woensdag 15 juli 2026

Maak plaats voor Gen Z

Eerst schreef ik de tekst. Daarna stuurde ik die naar de machinerie van de artificiële intelligentie en vroeg beleefd: maak er een passende illustratie voor als ge kunt.

In DS WEEKBLAD lees ik een stukje over de mij onbekende Louise Goedefroy (29). In een paginagrote foto heeft Louise haar blouse uitgetrokken. Ze zwiert er triomfantelijk mee in ’t rond. Ze is duidelijk de wereld aan ’t veroveren, al weet ik niet waarmee. Ik lees dat ze zangeres is en kookboeken schrijft. Ze behoort tot de Generatie Z, afgekort Gen Z — tussen 1997 en 2012 geboren en opgegroeid met smartphones en sociale media alsof ’t niets is. Ik heb zo’n kleindochters.
Enkele dagen eerder had ik in de krant gelezen dat Gen Z-youtubers de wereld veroveren met lowbudgetfilms. Kane Parsons (20) is de jongste regisseur die met een film (Backrooms, 2026) op nummer één in de Amerikaanse box office staat. Curry Barker (26) maakte de film Obsession (2025) voor wat ze in Hollywood een habbekrats noemen. Youtube-ster Markiplier verspreidde zonder distributeur en met behulp van zijn volgers de film Iron Lung over meer dan 4000 bioscopen. In de krant gaat die opsomming nog een tijdje door. Er staat ook uitleg: ‘(…) veel youtubers hebben bakken ervaring. Dankzij de directe feedback van hun volgers verfijnden ze hun kunst (…)’ Heel interessant voor Hollywood, ook omdat youtubers gewoon zijn het met weinig geld te doen. Die van Hollywood zijn nu TikTok en YouTube aan ’t afspeuren naar nog meer talent. Misschien passeren ze wel bij Louise Goedefroy die ook content creator is. Content creator? Ik zoek het straks even op.
Flor Vandekerckhove


In ’t najaar van 2022 publiceerde ik een essay over de beatdichter Allen Ginsberg, Als de muziekwijze verandert, wankelen de stadsmuren. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook dat e-essay gratis. PDF (10 pagina’s) of EPUB naar keuze. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Zeg Ginsberg en ook pdf of epub.)

dinsdag 14 juli 2026

De kapitein van de Osschaert en de Oostendse Oosteroever

In een reeks korte posts breng ik de nieuwe bewoners van de Oostendse Oosteroever in contact met sagen die met hun wijk te maken hebben. Al duizend jaar verbergt zich daar, in de duinen, de kapitein van de Osschaert.

UIT DE VLAAMSE Volksverhalenbank: ’In Oostende woonde een man die kapitein was van de Osschaert. Op een dag werd zijn vaartuig aangevallen door een vloot van zeven Turkse schepen. De kapitein dacht alleen aan zichzelf, zei een schietgebedje en sprong in zee, zonder zich verder om zijn bemanning te bekommeren. Na zijn dood moest de kapitein als straf duizend jaar op zee ronddolen op een spookschip. Als men het spook tegenkwam, zeiden Oostendse vissers, mocht men er zeker van zijn geen vis meer te zullen vangen. Het spook verscheen vooral bij stormweer; anders verschool het zich in de duinen ten oosten van de stad.’ (Flor Vandekerckhove


Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar. Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)


maandag 13 juli 2026

Oude mens leest krant en uit bedenkingen


DE KRANT HEEFT twee delen. Elk op hun manier leren ze me dat ik oud ben. Beginnen doe ik bij deel één. Die Bart De Wever is dat Guy Verhofstadt niet en is die niet gelijk aan Wilfried Martens? Al die staatsmannen herinneren me aan de tijd dat ik op barricades stond. Daar geraak ik nu niet meer op. Stramme benen.
Is ’t heet? Is dat niet als in 2022 — daar heb ik nog foto’s van — en deed die zomer me niet aan die van 1976 denken en aan die van 1967 en van daaruit ook aan die van 1958? ‘k Weet ’t wel, ‘t zijn simplistische gedachten. Stramme hersenen.
Trump is dat Ronald Reagan niet en was die niet als Nixon? Gaza is dat al niet bezig van in 1948? Poetin is dat Stalin niet? Dries Van Langenhove gelijkt die niet op Bert Ericksson, en nog meer op Joris Van Severen, strak in ’t pak? Heel dat eerste krantendeel heb ik vroeger al meermaals meegemaakt. Zo oud ben ik. 
Deel twee is anders. Ik maak het aanschouwelijk met de krant van 29 juni. Minions? Hybride sneakerschoenen? De technofiles? Rapduo Clipse? Johnny Marr? Leonardo Coumans? De problemen van Nele Van den Broeck? Dutton Ranch? Streamz? Niets, echt niets van al wat in dat tweede krantendeel staat, is verstaanbaar voor een oude mens als ik. Behalve, uiteraard, Casper en Hobbes, die altijd alles weer goed weten te maken.
Flor Vandekerckhove

Uitgeverij De Lachende Visch publiceerde in 2025 Vanaf de vuurtoren, bundel met vijftig korte essays van Flor Vandekerckhove: ‘kort zijn ze zeker, maar zijn het ook essays?’ Zoals alle e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook Vanaf de vuurtoren (120 bladzijden) gratis voor elkeen die erom vraagt, ’t is een gift van de schrijver aan zijn lezers. De bundel (e-boek, pdf of epub naar keuze) ligt klaar in De Weggeefwinkel. Doe het meteen via liefkemores@telenet.be (vermeld de titel en zeg pdf of epub) en het boek ligt meteen in uw mailbox.

zondag 12 juli 2026

Over het anarchisme van Henry Miller

In Oostende neem ik Henry Miller en John Burnside mee naar La Jamaïque. Gastheer is Giuseppe ‘Mario’ Omenetto, links in beeld, bekend Italiaans-Belgische figuur uit het Oostendse uitgaansleven. In de tweede helft van de 20e eeuw was Mario de bekende barman en gastheer van de iconische bar & kunstgalerij op de Oosthelling van het Kursaal.
Door zo'n 
imaginaire ontmoeting krijgt de post een milde surrealistische toets, iets wat ik wel meer nastreef in mijn zoektocht naar een wankelbaar surrealisme-light.

'ON HENRY MILLER: Or, How to Be an Anarchist' wordt door de uitgever voorgesteld als ‘Een boeiende uitnodiging om Henry Miller opnieuw te ontdekken - en te leren hoe zijn anarchistische gevoeligheid ons kan helpen ontsnappen aan de “nachtmerrie van airconditioning” van de moderne wereld.’ (°) De ‘nachtmerrie van airconditioning’! Echt iets om te lezen in deze tijden van opeenvolgende hittegolven. 
Henry Miller anarchist? Miller zelf omarmde dat wel. Toen een interviewer hem vroeg of hij zo genoemd kon worden, antwoordde hij: ‘Dat is precies wat ik ben. Dat ben ik al heel mijn leven. Zonder ergens bij te horen, weet je, zonder me ergens aan te binden.’ 
John Burnsides intentie is niet om óver Miller te schrijven, maar ‘after Miller’. Hij wil ‘een Miller-achtig boek’ creëren, door op Millers manier uit te weiden over Miller. Resultaat is een vrije tocht doorheen diens oeuvre & leven, springend van Millers jaar in Griekenland naar zijn sombere vijfde huwelijk met de Japanse muzikante Hoki Tokuda
Burnside is van mening dat je over/voor het heden moet schrijven. Wie schrijft moet lezers aanmoedigen, zegt hij, om belangrijke keuzes voor verandering te maken. Anders is het werk slechts vluchtig vermaak. Hij koppelt Miller daarom aan de milieucrisis.
Daardoor vestigt 
Burnside de aandacht op een mij eerder nooit opgevallen kwaliteit van Miller: ‘Hij kon een meesterlijke natuurschrijver zijn, wanneer hij vond dat de gelegenheid dat vereiste [...], zoals in verschillende passages van De Kolos van Maroussi, waar we een glimp opvangen van de briljante natuurschrijver die Miller had kunnen worden, als hij ervoor had gekozen dat pad te volgen.’ 
Het is wel duidelijk dat Burnside zelf door Miller beïnvloed werd. Dat is bij mij trouwens niet anders, al ligt die beïnvloeding ver in het verleden van mijn jeugd. Bijvoorbeeld in zo’n passage die ik in Tropic of Cancer aanstip: 'Het is bijna etenstijd en de mensen strompelen terug naar hun kamers met die vermoeide, neerslachtige uitstraling die bij het eerlijk verdienen van de kost hoort.’ En een beetje verder: ‘Het zouden evengoed gekken kunnen zijn.’ Ik heb daar in mijn apenjaren niet naast gelezen. In Twee slechte vrienden beaam ik dat: ‘Als werkgevers er nooit in geslaagd zijn van mij een rendabele arbeidskracht te maken, komt dat door de Henry uit Millers boeken. Als die Henry al een job had, was dat toch maar om zich ervan af te maken.’
Nog eentje uit Trophic of Cancer, omdat het boek hier nu toch open ligt: ‘Zoals ik al zei, de dag begon glorieus. Pas vanochtend werd ik me weer bewust van dit fysieke Parijs waarvan ik me wekenlang niet bewust was geweest. Misschien komt het doordat het boek in mij is gaan groeien. Ik draag het overal met me mee. Ik loop door de straten, hoogzwanger, en de politie begeleidt me over de straat. Vrouwen staan ​​op om me hun zitplaats aan te bieden. Niemand die me nog onbeleefd aanstoot. Ik ben zwanger. Ik waggel onhandig, mijn grote buik drukt tegen het gewicht van de wereld.’
Flor Vandekerckhove

(°) John Burnside. On Henry Miller: Or, How to Be an Anarchist. In de serie Writers on Writers. 2018. Uitg. Princeton University Press  208 p. Al de vertalingen in deze post zijn ’t werk van Google Translation. Zo ook deze uit Henry Millers Trophic of Cancer dat op verschillende plekken van ’t internet gratis te lezen/downloaden valt, bijvoorbeeld hier.

zaterdag 11 juli 2026

Hoe zat dat ook alweer met Lisieux?

16 juni 1938. In Bredene-aan-zee gaat een processie uit, ter ere van Theresia van Lisieux. Ik herken het meisje dat later mijn moeder zal worden, op de foto is ze vijftien. Henriette De Clercq loopt schuin voor de baldakijn met daaronder de gevierde heilige en kijkt in de lens. De stoet komt uit wat nu Hendrik Consciencelaan heet en nadert de Driftweg. Achter de processie is de nog steeds bestaande villa Duyn Rust herkenbaar. (De oorspronkelijke foto is zwart/wit. Hij werd vandaag bijgekleurd.)

NA DE WANDELING in Calvados rijden we naar huis. We mijden tolwegen en passeren oorden die we nooit eerder hebben opgemerkt. Zo ook Lisieux waar ons in de verte een imposante kathedraal opvalt. Lisieux ken ik, al weet ik niet meteen waardoor. Maria? Bovennatuurlijke verschijning? Wonderbaarlijke genezing? Etappe in de Tour de France? Ik denk dit, ik denk dat. Ik denk: zodra ik thuiskom doe ik navraag. Was Lisieux een uitstap van de Vrouwengilde?
Wikipedia zet me op het goede spoor. Dat de naam van die stad zich in mijn hoofd verankerd heeft, komt door Theresia van Lisieux (°1873 - 1897†) patrones van parochie Bredene-Duinen. Hoe komt het dat zo’n parochieding nog in 't hoofd van een mens zit die ontdoopt is en al? Dat komt doordat mijn mama die parochie in 1938 mee vormgeeft. Daar bestaat fotografisch bewijs van. De foto heb ik als kind wellicht duizend keer bekeken en het verhaal is me wellicht honderd keer verteld. Zie hen daar lopen: Thérèse de Lisieux onder dat baldakijn, en schuin voor haar, mijn toekomstige mama die in de lens kijkt.
Over die Theresia weet ik voor de rest niet veel. Ik verneem dat ze in ’t klooster twee toneelstukken schrijft, telkens over Jeanne d'Arc, rol die ze ook zelf speelt. De toneelstukken worden mooi geduid op YouTube. Er bestaat ook een foto van Thérèse in de hoofdrol. Die foto werd in 1895 gemaakt door haar zuster Céline Martin
Net als Jeanne d’Arc heeft Thérèse veel van doen met Franse oorlogsvoering. In De onbekende heilige Theresia van Lisieux staan daar wree dingen over. Ik citeer een stukje: ‘In 1914, als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, verschijnt de heilige Theresia zo'n veertig keer op verschillende slagvelden, nu eens met een kruis in haar hand, dan weer met een sabel!  (…) Talloze relikwieën van de heilige die op wonderbaarlijke wijze geweerkogels tegenhielden als echte schilden en zo het leven redden van de soldaten die ze droegen, bevinden zich in haar klooster van Lisieux’.
Flor Vandekerckhove

Op de trappen van het heiligdom van Lisieux. Een imaginaire ontmoeting tussen twee toneelschrijvers. Links, zittend: Theresia van Lisieux als de geketende Jeanne D’Arc, rol die Thérèse zelf speelt in een van haar toneelstukken (La Mission de Jeanne d'Arc in 1894 en Le Triomphe de l'humilité in 1895)De foto bestaat echt en werd in 1895 gemaakt door Céline Martin, een van Thérèses zussen, eveneens kloosternon. Waarom ik boots draag, is mij niet duidelijk.

vrijdag 10 juli 2026

Le Bô in Frankrijk (zeer kort reisverhaal tijdens de hittegolf)

Links. Op ’t kerkhof staat een oude venijnboom die de aanwezigheid van Keltische zielen symboliseert. Rechts. Georges Moteley (1865-1923), schilder van De Orne bij Clécy (1901), olieverf op hout.

Woensdag, 8 juli. — LE BÔ (°) KOMT van ‘bos’, ’boos’,‘bosc’. In Le Bô leven her en der Bô-bewoners, 117 in totaal. Geen van hen staat in de Wikipedia, geen der Bô-voorvaderen haalt de geschiedenis. ‘Vivons heureux, vivons cachés'
‘BÔ-n vivants’ zijn van alle tijden. Waar nu de kerk staat, stond in 1167 al een kapel. Het kerkhof is nog ouder. Daarvan getuigt een oude venijnboom die de aanwezigheid van Keltische zielen symboliseert.
Ik heb hier wel wat tijd te verdoen. (°°) En omdat hiermee wel alles over Le Bô gezegd is, haal ik er een oud gazetje bij: La Revue Illustrée du Calvados. In januari 1910 staat daarin een stuk over landschapsschilder Georges Moteley (1865-1923). Daar heet hij ‘een ware patriot’ te zijn, ‘een rasechte Normandiër, geboren in Calvados en lange tijd woonachtig in Caen.’ Nergens staat dat hij in Le Bô komt schilderen, maar dat doet hij wel zes kilometer hiervandaan, waar hij in 1901 De Orne bij Clécy op doek zet. Ik dacht: terwijl ik hier nu toch ben, draai ik de geschiedenis een 
licht surrealistische loer. In een imaginaire ontmoeting haal ik Georges Moteley naar Le Bô en vraag hem om een schilderijtje mee te brengen, zodat mijn lezerskorps, klein maar fijn, vervolgens de dag kan continueren, verrijkt door het aanschouwen van dees schoonheid in olieverf op hout.
(°) De Franse gemeente Le Bô ligt in het departement Calvados, in de regio Normandië, in het noordwesten van Frankrijk. De gemeente behoort tot het arrondissement Caen.
(°°) Tania wandelt op 8 juli langs de GR36, van Thury-Harcourt, Via St-Martin-de-Sallen, Clécy en de rochers de la Houle naar Le Vey.

dinsdag 7 juli 2026

De waarzegster van de Oostendse Slipwaykaai


DE SLIPWAYKAAI IS nu gemonopoliseerd door ’t VLIZ, maar ooit woonde daar een talentvolle waarzegster. Ze voorspelde dat sigaretten onbetaalbaar duur zouden worden, dat het klimaat zou veranderen en dat Russische vrouwen zich op ‘t internet aan Vlaamse mannen zouden presenteren in de hoop er een frank aan over te houden. Zo’n supervoorspeller was dat! Reders frequenteerden haar om te weten hoeveel hun schip bij thuiskomst zou besommen. Ze had geen glazen bol en ze legde geen tarotkaarten, ze las de toekomst in de ogen van een vers gevangen kabeljauw. Die moest ge zelf meebrengen, nadien at ze hem op. (Flor Vandekerckhove)   

 
Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)

maandag 6 juli 2026

Alles wat u altijd al over H.G. Wells wilde weten, maar nooit durfde te vragen (Wat een wonder is die digitale wereld toch!)


HEDEN GEDRAAG IK me als soortement onzichtbare man die zich in de beslotenheid zijner woning afvraagt wie H.G. Wells is. Die auteur schrijft in 1897 De onzichtbare man, boek dat veelbelovend opent met: ‘De vreemdeling kwam op een winterse dag, begin februari, door een snijdende wind en striemende sneeuw, de laatste sneeuwval van het jaar, over de heuvels (…)’ Wie in zo'n weer van over de heuvels komt, heeft gewis een goed verhaal op zak.
De originele versie van het boek valt op veel plekken zomaar van het internet te plukken. Er zijn ook luisterversies: die mens hier doet er 5:10 over. En er zijn films, veel films, daarover had ik het al in een post met een titel die ge alleen kunt begrijpen als ge de moeite doet om het stuk te lezen: De non-binaire onzichtbare mens van de Napoleonlaan.
Wie was die H.G. Wells? Er is een BBC-docu uit 2016, gemaakt ter gelegenheid van 's mans 150e verjaardag. Daarin onderzoekt Dominic Sandbrook ‘hoe een slaperig hoekje van het land de inspiratie vormde voor enkele van de meest fantastische ideeën in de sciencefiction.’ Dieper delven doe ik door hier The World of H.G. Wells (1915) van ’t net te halen, bijeengeschreven door Van Wyck Brooks. Mocht ik er dan nog niet genoeg van hebben, is daar ook nog dat boek over H.G. Wells (1915) van J.D. Beresford
Al wat ik hierboven arceer kunt ge gratis van ’t net halen. Wat een wonder is die digitale wereld toch! Ik laat Google nog even de slotzinnen van The Invisible Man vertalen: ‘Zo vervalt hij in een droom, de onsterfelijke, wonderlijke droom van zijn leven. En (…) niemand weet dat die boeken daar zijn (…) En niemand anders zal er iets van weten tot hij sterft.’ Waarna ik me weer zichtbaar maak door me, een appel etend, in volle hittegolf, op de zonovergoten straat te begeven.
Flor Vandekerckhove

H.G. Wells. The Invisible Man (Annotated): The Complete 1897 Novel of Griffin, the Sussex Village of Iping, and the Reign of Terror, with a Substantial Original Introduction. 89 cent! Meer erover staat hier.
 
Velerlei maquis is een essay waarin ik een welbepaalde periode uit het het werk van Charles Baudelare, Paul van Ostaijen en Bob Dylan bekijk, meer bepaald de tijd waarin ze hun werk in het verborgene (het maquis uit de titel) produceerden. Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay van 32 bladzijden gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Je kunt bestellen via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het in je mailbox valt. (Vermeld titel en welke versie je verkiest, pdf of epub.)

zondag 5 juli 2026

Meisjes waarmee ik niet getrouwd ben (5)

Deze post maakt deel uit van een reeks Meisjes waarmee ik niet getrouwd ben. Telkens exact honderd woorden, want 'In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’, zoals Goethe al zei. Als illustratie plaats ik telkens een andere, vintage foto van de Koninklijke Baan in Bredene. 

KUSSEN DEED IK voor het eerst met een meisje wier naam ik vergeten ben. We zaten in een autowrak op vaders erf. Vooraan zaten twee tongzoenende pubers en wij zaten hen achterin te imiteren. Ik dacht er niet aan om met dat meisje te trouwen. Daar stond dat kussen los van (iets wat me later nog wel overkomen is). Dat zoenen vond ik trouwens maar niets. En al helemaal nadat ik na zo'n lange, goed geïmiteerde kus de ogen weer opende en ik mijn moeder door het zijraampje van de auto zag turen. Toen was de pret er helemaal af. (Flor Vandekerckhove)

GAUW! is het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 besloten had alleen nog digitaal te publiceren. Het verhaal, waarin ik over mijn kindertijd vertel, verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven. Het verhaal werd daardoor korter en beter. Ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren. Op den duur herschreef ik zelfs het verhaal. Het experiment komt nu tegemoet aan de verwachtingen van internetlezers: kort, eenvoudig, geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft… Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt.

zaterdag 4 juli 2026

De non-binaire onzichtbare mens van de Napoleonlaan

Baelskaai Oostende, op het terras van O.666. Van links naar rechts: H.G. WellsDavid McCallumElisabeth Moss en De Laatste Vuurtorenwachter.

ZE HADDEN DE woorden goed onthouden: ‘Daar waar het vuurtorenlicht het gebouw klieft, ontwerpt de architect een volledig transparante verdieping, met transparante meubels, zodat de lichtstraal landinwaarts niet onderbroken wordt.’ 
‘Gaan we doen’, zeiden de projectontwikkelaars: ‘Al wat we nog niet hebben is een transparante bewoner’ en ze citeerden Perec: ‘Wat je als schrijver moet doen, is de bewoner van dat transparante appartement tot leven brengen. Dát, Laatste Vuurtorenwachter, dat is literatuur.’ Ik had geen verweer, het was letterlijk wat ik geschreven had in Een literaire bestemming voor een ongewis stuk Napoleonlaan.
Met gemengde gevoelens verliet ik het verkoopkantoor. Hoe kon ik mijn woorden in zo’n korte blogpost waarmaken? Ik speurde ’t net af en kwam bij H.G. Wells terecht die in 1897 De onzichtbare man geschreven had, een klassieker. In 1933 was er een gelijknamige film. En nadien hield het niet meer op: The Invisible Man Returns (1940); The Invisible Woman (1940); Invisible Agent (1942); The Invisible Man's Revenge (1944); Abbott and Costello Meet the Invisible Man (1951). In 1975 was er een televisiereeks en in 2020 weer een film. Die laatste is nu nog te zien op Netflix. Allemaal geïnspireerd door Wells’ verhaal.
Ik dacht: ik breng heel die bende samen en kijk wat er gebeurt. En zo komt het dat we daar samen op het terras van de O.666 zitten: H.G. Wells waarmee het allemaal begonnen is, David McCallum die de onzichtbare man in 1975 op de televisie vertolkte en Elisabeth Moss die in de recente film (2020) aan de onzichtbare man probeert te ontsnappen. Niet te zien op de foto, wegens onzichtbaar, is onze gezamenlijk bedachte up-to-date versie van de onzichtbare: een non-binaire onzichtbare mens. Koud kunstje voor een schrijver als ik die het wankelmoedige surrealisme-light nastreeft. 
Flor Vandekerckhove

[Deze post heeft een vervolgstukje, volledig gewijd aan H.G. Wells, auteur van The Invisible Man: klik hier♐︎.]

H.G. Wells. The Invisible Man (Annotated): The Complete 1897 Novel of Griffin, the Sussex Village of Iping, and the Reign of Terror, with a Substantial Original Introduction. Meer erover staat hier.
 
Velerlei maquis is een essay waarin ik een welbepaalde periode uit het het werk van Charles Baudelare, Paul van Ostaijen en Bob Dylan bekijk, meer bepaald de tijd waarin ze hun werk in het verborgene (het maquis uit de titel) produceerden. Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay van 32 bladzijden gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Je kunt bestellen via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het in je mailbox valt. (Vermeld titel en welke versie je verkiest, pdf of epub.)