vrijdag 18 september 2026

Zo begon het voor Grace Paley – Oud worden voor beginners (8)

Omdat de ervaring me leert dat ik meer volk naar de blog lok als ik er Oostende bij betrek, open ik met een thuisfoto van Oostendenaar James Ensor (°1860 - 1949†). Hij verkeert in een imaginaire ontmoeting met de Amerikaanse Grace Paley (°1922 - 2007†), de schrijfster waarom het mij te doen is. Ja, ’t is een truc, een eyecatcher. ’t Is ook meer. Het lokt vragen uit: Heeft Paley ooit van Ensor gehoord? Heeft zij ooit een schilderij van die man kunnen zien? Paley werd in 1922 geboren in de Bronx en woonde het grootste deel van haar leven in New York of omgeving. De Oostendenaar was daar niet onbekend. In 1951 toonde het Museum of Modern Art werk van Ensor. In 1980–1981 was daar zijn beroemde Intrede van Christus in Brussel te zien. Paley was toen 58. Dat Ensor in New York tentoongesteld werd, zegt uiteraard nog niet dat Grace Paley die tentoonstellingen bezocht. Dat ik de twee samenbreng is puur vrucht van mijn verbeelding (en werk van ChatGPT, maar mijn verbeelding was eerst.)

‘Het valt te verwachten dat je woorden of namen vergeet, 
en dat gebeurt ook. 
Misschien kijk je daarbij naar het plafond. 
Mensen vinden dat niet prettig. 
Ze zeggen dan bijvoorbeeld: "Toe nou, je luistert niet." 
Terwijl je eigenlijk juist probeert hun namen te herinneren.’ 
(Grace Paley)

GRACE PALEY (°1922 - 2007†) IS een van de auteurs die mij heeft leren schrijven. Een eerste keer loofde ik haar erom in 2015 en in 2017 kwam ik er nog eens op terug: Leren schrijven met Grace Paley (II). Nu lees ik haar Just As I Thought, een selectie artikels, verslagen en toespraken waarin ze terugblikt op haar gezinsleven, maatschappelijke engagement en schrijfpraktijk. 
In ‘Upstaging Time’ (upstaging, zegt Google Translation, is ‘aandacht naar zich toetrekken’), een stukje uit 1989, heeft ze ’t over oud worden, onderwerp van deze reeks. Het korte stukje is overigens op zichzelf al een masterclass in leren schrijven. Ze is zevenenzestig en schrijft: ‘Een paar jaar geleden riep een jongetje, terwijl hij een bal naar een nog kleiner jongetje vlak bij mij gooide: ‘Hé, sukkel, zeg tegen die oude vrouw dat ze moet oppassen”.’
‘Wat? Welke vrouw? Oud? Ik ben niet ijdel of wereldvreemd. De afgelopen twintig jaar heeft mijn spiegel – terecht – een vrouw laten zien die ouder wordt, niet een vrouw die oud is. Dus maakte ik een paar van die gedachtesprongen die ik gewend ben te maken en begon ik te schrijven aan wat waarschijnlijk een verhaal zou worden. De eerste zin luidt: "Dat jaar waren alle jongens in mijn straat zevenenzestig”.’
‘Daarna had ik het druk en ik verlegde mijn aandacht – die toch al naar een nogal ongepolijst soort optimisme neigt – naar iets anders. Ook belde mijn zus me op en ze zei af en toe: "Kun je het geloven? Ik ben bijna achtenzeventig. En Vic loopt tegen de tachtig. Kun je het geloven?" Nee, ik kon het niet geloven, en dat gold ook voor iedereen die met hen sprak of hen zag. Ze zijn altijd zo'n vijftien jaar ouder dan ik geweest, en dat zijn ze nog steeds. Met zo'n zus en broer die me voorgaan, lijkt het onkies om oud te worden. Mijn veroudering (het ouder worden van de jongste) moet op hen vast vreselijk opdringerig overkomen.’ (…) ‘Ik pakte mijn werk weer op en kon de volgende zin schrijven van wat misschien ooit nog een verhaal zou worden: "Twee jaar later waren twee van de jongens overleden” (…).’
Flor Vandekerckhove

Dit is de achtste aflevering in een reeks ‘Oud worden voor beginners'. Wie vorige stukjes wil lezen, start hier en gaat vandaar terug tot het allereerste.]
Grace Paley. Just As I thought. 1998. Farrar, Straus & Giroux. 332 p. Google vertaalde voor mij de citaten.

donderdag 17 september 2026

Avonturen in een Frans postkantoor

Rechts: Charlotte Moorman, terwijl ze in 1965, in New York, ’26’1.1499 for a String Player’ van John Cage uitvoert.

OP WOENSDAG 8 juli had u me in Frankrijk kunnen aantreffen, in het postkantoor van de fusiegemeente Thury-Harcourt-le-HOM. (°) Daar ging ik de Franse postrekening liquideren die ik eertijds aanwendde om belastingen, taksen, toelagen & toeslagen, bijdragen, achterstallen, verzekeringen, afdrachten, rekeningen, supplementen, contributies, voorafnames, tegemoetkomingen en openbare dienstverleningen te betalen die aan mijn buitenhuisje in Frankrijk vasthingen. Dat huisje had ik intussen verkocht, de postrekening was overbodig geworden. 
De postbediende deed moeilijk, maar ik zei dat ik haar niet verstond, wat waar was. Met een zucht, zoals alleen Franse postbedienden die slaken, zwierde ze mijn door Google vertaalde brief in een juten zak, bestemd voor het hoofdkwartier der Franse posterijen. In Bordeaux, denk ik. Ik moest geen tember plakken. 
Heel de tijd had ik staan denken aan wie ze me liet denken en toen ze onze woordenstrijd had opgegeven, wist ik het wel zeker. Ze leek als twee druppels water op Charlotte Moorman, toen die in 1965, in New York, samen met Nam Juni Paik’26’1.1499 for a String Player’ van John Cage uitvoerde. Voor ik het postkantoor verliet, wilde ik haar nog vragen of ze cello speelde, maar ik kon op het Franse woord niet komen. Violoncelle, maar nu is het te laat.
Flor Vandekerckhove

(°) Tania wandelde die dag langs de GR36, van Thury-Harcourt, via St-Martin-de-Sallen, Clécy en de rochers de la Houle, naar Le Vey. ’t Is een streek die ze daar niet zonder reden Suisse Normande noemen en ’t was die dag verschrikkelijk heet. 

Uitgeverij De Lachende Visch publiceerde in 2025 Vanaf de vuurtoren, bundel met vijftig korte essays waarvan ik zelf zeg: ‘Kort zijn ze zeker, maar zijn het ook essays?’ Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Vanaf de vuurtoren (120 bladzijden) gratis voor elkeen die erom vraagt, ’t is een gift van de schrijver aan zijn lezers. Die gift is niet belangeloos, een schrijver heeft lezers nodig om het werk af te maken. Zo’n boek is als een kroes waarin ik woorden meng, hopend dat u ze leest en dat er literair goudstof achterblijft. 
De bundel (e-boek, pdf of epub naar keuze) ligt hoe dan ook klaar in De Weggeefwinkel. Vraag het meteen via liefkemores@telenet.be (vermeld de titel, zeg pdf of epub) en het boek ligt binnenkort in uw mailbox.

woensdag 16 september 2026

Ondergronds gaan met Rob Tas

Rob TasMarijke Van Hulle en Flor Vandekerckhove. Op de achtergrond: catacomben van Rome

‘OF HET IETS is waarover jij hebt nagedacht, denk ik niet – ik vraag 't mezelf zelfs niet af – maar weet dat de Catacomben van Rome géén geheime schuiloorden van christenen waren. Het waren begraafplaatsen.’  ‘t Zijn zinnen die Rob Tas — nummer 10 op de klasfoto van 1966 —  uitspreekt, terwijl hij bij mij thuis aan tafel zit. Ik vraag Marijke en Rob of ik hen met koffie kan plezieren. Waarop Tas antwoordt: ‘Sommige muren van die catacomben tonen afbeeldingen, aangebracht ter nagedachtenis van christenen die daar begraven liggen.’ 
Rob Tas, die u via deze blog al kent als een geleerde, geëngageerde christenmens, zegt zo’n dingen omdat hij daar een indruk-wekkende studie aan gewijd heeft. (°) Met hem betreden we de onderaardse ruimten waar de eerste christenen 
tekens achterlieten met bescheiden penseelstreken. Wat hem in die catacomben meteen opvalt is dat Christus er als een jonge herder wordt afgebeeld, jong en vitaal. Wat een verschil met wat er later van gemaakt wordt, een majestueuze heerser. Hij haalt expliciet het beroemde Lam Gods van de gebroeders Van Eyck aan, waarop God prominent als heerser te zien valt. Zegt Tas in zijn studie: ‘Dit hoeft niet verkeerd te zijn, maar we moeten ons wel de vraag stellen hoe God zich in de Schriften ‘voorstelde’ en/of ‘openbaarde’. 
Hij gaat er diep op in, zo diep dat de lezer beseft dat Tas iets achter de hand houdt, dat kan niet anders. Juist de afwezigheid van machtsvertoon maakt de beelden in de catacomben bruikbaar voor wat hij te zeggen heeft. Is er een boodschap voor de kerk waartoe hij behoort? ‘Voor de hedendaagse kerk (…) vormen de catacomben daarom geen afgesloten verleden, maar een uitnodiging. Ze leren dat zichtbaarheid niet hoeft samen te vallen met macht. (…) Ze nodigen uit om ruimte te scheppen in plaats van ruimte in te nemen; om te verwijzen in plaats van te beheersen; om te getuigen zonder zichzelf tot norm te verheffen.’ Of de schrijver er iets mee bereikt, denk ik niet, maar 't is wel mooi geformuleerd.
Zo wordt het weer eens tijd om op te stappen. Samen heffen we ten afscheid nog ‘Sans la nommer’ aan, een lied van Georges Moustaki. Wanneer Rob en Marijke de deur uit zijn, vraag ik me af hoe het komt dat ik die twee zo graag zie.
Flor Vandekerckhove

(°) Rob Tas. Een verkenning van de Joods-christelijke beeldtaal in de Catacomben van Rome. 262 p. Meer info roberttas@hotmail.com.

dinsdag 15 september 2026

Oneliner van Nelly Brown

Mijn oneliners (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen [behalve bij eigennamen], geen leestekens) zijn experimenten in het maken van extreem korte literaire teksten. Deze oneliner werd geïnspireerd door de legendarische Stagger Lee – a bad motherfucker – en meer bepaald door Nick Caves interpretatie van die song. Over de zeemanskroeg waarin dit extreem korte verhaal zich afspeelt, schreef ik eerder al De Seule Vul Bloed⇲.

Nelly schoot ’s mans rechterkloot vol lood en gaf zijn lijk mee met de boot

Mijn oneliners en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt/ingepakt door de virtuele juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

maandag 14 september 2026

Over de honderden en honderden die ik zag passeren

Op 12-13 september ging in Oostende ManiFiesta door, indrukwekkend gebeuren, gedragen door de inzet van 2.500 activisten en sympathisanten van de PVDA. Ik moest terugdenken aan een 1-Meimanifestatie van Amada, die ik in 1972 in Gent gezien had.

WIE MIJ EEN beetje kent, weet van mijn trotskistisch verleden. Een van de eerste posts in deze blog gaat daarover: Over identiteit. Ben ik daar nog mee bezig? Ah, ik ben nu vooral oud en ambieer een rustig levenseinde, maar mijn politieke opvattingen zijn niet echt veranderd, ik schrijf erover in De g-spot van de politiek. Dat ik ook elders terecht had kunnen komen, vertelde ik al in De kindercommunes van Pannekoek. Ik hield in die tijd alle opties open, zo ook AMADA.
In 1972 volbracht ik mijn legerdienst. Daar leerde ik een jongen uit Denderleeuw kennen die ook partijloos was en zoekend. Ik nodigde hem uit om op 1 mei naar Gent te komen. ’s Middags organiseerde AMADA daar een optocht. We gingen kijken. Mijn maat en ik waren ferm onder de indruk van de vele rijen ordentelijk voortschrijdende partijleden. We zagen een organisatie die naam waardig. Wat ik echter ook opmerkte, was dat iedereen afgepeigerd leek.
Afgepeigerd! Dat wáren al die mensen ook, onderhevig als ze waren aan een nooit aflatend militant ritme en een fel doorgedreven partijdiscipline. Dat las ik zojuist in een boek van Louis van Dievel, het waargebeurde verhaal van een afvallige van AMADA. (°) 
Ik maak een sprong vooruit in de tijd. In de jaren tachtig probeerden wij, trotskisten, onze activisten lijfelijk in het centrum van de arbeidersklasse te positioneren, het spoor, de metaal. Renaat Willockx, Amadees van het eerste uur, kwam me uitleggen waarom dat ging mislukken: ‘Wij konden in die jaren’, zei hij, ‘duizend studenten naar de fabrieken sturen. Honderden en honderden hebben dat niet volgehouden en hebben afgehaakt.’ Hij wist dat het bij de trotskisten om maar enkele tientallen ging, wat daardoor gedoemd was te mislukken. Overdreef hij met zijn ‘duizend’? Feit is dat ik 
lang geleden die ‘honderden en honderden’, tijdens die 1 mei-optocht in Gent, aan mij had zien voorbijtrekken.
(°) Louis Van Dievel. De dokter is uw kameraad niet: Uit het leven van Guust van Mol. 2020. Pelckmans Uitg. 368 p.


zondag 13 september 2026

Fanmail en de gevolgen ervan op mijn leesgedrag

 Delphine Lecompte en Vladimir Majakovski (°1893 - 1930†) 

‘ELKE OCHTEND STAP ik met frisse tegenzin uit bed. En dan....lees ik De Laatste Vuurtorenwachter. Mijn dag gered!’ ’t Staat in een mail, van een lezeres nog wel. De Laatste als hart onder de riem, alsmede als riem onder het hart. Weg laat ik haar verwensingen ten aanzien van d’r werkgever, een mens waardoor ze danig tegen de werkdag opziet. 
Hoe het komt weet ik niet, mij doen die verwensingen zin krijgen om Delphine Lecompte uit de kast te halen. Ik kies voor een brief die Delphine aan Vladimir Majakovski (°1893 - 1930†) schrijft, zeggend dat ze hem in de zoo leert kennen. Daar ontmoet ze ‘een mooie melancholische ietwat stugge nachtdierenverzorger’ die haar naar huis meeneemt waar ze samen meermaals de liefde bedrijven. Dat vrijen is niets om over op te scheppen, maar op zijn nachtkastje liggen wel de verzamelde gedichten van Majakovski tot wie mijn lievelingsdichter in haar brief zegt: En alles was verbonden: de zoo, de opsluiting van de zebra, de strepen en de hoeven van het verdoemde beest, de donkerte en de temperatuur van het nachtdierenverblijf, de korst van mijn boterham, de obscene glinstering van de aardbeiconfituur, de spottende grimas van de demonische plompe lori, de galmende stem van de mooie melancholische ietwat stugge nachtdierenverzorger zelf, de ziel van het meest panische nachtdier (een hazenlipvleermuis), mijn wens om te masturberen met een hatelijke schaapscheerdersschaar, u en ik.’ (°)


(°) Delphine Lecompte. Wilde brieven aan woestelingen. 2023. Uitg. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 438 p. 

zaterdag 12 september 2026

Over wiskundige oplossingen en over spieken

Rechts: Gregori Perelman, Russisch wiskundige. De kerel die links in beeld staat, doet maar alsof.


OP 9 SEPTEMBER vernam ik iets wat er al een tijdje zat aan te komen: een AI-model loste een probleem op waar wiskundigen al meer dan een eeuw hun tanden op breken. 
Mij deed het weer denken aan wijlen Filip Defever (°1962 - 2023†), met wie ik in ’t passeren altijd een leuke babbel had. Filip was doctor in de wiskunde, wat betekent dat hij gedurende meerdere jaren diepgaand wetenschappelijk onderzoek verricht had naar een specifiek wiskundig vraagstuk. (°) Wat zou hij me over dat nieuwe exploot van AI verteld hebben? 
Dat deed Filip graag, over wiskundigen vertellen. Ik herinner me zijn verhaal over Gregori Perelman (°1966), Russische wetenschapper die een heel moeilijk wiskundig probleem opgelost had. Zijn vondst veranderde de moderne wiskunde. Perelman won er prijzen mee, ondermeer een waaraan een miljoen dollar vasthing. Hij weigerde alles, zeggend dat hij thuis al had wat nodig was. Filip had pretoogjes toen hij me dat vertelde. In Gregori Perelman zag hij een geestesgenoot, ook Filip had thuis al wat nodig was.
Over dat exploot van AI lees ik ook dat een Australische wiskundige gelijkenissen ziet met zijn eigen onderzoek. Open AI heeft volgens hem zijn onderzoekslijn gevolgd om tot de oplossing te komen. Als ik dat goed begrijp, zegt die mens dat het AI-model bij hem heeft AFGEKEKEN! Wat aan die machinerie een herkenbaar menselijk aspect geeft, want dat deed ik destijds ook als ’t wiskunde betrof: afkijken, vooral bij Jean-Pierre Casier die naast me zat. Afkijken of spieken, we hadden er in ons jargon een woord voor: tappen.
Flor Vandekerckhove

(°) Om u een idee te geven waarmee Filip zich onledig hield: hier staan 57 publicaties opgelijst waarbij Filip Defever vernoemd wordt. Ik heb nooit ten volle begrepen waarom iemand van dat kaliber, nadat hij uit het buitenland was teruggekomen, hier zijn tijd moest verdoen met lesgeven aan een Oostendse middelbare school, iets wat hij overigens wel graag/goed deed.

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. 
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)

vrijdag 11 september 2026

Bevrijding van Bredene

Eerste persoon links: mijn oud-klasmakker Willy De Keyser, voorzitter NSB-Bredene.

WAT IK GRAAG doe is naast de kwestie schrijven. Ik weet niet of dat verantwoording behoeft, maar doordat ik er nu toch over begin… ’t Heeft met originaliteit te maken. Waarom zou ik schrijven zoals iedereen 't al doet? Dat heeft toch geen zin. ’t Heeft ook met mijn way of life van doen, wie gepensioneerd is, leeft sowieso naast de kwestie. En ’t heeft met mijn visie te maken die stelt dat ‘t pas naast de kwestie is dat de dingen zich literair openbaren.
Woensdag ging ik in mijn woonplaats een tentoonstelling bekijken die groots aangekondigd werd als Bevrijding van Bredene. Onderweg was ik in gedachten 
verzonken, zoals deze: elk jaar neem ik spontaan de tram naar Blankenberge om daar de grote zomertentoonstelling te zien. Waarom onderneem ik dan nauwelijks moeite om dat in mijn thuisgemeente te doen? Tegen de tijd dat ik aan het Meeting & Event Centrum arriveerde, was mijn vraag nog steeds onbeantwoord. Dat komt doordat het Staf Versluyscentrum bij mij om de hoek ligt, veel tijd om na te denken geeft dat niet. En 't is naast de kwestie.
Alzo teken ik present op de tentoonstelling Bevrijding van Bredene. Naast de kwestie is ook dat ik daar Willy De Keyser (°1950) ontmoet, Bredenaar en oud-schoolmakker van ’t college — op de klasfoto's is hij nummer 16. Op die tentoonstelling is hij prominent aanwezig omdat hij sinds kort voorzitter is van de plaatselijke Nationale Strijdersbond. Dat wij de leeftijd bereikt hebben die ons geschikt maakt om Belgische oud-strijders te presideren… daar was ik toch even niet goed van. 

De tentoonstelling bevrijding van Bredene loopt nog tot en met 12 september in het mec Staf Versluys in Bredene. 
Anne Morelli kwam er ook haar boek voorstellen. Elementaire principes van oorlogspropaganda. Hernieuwde uitgave 2022. Vertaling Elvis Peeters. Uitg. EPO. 127 p.

donderdag 10 september 2026

Dwalen met Nick Tosches door de straten van Oostende

Een imaginaire ontmoeting in Oostende: Nick Tosches in het Funky Friet House.

DWALEN DOOR OOSTENDE is iets wat ik graag doe, zeker met Nick Tosches (°1949-†2019), een babyboomer, net als ik. ’t Laat ook telkens sporen na. Begin januari 2025 ben ik, in ijzige koude, vanuit Bredene naar hem toe gefietst, met een pizza op mijn staantje. Dat ik zoiets gedaan heb, komt door zijn gedicht Pizzaman, iets wat ik dan al schrijvend overneem. Waarna ik de teugels der verbeelding vier, en die pizza uiteindelijk in ’t café van Maurice Vanlake bezorg, in een vintage versie van de Alfons Pieterslaan. Daar heb ik ook nog een slotstuk aan gebreid, waarin ik u deelachtig maak aan mijn bedoelingen die even achterbaks als literair zijn.
Vandaag verlaten Nick en ik de boulevard en duiken, daarin geholpen door Google Streetview, de Torhoutsesteenweg in. Traag navigerend leer ik onderweg iets bij: ge kunt via Streetview ook hier en daar bij mensen binnenkijken, zoals 
op de hoek met de Muscarstraat bijvoorbeeld, in het Funky Friet House. Gecharmeerd door de naam gaat Nick Tosches er meteen aan een tafeltje zitten. Doordat het een imaginaire ontmoeting betreft krijgt hij van de patron een gratis proevertje. 
’t Is hoe dan ook tijd om het over enkele gedichten van Nick te hebben, verzameld onder If I Were Robert Stack. (°) Typisch Tosches: een met noir doordrenkt surrealisme. Bij het lezen helpt het als je weet dat Robert Stack de viriele held uit ‘The Untouchables’ is. Tosches gebruikt dat imago als vehikel om thema's als identiteit, mannelijkheid, ouder worden en de duistere keerzijde van de Amerikaanse cultuur te verkennen. Met zijn zelfkantpoëzie haalt hij de mannelijkheid van Hollywood onderuit. Een kort stukje volstaat al om te begrijpen hoe Tosches het aan boord legt:
Heer, laat iedereen weten dat ik in gedachten
een hoed draag,
ook al ziet niemand die;
dat ik in gedachten geen broek draag,
ook al zien zij die, keurig gestreken, met een vouw.
(°) In Nick Tosches. The Nick Tosches Reader. 2000. Boston, Da Capo Press, Perseus Books Group. 593 p. De Nick Tosches Reader inspireerde me eerder ook al tot Daags na moederdag; Ik ken de weg naar zee; Schrijvers en de truken van de foor⇲ en Altijd schrijdt hij voort, de tijd.

woensdag 9 september 2026

Vastraken, ergens ten westen van Oostende (Droom 44)

Vlakbij het vliegveld van Maiakerke Oostende lag een trainingsbaan voor renpaarden. Op een dag in 2019 fietste Johnny Verplancke erlangs en zag dat het terrein niet langer onderhouden werd. Hij vereeuwigde het momentum kort voor de site compleet verdween. Meer foto’s van die shoot op At The Races (2019).

IK MOEST DRINGEND boomstammen leveren op een werf nabij het kanaal, maar vond weer eens de weg niet. Iemand wees me op de gps, maar ik verloor me in de handleiding die vele honderden bladzijden telde. Een oud-collega die passeerde had me kunnen helpen, maar hij was bezig met eigen zaken. Een vrouw die juist haar winkel sloot zag mijn nood, maakte haar winkel weer open en vroeg me binnen. Daar begon ze zich meteen te ontkleden. Ze zei: ‘Ik wil alleen maar helpen.’ Een misverstand. Altijd weer droom ik diezelfde droom: ik wil weg en het lukt maar niet. (Flor Vandekerckhove)