| Nora Barnacle en James Joyce op weg naar hun huwelijk (1931). Derde is raadsman Fred Monro. Hij speelde een praktische rol bij het huwelijk. |
Bij tijd en wijle ben ik in mijn hoofd een ontdekkingsreiziger die zich een weg doorheen James Joyce baant. Soms loopt die weg via Finnegans Wake, soms is ’t doorheen Ulysses. Vandaag trek ik langs de Facebookgroep die zich Ulysses noemt. Daar stelt iemand een vraag die mij als gemankeerde beenhouwer recht naar de pens gaat. Ik vertaal: ‘Heeft iemand er wel eens aan gedacht dat Ulysses misschien volkomen willekeurige, betekenisloze onzin is die zomaar in zijn hoofd opkwam? En dat hij het simpelweg in prachtig proza heeft verpakt? En dat er verder geen diepere betekenis achter zit?’ Op die vraag komen tweeënzeventig antwoorden, het ene nog verontwaardigder dan het andere. Ik onthoud er een: ‘Je hebt een verkeerd beeld van hoe je een boek moet lezen. Het gaat niet om wat erin staat (en er staat ongetwijfeld veel in 'Ulysses'), maar hoe je erop reageert. Een boek is een machine om mee te denken.’ Die mens heeft gelijk. Althans, dat is hoe ik meestal een boek lees, als een machine om mee te denken. (Jeff Tweedy doet het trouwens ook op die manier.)
Nu had ik als beenhouwer wellicht nog een uur worsten moeten draaien. Blij dat ik de stiel gemankeerd heb.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be⇲. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)