vrijdag 13 februari 2026

'Er zijn in de stad geen mannen met wie ik op straat gezien wil worden (…)'

Ernest Hemingway, portret van de man als openluchtschrijver.

ONLANGS LAS IK een citaat — ik weet niet waar, ik weet niet wiens — dat over een bibliotheek iets zei als volgt: ‘Iemand die een wijnkelder heeft, vraag je toch ook niet of hij ze allemaal gedronken heeft.’ ’t Is een opmerking die voor gemoedsrust zorgt wanneer ik mijn vinger over de ongelezen boeken in mijn kast laat gaan. Maar, zeg ik dan vergoelijkend, ’t Is niet omdat ze ongelezen zijn dat ik er niet over schrijven kan.
Toen ik in Gent woonde, liep ik regelmatig bij de Slegte langs. Haast altijd kwam ik met boeken buiten. Die stak ik thuis in de kast, zoals de wijnkenner dat met een fles in de kelder doet. Ik leidde een beweeglijk liefdesleven in die tijd, wat me van vrouw naar vrouw bracht en in die verhuizingen liet ik almaar meer achter: dream big, travel light. Daardoor staan her en der boeken die ik ooit de mijne noemen mocht. Of ze zijn in ’t containerpark terechtgekomen, wat waarschijnlijker is. 
Een collectie brieven van Ernest Hemingway heeft die verhuizingen overleefd. Ik weet niet hoe dat komt. Ik haal het boek (°) uit de kast, blader en vind maar één door mij onderstreepte passage. Op 15 september 1925 schrijft Hemingway een brief aan Ernest Walsch. Ik weet niet wie die Walsch is, zoek het op en zie dat ook die Amerikaan in 1922 naar Parijs trekt, net als Hemingway.
‘Ik heb mijn roman af—moet er van de winter nog eens goed doorheen gaan en uittikken. (…) Ik wil een wandeltocht ondernemen en mijn hoofd weer helemaal normaal laten worden. Het is van binnen hels vermoeid en nadat ik het boek af had heb ik er weer heel wat op los gedronken. Kan verdorie net zoveel whisky drinken als ik maar wil zonder dronken te worden omdat mijn hoofd zo moe is. Heb ook elke dag in de Seine gezwommen. Kouder dan de kust van Maine. (…) Heb er een hekel aan de herfst in de stad te verspillen. (…) Er zijn in de stad geen mannen met wie ik op straat gezien wil worden en ik ben bang om een van mijn vrouwelijke kennissen mee te nemen omdat ik een hekel heb aan complicaties, onwettige kinderen en alimentatie. Ga dus waarschijnlijk op mijn eentje maar voel me van binnen verdomd eenzaam en wou dat er iemand was om mee te gaan. (…)’
Waarom heb ik die passage destijds aangestipt? Ik heb waarlijk geen idee. Is er een reden waarom dat boek mijn trouweloos leven overleefd heeft? Geen idee. Al wat ik weet is dat het me vandaag een blogpost schenkt, als was het een goed glas wijn uit een fles die ooit in de kelder verloren werd gelegd.
Flor Vandekerckhove

(°) Ernest Hemingway. Brieven 1. 1917-1934. Uitg. Villa, Bussem. 1983. Vertaling en inleiding John Vandenbergh. 318 p.

donderdag 12 februari 2026

Tienerklanken

Links: aankondiging van het televisieprogramma. Rechts: presentatoren Nora Steyaert & Hugo Van den Berghe. 

WEER HEB IK een boek in wording. Genre, stijl en vorm zijn nog onzeker. ’t Wordt wellicht weer een experiment. Inhoudelijk richt mijn blik zich op mijn tienerjaren, vandaar de titel die verwijst naar een televisieprogramma dat in 1961 van start ging: Tienerklanken. Dat was meteen voor mij bedoeld, ik was twaalf, tiener in wording.
Wikipedia geeft een lijst van mensen die het programma doorheen de jaren gepresenteerd hebben: Louis Neefs, Nora Steyaert, Bob Boon, Hugo Van den Berghe, Regine Clauwaert, Bob Davidse en Walter Capiau. Wie van mijn generatie is, kent al die namen wel van een en ander, maar voor wat TIenerklanken betreft herinner ik me als presentatoren toch alleen maar Nora Steyaert & Hugo Van den Berghe
Op YouTube bekijk ik een uittreksel en zie ik dat het presenteren van een TV-programma in die tijd goed op slecht toneel lijkt. Herinner ik het me goed als ik zeg dat de Bob Boon Singers regelmatig mochten aantreden, Vlaams afkooksel van The Swingle Singers? Er werd ook plaats ingeruimd voor muzikaal tienertalent dat zo kans op ruimere bekendheid kreeg. Ik herinner me een popband die doodbedaard zijn ding deed. Niemand bewoog, de leadgitarist deed het zelfs zittend. In een tijd van hyperbeweeglijke Beatles vond ik die onbeweeglijkheid ferm impressionant, waaruit wellicht blijkt dat ik als tiener al een oude ziel had.
Flor Vandekerckhove

Tienerklanken wordt het vervolg op GAUW!, het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 besloot alleen nog digitaal te publiceren. Dat verhaal, waarin ik over mijn prille kindertijd vertel, verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven en begon ermee te experimenteren. Het verhaal werd daardoor in opeenvolgende edities korter, ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren, ik herschreef zelfs het verhaal. Het experiment komt nu, denk ik, beter tegemoet aan de verwachtingen van internetlezers: ’t is kort, eenvoudig, erg geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft… 
Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt.

dinsdag 10 februari 2026

KNIP!

Oostende, Boulevard du Midi, nu Alfons Pieterslaan, gezien vanaf het kruispunt Petit Paris richting huidig stadhuis.
Rechts: Au Vrai Bon Marché', filiaal van het warenhuis Delhaize Frères & Cie.

EEN KAARTJESKNIPPER EN een luitenant zitten naast elkaar op de bus. Zegt de luitenant: ‘U bent echt iemand van het verleden.’ De kaartjesknipper beaamt: ‘Ik ben een oude verplichting, nu besta ik alleen nog als hobby.’ Tussen Petit Paris en het station ontstaat een milde vorm van vriendschap tussen de twee mannen en ze wisselen kepies. ‘Hebt u een kaartje?’ vraagt de kaartjesknipper. ‘Neen’, antwoordt de luitenant, ‘ik heb een abonnement.’ De kaartjesknipper schudt het hoofd: ‘Neen, het moet een kaartje zijn.’ De luitenant denkt even na en zegt: ‘Ik heb nog een oude klantenkaart van de Vrai Bon Marché.’ Hij haalt het vintage documentje uit zijn portefeuille en toont het aan de kaartjesknipper. ‘Dat moet lukken,’ zegt die. Gezwind, zoals alleen kaartjesknippers dat kunnen, haalt hij zijn kaartjesknipper uit de tas en knipt de klantenkaart. KNIP! De luitenant is onder de indruk van het perfect geknipte gat, hij steekt de kaart weer in zijn portefeuille. Dan word ik wakker, sta op en noteer deze droom. Het is twintig over vier, onder 't straatlicht glinstert de regen en alles is rustig.
Flor Vandekerckhove

KNIP! is een verhaal van één alinea. In 2022 publiceerde uitgeverij De Lachende Visch honderd soortgelijke verhalen in een e-boek, elk verhaal is een paragraaf van één alinea. De bundel wordt ingeleid door mijn oud-leraar Nederlands Alfons Vandenbussche.
Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Honderd titelloze eenparagraafverhalen gratis voor elkeen die erom vraagt. Doe het nu en het boek valt vandaag nog in je mailbox. Doe het meteen (vermeld: 100 en zeg pdf of epub) via liefkemores@telenet.be↗︎

maandag 9 februari 2026

Haruki Murakami en Richard Brautigan in Oostende

Links: The Graffiti, Langestraat Oostende. Midden: Richard Brautigan. Rechts: Haruki Murakami.

OP MIJN LEEFTIJD valt een mens samen met zijn verleden. Daar valt niet aan te ontkomen. In mijn geval komt het door een kwarteeuw visserij en door een strategie die eerst in mijn voordeel speelde en me nadien tot last werd. Gevolg is dat ik, zelfs wanneer ik tussen literaire groten toef, alleen maar gelezen word als ik over Oostende schrijf. Hoe ik schrijf blijft van ondergeschikt belang. Ja, ik zou het liever anders hebben.
Daardoor ook komt het dat ik Richard Brautigan en Haruki Murakami niet bij David S. Wills ontmoet, maar in Oostende. Ha ja, anders blijft deze post omzeggens ongelezen. Ontmoet ik hen in de Graffiti? Is 't in The Groove? The 88? — help me hier eens uit, kroegtijgers, ’t is, denk ik, in 1980. Haruki Murakami heeft net zijn eerste boeken geschreven en Richard Brautigan glijdt in volle vaart de berg af. Brautigans meesterwerk dateert al van 1967. Murakami daarentegen moet zijn beste werk nog schrijven. Zegt Murakami: ‘Het klopt dat ik destijds een bewonderaar was van Kurt Vonnegut en Richard Brautigan, en van hen leerde ik over deze eenvoudige, vlotte schrijfstijl, maar de voornaamste reden voor de stijl van mijn eerste roman is dat ik simpelweg geen tijd had om een ​​doorlopend proza ​​te schrijven.’ Hij zegt ook: ‘Ik had deze twee boeken samengesteld door inspiratie te putten uit het werk van Amerikaanse auteurs als Vonnegut en Brautigan, die ik als student bewonderde. Achteraf gezien vind ik dat een beetje gênant.’ Brautigan zegt niets, hij drinkt.
Flor Vandekerckhove

° In 2023 ging ik in dialoog met Haruki Murakami, Over schrijverschap.’ Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay, 23 pagina’s, gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Ernaar vragen doe je via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het dezelfde dag nog in je mailbox valt. Vermeld ‘Over schrijverschap’ en zeg of je epub dan wel pdf verkiest. 
° Wij, met zand in onze schoenen is een memoir, 25 bladzijden, waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

zondag 8 februari 2026

Dat meisje uit Charleroi had mijn beenhouwerin kunnen worden

Gisteren vertelde ik hoe ik als puber een vriendinnetje trouw beloofde, Een meisje uit Charleroi. En hoe ik haar in de kortste tijd ontrouw werd. Vandaag mijmer ik daar in een provovers ietwat over na. Wat zou er van dat meisje geworden zijn als ik haar trouw gebleven was? 


beenhouwerin


soms
in alle vroegte
terwijl ik de slaap niet vatten kan
en toekijk
hoe het daghet in den oosten
vraag ik me wel eens af
wat er uiteindelijk van haar geworden is
en wat ik zou geworden zijn
als ik mijn woord getrouw gebleven was
en ik op haar gewacht zou hebben
ah
mijn Frans
dat is welhaast zeker
zou nu beter zijn
en haar Nederlands
goddank ook
want in extremis 
zou Onze Marcel me van ’t college weggehaald hebben
en me naar de slagersschool in Anderlecht gestuurd
waardoor ik nu een gepensioneerde beenhouwer zou zijn
en zij mijn beenhouwerin



OP ’T EINDE van 2020 ontwierp ik een 'nieuwe manier van schrijven', een wijze die geheel de mijne is. Beenhouwerin is op die manier geschreven. Mij kwam het ook toe deze nieuwe manier een naam te geven, alsmede er de vereisten van in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt. 
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

zaterdag 7 februari 2026

Een meisje uit Charleroi

Ik verzamel voer voor weer een nieuw boekje, deze keer mijn puberteit omvattend, het leven zoals het voor mij was, van mijn elfde tot ik pakweg negentien werd. De jongens die in die tijd mijn pad kruisten, da’s gemakkelijk. Daar zijn (klas)foto’s van, daar staan data op. Moeilijk zijn de meisjes. Die herinneringen zijn vervormd door tijd, verbeelding en door het fenomeen dat herinneringsvervalsing heet. Foto links: Bredene-Duinen, zoals het er in die tijd uitzag. Foto rechts, de entree van het lunapark, ontmoetingsplaats van pubers. 


WANNEER HEB IK het meisje uit Charleroi leren kennen? ’t Was in het lunapark, dat weet ik zeker. Ik denk paasvakantie, ik twijfel aan het jaar. Ze was fan van een Franse liedjeszanger. Was 't Jacques Dutronc? Was het Antoine? Die Antoine had in 1966 een hitje met Les Élucubrations d'Antoine en Dutronc deed het in dat jaar ook goed met Les Cactus. Twee keer 1966. Ik was zeventien. Ik dacht dat ’t eerder was, maar ik vind niet meteen de naam van een zanger die het bevestigt. 
Dat meisje van Charleroi verbleef op een camping. ’s Avonds begeleidde ik haar naar d’r kampeerhuisje, waarna ik me naar huis spoedde, wegens de ouderlijke avondklok. Op de laatste dag van de paasvakantie namen we afscheid en toen zei ik iets wat ik niet had mogen zeggen. Ik zei: J'attendrai ton retour. Ik zag dat ik daarmee recht in haar hart mikte. Ik was er trots op ook — zo doe je dat dus met vrouwen! Was ik van plan me aan mijn woord te houden? Feit: ’t is me niet gelukt. De trein naar Charleroi was nog maar weg en ik papte al aan met een meisje uit mijn straat. Aan 't begin van de daaropvolgende vakantie veroorzaakte mijn woordbreuk een tranenstortvloed en in 't lunapark gunde geen enkel Waals meisje me nog een blik.
(Morgen mijmer ik daar nog ietwat over na In Dat meisje had mijn beenhouwerin kunnen worden.)

Het nieuwe boekje zal ‘Tienerklanken’ heten. Het is bedoeld als een vervolg op Gauw! waarin ik over mijn kindertijd vertel. 
GAUW! is het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 beslist had alleen nog digitaal te publiceren. Het verhaal verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven. Het verhaal werd daardoor in opeenvolgende edities korter, ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren, en voortdurend herschreef ik het verhaal. Het experiment komt nu tegemoet aan de verwachtingen van internetlezers: kort, eenvoudig, geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft… 
Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het per e-mail, via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt.

vrijdag 6 februari 2026

Kom van dat dak af

‘Dutch’ (Harrison Ford) en Kay (Kristin Scott Thomas) aan het buitenhuisje. Hij draagt mijn houthakkershemd.


KAY, VERTOLKT DOOR Kristin Scott Thomas en ‘Dutch’, Harrison Ford, hebben niets met elkaar gemeen behalve dit: hun respectieve echtgenoten komen samen om in een vliegtuigcrash, waarna duidelijk wordt dat die twee een affaire hadden. Dat schept toch wel een band. Die plots ontstane band tussen de overlevenden is ook een ietwat melig verhaal waard: ‘Random Hearts’.
Over die film wil ik iets naast de kwestie vertellen. Halverwege het verhaal lokt Dutch zijn antagoniste naar zijn buitenhuisje. De twee beleven er een liefdesnacht. Naast de kwestie is dit: verleden jaar heb ik in Frankrijk zo’n buitenhuisje verkocht. Het houthakkershemd dat ik Harrison Ford zie dragen is het hemd dat ik in dat huisje droeg. Zijn schommelstoel is deze die ik daar heb achtergelaten. Wanneer zij de daaropvolgende dag naar de stad terugkeert, vraagt ze: ‘When will you be back?’ Hij antwoordt: ‘Roof's got a leak and I got some time.’ Zo is dat inderdaad als je zo’n buitenhuisje hebt: je moet het dak op! Op ’t einde van de film ontmoeten die twee elkaar weer. Zij vraagt: ‘How's the roof?’ Hij antwoordt: ‘Lousy’. Da’s ook de reden waarom ik dat huisje verkocht heb: lousy roof.
Random Hearts. 1999. Regie Sydney Pollack. Columbia Pictures USA. Te zien op Netflix.

donderdag 5 februari 2026

Richard Brautigan, succes in de hoogdagen van hippie

Richard Brautigan (1935-1984)


IN 1966/67 distribueerden de Diggers in San Francisco hun literaire vruchten op straat. Literatuur moest vrij & gratis zijn en The Communication Company stencilde erop los. Hippie werd groot in die dagen en dat geldt ook voor dichter-schrijver Richard Brautigan. Zijn op straat gedistribueerde gedicht All Watched Over by Machines of Loving Grace markeerde als 't ware de overgang van de beatgeneration naar hippie. Het gedicht werd meer dan eens gratis verdeeld, een keer zelfs in een oplage van 40.000. Brautigan voegde er een verklaring van copyleft aan toe: wie wilde, mocht het gedicht vrij van copyright herdrukken, zolang het maar gratis verspreid werd. Ge ziet: De Weggeefwinkel van uitgeverij De Lachende Visch valt niet uit de lucht.
1966, San Francisco, ge moet u dat voorstellen. Er hing daar wel degelijk iets in de lucht en Brautigan wist dat te capteren. Ge moogt voor de rest wel vragen stellen bij de hippiebeweging. Het is waar dat de praktijk van hippie erg ontluisterend kon zijn, zoals Joan Didion die ook beschrijft in haar Slouching Towards Bethlehem
De ontluistering geldt trouwens ook voor Brautigan zelf. In Jubilee Hitchhiker (°) schrijft biograaf William Hjortsberg hoe het lijk van de schrijver pas zes weken na diens dood ontdekt wordt. Vereenzaming, alcoholisme, drugs, literaire afgang, zelfmoord… Later wil dichter Michael McClure nog eens de plek zien waar zijn maat zich van het leven benomen heeft. Hij klimt langs de gevel naar boven en ziet door het venster ‘duidelijk de doodschaduw van Richard Brautigans lichaam geëtst in de vloerplanken, daar waar zijn lichaam vele lange weken onontdekt is blijven liggen. Brautigans lichaam was gesmolten (…) en in het hout gesijpeld, waar het een spookafbeelding achterliet. … De nieuwe eigenaars zouden later proberen het te verwijderen, maar geen enkel solvent of detergent slaagde daarin … Als een gefotografeerde geest wordt Richard Brautigans afbeelding misschien wel voor eeuwig bewaard om in het oude houten huis te spoken.’ 
Flor Vandekerckhove

(°) As Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p.


woensdag 4 februari 2026

Herinneringen aan Barbara

Oostende, hoek Baelskaai en Vuurtorendok, foto gemaakt binnen in de GRANADA Gallery van haute joaillerie designer Jochen Leën.


NU IS DAAR de Granada Galerie, maar in mijn tijd huisvestte die hoek het redactielokaal van Het Visserijblad. Op die plek deed ik wat een redacteur doet. Ik deed er ook administratie, facturatie, verzending, lezerswerving en correspondentie. ik deed de lay-out en zocht adverteerders. Ik deed alles, ik zeemde de ruiten.
Jaarlijks kon ik beroep doen op een leerlinge die in ’t STIMJO de kantooropleiding volgde en als laatstejaars stage moest lopen. Terwijl ik in Du Parc koffie ging drinken, deed zo’n stagiaire mijn papierwerk. Jaarlijks kwam er weer een ander meisje en over elk van hen valt wel een verhaal te vertellen. Dat geldt allereerst voor Barbara.
Barbara begreep wat haar te doen stond. Ik kon de barak vanaf dag één aan haar overlaten. Ook verzorgde ze met kennis van zaken de wiet die ik ter redactie kweekte. Ik mocht Baba zeggen.
Baba ambieerde een toekomst op de catwalk. Dat zo’n arbeiderskind haar schoonheid te gelde wil maken, begreep ik wel. Model is een eerbaar beroep en ’t is beter dan de vismijn. Om haar ambitie kracht bij te zetten participeerde Baba in haar vrije tijd aan een dure catwalkopleiding. Om de catwalk te leren, mochten zo’n meisjes dan aantreden in defilés van kleine zelfstandigen in la Flandre Profonde. 
Die meisjes waren blij om het te doen en een matrone stak ’t geld in haar zak. Ik zei niets, ’t was niet aan mij om Baba’s droom te fnuiken. 
Van zo'n defilé bracht Baba foto’s mee. Zo komt het dat ik op een dag, samen met Baba, naar foto’s keek waarop ze lingerie demonstreerde, het ene beeld nog sexyer dan het andere, culminerend in de bruid, waarbij Baba over de loper schreed, dragend nauwelijks verhullende kleding, alsmede een bruidsluier. Het duurde een wijl vooraleer ik weer kon nadenken, maar toen ik het deed, vroeg ik me af of hoe ’t mogelijk was dat zo’n jong, onschuldig meisje tegelijk zo sexy kon zijn, gekoppeld aan de vraag hoe ’t mogelijk was dat ze zo sexy was en tegelijk zo naïef.
Later heb ik Baba weergezien. ’t Was een vreugdevolle ontmoeting. Ze maakte haar beklag over de vrijer van d’r moeder, die geen moeite deed om mama te plezieren. Of ik geen zin had om zijn plaats in te nemen. ‘Doe het’, zei ze, ‘dan zien we elkaar weer.’ Dat bood wel perspectief, maar ik ben er toch niet op ingegaan.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. Het e-boek is dan ook gratis.
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

dinsdag 3 februari 2026

Van de paus vertellen (2)

In 2024 liet ik me ‘ontdopen’. Daar schreef ik al over in De kogel is door de kerk. Mijn afvalligheid is niet zonder gevolg gebleven. Over dat gevolg schreef er twee keer ’t zelfde verhaal, gisteren als driezinnenverhaal en vandaag als provovers. [Op de foto: Francis Bacon, Screaming Pope (1953). Meer over dat schilderij vind je in Waarom schreeuwt de paus?


‘Wantrouw elke aandrang tot schrijven 
behalve de vreugde van het formuleren.'
Godfried Bomans


paus (provovers)


we moeten hem weer binnenhalen 

zei de paus

en omdat men in ’t Vaticaan de paus nooit tegenspreekt 

zette de secretaris meteen alles in het werk 

om gods wil op aarde uit te voeren

daardoor ook komt het 

dat hier gisteren een bisschop aan de deur stond

’t zijn buren die het me vertelden 

zelf was ik niet thuis

en in de brievenbus vond ik een encycliek

waarin me de pauselijke bede werd overgemaakt

in ’t Latijn uiteraard

een taal die ik niet machtig ben

wat meteen de vraag oproept

hoe ik het dan weet

en het antwoord

een mirakel 

 

(Flor Vandekerckhove)


‘Driezinnenverhalen’ en ‘provoverzen’ zijn literaire experimenten waarmee ik scrollende, surfende en swipende e-lezers naar mijn verhalen lok. In beide gevallen leg ik mezelf een beperking op. In 't eerste geval is dat het aantal zinnen, in 't tweede het aantal woorden (100). Ze werden ook al gebundeld: ‘2HONDERD 3ZINNENVERHALEN&1LINERS’ en ‘Gesprekken met Polleke’ waarin vijftig dergelijke proverzen staan. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch zijn ook deze titels gratis voor elkeen die erom vraagt. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel, ‘200’ / ‘Polleke’), zeg of je pdf verkiest of epub) en vind het boek meteen in uw mailbox.