| Deze post is een test. Ik wil onderzoeken hoeveel mensen hier komen kijken, zonder dat ik er one way or another 'Oostende' aan koppel, zoals ik wel doe in Over de pretentie van Ilja Leonard Pfeijffer en ook over de mijne. En zonder dat ik er gewag over maak op Facebookgroepen van Bredene en Oostende. Ik wil onderzoeken of dit mijn vermoeden bevestigt, dat zegt dat hier nauwelijks mensen naar zullen kijken. Want dit is wat ik denk: niemand prijst me om mijn spetterende literaire stijl. Niemand roemt mijn spitsvondige, literaire benadering van de surfende, swipende en scrollende medemens. Ik ga gebukt onder het imago van een die over Bredene en Oostende schrijft. Soortement heimatschrijver. |
Pfeijffer roept schrijvers, uitgevers en lezers op tot plichtsbesef. ‘We dienen (…) ons bewust te zijn van de verantwoordelijkheid die wij (…) dragen (…).’ Literatuur heeft immers een belangrijke functie. ‘Het is de schatkamer waarin ligt opgetast wat ons tot mensen maakt.’ Daarvan moeten zich bewust zijn ‘niet alleen de bibliotheken maar ook de uitgeverijen, het hele literaire bedrijf en nadrukkelijk ook de lezers (…)’ Zij allen zijn ‘de schatbewaarders van dit archief van menselijkheid.’ En verder: ‘De schrijvers van nu hebben de taak om dat archief up to date te houden en aan te vullen met hun eigen particuliere ervaringen, hetgeen voorwaar geen geringe verantwoordelijkheid impliceert.’ ’t Is iets wat ik alleen maar kan beamen. Vandaar ook de ondertitel van De Laatste Vuurtorenwachter: ‘Deze vuurtoren belicht de verdwijnende wereld van een babyboomer/soixantehuitard’.
Vervolgens legt Ilja Leonard Pfeijffer een connectie tussen de schrijfpraktijk en zijn hobby (‘In het kader van mijn onverwerkte verleden als beoefenaar van aikido (…) ben ik onlangs in de leer gegaan om samoerai te worden. (…)’). Ik onthoud: ‘‘Een schrijver heeft er jarenlang elke dag van het krieken van de ochtend tot ver na zonsondergang geconcentreerd aan zitten werken, terwijl hij of zij elke alinea, elke zin, elk woord en elke lettergreep duizend maal duizend maal heeft gewogen, overdacht en heroverwogen.’ Dit is ook mijn ervaring. Alleen begrijp ik niet waar Ilja Leonard Pfeijffer dan ook nog eens tijd, energie en goesting haalt om de publieke figuur te zijn die hij inmiddels geworden is. Het heeft, denk ik, met het hogepriesterschap te maken dat hij zich daarbij toedicht, maar dat heb ik al gefileerd in ‘Over de pretentie van Ilja Leonard Pfeijffer en ook over de mijne'.
(°) Ilja Leonard Pfeijffer. De toekomst van de literatuur. 2026. De Arbeiderspers A’dam/A’pen. 34 p. De tekst is deze van de Joost Zwagerman Lezing 2025.