zondag 5 april 2026

Blote nonnen, blote dichters

Hugues Pernath,  Freddy de Vree en Rudi Van Vlaanderen in Masscheroen van Hugo Claus


TIJDENS DIT PAASWEEKEND produceert Opera Ballet Vlaanderen een spektakel dat Sancta heet. (°) Dat toont onder andere naakte nonnen die in een bowl aan ’t skaten zijn. Dat levert ongetwijfeld beklijvende beelden op, maar Bonny, bisschop van Antwerpen, is tegen. En de Vlaamse opperseut Mia Doornaert legt er in de krant nog een schep bovenop. De twee stellen dat het kot te klein zou zijn mochten theatermakers alhier moslima’s opvoeren die uit de kleren gaan. Ze hebben gelijk, maar niet om wat ze denken. Wel omdat het aan elke cultuur toekomt de eigen vervreemding bloot te leggen. Het is aan kunstenaars uit de moslimwereld om de pijn, schaamte en schuld in die traditie te definiëren. Het is aan kunstenaars uit de joodse traditie om dat voor het jodendom te doen. De lijst kan moeiteloos uitgebreid worden: het is aan kunstenaars uit het kapitalisme om de schaamte en schuld die vrouwen in het kapitalisme te beurt vallen te (her)definiëren… 
Uitdagende kunst baadt alhier in een lange traditie. Van Charles Baudelaire stamt het épater les bourgeois. Les fleurs du mal leverde hem een veroordeling op. Zes gedichten van hem werden in Frankrijk gecensureerd en ik was al geboren wanneer die censuur pas opgeheven werd. Zelf herinner ik me levendig de commotie rond Masscheroen (1967) van Hugo Claus. Daarin werden Hugues Pernath, Freddy De Vree en Rudi Van Vlaanderen naakt opgevoerd als Heilige Drievuldigheid. Stuk gecensureerd, Claus veroordeeld
Wat ook wil zeggen dat er vooruitgang is. Sancta wordt vandaag niets in de weg gelegd. Er zijn geen bommeldingen. Er zijn geen katholieke tegenbetogingen, hoewel Mia Doornaert dat, naar eigen zeggen, wel graag zou hebben. 
Flor Vandekerckhove

(°) Ik schreef er gisteren al over in Rechts, rechtser, rechtst. Ik maakte er toen misbruik om de nakende publicatie van mijn nieuwe boek aan te kondigen. Om het kort te houden hield ik gisteren mijn eigen mening over het tumult achterwege. 
Het nieuwe boek wordt een kroniek van mijn tienerjaren. Het heet TIENERKLANKEN, naar een televisieprogramma dat toentertijd op ons, tieners, losgelaten werd. Momenteel ben ik de kopij aan ’t nalezen.

zaterdag 4 april 2026

Rechts, rechtser, rechtst

Er is momenteel nogal wat te doen rond Sancta, ‘schandaalstuk over een non die haar seksualiteit niet kan verbergen tijdens het bidden en daarvoor gestraft wordt.' In de voorstelling herdefinieert theatermaakster Florentina Holzinger ‘de pijn, schaamte en schuld die vrouwen in de katholieke traditie te beurt vielen’. De bisschop van Antwerpen is tegen. Ik maak van de commotie gebruik om iets anders onder uw aandacht te brengen, met name een teaser voor mijn nieuwe boek.


Een citaat uit mijn nieuwe boek in wording. (°)

rechtst

als we heimelijk een meisje zien 
zegt men
dat is ongepast
als dat meisje vrijzinnig is
dan is ’t ongeoorloofd
als dat vrijzinnig meisje socialist is
dan is ’t gewoon onmogelijk
het bad waarin wij in ’t college baden
is katholiek 
mannelijk 
en rechts
en rechts daarvan staan Vlaams-nationalisten
die in het college over vaardige agitatoren beschikken
zowel in het lerarenkorps als onder de leerlingen
en nog eens rechts daarvan 
staat pater Marcel Brauns
die het wel heel erg bruin bakt
en zijn ideologie verwoordt in een tijdschriftje 
waarvan een titel luidt
Vlaanderen heeft geen pillen nodig 
maar kinderen

 (°) Het nieuwe boek wordt een kroniek van mijn tienerjaren. In die zin is het een vervolg op GAUW! waarin ik het over mijn kindertijd heb. Het nieuwe boek heet TIENERKLANKEN, naar een televisieprogramma dat toentertijd op ons, tieners, afgestemd was. 
Momenteel ben ik de kopij aan ’t nalezen.

vrijdag 3 april 2026

Sigrid Bousset slecht muren

Sigrid Bousset en Ivo Michiels

DIT HAD EEN roman kunnen zijn. Da’s ’t eerste wat me invalt wanneer ik Wat ik haar niet vertelde (°) uitgelezen dichtsla. Het boek lijkt op een langgerekte coming of age waarin de protagoniste de vader(s) op zijn (hun) plaats zet en alzo ruimte creëert om zichzelf te zijn: ‘Ik poogde te ontsleutelen wat hij via experimentele schriftuur versleuteld had — datgene waarvoor mijn vader hem zo hooglijk waardeerde.’ ‘t had een roman kunnen zijn, maar dat is het (gelukkig) niet.
Is ’t een biografie? Dan toch alleen maar als biografie een open genre is, zoals Sigrid Bousset het in een FB-bericht suggereert. Om een klassieke biografie te zijn staat de auteur te dicht bij haar onderwerp. Wat ik haar niet vertelde lijkt ook wel op een memoir, het boek verzamelt (jeugd)herinneringen, persoonlijke  herinneringen aan de mens die ze beschrijft. 
Ik onthoud de kritiek op close reading: ‘Toen ik op de universiteit aankwam was close reading de tekstbenadering bij uitstek, ook van de professor die mijn vader was: aandacht voor wat er staat, the words on the page, voor vorm, voor stijl, structuur, symboliek. Onnodig om de tijdgeest waarin een werk tot stand komt, om het leven van de auteur, om tekenende gebeurtenissen te betrekken bij de analyse van het werk, laat staan te pogen het psychogram te tekenen van wie de pen vasthoudt. Net dat was mij gaandeweg steeds meer beginnen intrigeren: het ongeordende, ongecontroleerde, de niet-gecensureerde laag die vóór het spreken en schrijven komt, vóór de taal en de vorm. Tijdens onze gesprekken had ik gepoogd ernaar te peilen. Ivo was schrijvend bezig geweest het verleden te verwerken, een leven lang. Therapeutisch schrijven dus, hoewel die term te mijden was, niet conform de tekstideologie uit die tijd.’ Die woorden: ‘de tekstideologie uit die tijd’ !
Er is een feministische laag in het boek. Christiane Faes, levensgezellin van Ivo Michiels, wordt door haar man naar de marge geduwd, iets waar we ook vandaag nog voor gewaarschuwd mogen worden, suggereert Sigrid Bousset. Ze heeft het over zichzelf waar ze schrijft: ‘Ik werd aangekondigd als de vrouw van mijn schrijvende man en de dochter van de criticus.’
Roman, coming of age, biografie, memoir, literaire kritiek, feministisch statement … Het boek is veel tegelijk. Ik ben uiteraard niet de enige die het opmerkt. Elke recensent die ik raadpleeg zegt het: ‘Veel tegelijk’. Volgens recensent Bart Van der Straeten is het zelfs té. Johan Velter vindt het daarenboven ‘bakvisgeleuter'. Daar tegenover staat Aleid Truijens die In de lage landen waardering uit. Ook Benny Madalijns is pro: ‘Voor wie geïnteresseerd is in literatuur, geheugen, canonvorming en macht, is dit boek dan ook een absolute aanrader.’ Vind ik ook. Ik denk daarenboven dat dit boek een voorbeeldige weg uittekent. Wil literatuur in deze tijden van artificiële intelligentie nog iets te betekenen hebben? Zet ChatGPT & C° een hak, slecht de muren!
Flor Vandekerckhove


Sigrid Bousset. Wat ik haar niet vertelde. 2025. A’dam. De Bezige Bij. 480 p. Over dat boek postte ik eerder al
Hoe zwart was Ivo Michiels.

donderdag 2 april 2026

Park Atlantis: wandelen in een lichte staat van surrealisme

Dat alles overkwam mij op zondag 29 maart 2026. Dat is wel niet echt retro, maar ’t is toch al voorbij. Ik wandelde richting Vosseslag. Dat is Bredene niet meer, maar ’t is ook nog niet echt De Haan. Ik sloeg in, trok naar Park Atlantis, da’s niet echt de Vosseslag. ’t Was nog geen lente, maar sneeuwen deed het evenmin. Ik telefoneerde met een nochtans overleden dichter en ging zitten op een bank die daar niet stond. In de sneeuw dan nog, terwijl het nochtans een kurkdroge dag was. (Met de welwillende medewerking van ChatGPT.)

HET POORTJE STAAT open. Ik verlaat de Violierenlaan en treed binnen in de mij onbekende wereld van Park Atlantis. Op de parking staan enkele auto’s. Ergens in zo’n blokkendoos is Antonio Machado (°) aan ’t werk, ik denk op ’t derde, waar ik in zo'n doos licht zie branden. Hij schrijft: ‘Gaandeweg ontstaat de weg.’ Ik stap verder, verwonderd als ik ben over het terrein dat groter is dan ik dacht, ik schat wel tien hectare. Ik zie nóg gebouwen, er is nóg een parking, er zijn tennisvelden, er is een hangar, er is een volley- en een basketplein, er is een speelweide, er zijn petaquevelden. Geen mensen. Ik geraak niet meer van dat terrein af, het is compleet omheind. Ik telefoneer Machado en vraag om raad. Hij antwoordt: ‘Waarde vriend, Bloeien er witte madeliefjes tussen het tere gras?’ Ik kijk om me heen. Achter het hekken zie ik gazons, in een tuintje hangt witte was. Geen mensen. Even denk ik dat ik helemaal terug moet keren, tot aan de Violierenlaan, maar dan zie ik een slagboom. Daarachter een rondpuntje. Ik wandel een eindje door de Vissersstraat, kies Koordestraat en kom op ’t einde weer op de Driftweg. En heel die tijd heb ik geen mens gezien. Thuis bekijk ik de foto’s van de wandeling. Verbaasd zie ik mezelf op een bank zitten, in een sneeuwlandschap dat ik tijdens ’t wandelen niet eens heb opgemerkt. Ik begrijp dat ik in een licht surrealistisch verhaal terechtgekomen ben. Iets wat wel past bij een park dat Atlantis heet.
Flor Vandekerckhove

(°) In dbnl staan twaalf in ’t Nederlands vertaalde gedichten van Antonio Machado. [Overgenomen uit De Zesde Ronde. Jaargang 7. (1986).]

woensdag 1 april 2026

Twee jongens van 1949

De foto van Tom Waits haal ik van zijn FB-profiel. Mijn foto is gemaakt door Kris Verdonck. Ik vraag aan de AI-machinerie: ‘Voeg die twee samen.’ De machine antwoordt: ‘Piece of cake.’

WE ZIJN VAN ’t zelfde jaar. Komt het daardoor? Je kunt ons samen een gedicht van Charles Bukowski horen declameren, ‘The Laughing Heart’. Er is een antifascistisch lied dat we beiden graag aanheffen, een echte linkse klassieker. Je moet hier maar eens luisteren. In vier van mijn lievelingsfilms tekent hij present: Down by Law, Paterson, Father Mother Sister Brother en in het kleinood Coffee and Cigarettes. Ook inspireert hij me veelvuldig tot het schrijven van nieuwe handpalmverhalen, oneliners en driezinnenverhalen. En wat ook meetelt: we zijn beiden al lang van de drank af.
Al wat hierboven staat is nog geen reden om ons samen in de trukendoos van ChatGPT te gooien, dat is waar. Dat ik het nu toch doe, komt door een citaat dat ik zojuist van ’t net pluk, woorden van Tom Waits: ‘… the odd thing about this life is that you spend half your time trying to get people to listen to you and the rest of the time trying to get them to leave you the fuck alone.’ Momenteel corrigeer ik de proeven van mijn nieuwe boek (°), tijdrovend karwei. Tijdens dat nalezen stel ik me meermaals de vraag die Tom Waits zich ook stelt, of toch soortgelijke vraag: is het niet vreemd dat een schrijver er de helft van zijn tijd alles aan doet opdat mensen hem zouden lezen en er de rest van de tijd streng over waakt dat ze hem met rust laten? 
Flor Vandekerckhove

(°) Het nieuwe boek wordt een kroniek van mijn tienerjaren. In die zin is het een vervolg op GAUW! waarin ik het over mijn kindertijd heb. Het nieuwe boek heet TIENERKLANKEN, naar een televisieprogramma dat toentertijd op ons, tieners, afgestemd was. 

maandag 30 maart 2026

Leo Copers, Clarice Lispector en ‘t verband tussen die twee

Vier allegorische koppen, Leopoldpark Oostende. Rechtsboven: Clara Lispector. Rechtsonder: Leo Copers. 


AAN LEO COPERS (°1947) verkocht ik ooit een duivenhok, inclusief de tortels die erin woonden. In ruil verwierf ik twee tekeningen van de meester. Of Leo dat hok nog heeft, weet ik niet, maar de tekeningen moest ik achterlaten bij een vrouw die ik ontvlucht ben. Vandaag, wandelend in ’t Leopoldpark van Oostende, moet ik daar weer aan denken. Dat komt door de Vier allegorische koppen in de vijver, vier bronzen beelden die het hoofd net boven water houden, werk uit 1998 van Leo Copers.
Ik zit op een bank. Vijverwater glinstert, meeuwen krijsen. In mijn jaszak zit een bundel columns van Clarice Lispector (°1920-1977†). Op de flap wordt de Braziliaanse een van de grootste twintigste-eeuwse auteurs van het Latijns-Amerikaanse continent genoemd. Het boek (°) heb ik tien jaar geleden al gelezen en dit staat onderstreept: ‘En ik ben geboren om te schrijven. Het woord is mijn heerschappij over de wereld. Sinds mijn kinderjaren heb ik verscheidene sterke roepingen gehad. Een daarvan was schrijven. Waarom weet ik niet, maar die roeping ben ik gevolgd. Misschien omdat ik voor de andere roepingen een langere leertijd zou nodig hebben, terwijl bij het schrijven de leertijd bestaat uit het eigen leven dat in en om je heen geleid wordt. (…) Ik heb vanaf mijn zevende geoefend om ooit de taal in mijn macht te krijgen. En toch is het telkens ik de pen oppak alsof het de eerste keer is. Elk boek van mij is een moeizaam en gelukkig debuut. Dat vermogen om mezelf volledig te vernieuwen naarmate de tijd verstrijkt, is wat ik leven en schrijven noem.’ Veel daarvan herken ik. Vooral dat ‘telkens de eerste keer’.
Clarice Lispector en Leo Copers hebben elkaar nooit ontmoet. Zij is te vroeg gestorven om te kunnen zien hoe Leo zich ontwikkelt tot de internationaal vermaarde kunstenaar die hij geworden is. Wat is dan het verband tussen de Braziliaanse auteur en deze Vlaamse kunstenaar? Dat kan toch alleen maar dit verhaal zijn dat hen samenbrengt.
Flor Vandekerckhove

(°) Clarice Lispector. De ontdekking van de wereld – Kronieken (2016). Privédomein. De Arbeiderspers. Bijdragen die zij tussen 1967 en 1973 schreef in de zaterdageditie van Jornal do Brasil. Keuze, vertaling en nawoord Harrie Lemmens. 456 p.

zondag 29 maart 2026

Schrijven: wat een leven!

Portret van de schrijver als bediener van een hoogtewerker.

SOMMIGEN ZEGGEN: ALLEEN de tekst telt. Bij mij is dat anders, ik verneem graag alles over de achtergrond waartegen een schrijver werkt. Over zo’n achtergronden heb ik vijf extreem korte verhalen liggen, telkens exact honderd woorden. Achteraf heb ik er filmpjes van gemaakt, dat is mijn manier om aan auteurslezingen te doen. Je kunt ze op youtube bekijken, ze duren nauwelijks een minuut. (Flor Vandekerckhove)

(160 - 70 - 120 - 170 - 150)


1. Isaak Babel is wellicht de schrijver die ik ’t liefst van al lees. Dank zij de goede zorgen van De Slegte heb ik me diens Brieven naar Brussel (1925-1939) aangeschaft. Op 17 april 1935 schrijft Isaak Babel een brief aan zijn echtgenote. Daarin vertelt hij over het verschil tussen een broodschrijver en een literator.


2. Lucia BerlinHandleiding voor poetsvrouwen is een mooie verhalenbundel. Een van Lucia’s zonen vraagt haar over die verhalen: 'Wat is fictie is en wat is echt gebeurd?' En dit is wat ze hem daarover zegt.




3. Daniil Charms — Het leven van de Russische absurdist Daniil Charms was ronduit verschrikkelijk, maar zijn verhalen zijn memorabel. Zozeer zelfs dat de schrijver ook vandaag nog in Rusland bezongen wordt in een lied dat hem ongetwijfeld zou plezieren.



4. Karl Ove Knausgård — Ik zal de laatste zijn om al die dikke boeken te lezen, maar Knausgård heeft met Mijn strijd ongetwijfeld een meesterwerk geschreven. Hij leeft in veel betere omstandigheden dan Daniil Charms, maar ’t ziet er niet naar uit dat hij er gelukkiger om is. Wat is er aan de hand met dat schrijversvolk?


5. Flor Vandekerckhove — Ook ik heb uiteraard een achtergrond. Die van mij bestaat uit een beroepsleven waarin ik allerlei moeten doen heb om me een bete broods te verschaffen. Gelukkig ben ik onderweg van de drank afgeraakt.

zaterdag 28 maart 2026

West-Vlaanderen, meest industriële provincie

De Jacobinessehoeve in Bredene, met foto’s van Johnny Verplancke. Hij fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie staat hier op flickr. In 2022 maakte hij twee reeksen over de Jacobinessehoeve van Bredene. De fotoreeks leidt hij in met een geschiedenis van dat erf. 

IN DE KRANT staat iets wat me verbaast: ‘Het is wellicht geen toeval dat de stijging van het aantal werkzoekenden het grootst is in West-Vlaanderen, de meest industriële provincie van Vlaanderen.’ DE MEEST INDUSTRIËLE PROVINCIE! Daar moet ik even van bekomen. 
Vroeger, toen ikzelf van de tewerkstelling 
deel uitmaakte, bewoog ik me autorijdend van her naar der. Al rijdend constateerde ik telkens wat de cijfers toen ook zeiden: West-Vlaanderen telt meer varkens dan mensen. Varkenskoten alom en voor de rest: ‘Akkers en weiden als wiegende zeeën die groenen langs stroom en rivier.’ Zo was het al toen Willem Gijssels op ’t einde van de negentiende eeuw dat vers schreef, zo was het nog toen ik vijfendertig was, vijfenveertig, vijfenvijftig… Zo was het nog altijd toen ik vijfenzestig werd en afscheid van de tewerkstelling nam. Gevolg gevend aan de goede raad verwoord in Oud worden voor beginners deed ik mijn auto weg. Sindsdien doorklief ik niet langer de provincie,
Ik zat nog niet goed in mijn zetel neer of daar veranderden de dingen. Langzaam — of vlug, dat kan ook — wijzigde het aanschijn van West-Vlaanderen, tot wat nu in de krant de meest industriële provincie van Vlaanderen heet. Is dat niet kras?
Tania rijdt. In Bredene trekken we via de Sluizenstraat naar de Blauwe Sluis waar het de Brugse Steenweg opgaat. Niets dan akkers en weiden waarop trekvogels op krachten komen, de NoordEde ligt er verzorgd bij. We rijden over Klemskerke en voorbij Vlissegem. We passeren Vijfwege waar de straatnaam verandert in Oostendse Steenweg. We passeren Houthave, Meetkerke, tot we een bordje Brugge-Sint-Pieters zien. We zijn bijna in Brugge en op heel die weg zie ik alleen maar akkers en beemden. Onderweg bevestigt niets me dat West-Vlaanderen de meest industriële provincie is.
Flor Vandekerckhove

In voettochten van 20 tot 30 kilometer wandelde Tania in 2020-21 omzeggens heel Vlaanderen af. Ik zette haar af waar ze vertrok en haalde haar op waar ze aankwam. Intussen zocht ik plekjes waar ik (over) kon schrijven. Dat leverde telkens een verhaal op, een impressie, een observatie, een vignet, een enkele keer ook een gedicht. 26 van die stukjes werden in 2021 verzameld in een boekje met als ondertitel ‘Een queeste naar Vlaamse identiteit’. Jan Loones leverde het voorwoord. Ook dit e-boekje (70 pagina's, veel foto's) van uitgeverij De Lachende Visch is gratis voor wie erom vraagt. Vragen doe je via liefkemores@telenet.be. (Vermeld ‘Langs Vlaamse wegen’. Alleen beschikbaar in pdf.)

vrijdag 27 maart 2026

Modernist Delmore Schwartz en de politiek


’T WAS VIA een omweg dat ik de Amerikaanse auteur-dichter Delmore Schwartz (°1913 - 1966†) leerde kennen en die omweg was Lou Reed. Dat vertelde ik al in een inleiding. Daarna haalde ik ’s mans biografie in huis, The Life of an American Poet (°). Ik vertaalde ook een gedicht van Schwartz, postte iets over de band tussen de dichter en Lou Reed en liet me door Delmore inspireren in Gisteren op de Spinoladijk, een handpalmverhaal. Nog was ik met die mens niet klaar, maar ik hield er toch mee op. 
In de biografie had ik nochtans de krasse uitspraak ‘Always apolitical’ onderstreept en me voorgenomen om die te confronteren met wat Alan Wald over Schwartz schrijft in Marxism and the Modernist Poet. Dat opent met een citaat van Schwartz: ‘De revolutie is een beroep op zichzelf, dat de schrijver als mens moet ondersteunen, maar zonder op te houden een volwaardig schrijver te zijn.’ Is dat apolitical? ’t Is in elk geval iets om over na te denken. 
Wald vindt tal van tekenen die aantonen dat Delmore de goede zaak steunt: ‘De naam van Delmore verschijnt in elke verklaring van de League for Cultural Freedom and Socialism (LCFS), Amerikaanse afdeling van de Internationale Federatie van Revolutionaire Kunst, aangekondigd door Trotski, André Breton en de Mexicaanse muralist Diego Rivera.’ Wat weet Wald nog? ‘Zijn eigen relatie tot het marxisme werd genuanceerd door zijn nadrukkelijke afkeer van elke vorm van zelfomschrijving, behalve die van dichter (…)’
Tussen ’t begin van de jaren dertig en ’t einde van veertig wordt het culturele leven in de Verenigde Staten almaar rechtser, een verrechtsing die ook af te lezen valt in Partisan Review, cultureel blad waaraan Delmore Schwartz participeert: ‘Enkele jaren later zouden ze geld ontvangen van het door de CIA gefinancierde American Committee for Cultural Freedom, (…). Daarna was hun reputatie binnen links voorgoed besmeurd; alle herinnering aan de inspirerende, onafhankelijke marxisten die ze ooit waren geweest, werd achtergelaten (…).’ En de dichter? ‘(…) Delmore zat politiek gezien gevangen in een keurslijf dat hij zelf had gecreëerd. Hij had al te lang geworsteld met zijn eigen ambigue motieven en probeerde de tegenstrijdige aspecten van zijn identiteit met elkaar te verzoenen. Onder de ondraaglijke omstandigheden van de Koude Oorlog kon hij de onvermijdelijke botsing daarvan simpelweg niet overleven. Hij beweerde soms dat zijn standpunten niet waren veranderd, maar zijn naam prijkte nu prominent op het briefpapier van het American Committee for Cultural Freedom, een grimmige stem van anticommunistisch liberalisme (…)’ (°°°)


(°) James Atlas. Delmore Schwartz. The Life of an American Poet. 1977. Uitg. Farrar, Straus & Girox. 417 p. Over de poëzie van Delmore Schwartz staat een vrij in te zien essay op ’t net: Rediscovering Delmore Schwartz: A Journey Through His Poetic Legacy. De Revisor plaatste in 1983 een Nederlandstalig essay Over Delmore Schwartz.
(°°) Alan Wald. Marxism and the Modernist Poet. In Against the Current. No.212, May June 2021.
(°°°) Over de werking van dat comité bestaat een magistrale studie. Frances Stonor Saunders, Who Paid the Piper, The CIA and the Cultural Cold War. 1999.

 

donderdag 26 maart 2026

Verlangen naar zee

 
Rechts: op de reclameaffiche worden de duinen van Bredene niet als troef vermeld.  Ik vraag ChatGPT om er voor mij die troef aan toe te voegen (links).

MENSEN HEBBEN NIET altijd naar zee, duinen en strand verlangd. Integendeel, ze bleven er ’t liefst ver van weg. Zee stond voor scheepsbreuken, zeeziekte, overstroming, epidemieën en verdrinking. Dat verandert pas tussen 1750 en 1840. (°) 
In 1830 is Oostende voor de honderd procent een vissersstad, van toerisme is daar nauwelijks sprake. Dat verandert vanaf 1837. In Bredene is toerisme in die tijd zelfs onmogelijk. Architect Erwin Mahieu zegt daarover: ‘Bredene-aan-zee was vóór de aanleg van de tramlijn voor een toerist nauwelijks bereikbaar. Er was ook nauwelijks bebouwing en bewoning. Anders dan in Oostende en Blankenberge, waar belangrijke woonkernen tegen de kustlijn lagen.’ Voor Bredene verandert dat pas bij het kantelen van de eeuw. Mahieu weer: ‘Aan het kruispunt Driftweg/Kapelstraat met de Duinenstraat ontstaan de eerste herbergen met logies. De uitbouw van de Koninklijke Baan in 1902-1904, gevolgd door de aanleg van de parallel lopende kusttram in 1905, werken de ontwikkeling van Bredene-Duinen in de hand. De eerste hotels "De Meiboom" en "L'Espérance" worden opgetrokken.’ (°°) 
Nu moet er alleen nog volk gelokt worden. Er ontstaan publicitaire nieuwigheden. Het toerismeboek is zo’n nieuwigheid. Mars publiceert in 1896 La Vie d’Ostende. In 1914 verschijnt La cote belge de La Panne à Knocke, waaruit ik een stukje vertaal: 
‘Breedene, van breed en dunne [sic], heeft een oppervlakte van 1814 hectaren en een bevolking van 5000 inwoners.’t Is een kuststation dat nog aan ’t ontstaan is. Achter de duinen en langs de elektrische tramweg Oostende-Blankenberge trekken zich al enkele villa’s en hotels op. L’oeuvre du Grand Air heeft er een groot gebouw gezet waar talrijke ziekelijke kinderen tijdens het zomerseizoen verblijven. Op initiatief van Z.M. Leopold II is men begonnen, vanaf Bredene, met proeven van bebossing: lindebomen, wilgen, populieren enzovoort. De kleine sparrenbomen zijn bijzonder mooi. Tussen de ijzerweg en de macadamweg, wisselen bloemperken en kreupelhout elkaar af. Bovenop een duin heeft men, voor je aan de golf komt, een afdakje in de vorm van een paddenstoel gebouwd, vanwaar men een zeer mooi uitzicht heeft op de weiden, bewerkte velden en beboste delen. Bredene zal ten oosten, zoals Mariakerke ten westen, een uitbreiding van Oostende worden. Een kapel, gebouwd in 1715, ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van de Duinen, en beter bekend onder de naam Ons Lieve Vrouw Kapelletje [dat staat er zo in ’t Nederlands] is in de omgeving een gerenommeerd bedevaartsoord.’
Nog zo’n nieuwigheid is de toerismeaffiche. Op ’t net vind ik er een die de troeven van Bredene-Duinen aankaart. Dat het vlakbij Oostende ligt is zo’n troef. Aanlokkelijk zijn ook la mer, la campagne, les courses en de molen van Hubert. Van zo’n op de affiche afgebeelde ezel vind ik zelfs sporen in mijn familiearchief.


(°) Alain Corbin. Het verlangen naar de kust. 430 p. Uitg. Sun Nijmegen. 1989. Oorspronkelijk: Le territoir du vide. L’Occident et le désir du rivage, (1750-1840). Parijs (Aubier) 1988. 

(°°) Erwin Mahieu en Frank Huyghebaert. 100 jaar Bredene aan zee in beeld. 102 p. (Ik vind in dat boek geen publicatiejaar.)