zondag 2 augustus 2026

Eigen lof stinkt

Links: Born to write - Write to live. Rechts: Never underestimate AN OLD MAN who still WRITES POETRY in his seventies.

IN DIT GESPREK vraagt 1 vader aan z’n dochter: ‘Ben ik geen Easy Rider der letteren? Maal ik niet dagelijks mijn kilometers in telkens weer een nieuw verhaal? Mag ik me niet de leuze toe-eigenen: Born to Write / Write to Live’? De dochter antwoordt: ‘ik herinner me die moto en ik herinner me ook dat je schrik had om ermee te rijden.’ Vader weer: ‘Ja, ’t was 1 lowrider, nu ben ik 1 lowwriter’ Dochter weer: ‘Akkoord, maar je hebt die moto wel zo vlug mogelijk verkocht, zoveel schrik had je.’ Vader: ‘Never underestimate an Old man…’ Dochter: ‘Ja ja.’ (Flor Vandekerckhove)

Dit is een titelloos verhaal. In 2022 publiceerde uitgeverij De Lachende Visch honderd verhalen die telkens maar een alinea lang zijn en geen titel hebben. De bundel wordt ingeleid door mijn oud-leraar Nederlands, Alfons Vandenbussche. Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Honderd titelloze verhalen gratis voor elkeen die erom vraagt. Doe het nu en het boek valt vandaag nog in je mailbox. Doe het meteen (en vermeld de titel: Honderd titelloze verhalen) via liefkemores@telenet.be.

zaterdag 1 augustus 2026

Heeft Jacky Kennedy-Onassis ooit café Tijl opengehouden?

Edna O’Brien en DLVuurtorenwachter in café Tijl. Achter de tapkast: Jacky Kennedy. 

ER ZIJN POSTS die duizenden keren bekeken worden. Er zijn er ook die geen honderd views halen, stukjes die haast niemand opzoekt. Zo’n stukje is Edna O’Brien, bevriend met Jacky Onassis. Het dateert al van 5 mei en telt nauwelijks 96 views. Omzeggens niemand komt kijken naar wat ik over Edna en Jacky te vertellen heb. Niet dat ik het me erg aantrek, ik haal het aan omdat ik vandaag over een imaginaire ontmoeting met die twee wil schrijven. Jacky Kennedy, Edna O’Brien en ik ontmoeten elkaar in café Tijl in Bredene, ooit stamcafé van mijn maat JP (†) en ik.
’t Lijkt ongerijmd, waarom doe ik zoiets? Wel, ’t is een experiment in mijn zoektocht naar een milde vorm van surrealisme, iets wat ik surrealisme-light noem. Het experiment onderzoekt ook of het duo Edna-Jacky meer kijkers naar de blog lokt als ik hen in mijn eigen omgeving positioneer. Aan Philip Roth zegt O’Brien daar zelf over (°): ‘Jezelf op een specifieke plek vestigen en die gebruiken als achtergrond (…) is zowel een kracht voor de schrijver als een wegwijzer voor de lezer.’ Misschien vind je dat nog geen reden om het op zo’n geschifte manier te doen, maar ze zegt in dat interview ook: je moet ‘schrijven wat je voelt, zonder je te storen aan welke publieke opinie of welke clique ook.’ (°°)
Flor Vandekerckhove

(°) Philip Roth. Waarom schrijven? Verzamelde non-fictie 1960-2013. Vertaald door Else Hoog Kooman en Bart Kriek. 496 p. Uitg. De Bezige Bij. 2018.
(°°) De memoires van Edna O’Brien (2013. De Bezige Bij A’dam. 397 p.) recenseer ik in ‘Een meisje van buiten’

vrijdag 31 juli 2026

De Seule Vul Bloed

Dit verhaal van honderd woorden werd geïnspireerd door de legendarische Stagger Lee, a bad motherfucker, en meer bepaald door Nick Caves interpretatie van de song. Op YouTube staat nog een oudere (en langere) versie van dit verhaal: www.youtube.com/watch?v=RuYozRmO8fs.

ER REST NIEMAND die ’t kan navertellen, maar op d’Oede Viertorre was er een kroeg die De Seule Vul Bloed heette. De piano klonk vals, in de kast stremde de melk, in de winter bevroren de pinten, maar zeevarenden kwamen van heinde en ver naar Nelly Brown kijken. Dat ging goed tot Stagger Lee er zomaar de waard neerschoot. Vier kogels in ’t hoofd. Hier had dit verhaal kunnen eindigen, maar ’t gaat toch door. Diezelfde nacht neukten de klanten om beurten Nelly Brown. Doordat haar kamer naast de mijne lag, kwam er voor mij van slapen niets in huis. (Flor Vandekerckhove)

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik moegestreden in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.) 

donderdag 30 juli 2026

Twee Gilles passeren langs mijn raam



Paasmaandag 2019 — AAN DE OVERKANT draait een Gille de hoek om. Naast hem loopt zijn Gille-vrouwtje. Roffelend begeleidt een trommelaar het koppel. Dat ik ’t me herinner, komt doordat het me toen inspireerde tot het schrijven van Inleiding tot het surrealisme. ’t Komt ook doordat de aanwezigheid van die trommelaar me blijven boeien is. Zeven jaar later leert de alwetende ChatGPT me: ‘Wanneer een of meerdere Gilles zich tijdelijk van de groep verwijderen – bijvoorbeeld om familie te bezoeken – is het traditioneel gebruikelijk dat zij door een trommelaar worden begeleid. Die "vertegenwoordigt" als het ware de aanwezigheid van het carnaval en zorgt ervoor dat de Gilles niet zomaar als gewone verklede personen door de stad wandelen. Een Gille die in kostuum zonder trommelbegeleiding rondloopt, is binnen de traditie eerder ongepast.’  
Vandaag bekijk ik de foto opnieuw. Het uitzicht is veranderd. Ter linkerzijde werd een flatgebouwtje bijgebouwd, ter rechterzijde is de zijgevel opgekuist. Veelzeggend is dat de dieren uit de wei verwijderd werden. Waar nu wei is komen flats, na het bouwverlof beginner ze er al mee. Alleen de herinnering blijft bestaan.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt. De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, in 2026 uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

woensdag 29 juli 2026

Over spruitjes en schrijverschap


SCHRIJVER GUILLERMO O’JOYCE IS een leerling van Richard Yates (°1926 - 1992†) die je misschien kent van Revolutionary Road. De oud-leerling wijdt een essay aan zijn leraar. Dat hij het The Curse of Brussels Sprouts De vloek van spruitjes) titelt, komt door een verhaal van Yates. 
In diens A Glutton for Punishment (Een masochist), wordt de antiheld ontslagen. Eerst ziet hij in dat ontslag een kans om avontuurlijke wegen in te slaan. Thuis komt hem de geur van spruitjes tegemoet. ‘Het verhaal gaat nog zo'n 1500 woorden verder, maar die spruitjes markeren het einde.’ Spruitjes zijn in deze ‘een grimmige herinnering aan de plechtige plicht van een goede burger, spruitjes ontnemen Walter Henderson zijn mannelijkheid en zijn menselijkheid. Als het eten smakeloos is, de straten smakeloos, de vrouw droog, de kinderen zeurend, is er maar één ding te doen: je schrap zetten en je fatsoen tonen.’ De antiheld berust. 
Had het anders gekund? ‘had hij zijn plan kunnen doorvoeren (…) zou hij door de straten van Manhattan hebben rondgezworven, hebben kunnen nadenken, vreemde gesprekken hebben gevoerd met mensen met wie hij normaal gesproken niet zou praten, Manhattan hebben leren kennen. Bovenal zou hij moeten bedenken wat hij met zijn tijd moet doen, in overeenstemming met zijn eigen kwetsbare gevoel voor plezier. Hij zou zelfs een status kunnen hebben gekregen die zelden wordt geëerd op deze planeet (…): een man die een manier had gevonden om zich thuis te voelen op aarde.
Dat verhaal, insinueert O'Joyce, gaat evenzeer over 't leven als over schrijverschap. Wat in zijn geval te begrijpen valt, schrijven is bij O'Joyce a way of life
Hij keert terug in de tijd. Tweeënveertig jaar geleden volgt hij een schrijfcursus bij Richard Yeats. Hij vertelt over diens bundel Eleven Kinds of Loneliness (waarin A Glutton for Punishment staat), boek dat hij in die tijd voor 99 cent koopt en waarbij hij zich na lezing afvraagt: hoe komt het dat zo’n goed boek in de ramsj geraakt? ’t Is een ervaring die zijn afschuw van het boekbedrijf aanwakkert en hem laat nadenken over wat het betekent schrijver te zijn. En dit is wat hij na lezing van Eleven Kinds ervaart: ‘Mijn reactie was pure stilte; Ik zat heel stil aan het bureau in mijn raamloze eenkamerappartement. Ik had niet de behoefte om iets te doen of iets te denken. Ik voelde me meer op mezelf dan ik me kon herinneren. Ik had er vrede mee en ik was dankbaar. Nadat ik dit misschien vijf minuten had gedaan, zei ik tegen mezelf: "Nou, eindelijk heeft iemand het gezegd." Dat was mijn volledige reactie. Ik voelde me lichter dan voorheen en ik had geen behoefte om te analyseren wat ik zojuist had gelezen.’
De antiheld van The Curse of Brussels Sprouts trekt naar de rivier waar hij voor ’t eerst zijn echtgenote heeft gekust. ‘De rivier is het tegenovergestelde van spruitjes; dat geldt zelfs als het een stinkende rivier is, een gele, zwavelachtige rivier, want de rivier stroomt altijd.’ En verder: ‘Om persoonlijkheid te hebben, om van het leven te genieten... al is het maar een beetje, moet je het meten loslaten, zeker als het om je eigen inspanningen gaat, en wat meer tijd doorbrengen langs de rivier waar je niets probeert te bewijzen, gewoon je gedachten uitzetten en genieten van de stroom (...)’ Hij komt er verder nog op terug: ‘Dat was precies waar Eleven Kinds of Loneliness en Revolutionary Road ons voor waarschuwden. Het leven gaat niet over winnen of falen, gepubliceerd worden of prijzen winnen, maar om op de een of andere manier een harmonieuze stroom te vinden zoals een rivier dat doet (…)’.
Wat mag je dan verwachten van de schrijver? ‘Iedere schrijver kan maar een klein beetje doen; op een onhandige manier. (...) Er is geen opwaartse klim bij schrijvers, of in wat dan ook.’ Yates, zegt O'Joyce, deed veel moeite om zijn literaire kunstgrepen te verbergen ‘(…) waarschijnlijk omdat hij wist dat boeken uiteindelijk net zo verdacht waren als al het andere, spruitjes incluis.’
Flor Vandekerckhove

(°) O’Joyce, Guillermo. The Curse of Brussels Sprouts: Richard Yates revisited. In Miller, Bukowski and Their Enemies: Essays on Contemporary Culture. 160 p. Pinter & Martin, 2011. [De vertalingen  die ik meegeef zijn van Google Translations.]

maandag 27 juli 2026

Met Sophie Straat naar ’t piket

 Van links nr rechts: Greta Craeymeersch, Jacqui Goegebeur, Kati Couck, kunstenaar Alice Martha, Moniek Darge en Chantal De Smet tijdens de officiële inhuldiging van een Gentse tram waarop Alice hun beeltenis geschilderd had. Een eerbetoon aan Gentse feministen. Meer erover in Gentspoort.

TIJDENS DE GENTSE Feesten trad ook Sophie Straat op, zangeres die uitdagend alle witte mannen naar achteren’ stuurde. Na dat optreden vulden de luchten zich met straffe meningen, zwarte klachten en zware verwensingen. Daarbij viel me een marxist op - prof, actief op Facebook -  die in Sophie Straat & consorten een belemmering voor de klassenstrijd ontwaarde. Al die tweespalt heeft in Amerika alleen maar fascisme opgeleverd, schreef hij. En ik die dacht dat het door ’t kapitaal kwam.
Nu moet ik aan feministe Kati Couck denken die ‘in onze tijd’ vrouwen instrueerde in de zelfverdediging, technieken waarmee die vrouwen mannen konden vloeren. Ik denk wel dat Sophie Straat daarbij had willen zijn. 
Zelf was ik betrokken bij stakingspiketten aan Gentse warenhuizen. ’t Ging om veel filialen en er was bijgevolg veel menskracht nodig. Ik vroeg Kati om hulp. Ze reageerde enthousiast en verrijkte de stakingsposten met vrouwen die mannen konden vloeren. Ik denk wel dat ook Sophie Straat ’t piket vervoegd zou hebben. Ja, dat denk ik.


Uitgeverij De Lachende Visch stelt u de digitale AMANDINE voor, roman uit 2012 van Flor Vandekerckhove. 33 hoofdstukken, 231 bladzijden, meer dan 63.000 woorden. AMANDINE vertelt het epos van de Oostendse visserij en hoe die geschiedenis het leven van de ik-figuur tot vandaag tekent.

zondag 26 juli 2026

1958, in een Oostendse cinema


HOE GING DAT in die tijd? Wanneer zo’n film in 1956 in de markt gezet werd, zagen we die dan al ’t zelfde jaar in Oostende? Als ’t een blockbuster was, speelde die dan in de dure Rialto? In de goedkope Cameo? Ik zal ’t eens aan Johan Geuvens (°) vragen. 
Enkele minuten later krijg ik al antwoord: ‘Daar is niet zo eenduidig antwoord op te geven. Soms waren die films hier al twee maand na de premiere in de VS te zien, maar het kon ook veel langer duren. De premiere van 'Around the world in 80 days' ging al door op 17 oktober 1956 in New York, terwijl de film in België pas op 3 januari '58 in Brussel te zien was. In welke Oostendse zaal de film gespeeld werd is nog iets anders. Georgette Kerkvoorde van Palace en Ritz had een hele goeie relatie opgebouwd met o.a. Universal, United artists en Paramount. Zij kreeg al die films in premiere. De Rialto had dan weer bijna alle Disney-films. Ook veel Warner Bros, alhoewel ook de Ritz die kreeg. Grote epossen vonden altijd hun weg naar de Capitole, de enige 70 mm zaal, films als Ben Hur, El Cid, Cleopatra… Je ziet dat het een beetje duwen, trekken en lobbyen was om de beste films te krijgen. Soms werd aan een cinema een 'treintje' aangeboden, bijvoorbeeld vijf films, met slechts één grote kaskraker, te nemen of te laten.’
1958. Ik ben negen jaar. Met Arjette en Onze Marcel zie ik Around the World in Eighty Days. Volgt nu een spoiler alert. Een Britse gentleman sluit een weddenschap: hij zal in tachtig dagen rond de wereld reizen. Wanneer blijkt dat de held de weddenschap nipt verliest, wegens een dag te laat, vind ik dat onrechtvaardig. Wanneer blijkt dat hij tóch wint, moet Arjette het me uitleggen: ’t heeft met de draaiing van de aarde te maken. 
Ook Jules Verne legt het uit: ‘Daar Fogg zijn weg in een oostelijke richting volgde, trok hij de zon tegemoet en dientengevolge werden de dagen voor hem zooveel maal vier minuten korter, als hij graden in deze richting aflegde. Er zijn drie honderd zestig graden op den omtrek der aarde, die drie honderd zestig graden vermenigvuldigd met vier minuten, geven juist vier en twintig uren—dat is te zeggen één dag, dien men alzoo zonder het weten wint. Met andere woorden, nu Phileas Fogg oostwaarts trok, zag hij de zon tachtig maal den meridiaan passeeren, terwijl zijne collega's, die te Londen bleven, dit slechts negen en zeventig maal zagen. Vandaar dat het op zaterdag en niet op zondag was, zooals Fogg meende, dat zij hem in de zaal van de Reform-club wachtten.’ (°°)
Flor Vandekerckhove

(°) Geuvens & Benoit, De wonderlijke wereld van pluche & pellicule. De geschiedenis van de Oostendse cinema’s. 383 bladzijden. 2010. 
(°°) Fragment uit De reis om de wereld in tachtig dagen van Jules Verne. Volledig online te lezen en gratis van het net te halen op Project Gutenberg.

vrijdag 24 juli 2026

Herinneringen aan Goldfinger


om haar in mijn web te vangen
had ik wel duizend listen verzonnen
tevergeefs
en toen kreeg ik in 1964
onverwachts en afgesproken tussen onz’ ouders
de kans om haar in een pikdonkere zaal te lokken
waar we Goldfinger gingen zien
en waar ik voor een keer
haar rok mocht optillen
en ik 
weze het denkbeeldig 
met mijn goldfinger 
een weg mocht zoeken 
in een web of sin
waarover Sherley Bassy in die film ook zong
en tegelijk met de kiss of death from mister Goldfinger
voelde ik voor ’t eerst in mijn broek
de door haar opgewekte hete gloed
Herinneringen aan Goldfinger is een uittreksel uit mijn boek Tienerklanken.
Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens met wie ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. 
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)
Van ‘Herinneringen aan Goldfinger’, een provovers, bestaat ook een YouTubevideo waarin je me het verhaal ziet/hoort declameren. ’t Is als ’t ware een auteurslezing u aangeboden vanuit mijn fauteuil: www.youtube.com/watch?v=mu9oQTlwGjk.

donderdag 23 juli 2026

Het gebeurde aan Petit Paris


IN EEN BLOEMPERK, op het kruispunt van Petit Paris, had ik een zakje met de juiste ingrediënten begraven: grond van een kerkhof, beentje van een zwarte kat en een pasfotootje van mezelf. Net zoals Robert Johnson ’t had gedaan, en Faust, sprak ik de geijkte woorden uit: ‘Heer van de duisternis maak u bekend.’ En wanneer ik ’s avonds huiswaarts keerde, was mijn spel op de strumstick danig verbeterd. Buren zeggen dat het nu ongehoord mooi is. Mijn ziel ben ik wel kwijt, maar het is zoals onze Marcel het destijds zeide: ge kunt niet alles hebben in ’t leven. (Flor Vandekerckhove)


De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt. 

De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, in 2026 uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

woensdag 22 juli 2026

Hoe je met zelfbeklag moet omgaan [Oud worden voor beginners (8)]

Op de foto: Karel Dierickx (°1940 - 2014†) aan ’t werk in zijn atelier. Ik weet niet van wie de foto is, maar hij is of van Lieven Herreman of van Dirk Vermeire, Jules Vandevelde, Herman Selleslags, Dominique Provost of Sara Martens. Misschien komt hij uit het archief van Karel en vrienden. Meer erover op de mooi onderhouden website van wijlen Karel Dierickx.

Deze post maakt ook deel uit van een reeks 
Oud worden voor beginners. 
De hele reeks valt te lezen 

WANNEER TEGENZIN ME overvalt, omdat mijn rechteroog alleen nog wazen ziet, omdat mijn keel de rijst terugduwt, omdat ik almaar trager word, omdat frieten diarree voortbrengen, omdat ik al bij zwakke noordoostenwind een jasje dragen wil, omdat ik loden benen heb, omdat ik doof wordend ’t weeral niet gehoord heb, omdat ik mijn pillenvoorraad moet aanvullen, omdat ik bij elk tegenwindje voel hoe eenzaamheid met oude dag gepaard gaat, omdat mijn pik niet meer wil rechtstaan, omdat onlust me bij ’t minste overvalt; omwille van dat alles en ook omwille van een deel ervan, haast ik me te denken aan die keer in ’88 toen we ons in de Oostendse galerie Bureaux et Magasins bevonden en het tot een feestje kwam. Er was een koppel buitenlandse collectioneurs, waarvoor het evenement trouwens opgezet werd. In enkele uren, zeiden die achteraf, hebben we waarlijk de wereld van James Ensor leren kennen. Wat een nacht! Nathalie Brutin leidde het gebeuren, Luc Martinsen was er, net als academiedirectrice Chantal De Smet, kunstcriticus Hugo Brutin, fotograaf Steven Decroos, kunstschilder Jan Deconynck, graficus James De Coninck… En Karel Dierickx, inmiddels overleden, maar toen nog jong en losbandig, die me daar meegaf hoe ik met zo'n zelfbeklag moest omgaan. ’t Was in ‘t Frans, hij had het ergens gelezen, hij zei: ‘J’ai 48 ans. Je pose mes valises.’ Hij wachtte enkele tellen, waardoor ik dacht dat het gewoon een plat gezegde was, en zei toen: ‘Et je les reprends.’
Flor Vandekerckhove

Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)