| In de Madridstaat van Oostende staan drie mannen voor een gevel waarvan de beste tijd in een ver verleden ligt. Was Chez Paul eertijds een café in die Madridstraat? De drie staan voor de gevel van wat destijds hotel Mon Rêve was, zoals een tipgever me meldt: 'Mijn grootouders hielden het hotel open in de jaren 50-60 en 70 . Een heel andere, leuke tijd toen. Het hotel had ingangen in de Lange- en de Madridstraat.' Van links naar rechts: Koen Peeters, Hugo Brutin, Koen Broucke. |
Bij Corman haal ik het boek. (°) Daarin lees ik het verhaal van de expo die Koen Broucke in Gent organiseert. In dat boek roept het ene beeld een ander op, zoals ‘t ene woord het andere en de ene mens weer iemand anders. Onderweg laat dat bij Broucke schilderkunstige sporen na en die toont hij in de tentoonstelling. ’t Is een methode die ervoor zorgt dat toeval kansloos is.
De methode komt me bekend voor. Heeft Koen Peeters die niet prijsgegeven in zijn Kamer in Oostende? Dat is een boek waarin Broucke trouwens prominent aanwezig is. (°°) Bij Peeters heet die werkwijze perspectivisme.
Van de weeromstuit pas ik op mijn beurt dat perspectivisme toe in deze drieslag, in een barbaarse variant weliswaar, haastig surfend over ’t internet, onderweg plukkend wat bruikbaar is en weer verder scrollend. Zodoende stoot ik op een FB-post van Broucke, 6 mei: ‘Wij delen hier graag de mooie impressie (…) die we ontvingen van Hugo Brutin, de nestor van de Belgische kunstkritiek.’ Ha!, denk ik meteen, Hugo Brutin komt ook voor in Peeters’ Kamer in Oostende. Ik haal het boek weer uit de kast en vind meteen het stuk waarin Brutin, samen met Peeters en Broucke, op zoek gaat naar Chez Paul, café waar Hugo destijds met dichter Paul Snoek placht te pintelieren. In Kamer in Oostende sluit die passage af met een droom. Brutin: ‘Een maand na zijn dood hoorde ik iemand binnenkomen in mijn kamer. Paul Snoek stond aan het voeteneind van mijn bed. Hij had zijn blauwe visserstrui aan, die stond in een vreemde punt vooruit. Hij stelde me gerust: “Hugo, je moet er niet mee inzitten. Het is allemaal in orde.” Hij was gekomen om me dat te zeggen.’
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Koen Broucke (beeld), Annick Lesage (tekst), Wouter Deprez (voorwoord) en Doreen Gaublomme (inleiding). De kunstenaar die detective wilde zijn. 2026. Uitgeverij Artha. 192 p. 150 ill. Hier staat meer.
(°°) Koen Peeters. Kamer in Oostende. 2019. De Bezige Bij, A’dam. 271 p.