| Sinds Delphine Lecompte me enkele dagen geleden naar Gustave Van de Woestyne wist te lokken, heb ik me al over diens leven gebogen en ook over zijn werk. Vandaag rond ik af. Hierboven links: Gustave Van de Woestyne. De bekoring, (1925) olieverf op doek, 175 x 124 cm. (in privébezit). Rechts: Luc Martinsen. Nooit meer drinken. Acryl op doek. (Onbekend jaartal) 40 x 30 cm. (in mijn bezit.) |
STRAKS RETOURNEER IK een boek aan de bib (°), maar niet voordat ik hoekjes platstrijk die ‘k al lezend respectloos heb omgeplooid. Een eerste hoekje leidt me naar een een interview uit 1929. Zegt Gustave Van de Woestyne: ‘Ik meen dat, na ieder voltooid schilderij, de kunstenaar een nieuwe maagdelijkheid moet terugvinden. Hij moet zich naakt vóór het witte doek stellen. Iedere herinnering van het vorige werk moet uit zijn geheugen gebannen worden. Ieder werk is een herbeginnen. Indien twee werken op elkaar lijken, dan is het stiel en geen kunst. (…)’ ’t Zijn woorden waarmee ik niet onmiddellijk iets kan doen, maar ik schrijf ze toch op.
Platstrijken doe ik ook het hoekje van een blad waarop Gustaves schilderij De bekoring te zien is. Een schildersezel zonder doek. De kunstenaar draagt een kostuum, niet iets wat hij in zijn atelier draagt. Verf en penselen ontbreken. Je leest dat schilderij als: lonkend genot gaat ten koste van de creativiteit. Hans Groenewegen ziet dat ook: ‘Het hoofd is bij de fles. De handen zijn op weg naar het glas, maar bevinden zich nog in de diagonalen van de schildersezel. Verder drinken - de kurk is eraf - of schilderen, dat is het dilemma.’
Nu haal ik een schilderijtje van de muur en plaats het voor u naast De bekoring, in een zelf gefoefelde fotocompositie. Nooit meer drinken toont ons neo-expressionisme van Luc Martinsen. 't Is pure schilderdrift, picturaal feest, heftig, brutaal. Willem Elias verwoordt dat goed. Ik weet niet in welk jaar Martinsen het schilderijtje maakt. Ik weet wel dat ik het in oktober 2012 cadeau krijg. Jo Clauwaert vereeuwigt het moment. Ook in dat schilderij lonkt de bekoring, de fles is ontkurkt, het glas is al gevuld. Kijk dat daar staan, in twee zo verschillende schilderijen, de fles, het glas.
Afsluiten doe ik met een parodie: ‘Ik meen dat, na iedere voltooide post, de blogger een nieuwe maagdelijkheid moet terugvinden. Hij moet zich naakt vóór het computerscherm stellen. Iedere herinnering van het vorige werk moet uit zijn geheugen gebannen worden. Ieder werk is een herbeginnen. Indien twee posts op elkaar lijken, dan is het stiel en geen kunst.’ Ik lees alles nog eens na. Dat zit wel goed. Van de Woestyne mag tevreden zijn.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Robert Hoozee en Catherine Verleysen. Gustave Van de Woestyne. Mercatorfonds. Museum voor Schone Kunsten Gent. 255 p.
Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die beeldend kunstenaar Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be⇲. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)