| De Jacobinessehoeve in Bredene, met foto’s van Johnny Verplancke. Hij fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie staat hier op flickr⇲. In 2022 maakte hij twee reeksen over de Jacobinessehoeve van Bredene. De fotoreeks leidt hij in met een geschiedenis van dat erf. |
Vroeger, toen ikzelf van de tewerkstelling deel uitmaakte, bewoog ik me autorijdend van her naar der. Al rijdend constateerde ik telkens wat de cijfers toen ook zeiden: West-Vlaanderen telt meer varkens dan mensen. Varkenskoten alom en voor de rest: ‘Akkers en weiden als wiegende zeeën die groenen langs stroom en rivier.’ Zo was het al toen Willem Gijssels op ’t einde van de negentiende eeuw dat vers schreef, zo was het nog toen ik vijfendertig was, vijfenveertig, vijfenvijftig… Zo was het nog altijd toen ik vijfenzestig werd en afscheid van de tewerkstelling nam. Gevolg gevend aan de goede raad verwoord in Oud worden voor beginners deed ik mijn auto weg. Sindsdien doorklief ik niet langer de provincie,
Ik zat nog niet goed in mijn zetel neer of daar veranderden de dingen. Langzaam — of vlug, dat kan ook — wijzigde het aanschijn van West-Vlaanderen, tot wat nu in de krant de meest industriële provincie van Vlaanderen heet. Is dat niet kras?
Tania rijdt. In Bredene trekken we via de Sluizenstraat naar de Blauwe Sluis waar het de Brugse Steenweg opgaat. Niets dan akkers en weiden waarop trekvogels op krachten komen, de NoordEde ligt er verzorgd bij. We rijden over Klemskerke en voorbij Vlissegem. We passeren Vijfwege waar de straatnaam verandert in Oostendse Steenweg. We passeren Houthave, Meetkerke, tot we een bordje Brugge-Sint-Pieters zien. We zijn bijna in Brugge en op heel die weg zie ik alleen maar akkers en beemden. Onderweg bevestigt niets me dat West-Vlaanderen de meest industriële provincie is.
Flor Vandekerckhove⇲
In voettochten van 20 tot 30 kilometer wandelde Tania in 2020-21 omzeggens heel Vlaanderen af. Ik zette haar af waar ze vertrok en haalde haar op waar ze aankwam. Intussen zocht ik plekjes waar ik (over) kon schrijven. Dat leverde telkens een verhaal op, een impressie, een observatie, een vignet, een enkele keer ook een gedicht. 26 van die stukjes werden in 2021 verzameld in een boekje met als ondertitel ‘Een queeste naar Vlaamse identiteit’. Jan Loones leverde het voorwoord. Ook dit e-boekje (70 pagina's, veel foto's) van uitgeverij De Lachende Visch is gratis voor wie erom vraagt. Vragen doe je via liefkemores@telenet.be. (Vermeld ‘Langs Vlaamse wegen’. Alleen beschikbaar in pdf.)
Tania rijdt. In Bredene trekken we via de Sluizenstraat naar de Blauwe Sluis waar het de Brugse Steenweg opgaat. Niets dan akkers en weiden waarop trekvogels op krachten komen, de NoordEde ligt er verzorgd bij. We rijden over Klemskerke en voorbij Vlissegem. We passeren Vijfwege waar de straatnaam verandert in Oostendse Steenweg. We passeren Houthave, Meetkerke, tot we een bordje Brugge-Sint-Pieters zien. We zijn bijna in Brugge en op heel die weg zie ik alleen maar akkers en beemden. Onderweg bevestigt niets me dat West-Vlaanderen de meest industriële provincie is.
Flor Vandekerckhove⇲
In voettochten van 20 tot 30 kilometer wandelde Tania in 2020-21 omzeggens heel Vlaanderen af. Ik zette haar af waar ze vertrok en haalde haar op waar ze aankwam. Intussen zocht ik plekjes waar ik (over) kon schrijven. Dat leverde telkens een verhaal op, een impressie, een observatie, een vignet, een enkele keer ook een gedicht. 26 van die stukjes werden in 2021 verzameld in een boekje met als ondertitel ‘Een queeste naar Vlaamse identiteit’. Jan Loones leverde het voorwoord. Ook dit e-boekje (70 pagina's, veel foto's) van uitgeverij De Lachende Visch is gratis voor wie erom vraagt. Vragen doe je via liefkemores@telenet.be. (Vermeld ‘Langs Vlaamse wegen’. Alleen beschikbaar in pdf.)