| Na lang zoeken vind ik een fotootje van Guillermo O’Joyce. Dat volstaat evenwel om een imaginaire ontmoeting met de obscure schrijver te ensceneren. Ter kennismaking nodig ik hem uit in hotel Helvetia te Bredene. In dat hotel heb ik eerder ook René Magritte ontmoet. Ik vermoed dat ik er later nog wel langsloop, 't is mijn manier om eens onder de mensen te komen. (De naam Helvetia leeft voort in het flatgebouw dat nu op de plaats van het hotel staat.) |
Guillermo O’Joyce (°1941) — a.k.a. William Joyce, niet te verwarren met de gelijknamige Amerikaanse nazi — schrijft memoires, gedichten, romans en korte verhalen. Die bevinden zich niet (langer) op de boekenmarkt. Een overzicht vind ik in de William Joyce Blog, samengesteld door Elaine Ash die van zichzelf zegt dat ze schrijvers helpt bij editing, publishing en marketing. In het geval van O’Joyce is dat dan zonder resultaat. Vandaar dat de schrijver in St. Augustine, Florida de kost moet verdienen met op straat mondharmonica te spelen. Hij is 85 jaar!
Ik vind een interview uit 2016: ‘William Joyce heeft een intensieve literaire carrière achter de rug, waarvan de wisselvalligheden de oppervlakkige wispelturigheid van de industrie illustreren. Dit is een schrijver die (…) een eerste roman schreef, First Born Of An Ass (°°), die de recensenten verbijsterde (…) en hij ging door. Dat is wat schrijvers doen (…).’ Interviewer Richard Godwin spreekt met O’Joyce ‘over zijn plaats in de Amerikaanse literatuur.’ Vraagt de interviewer: ‘Wat is als schrijver jouw blijvende relatie met het Amerikaanse erfgoed?’ De schrijver antwoordt: ‘Ik heb niet genoeg geld voor de huur van volgende maand, dus mijn relatie met het Amerikaanse erfgoed is wel het minste van mijn zorgen. Ik hoop te kunnen volhouden zonder op straat te moeten slapen.’ (°°°)
(°) O’Joyce, Guillermo. Miller, Bukowski and Their Enemies: Essays on Contemporary Culture. 160 p. Pinter & Martin, 2011.
(°°) First Born as an Ass (231 p. Watermark Press Inc. 1989) kan niet geleverd worden, zegt Amazon. Het boek wordt in Goodreads als volgt besproken (Google vertaalt): ‘Een grillig maar zeer origineel debuut dat de Amerikaanse droom op een uitbundige en meedogenloze, scatologische manier op de hak neemt. Gorm, Joyces held, is de eeuwige loser van zijn jeugd – moederloos, onintelligent, gepest (…) – tot hij op een dag een advertentie voor Charles Atlas op een luciferdoosje ziet en begint aan een bodybuildingcursus waardoor hij eruitziet als een Nathanael West-held op steroïden. Zijn deltaspieren maken van hem een held op school en een beroemdheid in zijn stadje, het Pittsburgh van de jaren 50 (vooral nadat hij spontaan verandert in een fascinerende korsetverkoper op de hoek van de straat); maar hij kan nog steeds niet uitvogelen hoe hij zijn geslachtsdeel moet ontwikkelen of zijn obsessie met zijn darmen en hun verraderlijke bewegingen moet overwinnen (hij slikte als kind een kogellager in). Ten slotte, wanneer zijn voormalige babysitter en bodybuildcoach, mevrouw Vidoni, sterft, sleept Gorm haar lichaam door de hele stad, nauwelijks beseffend dat ze dood is, en hangt haar verwijderde wrat boven zijn gewichthefbank voordat hij zijn spieren laat zien – wat hij doet in een climax van een fysieke-cultuurwedstrijd die Joyces Swiftiaanse visie op de menselijke cultuur bevestigt. Na een duister, buitengewoon inventief openingsgedeelte, verhardt de fantasie geleidelijk tot een shockerende, burgerlijke stijl. Of blijven Joyces onmiskenbare verheerlijkingen gewoon te lang hangen?’
(°°°) Nog bronnen om iets over William Joyce te vernemen: The Savage Joy of Guillermo O’Joyce en de Blog van Les Edgerton.
(°°) First Born as an Ass (231 p. Watermark Press Inc. 1989) kan niet geleverd worden, zegt Amazon. Het boek wordt in Goodreads als volgt besproken (Google vertaalt): ‘Een grillig maar zeer origineel debuut dat de Amerikaanse droom op een uitbundige en meedogenloze, scatologische manier op de hak neemt. Gorm, Joyces held, is de eeuwige loser van zijn jeugd – moederloos, onintelligent, gepest (…) – tot hij op een dag een advertentie voor Charles Atlas op een luciferdoosje ziet en begint aan een bodybuildingcursus waardoor hij eruitziet als een Nathanael West-held op steroïden. Zijn deltaspieren maken van hem een held op school en een beroemdheid in zijn stadje, het Pittsburgh van de jaren 50 (vooral nadat hij spontaan verandert in een fascinerende korsetverkoper op de hoek van de straat); maar hij kan nog steeds niet uitvogelen hoe hij zijn geslachtsdeel moet ontwikkelen of zijn obsessie met zijn darmen en hun verraderlijke bewegingen moet overwinnen (hij slikte als kind een kogellager in). Ten slotte, wanneer zijn voormalige babysitter en bodybuildcoach, mevrouw Vidoni, sterft, sleept Gorm haar lichaam door de hele stad, nauwelijks beseffend dat ze dood is, en hangt haar verwijderde wrat boven zijn gewichthefbank voordat hij zijn spieren laat zien – wat hij doet in een climax van een fysieke-cultuurwedstrijd die Joyces Swiftiaanse visie op de menselijke cultuur bevestigt. Na een duister, buitengewoon inventief openingsgedeelte, verhardt de fantasie geleidelijk tot een shockerende, burgerlijke stijl. Of blijven Joyces onmiskenbare verheerlijkingen gewoon te lang hangen?’
(°°°) Nog bronnen om iets over William Joyce te vernemen: The Savage Joy of Guillermo O’Joyce en de Blog van Les Edgerton.