DAAR, AAN ’T station, terwijl Rita en hij in de auto op Rita wachtten, die met de trein van haar werk kwam, bevredigden ze elkaar, Rita en hij. Rita was er erg bedreven in en hij ook, en het spel herhaalde zich daarna telkens ze aan ’t station in de auto op Rita wachtten. Dat ging zo door tot vrijdag de dertiende, dag waarop de trein ontspoorde en Rita in een vreselijk bloedbad aan haar einde kwam. Daarna had het uiteraard geen zin meer om in de auto op Rita te wachten. Nochtans bleven Rita en hij het nog lang doen, elkaar bevredigen, terwijl ze op Rita wachtten, goed wetend dat Rita nooit meer van het werk zou komen. Na een tijd zagen ze er de irrationaliteit van in. Rita kwam bij hem inwonen. Aan de kinderen zei hij niets, ze zagen toch ‘t verschil niet. (Flor Vandekerckhove⇲)
[Op YouTube staat een oudere versie van Rita
en Rita.]
Rita en Ria is een prozagedicht. Zo’n prozagedicht ziet eruit als proza, maar er is plaats voor ongeloofwaardigheid en ontregeling, prozagedichten mogen inconsequent en onbegrijpelijk zijn. In 't geval van Rita en Rita is de grens overigens moeilijk te trekken. Is dit een verhaal? Is ’t een prozagedicht?
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023 een verzameling soortgelijke prozagedichten, Gesprekken met Polleke. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be⇲.