontwikkeling van die goede en essentiële kracht. Doe het door toegewijd te zijn aan de creatieve daad zelf. Elke keer je naar die ingenieuze vonk neigt, wordt hij sterker en zet hij de gewone gaven van de verbeelding in vuur en vlam. Hoe groter je toewijding, hoe beter het werk en hoe groter je gift aan de wereld.’
Maar goed, dat zijn indrukkend grote kunstenaars en ik ben een minor writer. Daar ben ik me zeer van bewust, maar ik kan Samuel Beckett toch niet tegenspreken, wanneer die zegt: 
‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try Again. Fail again. Fail better.’ 
Is dat niet om moedeloos van te worden? Niet als Saskia Decoster gelijk heeft, waar ze zegt↗︎:
'Schrijvers zijn geen schrijvers, maar mensen die schrijver willen worden. Zoekers. Altijd op weg naar een juiste vorm ergens, een thuis, ooit.’ 

Flor Vandekerckhove↗︎


De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis. Mail erom: liefkemores@telenet.be↗︎. (Vermeld de titel.)




maandag 28 november 2022

Henry & George, een ontmoeting in Parijs

Twee schrijvers. Beide hebben — weze het op een ander moment — mijn leven beïnvloed. Beide hebben elkaar in levende lijve ontmoet. Twee redenen om hen in De Laatste Vuurtorenwachter 1s samen te brengen.
Henry Miller leer ik als adolescent↗︎ kennen. Als werkgevers er later nooit in slagen van mij een rendabele arbeidskracht te maken, komt dat door de Henry uit die boeken. Als die al een job heeft, is dat toch maar om zich er zo vlug mogelijk weer vanaf te maken. Zo word ik door Henry Miller opgeleid tot een ervaren schijnwerker. George Orwell daarentegen leer ik pas goed kennen in de tijd dat ik Het Visserijblad↗︎ redigeer. Hij leert me hoe je als schrijver tegelijk geëngageerd kunt zijn èn onafhankelijk. Een onwelkome partizaan↗︎!
Orwell is op weg naar Spanje, waar hij het linkse verzet tegen Franco gaat steunen. Hij ontmoet Henry Miller op 23 december 1936 in Parijs. Orwell heeft boeken van Miller gerecenseerd, hij wil de schrijver leren kennen. Orwell is 33, Miller 45. Orwell is lang, mager, bijna uitgemergeld en hij heeft al last van de longaandoeningen die hem op jonge leeftijd — hij wordt maar 46 — zijn einde kosten. Hij heeft de maniertjes van een Britse intellectueel, very British. Miller daarentegen is een pezige, uitbundige, botte Amerikaan die de middelbare school amper afmaakt en nooit een universiteit van binnen ziet. Orwells proza ​​is helder als een gezeemd venster. Millers woorden dwalen in een bewust ongekuist gehouden stijl overvloedig over de bladzijden. Wat de politiek betreft: Orwell onderzoekt hoe taal kan worden gebruikt om een betere wereld te creëren. Miller is volkomen apolitiek.
In My Friend Henry Miller↗︎ vertelt Alfred Perles over de ontmoeting. Een anekdote: Miller geeft de pover geklede Orwell een ribfluwelen jasje en noemt het zijn ‘bijdrage aan de republikeinse zaak'. Lachend waarschuwt hij Orwell ervoor dat de jas niet kogelvrij is. Ook Bernard Crick heeft het erover in zijn Orwellbiografie↗︎: De twee hebben het in Parijs over ‘vrijheid’. Voor Miller is dat iets persoonlijks, wat verdedigd moet worden tegen publieke verantwoordelijkheden, 'de beschaving is hoe dan ook gedoemd om een akelige wending te nemen, wat dappere padvinders als Orwell er ook aan doen...' Voor Orwell gaan vrijheid en democratie samen en garanderen ze de vrijheid van de kunstenaar.
In 1940 publiceert George Orwell Inside The Whale↗︎, essay dat in belangrijke mate over Millers Kreeftskeerkring gaat. Millers maatschappelijke opvattingen, vat Orwell daarin samen, zijn een passieve aanvaarding van een maatschappij in neergang. Wat ook betekent dat Miller in staat is om, beter 
dan doelgerichtere schrijvers, dichter bij de gewone man te komen, want, zegt Orwell, ook de gewone man is passief.
Nog later, wanneer Orwell met longaandoeningen in Londens ziekenhuis ligt, schrijft Miller hem een brief: 'Het spijt me ontzettend van je ziekte te moeten horen. (…) Misschien heb je alleen rust nodig — stop met denken en je zorgen maken over het uiterlijke patroon. Je kunt alleen je steentje bijdragen — je kunt de verantwoordelijkheden van de hele wereld niet dragen ... Doe niets! In het begin zul je merken dat het heel moeilijk is — dan wordt het geweldig en leer je echt iets over jezelf kennen — en door jezelf de wereld. Iedereen is zowel micro- als macrokosmos. Vergeet dat niet.’
Flor Vandekerckhove
↗︎

De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis. Mail erom: liefkemores@telenet.be↗︎. (Vermeld de titel.)

zondag 27 november 2022

Het zal je kat maar wezen

 

MONOLOGEN is een van de 200 driezinnenverhalen die ik schrijf. Dit is nummer 112, nog 88 te gaan. De gif haalde ik van ’t internet. Bij ’t declameren improviseer ik op de strumstick. De drummer van GarageBand houdt er de maat in. 


88 — Monologen — Hoe kun je nu van alles zo’n schrik hebben en toch altijd weer op straat willen lopen? Geen antwoord. Spreken met de kat Polleken geschiedt in monologen. (Flor Vandekerckhove↗︎)


Monologen op YouTube

www.youtube.com/watch?v=MGgQAlJ7YUI

[99]

zaterdag 26 november 2022

Mijn povere perenoogst


In 2020 meld ik hier↗︎ vol trots dat ik een perelaar plant. Hoopvol schrijf ik: ‘In 2021 pluk ik niet alleen de dag, maar ook de peer.’ Dat valt tegen: in 2021 valt alleen maar de dag plukken. Geen peer! Ik weet niet hoe dat komt. Is 2021 voor iedereen een slecht perenjaar? Is ’t doordat het boompje te jong is om al vrucht te dragen? Is ’t omdat het daar alléén staat en het de zware taak heeft zichzelf te bevruchten? Weten de bijen het nieuwe boompje in 2021 nog niet te vinden? 
Dit jaar valt er trouwens evenmin iets te oogsten. Toch zie ik vooruitgang. Daarnet plukte ik twee vruchten weg die ik eerder niet had opgemerkt, nauwelijks groter dan mijn duim. Ze zijn zo klein dat ik ze nauwelijks peer durf te noemen. Om zeker te zijn, pas ik er de eendentest↗︎ op toe: als iets eruitziet als een peer, zwemt als een peer en kwaakt als een peer, dan is het waarschijnlijk een peer.

Flor Vandekerckhove↗︎



De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis. Mail erom: liefkemores@telenet.be↗︎. (Vermeld de titel.)

vrijdag 25 november 2022

Wat verwacht je dan - dat ik in verdomde haiku’s uitbarst?



C is Peter Readings↗︎ zevende boek en er volgen er nog 25. Van al die boeken werden audio- of video-opnames geproduceerd, wat maakt dat we Reading hier↗︎ kunnen horen terwijl hij uit C voorleest. Die bundel uit 1984 bestaat uit 100 stukjes van telkens 100 woorden; er zijn prozagedichten, andere zijn gedichten in versvorm (sonnet, haiku en andere). Voor mij is het boek een leuke ontdekking, omdat ook ik een boekje heb dat uitsluitend uit stukjes van exact honderd woorden bestaat. (De Weggeefwinkel profiteert ervan om nog eens met dat boekje te adverteren.) Over zijn bundel zegt Reading: ‘C gaat over het hebben van een terminale ziekte en manieren waarop mensen de dood en het sterven het hoofd bieden.’ Ook dat is voor mij een aangename ontdekking; werk ik niet zelf aan een reeks waarin ik onderzoek hoe anderen met het onvermijdelijke einde omgaan? Wie in de lijst met labels ‘memento mori’ aanklikt wordt naar 20 van die stukjes geleid (en er volgen er nog.)
Uit C vertaal ik een prozagedicht dat eindigt met een haiku. Net zoals Readings origineel telt mijn vertaling 100 woorden, en de vertaalde haiku voldoet in 't Nederlands eveneens aan de eis van 5-7-5 lettergrepen. En zoals steeds: lezers die suggesties hebben om de vertaling te verbeteren, worden uitgenodigd me die te melden. (Flor Vandekerckhove↗︎)


Peter Reading. C. Uitg. David & Charles. 1984. 61 pp. ISBN-10: 0436409844.


De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis. Mail erom: liefkemores@telenet.be↗︎. (Vermeld de titel.)

donderdag 24 november 2022

Door het bos de woorden niet meer zien

 


De oneliner van het bos is een van de 100 poëtische oneliners die ik aan ’t schrijven ben. Eén lijn, 17 lettergrepen, geen leestekens, geen kapitalen. De oneliner komt uit het niets en verdwijnt daar ook weer in. De illustrerende/inspirerende gif is van Kevin Weir↗︎. (Flor Vandekerckhove↗︎)


speurend naar ’t spoor van ’t grootste woord langer ogend dan de hoogste boom


De oneliner van het bos 

op YouTube

www.youtube.com/watch?v=2CADU7gClzA

[100]

woensdag 23 november 2022

De ware identiteit van Piet


Witte mensen, zwarte mensen, De hut van oom Tom, de sint en zijn roetpiet… Dat alles werd ooit anders benoemd. Witte mensen waren blanken, zwarte mensen heetten negers, oom Tom woonde in een negerhut en de roetpiet heette zwarte Piet. Wat blijkt hier anders uit dan dat de dingen in beweging zijn en dat het benoemen mee beweegt? Zo begrijp ik ook dat de vroedvrouw nu verloskundige heet en dat de verpleegster van vroeger zich vandaag liever verpleegkundige laat noemen. Ja, het is zoals de filosoof het zeide: alles is in beweging. ‘t Is alleen een beetje lastig voor oude mensen, als ik, die al in een vaste plooi liggen. Ik reken nog in Belgisch geld en zo spreek ik ook nog altijd over blanken en verpleegsters. 
Terzijde! Over de beweeglijkheid van de taal ken ik een West-Vlaams mopje: ooit zeiden we gecoiffeerd, daarna moesten we gekapt zeggen. We hadden dat nog niet goed onder de knie of we mochten dat ook al niet meer zeggen, toen was het opeens gehakt
Niet iedereen kan erom lachen. Sommigen ervaren zo’n veranderingen als een aanval op hun identiteit. Die veranderingen, zeggen ze, sluipen ons volk binnen, bijvoorbeeld via anderstaligen die ons ‘menu’ opdringen voor spijskaart; ‘punaise’ voor duimspijker; ‘bureau’ voor bureel… Of via moslims: de infame omvolkingstheorie↗︎. Of via soixante-huitards die met losse zeden het huwelijk belagen, hoeksteen onzer maatschappij. Ja, er staat altijd wel ergens iemand klaar om op de volksziel te trappen. 
Nu sinterklaas nadert, ligt het woord roetpiet — voorheen zwarte Piet — blijkbaar moeilijk. Waarom eigenlijk? ’t Woord staat in het groene boekje, het behoort tot de taal. Waarom is roetpiet zo bedreigend? Ik zie maar één antwoord: omdat men u dat wil laten geloven.
Neen? De negerhut van oom Tom is een van de eerste boeken die ik gelezen heb. Dat boek is vandaag nog steeds te koop, zij het niet meer onder die naam. Het heet nu De hut van oom Tom. Negerhut is hut geworden, een kwestie van voortschrijdend inzicht. Ik ben er zeker van dat niemand die verandering als bedreigend ervaren heeft, ik ben zelfs zeker dat u die verandering niet eens hebt opgemerkt. Wel dan. Net zoals De hut van oom Tom na naamverandering hetzelfde boek blijft, net zo blijft roetpiet nog altijd de knecht van Sinterklaas. Niemand hoeft zich daarvoor in het kruis getast te voelen. Of het zou het jongetje in mij moeten zijn dat elk jaar vergeefs op het moment wacht dat de knecht sinterklaas de zak geeft↗︎ en olijk van de daken schreeuwt: Ni Dieu Ni Maître!


In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook dit e-essay gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be↗︎.

maandag 21 november 2022

Het verhaal van De Neunes

In Godtschalck↗︎ bezoek ik Pascal Deckmyn, altijd goed voor weer een ander verhaal.


Ze leveren me al lang verhalen, de Deckmyns. In 1999, toen ik nog maar kort Het Visserijblad↗︎ uitgaf, vertelde schipper Robert Deckmyn (°11 november 1914 – †13 december 2004) me al het merkwaardigste vissersverhaal dat ik ooit in dat blad zou publiceren. U kunt het hier↗︎ nalezen. Ook sasmeester op rust Pascal, Roberts oudste zoon, is een groot verteller. Op de meest plastische wijze legde hij me uit hoe het er in Oostendse cinema’s↗︎ aan toe kon gaan. Of hoe het er destijds bij de viswijven↗︎ aan toeging. 
De Deckmyns stammen uit de Oostendse garnaalvisserij, die we gemeenzaam als bootsjowerie↗︎ kennen; een wereld van kleine ambachtelijke producenten. Hoe zijn de Deckmyns eigenlijk in dat milieu terechtgekomen?
Pascals overgrootvader, Gusten, is nochtans van Roeselare. Daar verzamelt hij oud-ijzer, vodden & benen — uit beenderen wordt lijm gehaald — die kleine voddenrapers hem aanleveren. Het legt hem geen windeieren. Het aldaar verdiende geld investeert hij in een herenhuis in de Cirkelstraat van Oostende. Hij zet er zijn handel voort. Het huis heeft een binnenkoer waar kleine voddenrapers hun bij elkaar gesprokkelde oud-ijzer, slunsen↗︎ & benen achterlaten. Die binnenkoer opent ook een nieuwe mogelijkheid.
Zegt Pascal: ‘In die tijd wordt de garnaalvangst nog niet aan boord van ’t schip gekookt, zoals de Vlaamse garnaalvissers dat vandaag wel doen. Dus plaatst Gusten op die binnenkoer fornuizen om de vangst te koken. Ook die handel is een schot in de roos en August Deckmyn wordt zonder meer welvarend. De negen (!) kinderen van Gusten krijgen bij hun trouw elk een schuit mee, tweedehands scheepjes die hij in eigen land of in Frankrijk koopt, waardoor al die kinderen ook een eigen broodwinning meekrijgen. Ze moeten dat schip op termijn wel aan vader terugbetalen, waardoor Gusten ook in z’n oude dag voor een eigen inkomen zorgt. Al die scheepjes hebben dezelfde masttop — het gebeurt in de visserij wel meer dat scheepjes van dezelfde Oostendse familie een identiek geschilderde masttop krijgen —; het zijn de scheepjes van de neunes.’ Hoezo neunes? Pascal: ‘Wel, er zijn negen kinderen, neuf in ’t Frans, en die negen-neuf wordt in ’t Oostends al gauw verbasterd tot neun,’ Waardoor de kinderen van de uit Roeselare afkomstige Gusten Deckmyn aan een Oostendse bijnaam komen: de neunes.

Flor Vandekerckhove↗︎



Wie interesse heeft, laat dat weten aan liefkemores@telenet.be↗︎. Het e-boek (pdf) valt per kerende in uw mailbox. Gratis!