woensdag 27 mei 2026

Guido Gezelle: ‘Laat tot ’s werelds ende mij lopen langs uw waterbaar’

De Laatste Vuurtorenwachter en Guido Gezelle (°1830 - 1899†) ontmoeten elkaar op de Baelskaai in Oostende. (Illustratie gerealiseerd met behulp van artificiële intelligentie.)

OP 6 DECEMBER 1896 verschijnt voor ’t eerst De Zeewacht. Voor dat ‘katholiek, volksgezind weekblad voor burger en werkman’ schrijft Guido Gezelle meteen een nieuwjaarsgroet: ‘Och, Zeetje van Oostende’. Uitgever Alphonse Elleboudt publiceert het gedicht op 3 januari 1897. Dat had ik nooit geweten, ware het niet dat Willy Muylaert er in Het Visserijblad van 1 januari 1997 een artikel over publiceert. Om dat stuk te lezen hoeft u niet eens de deur uit. Googel [PDF] gezelle en de zee. Klik en - floep! - daar verschijnt op uw scherm: Guido Gezelle, Paster Pype en de Oostendse visserij. Met gedicht en al. (Flor Vandekerckhove

Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die kunstschilder Luc Martinsen en ik afgelegd hebben sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be↗︎. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

dinsdag 26 mei 2026

Over de pretentie van Ilja Leonard Pfeijffer en ook over de mijne

Ilja Leonard Pfeijffer en De Laatste Vuurtorenwachter ontmoeten elkaar in de Oostendse visserskroeg ’t Vegeetje. Waardin Marie is getuige. (Illustratie gerealiseerd met behulp van artificiële intelligentie.)


EEN VAN DE allereerste posts in deze blog ging over loftsocialisten. ’t was de recensie van een boek over de ‘gauche caviar’ en de auteur maakte er een positieve balans van op. Hij noteerde ook het verdwijnen ervan en riep de ‘champagne left’ op om terug te keren: links heeft u nodig!
Telkens ik iets over/van Ilja Leonard Pfeijffer lees, denk ik: de loftsocialisten zijn terug! Deze in welstand levende auteur beweegt zich in het centrum van de bourgeoisie, waar hij zich links opstelt. Zo wijst hij de burgerij erop ‘dat de literatuur geen branche is voor winstmaximalisatie (…).’ Daar denkt de nieuwe eigenaar van de prestigieuze uitgeverij Grasset wellicht anders over.
Schrijvers, zegt Pfeijffer, ’leveren het magische product dat van jachtigheid, oppervlakkigheid en afleiding geneest en dat mensen in staat stelt om zich van consumenten te transformeren in lezers en om zodoende langdurig de vergeten weldaad te ervaren van aandacht.’ En in het slotwoord zegt hij ’t nog eens: schrijvers weten dat zij ‘de hogepriesters zijn van de aandacht.’ (°)
Als Pfeijffer al ergens een hogepriester van is, dan is ’t van de boekenverkoop. Commercieel succesvol als hij is, wordt hij omgeven door aura. Om hem heen straalt het aureool van mercantiel succes. Telkens de hogepriester zich naar de markt begeeft, zet zich een apparaat in werking van correctoren, redacteurs, producenten, omslagontwerpers, managers, verkooppromotoren, agenten, recensenten, reclamejongens, foreign rights officers, campagnestrategen, distributeurs, fans… een hofhouding die de verkoop naar grote hoogten stuwt. Daarin onderscheidt Pfeijffer zich niet van bijvoorbeeld pulpschrijfster Nora Roberts. Beiden produceren ze marchandise die voldoet aan een behoefte van escapisme, beiden presenteren ze een product dat consumenten belooft een wijl te kunnen ontsnappen aan het ‘multitasken’, aan ‘de bewust verslavend algoritmen van de sociale media’, ze beloven ‘een manier om onze mobiele telefoons uit te schakelen’, ze leiden lezers even weg van de wereld ‘van views, clicks en likes’. (°°) 
Mij enthousiasmeert de maatschappelijke pretentie van Ilja Leonard Pfeijffer niet. Wil je ontsnappen aan de wereld van views, clicks en likes, stap dan een wijle door de branding. ’t Is gezonder dan lezen en ’t kost niets. Ik kan je verzekeren dat je al wadend een en al aandacht wordt.
Wel bewonder ik Pfeijffers literaire pretentie. Over 'het boek' zegt hij: ‘Een schrijver heeft er jarenlang elke dag van het krieken van de ochtend tot ver na zonsondergang geconcentreerd aan zitten werken, terwijl hij of zij elke alinea, elke zin, elk woord en elke lettergreep duizend maal duizend maal heeft gewogen, overdacht en heroverwogen.’  Zo hoort het inderdaad, dat is wat de schrijver onderscheidt van de schrijvelaar. En waarom doet de schrijver dat? Om ons te verrassen met woorden. Ja, dat vat de taak van de literaire schrijver goed samen: Verrassen Met Woorden.
Schrijverspretentie heb ik ook - zonder pretentie hoef je er zelfs niet aan te beginnen. Wat ikzelf in mijn praktijk wil aantonen is dat literatuur ook gedijt op de plek waar mensen scrollen, swipen en surfen, op de plek van de kapitalistische ontaarding zoals ze vandaag bestaat. Vindt u het pretentieus dat ik me durf te meten aan Pfeijffer? Wat dacht u anders van deze? Mijn pretentie voedt zich aan deze van Bob Dylan die, dixit Allen Ginsberg, de artistieke uitdaging aanging om te zien of er in de jukebox plaats kon zijn voor grote kunst, en hij bewees dat het kon.’ Dylan in de jukebox, ik in de blog.
Flor Vandekerckhove

[Aan dit stuk ging vooraf: Over de toekomst van de schrijverij⇲.]

(°) Ilja Leonard Pfeijffer. De toekomst van de literatuur. 2026. De Arbeiderspers A’dam/A’pen. 34 p. De tekst is deze van de Joost Zwagerman Lezing 2025. De citaten van Pfeiiffer komen uit die tekst. 
(°°) Nu moet ik me ook niet dommer voordoen dan ik ben. Ik weet ook wel dat Pfeijffer en Roberts een ander marktsegment bedienen. Ik ken het onderscheid tussen literatuur en lectuur. De stijl die de ene aanwendt zal de andere net ontwijken. Over dat onderscheid schreef ik lang geleden al Verwerp het cliché! Omhels het geheim!

maandag 25 mei 2026

Gesprek tussen mijn jonge en mijn oude zelf

In de Inkomhal van het Grand hôtel de l’Espérance van Bredene zitten mijn jonge en mijn oude zelf elk in een zeteltje.

‘JIJ BENT OUD’, had mijn jongere zelf me gezegd, ‘jij hebt makkelijk praten’. Mijn oudere zelf antwoordde: ‘Je hebt tijd genoeg, je hoeft nergens over in te zitten. Op ’t einde zal je weten dat je een zondagskind geweest bent en dat de goden je welgezind waren.’ Mijn jongere zelf vroeg: ‘Maar zou ik toch niet beter beenhouwer worden?’ Toen hoorden wij het muziekje van de ijscoman. We haastten ons naar buiten en kochten een hoorntje. Geen slagroom, dat doen we niet. We genoten van het ijsje en vergaten het gesprek verder te zetten. Anders had ik het hem wel even gezegd. (Flor Vandekerckhove) 

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

zondag 24 mei 2026

Georges Simenon en de Oostendse vissers

In een reeks korte posts breng ik de nieuwe bewoners van de Oosteroever in contact met beroemde auteurs die aan het vissersleven in hun wijk herinneren. Hierboven: Georges Simenon (°1903 - 1989†) en De Laatste Vuurtorenwachter ontmoeten elkaar op de Baelskaai. Achter hen bevindt zich het nummer 12, eertijds was daar het hoofdkwartier van de ondernemingen van Decrop. (Illustratie gerealiseerd met de hulp van ChatGPT.)

DAT GEORGES SIMENON schepper van commissaris Maigret is, weten we allemaal. Naast die politieromans schreef Simenon ook andere verhalen. In een ervan spelen Oostendse vissers de hoofdrol. Le clan des Ostendais werd in 1947 uitgegeven en in 1976 als Vlucht uit Oostende vertaald. Maigret beschrijft in 175 bladzijden hoe Oostendse vissers bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog de stad ontvluchten. Vijf vaartuigen van eenzelfde familie komen in La Rochelle terecht. Simenon weet waarover hij het heeft. In een brief aan John Gheeraert schrijft hij: ‘Je connais bien Ostende. J’étais Commissaire aux réfugiés belges à La Rochelle lorsque, au 1940, six chalutiers d’Ostende, avec femmes, enfants et… leurs meubles se sont réfugiés dans le port. J’ai eu les meilleurs rapports avec eux (…)’. Meer erover in Vlucht uit Oostende.
Flor Vandekerckhove

Georges Simenon. Le clan des Ostendais. 217 p. Editions Gallimar. 2009. De Nederlandse vertaling, Vlucht uit Oostende, is enkel nog antiquarisch te vinden.

zaterdag 23 mei 2026

De toekomst van de schrijverij

In de Oostendse visserskroeg The Sailor ontmoeten Sébastien Bailly en De Laatste Vuurtorenwachter elkaar om het over de toekomst van de schrijverij te hebben. De Fransman is erg onder de indruk van deze jonge versie van waardin Martine, die de artificiële intelligentie voor ons in dit plaatje bedacht heeft.



TRAAG ALS IK ben, arriveer ik overal erg laat. Bloggen ontdek ik pas op de drempel van 2011-'12. Daarna had ik ook nog veel tijd nodig om passende vormen voor die schrijfpraktijk te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld het mini-essay zoals u er nu een leest. Daar komt nu ook nog de indrukwekkende machinerie van de artificiële intelligentie (AI) bovenop, fenomeen waarop ik wil reageren. Want daarvan ben ik overtuigd: alles wat ’t internet al lang in 't schrijversvak teweegbrengt, zal nu door AI exploderen. Zo ook deze contradictie: de boekenverkoop keldert (°) en tegelijk presenteren zich meer schrijvers dan ooit op de markt.
De Franse Sébastien Bailly zegt in 'Une IA a écrit mon roman': ‘Binnenkort geeft AI aan iedereen de mogelijkheid om een roman te schrijven, door bijvoorbeeld te zeggen: ik wil dat de hoofdfiguur een gevallen prins is en de heldin een verpleegster die in een rustoord werkt; dat ze elkaar ontmoeten en verliefd worden; een onmogelijke liefde die via een en ander maakt dat ze in uiteindelijk toch in elkaars armen vallen. En je geeft AI de opdracht om de kwestie in tweehonderd bladzijden te klaren. Deze AI is al tegen morgen praktisch beschikbaar.’ (°°) Volgt print on demand  en klaar is kees, weer presenteert zich een nieuwe schrijver op het kermiskoerscicuit.
Het voorbeeld dat Bailly geeft, voert me terug naar de jaren vijftig. Wanneer Onze Marcel weer eens pintelierend wegblijft, stuurt Arjette mij - ik denk dat schaamte haar ervan weerhoudt om dat zelf te doen - naar de krantenwinkel om daar de nieuwste Lectuur voor de Vrouw te kopen. Op ’t net vind ik nog sporen van zo’n boekjes en van auteurs ervan, zoals deze Ruby M. Ayres (°1881 - 1955†) die bij haar verscheiden 135 (!) gepubliceerde romans achterlaat. Mij lijkt zij van het soort te zijn dat het eerst door AI getroffen wordt.
Wat bij mij een vraag oproept. Bestaat dat eigenlijk nog wel, zo’n ‘lectuur voor de vrouw’ en schrijvers die zich daarin specialiseren. Ernaar zoekend stoot ik al vlug op uitgeverij Harlequin: ‘Maandelijks geeft Harlequin ongeveer 120 nieuwe boekjes uit in 34 verschillende talen. De boeken worden verspreid in 110 landen en door meer dan 1300 auteurs wereldwijd geschreven.’ Een mij onbekende wereld gaat open. Ik leer bestsellerauteurs kennen als Brenda Jackson (meer dan 150 ‘captivating stories’), Sandra Marton (86 liefdesromans), Sherill Woods (met Sweet Magnolias op Netflix),  Liz Fieldin (meer dan 60 liefdesromans), Kate Hoffmann (70 liefdesverhalen), Nora Roberts (meer dan 200 romans, waarvan wereldwijd 280 miljoen exemplaren zijn verkocht), Joss Wood die trots vermeldt dat ze lid is van RWA, Romance Writers of America 
Zouden ze zich in de RWA al zorgen maken over de spectaculaire AI-ontwikkeling?

[Omdat ik wil dat het kort blijft, houdt dit stuk hier op. Er is inmiddels al een vervolg: 'De pretentie van Pfeijffer is niets in vergelijking met de mijne.']


(°) Anton Jäger op 20 mei 2026, in DM: ‘De crisis van de boekenmarkt is evenzeer de crisis van de roman als venster op een wereld.’ 
(°°) Het voorbeeld dat Bailly geeft, leidt ons naar de pulp, maar daar zal AI zich niet toe beperken, de machinerie is in staat om meer dan dat te leveren, zegt ook Ilja Leonard Pfeijffer in ‘De toekomst van de literatuur’: ‘(…) en de reden hiervoor is niet dat AI niet op een dag in staat zal zijn om net zo goed of beter te schrijven als menselijke schrijvers, want daartoe zal zij wel degelijk in staat blijken (…)’ 

De toekomst van de schrijverij is een mini-essay. Uitgeverij De Lachende Visch bundelde in 2025 vijftig soortgelijke stukjes in Vanaf de vuurtoren. Zoals alle e-boeken van deze uitgeverij is ook Vanaf de vuurtoren gratis voor elkeen die erom vraagt. De bundel (e-boek, pdf of epub naar keuze) ligt voor u klaar in De Weggeefwinkel. Vraag er meteen naar via liefkemores@telenet.be (vermeld Vuurtoren en zeg of je ePub of pdf wilt) en het boek ligt meteen in uw mailbox.

vrijdag 22 mei 2026

Droom 41

Op de hoek van Baelskaai en Liefkemoresstraat is nu een horecazaak, maar toentertijd bezette de Rederscentrale daar, kant Baelskaai, de eerste verdieping. Beneden waren er lokalen van de VDAB. In het achterhuis, kant Liefkemoresstraat, organiseerde de VDAB opleidingen voor de bouwsector: metselaars, schilders, stukadoors en tegelzetters. De foto’s (2016) zijn van Johnny Verplancke. Hij fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (bijna 4000 foto’s) staat hier op flickr. 

 
Tachtig — IK WORD BIJ de directeur geroepen. ‘Man man man,’ zegt hij, ‘zeg me eens wat er scheelt.’ Ik weet niet waar de mens heen wil. ‘Ik heb je op de kaai zien lopen’, zegt hij, ‘en je zag er bijna tachtig uit.’ Dat heeft hij goed gezien, maar ik begrijp niet wat daar mis mee is, want ik ben bijna tachtig. ’t Is waar dat ik schuifelend en ietwat gebogen loop, maar wat kan ik eraan doen? Kijk, daar snelt Paul van Ostaijen me te hulp, waar hij zegt: ‘Ik sta alweer overeind en zeg: vooruit dan maar, zonder supporters!’ (Flor Vandekerckhove     

De digitale wereld ontdekte ik pas op late leeftijd. Mijn fascinatie én mijn schrik voor die wereld verpakte ik in een allegorie, Het huis, super korte gothic. Slechts 17 bladzijden en helemaal in provoverzen. Net als alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Het huis gratis beschikbaar voor elkeen die erom vraagt. Doe het via liefkemores.be en de eerste Vlaamse Vlaamse gothic in provoverzen valt meteen in je mailbox. (Vermeld titel Het huis en zeg ook of je pdf dan wel epub wilt.) 

donderdag 21 mei 2026

IJslandjournaal van een dekzwabber

In een reeks korte posts breng ik de nieuwe bewoners van de Oostendse Oosteroever in contact met schrijvers die aan het vissersleven in hun wijk herinneren. Journalist Marc Loy ging bij auteur Karel Jonckheere het dagboek halen dat die schreef toen hij met Oostendse vissers ter visvangst naar IJsland trok. In beeld: Marc Loy links, De Laatste Vuurtorenwachter midden en Karel Jonckheere (°1906 - 1993†) rechts. (Illustratie gerealiseerd met de hulp van ChatGPT.)

IN 1992 TREKT journalist Marc Loy naar Rijmenam om daar de in Oostende geboren en getogen schrijver Karel Jonckheere te interviewen. Wanneer Loy terugkeert heeft hij niet alleen dat interview mee, maar ook het dagboek van een zeereis die Jonckheere in 1947 met de O.318 Belgian Sailor naar IJsland maakte. Het Visserijblad publiceerde het als IJslandjournaal van een dekzwabber. De reeks ging van start op 4 april 1992. Voor wie interesse heeft: alle exemplaren van Het Visserijblad zijn in te kijken in de openbare stadsbibliotheek van Oostende en ook in het VLIZ. (Flor Vandekerckhove

Flor Vandekerckhove. Amandine. Het verhaal van de Oostendse visserij in een roman gegoten. (2012). 2de uitgave, e-boek, 231 p. Uitgeverij De Lachende Visch. 2023. Het e-boek is gratis en wordt per kerende e-mail opgestuurd naar elkeen die erom vraagt. Mail naar liefkemores@telenet.be, vermeld de titel: AMANDINE en zeg of je pdf dan wel epub wenst.

woensdag 20 mei 2026

We moeten het eens over het weer hebben

Tijdens harde winters zie je daar geen kat (links), maar zodra ’t lente wordt komt Polleke naast me zitten (rechts).


Weer — VELEN HERINNEREN ZICH de drogist van Sluis die tegen elke klant zei: ‘’t Is wel een weer hé.’ Ik begrijp dat wel. Ook ons inkomen hing destijds van ’t weer af. Vader ergerde zich aan Armand Pien die slecht weer aankondigde. Hij vond dat zoiets niet gezegd mocht worden. Zelf voorspelde vader altijd goed weer. Wanneer het strontregende — strontregenen ww., strontregende, gestrontregend — zei hij: ’Het klaart op.’ ’t Was een vorm van wishful thinking die zich zelfs doorzette als er niet langer naast te kijken viel. Dan zei hij: ‘Het is géén weer’, een radicaal commerciële ontkenning van de werkelijkheid. (Flor Vandekerckhove)

Weer is een verhaal van exact honderd woorden. In 2019 verzamelde ik er alzo negenennegentig in een boekje. Delphine Lecompte schreef het voorwoord. In de beste tradities van uitgeverij De Lachende Visch is ook dat e-boekje (in dit geval alleen in pdf) gratis verkrijgbaar voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be, vermeld 99, en het valt vandaag nog in je mailbox.

dinsdag 19 mei 2026

Dingen die al dan niet met Tom Waits te maken hebben


JE ZIET WEL eens iets als je in ‘t deurgat staat. Ik doe het al van jongs af aan en ik doe het almaar meer. Dagelijks passeren dezelfde mensen. Soms weet ik niet waarheen, soms weet ik niet waarom. Dagelijks passeert hier een man waarvan ik denk dat zijn vrouw in een toneelstuk woont. Ik weet niet waarom ze daar woont, ik weet evenmin waarom ik dat denk. William laat de hond uit, Patrick gaat fietsen, Berten fietst na de markt zwaarbeladen naar huis. Gisteren zag ik Tom Waits hier rechtover op de bank zitten. Hij knipte zijn teennagels bij. (Flor Vandekerckhove)

(°) Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

maandag 18 mei 2026

IJslandvaarders

In een reeks korte posts breng ik de nieuwe bewoners van de Oostendse Oosteroever in contact met schrijvers die aan het vissersleven in hun wijk herinneren. Op een balkon van de Baelskaai One, plek waar ik trouwens zelf gewoond heb, weze het in een inmiddels afgebroken gebouw, wijst Pierre Loti (°1850 - 1923†), auteur van Pêcheur d’Islande, me de weg naar een roman over de Oostendse IJslandvisserij. (Illustratie gerealiseerd met de hulp van ChatGPT.)

TOEN IKZELF OP de hoek woonde, waar nu de ONE staat, zag ik aan de overkant van ’t dok altijd wel een IJslandtrawler liggen. Er waren er nog drie in vaart en ze wisselden elkaar af, zodat er wekelijks vis uit IJsland werd afgezet. Later restten er maar twee, daarna nog één en uiteindelijk geen meer. Dat momentum werd door mij in 1995 vereeuwigd in Naar de kloten (°), monoloog die op de O.129 Amandine werd opgevoerd. Het schip lag in ’t dok, de tribune stond in de vismijn. 
De geschiedenis van de Oostendse IJslandvaart verhaalde ik later ook in mijn roman Amandine (°°). Terwijl ik dat boek aan ’t schrijven was, dacht ik meermaals aan Pierre Loti. Hij schreef in 1886 Pêcheur d’Islande (°°°) en mag zich daardoor vader van alle IJslandvisserijliteratuur noemen. In mijn roman breng ik een ode aan Loti door naar zijn Bretoense heldin Gaud te wijzen: ‘Ook later, in de moderne IJslandvisserij, wanneer de traverse niet meer onder zeil gebeurt, wanneer stoomturbines en nog later dieselmotoren het schip voortjagen, blijven vissers in IJsland achter, ook tijdens de XXste eeuw gebeurt dat. Niet alleen in de XIXde eeuw staan vrouwen, zoals de Bretoense Gaud, op het duin te wachten op hun visser die niet terugkomt. Talrijk zijn ook in de XXste eeuw de Vlaamse Maria’s die de einder afspeuren, tegen beter weten in, wachtend op iemand die nooit meer komen zal.’
Flor Vandekerckhove

(°) Flor Vandekerckhove. Naar de kloten. Monoloog, opgevoerd door Duc Ducquennoy aan boord van de O.129 Amandine, Visserijdok Oostende. 13, 14 en 15 augustus 1995. In 1996 werd het stuk ook eenmalig opgevoerd op de OD 1 Martha van het nationaal visserijmuseum in Oostduinkerke.  
(°°°) Pierre Loti. Pêcheur d’Islande. Mijn uitgave dateert van 1967. Editions Livre de poche - 253 p. 
(°°) Flor Vandekerckhove. Amandine. Roman (2012). 2de uitgave, e-boek, 231 p. Uitgeverij De Lachende Visch. 2023. Het e-boek is gratis en wordt per kerende e-mail opgestuurd naar elkeen die erom vraagt. Mail naar liefkemores@telenet.be en vermeld de titel: AMANDINE en zeg of je pdf dan wel epub wenst.