IN DE BIOGRAFIE van dichter-schrijver Richard Brautigan (°) heeft William Hjortsberg het ook over Jack Spicer die Brautigan terzijde stond bij ’t creëren van zijn meesterwerk, Forel vissen in Amerika. (°°) Brautigan had ingezien dat poëzie geen brood op de plank brengt, hij wilde proza schrijven. Spicer hielp hem, bijvoorbeeld zeggend: ‘Gooi alle goede zinnen weg.’ ’t Is minder vreemd dan het lijkt, ik kom er later nog wel op terug. Eerst leg ik een mapje aan, ‘compost’ bevattend, waarin later iets over die Jack Spicer kan groeien.
In het mapje: ik onthoud San Francisco Renaissance. Ik vind de titel van een bundel in ’t Nederlands vertaalde poëzie van die man: Citroenen, gedichten en zeewier, uitverkocht en alhier niet in de bib voorradig, uiteraard niet. Gelukkig is er ook de ouwe, trouwe dbnl die hier een vertaald gedicht van Spicer plaatst. Daarna lees ik in poets.org: ‘His increasing depression and alcoholism began to destroy even his closest friendships.’ Iets wat ook Brautigan overkomt. En nu ik erover nadenk: dat is ook de weg die Delmore Schwartz gegaan is, poëet wiens biografie hier ook nog ergens half gelezen ligt. (°°°)
Wat is dat toch in het schrijversgild met al die drank & depressie? Ge zoudt haast denken dat de act van het schrijven ernaartoe leidt. Wat ook geschiedde, herinner ik me opeens, voor vader en zoon James en Franz Wright.
In The Thirsty Muse (°°°°) vind ik een lange lijst van alcoholische, Amerikaanse schrijvers: Sinclair Lewis, Eugene O’Neill, William Faulkner, Ernest Hemingway, John Steinbeck, Edward Arlington Robinson, Jack London, Edna St. Vincent Millay, F. Scott Fitzgerald, Hart Crane, Conrad Aiken, Thomas Wolfe, Dashiell Hammett, Dorothy Parker, Ring Lardner, Djuna Barnes, John O’Hara, James Gould Cozzens, Tennessee Williams, John Berryman, Carson McCullers, James Jones, John Cheever, Jean Stafford, Truman Capote, Raymond Carver, Robert Lowell en James Agee. Ik denk ook aan Dylan Thomas, Charles Bukowski en J.M.H. Berckmans.
Over schrijvers en drank valt ongetwijfeld veel meer te zeggen en misschien doe ik dat ook eens. In afwachting formuleer ik een hypothese: auteurs drinken niet méér dan wegenbouwers, bankbedienden en pastoors. Ze schrijven er wel meer over, en over hun drinkgewoonten wordt ook door anderen geschreven, waardoor de literatuur een alcoholisch spoor achterlaat dat op den duur mythische proporties aanneemt. ’t Is, zoals gezegd, een hypothese.
Flor Vandekerckhove⇲
Over schrijvers en drank valt ongetwijfeld veel meer te zeggen en misschien doe ik dat ook eens. In afwachting formuleer ik een hypothese: auteurs drinken niet méér dan wegenbouwers, bankbedienden en pastoors. Ze schrijven er wel meer over, en over hun drinkgewoonten wordt ook door anderen geschreven, waardoor de literatuur een alcoholisch spoor achterlaat dat op den duur mythische proporties aanneemt. ’t Is, zoals gezegd, een hypothese.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) William Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p.
(°°) Richard Brautigan. Forel Vissen in Amerika. Vertaald door Peter van Oers. 2012. Uitg. Van Gennep A’dam. 160 p.(°°°) James Atlas. Delmore Schwartz. The Life of an American Poet. 1977. Uitg. Farrar, Straus & Girox. 417 p.(°°°°) Tom Dardis. The Thirsty Muse: Alcohol and the American Writer. 1989. Uitg. Sphere Books Ltd London. 292 p. Eerlijkheidshalve dien ik hieraan toe te voegen dat het boek ook een lange lijst van Amerikaanse schrijvers geeft die géén alcoholici waren.