In 1972 volbracht ik mijn legerdienst. Daar leerde ik een jongen uit Denderleeuw kennen die ook partijloos was en zoekend. Ik nodigde hem uit om op 1 mei naar Gent te komen. ’s Middags organiseerde AMADA daar een optocht. We gingen kijken. Mijn maat en ik waren ferm onder de indruk van de vele rijen ordentelijk voortschrijdende partijleden. We zagen een organisatie die naam waardig. Wat ik echter ook opmerkte, was dat iedereen afgepeigerd leek.
Afgepeigerd! Dat wáren al die mensen ook, onderhevig als ze waren aan een nooit aflatend militant ritme en een fel doorgedreven partijdiscipline. Dat las ik zojuist in een boek van Louis van Dievel, het waargebeurde verhaal van een afvallige van AMADA. (°)
Ik maak een sprong vooruit in de tijd. In de jaren tachtig probeerden wij, trotskisten, onze activisten lijfelijk in het centrum van de arbeidersklasse te positioneren, het spoor, de metaal. Renaat Willockx, Amadees van het eerste uur, kwam me uitleggen waarom dat ging mislukken: ‘Wij konden in die jaren’, zei hij, ‘duizend studenten naar de fabrieken sturen. Honderden en honderden hebben dat niet volgehouden en hebben afgehaakt.’ Hij wist dat het bij de trotskisten om maar enkele tientallen ging, wat daardoor gedoemd was te mislukken. Overdreef hij met zijn ‘duizend’? Feit is dat ik lang geleden die ‘honderden en honderden’, tijdens die 1 mei-optocht in Gent, aan mij had zien voorbijtrekken.
(°) Louis Van Dievel. De dokter is uw kameraad niet: Uit het leven van Guust van Mol. 2020. Pelckmans Uitg. 368 p.