| Delphine Lecompte en Vladimir Majakovski (°1893 - 1930†) |
‘ELKE OCHTEND STAP ik met frisse tegenzin uit bed. En dan....lees ik De Laatste Vuurtorenwachter. Mijn dag gered!’ ’t Staat in een mail die ik kreeg, van een lezeres nog wel. De Laatste als hart onder de riem, alsmede als riem onder het hart.
Weg laat ik haar verwensingen ten aanzien van d’r werkgever, een mens waardoor ze danig tegen de werkdag opziet.
Hoe het komt weet ik niet, mij doen die verwensingen zin krijgen om Delphine Lecompte uit de kast te halen. Ik kies voor een brief die Delphine aan Vladimir Majakovski (°1893 - 1930†) schrijft, zeggend dat ze hem in de zoo heeft leren kennen. Daar ontmoet ze ‘een mooie melancholische ietwat stugge nachtdierenverzorger’ die haar naar huis meeneemt waar ze samen meermaals de liefde bedrijven. Dat vrijen is niets om over op te scheppen, maar op zijn nachtkastje liggen wel de verzamelde gedichten van Majakovski tot wie ze zegt: ‘En alles was verbonden: de zoo, de opsluiting van de zebra, de strepen en de hoeven van het verdoemde beest, de donkerte en de temperatuur van het nachtdierenverblijf, de korst van mijn boterham, de obscene glinstering van de aardbeiconfituur, de spottende grimas van de demonische plompe lori, de galmende stem van de mooie melancholische ietwat stugge nachtdierenverzorger zelf, de ziel van het meest panische nachtdier (een hazenlipvleermuis), mijn wens om te masturberen met een hatelijke schaapscheerdersschaar, u en ik.’ (°)
(°) Delphine Lecompte. Wilde brieven aan woestelingen. 2023. Uitg. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 438 p.