woensdag 19 januari 2022

De eerste 10


2019 was voor mij het jaar van de ‘drabbles’, korte verhalen van exact 100 woorden, ik verzamelde ze in een boekje waarvoor Delphine Lecompte de inleiding schreef. 2020 was ‘Het jaar van de kwatrijnen. In 2021 experimenteerde ik met eenparagraafverhalen, ik verzamelde er 100 van. In 2022 lanceert De Laatste weer iets nieuws: verspreid over het jaar publiceer ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. 
De creatie van zo'n driezinnenverhalen volgt, ondervind ik al doende, een merkwaardig stramien. Eerst is er een inspirerende zin, daaruit ontwikkelt zich het verhaal. So far so good. Vervolgens zoek ik er een passend beeld bij (veelal een GIF, bestemd voor het filmpje dat ik van elk driezinnenverhaal maak). En nu komt het! Dat beeld wordt méér dan alleen maar illustratie: het driezinnenverhaal plooit zich uiteindelijk naar de GIF, het verhaal wordt herschreven! Het beeld ziet zich opgewaardeerd: van illustratie tot inspiratie! Daardoor komt het ook dat de Youtubefilmjes een ereplaats verdienen. De eerste tien zijn inmiddels een feit, ik tel af van 200 naar 1. Nog 190 te gaan. 
Kijk naar enkele van de eerste tien filmpjes! Klik op een van onderstaande titels, 't Kost geen moeite, de filmpjes zijn korter dan ooit. (Flor Vandekerckhove)                    
[213] [184] [164] [154] [113] [124] [122] [139] [133] [90]

200. Banaan↗︎
199. Adem↗︎
198. Reünie↗︎
197. Droogstoppels↗︎
196. Paard↗︎
195. Baai↗︎
194. Achterwaarts↗︎
193. Tornado↗︎
192. Van ’t Sas↗︎

191 Partikels↗︎


dinsdag 18 januari 2022

In memoriam Jenny Vandekerckhove (1937-2021)

Links: het gezin Vandekerckhove-Van Lyssebettens. In wijzerzin, startend bovenaan links: Marcel (†), Zoë (†), Alice (†), Edmond (†), Jenny (†), Erna, Camiel (†). Rechts: Jenny Vandekerckhove in Huize Westerhauwe


Doordat ik een gewoontemens ben, maak ik haast dagelijks dezelfde wandeling. Die brengt me in Bredene via bosschages naar de Groenendijk, waar ik de Koninklijke Baan oversteek en mijn wandeling naar de vuurtoren vervolg. Onderweg passeer ik het merkwaardige woonerf militair hospitaal↗︎. Het gebeurt maar zelden dat ik daar niet aan tante Jenny denk, zuster van Marcel Vandekerckhove↗︎, mijn vader. Dat komt doordat er aan die site een anekdote vasthaakt die met Jenny te maken heeft.
Het militair hospitaal is in dit tijd nog wat het woord zegt: een militair hospitaal↗︎. De keuken is klant van de groentewinkel van Zoë en Mong↗︎, mijn grootouders. Ik ben negen, Jenny eenentwintig, ze woont nog thuis. Met de bakfiets brengt ze de waar ter bestemming en ik mag haar op mijn fietsje vergezellen. Achter het hoofdgebouw slaan we linksaf, waar een gewapende soldaat de wacht houdt. Uniform, wapen, wachthokje, bareel… best spannend voor de knaap die ik ben. Daar gebeurt iets waarop ik niet voorbereid ben: de soldaat fluit tante Jenny na. Tante Jenny bloost, giechelt, weet zich geen houding te geven, zo ken ik haar niet. In ’t weerkeren herhaalt dat spel zich. Ik weet letterlijk niet wat ik ervan moet denken.
Da’s dus drieënzestig jaar geleden. Verleden jaar, op 19 januari, is tante Jenny overleden, ze zou 84 worden. Niet erg lang ervoor had ik haar en d'r echtgenoot nog bezocht. Ik heb haar toen die anekdote verteld. Ze herinnerde zich die niet, zei ze, maar ze giechelde wel.
Flor Vandekerckhove

maandag 17 januari 2022

Partikels

[In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. Van mij mag je ook driezinnenverhaal zeggen. Meestal, niet altijd, zullen het klassieke verhalen zijn (protagonist, conflict, uitkomst); veelal, niet altijd, zullen ze naar surrealisme light↗︎ neigen. Dit is nummer 10, nog 190 te gaan.]

191 - Partikels —  In de winkelstraat klonk uit wel duizend kelen omikron omikron omikron. Ook in lege zijstraten gonsde het van de partikels. Vluchten kon niet meer. (Flor Vandekerckhove)                                                 [75]

Partikels op Youtube

zondag 16 januari 2022

Anne Waldman, een dichter op tour met de rockers



’t Is in Bob Dylans Rolling Thunder Revue↗︎ dat ik de Amerikaanse dichter Anne Waldman↗︎ leer kennen. Ze figureert er als The Word Worker. Er zijn nog literatoren aan boord: Allen Ginsberg (Oracle of Delphi) en Sam Shepard (The Writer.) Omdat ikzelf erg onder de indruk kom van haar verschijning in de revue, vertaal ik wat ze er later zelf over zegt (1): 
‘[In de herfst van 1975] werd ook ik uitgenodigd om Allen Ginsberg te vergezellen op Bob Dylans "Rolling Thunder Revue"-tour als "poet in residence" en om mee te werken aan de film Renaldo en Clara. De revue reisde door New England en Canada waarbij de show her en der verrassende stops maakte. Als een nomadische karavaan reisden we vaak 's nachts in de exotische bussen - behalve dat onze luxevoertuigen uitgerust waren met douches, bar, emmers ijs, handige bedjes met gordijnen, intense gesprekken en livemuziek door de nacht. Onderweg deden kwamen veel muzikanten optreden: Joni Mitchell, Eric Anderson, Joe Cocker. Oude vriend, toneelschrijver Sam Shepard (…) was ook aanwezig en hij schreef dialogen. De shows waren fenomenaal: energiek, afwisselend, onvoorspelbaar. Dylan droeg witte make-up en had kalkoenveren uit zijn vilten hoed steken. (…) Het gedichtendagboek dat ik tijdens de tour bijhield (Shaman) werd ongeveer anderhalf jaar later gepubliceerd door een kleine uitgever in Boston, White Raven, daarna in een tweetalige Duitse editie vertaald door Jurgen Schmidt en uitgegeven door Apartment edities. (…) Ik heb de rock-'n-rollwereld van dichtbij bekeken en hoe meeslepend en glamoureus ook, toch miste ik het gesprek met dichters en bracht veel vrije tijd aan de telefoon door. (…) Ik zette ook Bob Dylan onder druk om eindelijk Allen Ginsberg op het podium te laten komen om er een ​​gedicht voor te lezen, wat Allen tijdens de pauze deed. Hij las 'On Neal's Ashes' voor, een eerbetoon aan de wanhopige Neal Cassady, legendarische inspiratiebron voor Kerouacs held Dean Moriarity in On the Road. Ik waardeerde de gelegenheid om met een artistieke gemeenschap te reizen, me gesteund voelend voor het werk dat ik deed, en het toevallige karakter van de reis. We wisten nooit precies waar we de volgende keer zouden zijn en het publiek kreeg slechts vierentwintig uur van tevoren bericht. Het toeschouwers waren opgetogen over de plotselinge invasie. Het was een genereuze gelegenheid. Jarenlang heb ik de mogelijkheid geromantiseerd van een soortgelijke, verkleinde poëziekaravaan.’
Ze heeft er ook een lang gedicht over geschreven, Shaman Hisses You Slide Back into the Night. Misschien is het wel dat gedicht dat je haar in de film hoort declameren, de sjamaan waarvan sprake is ongetwijfeld Ginsberg. Ik speur vergeefs ’t net af, anders had ik het misschien vertaald. Nu valt mijn keuze op A Phonecall from Frank O’Hara. (2) Een ouder gedicht, resonerend met een passage in bovenstaand stukje: ’toch miste ik het gesprek met dichters en bracht veel vrije tijd aan de telefoon door.’ 
Het gedicht valt makkelijk te begrijpen als je weet dat Frank O’Hara↗︎ grondlegger van The New York School↗︎ is, en Waldman iemand van de tweede generatie. In het gedicht zoekt ze steun bij degene die haar in het creëren voorgegaan is, het lijkt erop dat ze zich over haar kunst onzeker voelt, ze mist New York, voelt zich ontheemd; de overleden Frank O’Hara wijst haar terecht. [Er is een passage die ik eerst niet goed begreep: ‘While frank and free/call for / musick while your veins swell’. De metafysicus, heb ik uitgevist, is George Herbert↗︎, mens uit de zeventiende eeuw. O’Hara citeert in die regels losjes uit Mortification↗︎ van die Herbert. Vandaar dat archaïsche ‘musick’ en niet het hedendaags Engelse music.]
En zoals steeds: mocht iemand me in de vertaling willen bijsturen, wordt dat in dank aanvaard.
Flor Vandekerckhove




(1) "Anne Waldman: 1945-," in Contemporary Authors Autobiography Series. Gale Research Series, Volume 17, 1993: 283-285.

(2) Anne Waldman, “A Phonecall from Frank O’Hara” from Helping the Dreamer: Selected Poems, 1966-1988. Copyright © 1989 by Anne Waldman. Reprinted with the permission of Coffee House Press, Minneapolis.


Anne Waldman op Youtube

www.youtube.com/watch?v=6DSThugrJ-M

zaterdag 15 januari 2022

Van 't Sas, van 't Sas, van 't Sas

In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang/kort: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. Van mij mag je ook driezinnenverhaal zeggen. Meestal, niet altijd, zullen het klassieke verhalen zijn (protagonist, conflict, uitkomst); veelal, niet altijd, zullen ze naar surrealisme light↗︎ neigen.

192 — Van ’t Sas — Omdat iedereen altijd A-a-a-h! zegt als ze langsloopt, dacht ik dat ze ’t meisje van Ipanema was. Maar gisteren vroeg ik waar ze vandaan kwam. Ze zei: ‘Van ’t Sas, van ’t Sas, van ’t Sas.’ (Flor Vandekerckhove)                                                                                   [89]


Kijk naar Van ’t Sas op Youtube…

op 't ritme van Quizás Quizás Quizás

 www.youtube.com/watch?v=0ncGT_86wH0


vrijdag 14 januari 2022

Charles Simic grijpt naar het ongrijpbare

Maar ja, taal is natuurlijk ook maar een soort
slaapliedje
(Charles Simic)


Van Charles Simic heb ik al een en ander vertaald. Kijk maar naar Hoe Charles Simic vliegen in ’t donker vangt↗︎ of naar Er ligt onheil op de loer↗︎. Vreugde beleefde ik ook aan We moeten geduldig zijn, zeiden we tegen onszelf↗︎, m’n vertaling van Pigeons at Dawn. Ik mag er wel mee ophouden, met dat vertalen, nu is er Dat ongrijpbare iets, een omvangrijke Nederlandse bloemlezing, 164 gedichten. (°) Ik ga dat boek niet bespreken, Stefaan Pennynck heeft dat al in Kunsttijdschrift Vlaanderen↗︎ gedaan. Opmerkenswaard is dat het titelgedicht Dat ongrijpbare iets (p.171) twee keer in de bundel voorkomt, de tweede keer is dat met licht gewijzigde titel, Het andere iets. (p.135). Dat ze beide in de bundel opgenomen werden, betekent dat het ene gedicht het andere niet vervangt, dat beide evenwaardig zijn. (°°) H
ieronder plaats ik ze naast elkaar. De vergelijking leert me hoe genuanceerd dichten kan zijn. Het leert me ook dat de literatuur plaats te over heeft, dat er plaats is voor alles (en dus ook voor de manier waarop ik het doe.)
Flor Vandekerckhove


(°) Charles Simic. Dat ongrijpbare iets. Een bloemlezing. Vertaald door Wiljan Van den Akker. 207 pp. Uitg. Van Oorschot A’dam. 2021. ISBN 9789028293106

(°°) Iets soortgelijks doet Simic in deze bloemlezing met Met de naam van zijn schaduw (p.106) en De hond van Icarus (p.153), twee keer hetzelfde gedicht, maar deze keer heel anders. 

donderdag 13 januari 2022

Tornado

[In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. Van mij mag je ook driezinnenverhaal zeggen. Meestal, niet altijd, zullen het klassieke verhalen zijn (protagonist, conflict, uitkomst); veelal, niet altijd, zullen ze naar surrealisme light↗︎ neigen. Dit is nummer 8, nog 192 te gaan.]


193 - Tornado — Twee flikken hadden me vierentwintig uur lang ondervraagd over mijn betrokkenheid bij de klimaatontwrichting. De twee kwamen vervolgens om in een tornado die heel het politiebureau vernietigde. De isolatiecel waarin ze me opgesloten hadden, hield stand. (Flor Vandekerckhove)                                 [102]

Tornado op Youtube

woensdag 12 januari 2022

Het door elkaar bestaan der eeuwen

(Charlie Chaplin in Modern Times.)

Je moet er een sterke maag voor hebben, maar een halfuurtje Facebook leert wel 1 en ander. Geleerde mensen zeggen daar bijvoorbeeld niet te begrijpen dat vaccinatie in vraag gesteld wordt; linkse kennissen kijken onbegrijpend naar andere linksen die samen met fascisten in stoeten tegen het coronabeleid opstappen.
Zo'n FB-posts van hooggeschoold en/of links verraden een welbepaalde blik. Uit wat voorafging, zegt die blik, werden lessen getrokken en de deur van het verleden is daarmee dichtgegooid. Zo vallen anti-vaxxers uiteraard niet te begrijpen en Gutmenschen↗︎ die vrolijk met fascisten opstappen zo mogelijks nog minder. 
Moet er iets aan die blik veranderen? Ah, van mij moet niets, maar ik zit hier met twee teksten die ik hun eens wil tonen. De eerste dateert van 1933, tijd waarin ook schijnbaar onbegrijpelijke dingen gebeurden.
Zowel op ’t platteland als in stedelijke flatgebouwen bestaat er een tiende of dertiende eeuw naast de twintigste. Miljoenen maken gebruik van elektriciteit en geloven tegelijk in de magische kracht van tekens en bezweringen. De paus spreekt over de wonderbaarlijke transformatie van water in wijn. Filmsterren gaan naar mediums. Piloten die wonderbaarlijke mechanieken besturen, vrucht van menselijk genie, dragen amuletten op de trui. Over welke onuitputtelijke reserves aan duisternis, onwetendheid en wreedheid beschikt het fascisme niet! Alles wat in de loop van de normale ontwikkeling van de samenleving uit het organisme had moeten verdwijnen als culturele uitwerpselen, gutst nu de keel uit; het kapitalisme is de onverteerde barbarij aan ’t uitkotsen. Dat is de fysiologie van het nazisme. (1)

De tweede tekst is veel recenter, het betreft een gedicht van Jerome Rothenberg, dichter waarvan ik eerder al Een gedicht voor de wrede meerderheid↗︎ vertaald heb. En nu weer.

ONBEGRENSDE TWINTIGSTE EEUW
Terwijl de twintigste eeuw vervaagt
begint de negentiende
                                            opnieuw
het is alsof niets is gebeurd
hoewel zij die het beleefden dachten
dat alles aan ’t gebeuren was
genoeg om een wereld te benoemen & een tijd
die je in de hand kon houden
voor altijd          de laatste waan
als het perfecte masker van de dood (2)

De dichter spreekt erover in een interview↗︎. ‘Het gedicht gaat terug tot de jaren negentig, toen de Koude Oorlog ten einde liep, en daarmee ook – ten goede of ten kwade – veel van de twintigste-eeuwse dromen van menselijke en onbeperkte vooruitgang die we te gemakkelijk als vanzelfsprekend hadden beschouwd. Dat was de 'laatste waan' waarover ik het toen had, maar nog donkerder was de strekking van het gedicht, het gevoel dat zich al vormde, van een terugval naar juist die omstandigheden die deze dromen en wanen hadden willen aanpakken. We gingen, met andere woorden, een nieuwe eeuw en millennium in, maar wat zich al aandiende, was een terugkeer naar de omstandigheden van de vorige eeuw: ‘nationalisme, kolonialisme en imperialisme, etnisch en religieus geweld, groeiende extremen van rijkdom en armoede’ in de beschrijving die Jeffrey Robinson en ik gaven voor het voorwoord van het derde deel van Poems for the Millennium. Waaraan we toevoegden: ‘Alle komen vandaag de dag weer tevoorschijn met een geweld dat hun eerdere negentiende-eeuwse versies oproept en alle fysieke en mentale strijd ertegen, strijd waarin poëzie en dichters soms een centrale rol speelden.'
De tiende, de dertiende, de negentiende, de twintigste… al die eeuwen zijn nog in deze eenentwintigste aanwezig. Ik denk dat Walter Benjamin instemmend op zijn Engel van de geschiedenis↗︎ had gewezen als ik hem die teksten zou voorleggen. Maar nogmaals: van mij moet niets. Da's maar goed ook, naar mij luistert toch niemand, Walter Benjamin nog ’t minst van al.
Flor Vandekerckhove


  1. Leon Trotski. What Is National Socialism. Op https://www.marxists.org/archive/trotsky/germany/1933/330610.htm. Ik zie nu dat die tekst ook in ’t Nederlands vertaald werd (met een ietwat verschillende vertaling van het citaat; ik vind de mijne mooier.). ‘Wat is nazisme’ in https://www.marxists.org/nederlands/trotski/1933/1933nazisme.htm
  2. Jerome Rothenberg. Twentieth Century Unlimited. Op https://www.lyrikline.org/en/poems/twentieth-century-unlimited-15044. Wie meer over de achtergrond van dat gedicht en de dichter zelve wil weten, mooi filmpje op Youtube: www.youtube.com/watch?v=FUhIoqrt0fA&t=597s.

dinsdag 11 januari 2022

Achterwaarts

[In 2022 schrijf ik 200 verhalen, nauwelijks drie zinnen lang: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. Van mij mag je ook driezinnenverhaal zeggen. Meestal, niet altijd, zullen het klassieke verhalen zijn (protagonist, conflict, uitkomst); veelal, niet altijd, zullen ze naar surrealisme light↗︎ neigen. Dit is nummer 7, nog 193 te gaan.]


194 - Achterwaarts - Nooit weet je wat de fopwinkel voor je in petto heeft. Nieuwsgierig naar wat komen gaat trekt hij zijn broek op en gaat binnen. Sindsdien doet hij alles achterwaarts. (Flor Vandekerckhove)                           [81]

Achterwaarts op Youtube 

www.youtube.com/watch?v=gJlDw4Pg8no

maandag 10 januari 2022

Enough is enough, trop is teveel en overdaad schaadt

Links: Allen Ginsberg (het knipsel haal ik uit ‘the allen ginsberg project’). Rechts: Francis Bacon en William S Burroughs (Foto John Minihan).


’t Is een vraag die koks bezighoudt: wanneer verprutst je ’t door er nog meer aan toe te voegen (daarna kun je de soep wel weggooien.) In de beeldhouwkunst is het net zo: één hamerslag teveel en de steen is voorgoed verknoeid. Net zo heeft de fotograaf maar één moment, niets van wat erna komt kan dat ene moment herroepen. Elke schilder wordt met de vraag geconfronteerd, dat weet ik maar al te goed uit de tijd dat ikzelf de kwast ter hand nam↗︎. En ook de schrijver worstelt ermee: wanneer verprutst je ’t door er nog woorden aan toe te voegen. 
In de biografie van Francis Bacon vind ik de kwestie treffend verwoord in een gesprek van schilder Bacon met literator Allen Ginsberg. Ze ontmoetten elkaar in 1957 in Tanger.
Voor Ginsberg verduidelijkte Bacon een van zijn zorgen — hoe je een punt kunt zetten achter het werk aan een schilderij. Hoe kan een kunstenaar weten wanneer een kunstwerk op zichzelf al compleet is, voldoende op zich? De discussie was belangrijk voor zowel de dichter als de schilder. Bacon kreeg haast niets af in Tanger. Ginsberg had op zijn beurt grote moeite om Burroughs te helpen bij het organiseren van de verspreide stukken van Naked Lunch tot een leesbare roman. Hoe kon iemand een roman voltooien die geen begin of einde had?
Bacon, altijd een gokker, zette zijn kaarten op het toeval. Het schilderen eindigde, vertelde hij Ginsberg, als een toevallige penseelstreek ‘de magie ving’. Dit idee hielp Ginsberg om vooropgezette meningen opzij te schuiven over de wijze waarop Naked Lunch moest werken als roman en in plaats daarvan te zoeken naar toevalligheden die de woorden tot leven brachten. (*)
De passage maakt me uiteraard nieuwsgierig. Leest het einde van het door Ginsberg mee geredigeerde Naked Lunch als een toevallige penseelstreek die de magie vangt? Ik zoek het op in het boek dat ik nooit uitgelezen kreeg en maak nu op pagina 286 kennis met deze wonderlijk morele regels in een voor de rest amoreel boek:
Kijk voor je KIJK VOOR JE naar die junkweg voordat je hierheen reist en je inlaat met het Verkeerde Volk…
Een woord voor de verstandigen onder jullie.
Flor Vandekerckhove

(*) Mark Stevens, Annalyn Swan. Francis Bacon: openbaringen. Uitgever: Spectrum. 2021. 1032 pp. Het citaat staat op p. 496-97.

Uitgeverij De Lachende Visch publiceert het nieuwe e-boek van Flor Vandekerckhove. Honderd titelloze eenparagraafverhalen wordt ingeleid door Flors oud-leraar Nederlands Alfons Vandenbussche. ’t Is een nieuwjaarscadeau van De Laatste Vuurtorenwachter aan zijn lezers. Mail meteen naar liefkemores@telenet.be↗︎. Doe het nu en het boek valt vandaag nog in je mailbox. ’t Is gratis.