zaterdag 29 augustus 2026

Drieëntwintig


EERGISTEREN WERD MIJN kleindochter Lena drieëntwintig. Ik vergat haar te feliciteren, wat erg is. Ik buig het hoofd en beken ootmoedig dat ik een onwaardige pépé ben. Ik probeer excuses te bedenken, maar vind er geen. Al wat ik nu nog kan doen is haar erom doen lachen.
Zelf werd ik drieëntwintig in 1972. Dat is het jaar waarin ik als soldaat het vaderland verdedigde. Want, Lena, in die tijd was dat een verplichting, ’t was de wet. Elke jongeman werd, als ’t zover was, ‘onder de wapens geroepen'. 
In mijn geval waren die wapens gieters, verschillende soorten emmers met een tuit waarop de driekleur stond. Daarmee moest ik de kazernebloemen besproeien. In Gent, in de kazerne de Hollain, gaf ik een jaar lang water aan de planten. Een jaar lang verdedigde ik daar, gieter ter hand, dat deel van het grondgebied waar de kazerneplanten stonden, in casu de vensterbanken van de bureaus. Op den duur was ik er zo goed in dat ik kon gieten terwijl ik een sigaret opstak. Ik kan je verzekeren, Lena, dat de droogte in die kazerne geen kans kreeg, niet in dat jaar dat ik daar de planten deed. Werd ik er achteraf voor gedecoreerd? Kreeg ik een medaille? Een lintje? Weerklonk de Brabançonne? Neen, ik had gewoon mijn plicht gedaan, zeiden ze.
Zo. Meer kan ik niet doen, 't is te laat, je verjaardag is voorbij. Volgend jaar beter. Dat was ook wat ik zei toen ik op ’t einde van 1972 uit het leger afzwaaide.
Flor Vandekerckhove

vrijdag 28 augustus 2026

Kenneth Rexroth leren kennen

Enige tijd geleden hengelde Eddy Lems naar bijdragen voor de Oostendse FB-groep 88 - The Graffiti - The Groove’. Ik denk niet dat hij iets als onderstaande post op ’t oog had, wel denk ik dat het in zo’n FB-groep niet zou misstaan.

‘Ik heb (…) dan nog een vreselijk ingewikkeld instrument uit Borneo. (…) 

Sommigen zeggen: je moet erop slaan, 

anderen houden vol dat erin geblazen moet worden. 

In afwachting eener definitieve oplossing 

hang ik er elke avond mijn sokken aan op.’ 

(Godfried Bomans)


OMDAT IK IN die tijd zelf op pad ging met muziek & poëzie — pianist Dimer Geedts en ik vormden in 2019 het duo Avondgenoegen —  zocht ik uit wat anderen daar lang voorheen al mee gedaan hadden. Onderweg leerde ik de Amerikaan Kenneth Rexroth (°1905 - 1982†) kennen, vader van de beatgeneration. Ik vertaalde diens lange gedicht Thou Shalt Not Kill in De angst voor de dood verontrust me. Gelardeerd met jazz had Rexroth dat gedicht op vinyl gezet. (°) 
De jazz van dat gezelschap is niet wat Dimer en ik op 't oog hadden. Wie wil weten hoe wij het dan wél deden, richt de blik op / legt het oor te luisteren bij een ferm stuk Langestraat-blues: De plechtigheid.
Achter dat straatlopen heb ik allang een punt gezet, maar met Kenneth Rexroth ben ik nog niet klaar. In de schatkamer van het Bureau Of Public Secrets (°°) staan zijn ‘Essays and Reviews’, indrukwekkend werk van een mens die maar enkele jaren naar school geweest is. Zo bijvoorbeeld zijn vier artikels over Jazz Poetry, want hij dacht na over wat hij deed. Ook wil ik wel weten wat hij over Jack Kerouac en Henry Miller schrijft en dat misschien confronteren met wat Guillermo O’Joyce over die kleppers zegt. Very Inspiring indeed.
Flor Vandekerckhove

(°) Het resultaat valt hier te beluisteren: een langspeelplaat uit 1957 van Kenneth Rexroth die ‘Thou Shalt Not Kill ’ voordraagt ​​met de jazzgroep The Cellar. Afkomstig van het album Poetry Readings in the Cellar, uitgebracht door Fantasy #7002. Dit gedicht beslaat een hele kant van de LP; de andere kant bevat drie gedichten van Lawrence Ferlinghetti
(°°) Het Kenneth Rexroth Archive dat zich daar bevindt, bevat ‘werken van en over de grote schrijver, maatschappijcriticus en alleskunner, die zijn belangrijkste thema's geestig omschreef als "seks, mystiek en revolutie", en die de belangrijkste inspiratiebron was voor de San Francisco Renaissance van de jaren vijftig en zestig. Het archief bevat een compleet, niet meer verkrijgbaar boek (Communalism: From Its Origins to the Twentieth Century); een complete, nooit eerder gepubliceerde reisgids (Camping in the Western Mountains); een complete, nooit eerder gepubliceerde bloemlezing (The Poetry of Pre-Literate Peoples); fragmenten uit zijn fascinerende autobiografie en uit Classics Revisited (zelf een kleine klassieker); een ruime selectie van zijn gedichten en zijn vertalingen van poëzie uit zeven andere talen (Chinees, Japans, Grieks, Latijn, Frans, Spaans, Italiaans); meer dan honderd essays en recensies; zijn complete journalistieke werk over San Francisco (meer dan 800 columns en artikelen); en links naar tientallen artikelen over hem.’

donderdag 27 augustus 2026

Op het Wapenplein van Oostende

De imaginaire ontmoeting van Philip Roth (links), Primo Levi (rechts) en De Laatste Vuurtorenwachter wordt ontregeld door een covergroepje. 

NIET DAT ER een verband was, maar op de dag dat Maya Angelou (°1928-2014†) stierf, haalde ik een e-reader in huis. Diezelfde avond nog zocht ik The Pirate Bay op en haalde in een clandestiene stortvloed al haar werk van 't net. Plus veertien romans van Philip Roth (°1933 - 2018†) en vier boeken van Primo Levi (°1918 - 1987†). Alles in ’t Engels. Pure hebzucht.
Van Philip Roth heb ik ook een quote gepikt die me zeer aanstaat omdat ik momenteel ’t zelfde aan ’t doen ben: Ik draai zinnen om. Dat is mijn leven. Ik schrijf een zin en dan draai ik die om. Dan kijk ik ernaar en draai ik hem weer om. Dan lunch ik. Dan kom ik terug en schrijf nog een zin. Dan drink ik thee en draai de nieuwe zin om. Dan herlees ik de twee zinnen en draai ze beide om. Dan ga ik op mijn sofa liggen en denk na. Dan sta ik op en gooi ze weg en begin opnieuw vanaf de start.' 
Ik blader in Survival in Auschwitz, zoals Primo Levi’s bekendste boek in ’t Amerikaans heet. (°) Die Amerikaanse uitgave heeft een nawoord: 'A Conversation with Primo Levi by Philip Roth’. Daar wil ik iets mee doen. Ik beslis beiden — Roth en Levi — naar Oostende te halen, anders kijkt hier geen kat naar. We spreken af op het Wapenplein. Op de kiosk speelt een merkwaardige band, enigszins gelijkend op The Swallows, maar ook weer niet. Waarom tekent leadgitarist Ray Bossaert twee keer present? Waarom is tweeling Cools op die kiosk geen tweeling? Waar is de drummer? (°°) De verwarrende aanblik doet me vrezen dat we niet langer in de door mij nagestreefde mild surrealistische situatie toeven. 't Is teveel, 't is erover, ’t blijft moeilijkt blijft dansen op een slappe koord.
Whatever! Er is een tragische kant aan dat gesprek tussen Philip Roth en Primo Levi. Roth vertelt erover in het voorwoord van zijn verzamelde non-fictie (°°°): ‘Wat een gezonde, evenwichtige indruk maakte hij op mij, die vier dagen waarin we urenlang praatten in zijn studeerkamer in Turijn. Wat een levendige, opgewekte man! Benijdenswaardig geworteld, zo beschreef ik hem in de inleiding tot ons gesprek, ‘grondig aangepast aan de totaliteit van het leven om hem heen’. In de maanden die volgden op mijn bezoek, waarin wij contact hielden via e-mail en ik hem uitnodigde mij in Amerika te komen bezoeken wanneer ik het volgende jaar thuis zou zijn — geloofde ik een nieuwe, fantastische vriend te hebben gemaakt. Maar de vriendschap zou zich nooit kunnen ontwikkelen. In het voorjaar pleegde hij zelfmoord, deze grote schrijver die ik nog maar een paar maanden tevoren op grond van zijn alerte, levendige manier van doen voor zo gezond en levenslustig en geworteld had gehouden.’ 
Zelfmoord? Volgens Wikipedia is dat onzeker: ‘Over de manier waarop Levi stierf zijn de meningen verdeeld. Was het een ongeluk of zelfmoord? Levi-vertaler Reinier Speelman houdt het op een noodlottige val, maar anderen menen dat Levi sprong omdat hij zijn herinneringen niet meer aankon.’
Flor Vandekerckhove

(°) In ’t Nederlands Is dit een mens. Primo Levi. 225 p. Uitg. Meulenhoff. 2015. 
(°°) De band The Swallows ontstond in 1961 in Bredene. Ray Bossaert, lead git. ( RIP ), Laurentius Vanacker (vocals), Johnny Cools (rhythm git.), Ronny Cools (bas git.), Jacky Vandewalle (drums 1961-64), Willy Geerolf (drums).
(°°°) Philip Roth. Waarom schrijven? Verzamelde non-fictie 1960-2013. Vertaald door Else HoogKo KoomanBartho Kriek. 496 p. Uitg. De Bezige Bij. 2018.

woensdag 26 augustus 2026

Een gespreksonderwerp

Links: vroeger. Rechts: nu.

VOOR MIJN DEUR komt een wooncomplex dat de dierenweide vervangt die er tot voor kort was. Wat er komt is niet alleen een flatgebouw, ’t is ook een gespreksonderwerp. Gisteren ging ik voor het eerst de werken bekijken. Komt een verre buur bij me staan die zegt: ‘’t Is kapitalisme hé.’ Meteen denk ik aan Leen Jongewaard met zijn meezinger uit 1967. (°) ‘De dierenwei was leuker hé’, zegt hij nog. Ja, denk ik, vooral omdat we er zelf niet moesten voor zorgen. Wijzend op al de indrukwekkende machines, zeg ik: ‘Ik begrijp niet hoe ze daar nog winst uit kunnen halen. Hoeveel kost zo'n machine niet?’ Volgens de buur valt dat nochtans gemakkelijk te begrijpen: ‘De verkoop van die appartementen gaat zo goed dat de prijzen intussen al gestegen zijn.’ Dat vind ik kras. Hij weet nog meer: twee op drie van die appartementen gaan naar tweedeverblijvers en wat hij ook weet is dat de gemeente er een flink pak belastinggeld aan overhoudt. Op den duur is het gespreksonderwerp uitgeput. Voortstappend hoor ik hem nog De Schuld Van Het Kapitaal fluiten. Kent hij net als ik dat oude liedje? Is 't weer iets wat zich alleen in mijn hoofd afspeelt? Ik trek de voordeur achter me dicht en realiseer me dat ik nog eten in huis moet halen.
Flor Vandekerckhove

(°) Het lied De Schuld Van Het Kapitaal dateert van december 1967. Het werd gezongen door Leen Jongewaard (°1927 - 1996†). Tekst is van dichter-schrijver Michel van der Plas (°1927 - 2013†). Het lied vertelt het ironische verhaal van een jonge tuinknecht die verleid wordt door een rijke vrouw, waarna hij telkens verzucht dat het allemaal de schuld van ’t kapitaal is. Bekende regel: ‘Mensen, noem elkaar geen mietje / Eenmaal zing je allemaal / Allemaal het ouwe liedje: / 't Is de schuld van 't kapitaal.’

maandag 24 augustus 2026

Kebab in Nemours

In 1994, bij Ali in Nemours (impressie via artificiële intelligentie. Goed gedaan trouwens. Ja, in die tijd stond ik vol haar. De kitten is Meuw, katje dat al eens met mij mee op reis ging. De leren jas heb ik in Frankrijk achtergelaten, hij hing daar in de kast toen ik het huisje verkocht.) (°)

IN HET LAATSTE decennium van voorgaande eeuw verbouwde ik in de Languedoc een huisje. Vier keer per jaar reed ik erheen. Gaandeweg had ik mij een traject toegeëigend dat me, zonder betalende autowegen, op bevredigende wijze naar mijn bestemming bracht, 1150 kilometer ver. In een grote boog ging het rond Parijs, tot aan de obelisk van Fontainebleau, waar ik rechts afsloeg, naar Nemours. Zo komt het dat ik in die tijd jaarlijks acht keer dat stadje passeerde, vier keer op weg naar dat huisje, vier keer terug naar huis.
In Nemours at ik op de Place de la République altijd shoarma. Of pita, dat weet ik niet meer. Of kebab. Op den duur kenden we elkaar, de uitbater van dat eethuisje en ik. Ali kende me als sjacheraar die telkens in Noord-Europa een auto kocht, ermee naar Zuid-Europa reed en die auto daar met veel winst verkocht. Dat Ali zoiets ongerijmds dacht, komt doordat ik hem bij onze kennismaking over Danny Ceuninck verteld had, die op zo’n manier al eens een reis naar Portugal placht te financieren. In Lissabon nam Danny vervolgens een goedkope vlucht naar Kaapverdië, waar hij ais geneesheer werkte. (°°) Doordat mijn Frans niet goed is, had Ali daar iets heel anders van gemaakt. Ik van mijn kant kende Ali als zoon van een Turkse moeder en een Algerijn die ten tijde van de onafhankelijkheidstrijd de kant van Frankrijk gekozen had. Doordat mijn Frans niet goed is, slaat ook dat verhaal wellicht nergens op.
Flor Vandekerckhove

(°) 184 reisverhalen telt deze blog al en er komen er ook dit jaar nog bij. Volgend jaar selecteer ik er een aantal en maak er een boekje van. Kijk, ik heb al een kaftontwerp.
(°°) Waardoor dit korte reisverhaal onverwachts ook een in memoriam wordt, een korte herinnering aan onze makker Danny Ceuninck (°6 juni 1947 - 6 oktober 2025†). 

zondag 23 augustus 2026

Zestig jaar geleden in zwart-wit, thans in kleur


’T WAS EEN jongensclubje. Midden de jaren zestig lieten katholieke geplogenheden niet toe dat jongeren van verschillend geslacht samen foto’s leerden maken en al helemaal niet in een donkere kamer. Nu ik erover nadenk: ik herinner me geen enkele vrouw die in die tijd met een kodak in de weer was. (°) Ah, alles was anders. Er bestond géén Tour Femmes en er waren géén Red Flames. Er werd misschien wel op politiebureaus geschoten, maar gangsters die er op een trottinette vandoor gingen, dat was ongezien. 
Over deze Gevaert Fotoclub Bredene heb ik eerder al bericht. Vandaag voeg ik er een ingekleurde foto aan toe. Volgens Ivan Schamp en Pierre de Maeyer bevinden we ons in de Duinbossen van De Haan. De exacte datum is onzeker, maar ik mag zeggen dat de jongens op de foto omtrent zestien jaar zijn. De zelfontspanner van Stuyts’ fototoestel vereeuwigt van links naar rechts Roland Vanmassenhove (†), Bert Tas, Gilbert Conneye, Flor Vandekerckhove, Pierre de Maeyer, Erik Poppe, Hugo Pauwels, Ivan Schamp, Chris Stuyts (†) en Christiaen Charlé (†). Al die namen komen in De Laatste nog elders voor. Daar leer je de jongen in kwestie iets beter kennen (gearceerde namen kun je aanklikken.)
De originele foto is zwart-wit, hij is ook minder scherp. Ik vraag ChatGPT om er een nagelscherpe kleurfoto van te maken, iets wat de machinerie in enkele seconden keurig voor me regelt. (Flor Vandekerckhove)

(°) Dat komt wellicht doordat ik niet goed gekeken heb. Vrouwen maakten wel degelijk foto's. Op ’t net vind ik deze advertentie van Kodak (Australië) uit 1946. 
In dit stukje gebruik ik merknaam Kodak als soortnaam, kodak. Dat gebeurt wel meer. Wie het over een bik heeft, bedoelt daar wellicht een balpen mee, van welk merk ook. Niet elke waterverwarmer is een Bulex, maar we zeggen desalniettemin dat de bulex kapot is. De rij is lang: pamper, maïzena, pyrex, skai, tefal, vaseline, walkman, luxaflex, gilette, nescafé, formica, linoleum, kleenex, stanleymes, tipp-ex…

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)

zaterdag 22 augustus 2026

Wat moet een mens daar nu nog van geloven?

In een reeks korte posts breng ik de nieuwe bewoners van de Oostendse Oosteroever in contact met sagen die met het verleden van hun wijk van doen hebben. Roeschaard! Osschaert! ConcordiaFramassons!

‘Ich bin immer so froh! Weiter bin ich nichts.’
Motto dat Godfried Bomans 
aan zijn eerste boek gaf, 
Pieter Bas.

AAN DE KUST circuleren tal van verhalen betreffende kwaadaardige geesten die over het leven op zee heersen: Roeschaard, Osschaert, Concordia… Soms betreft het succesrijke kapiteins die een pakt met de duivel sloten om veel vis te vangen: framassons. ’t Is ook waar dat Osschaert voor 99 jaar naar zee verwenst werd. t Is daarenboven waar dat hij daar een vermaarde zeeschuimer geworden is die de zee leegvist. Op de Oostendse Oosteroever wordt zijn naam omfloerst door een nevel van spookverhalen over schepen die, gejaagd door de winst, rondwaren, aangevuurd door vervloekte kapiteins die duizend jaar ongrijpbaar blijven. (Flor Vandekerckhove)  

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)

vrijdag 21 augustus 2026

Reizen langsheen venijnbomen

Venijnboom op het kerkhof van Saint-Philbert-sur-Orne.

HET WAS ME in Le Bô al opgevallen en ik zag het ook in Saint-Philbert-sur-Orne: op oude kerkhoven in Normandië staat een indrukwekkende taxusboom, gevaarte met het afschrikwekkende synoniem venijnboom. Ze zien er oud uit, die venijnbomen, en dat zijn ze ook, soms meer dan duizend jaar. Galliërs en Kelten — alle Galliërs zijn Kelten, maar niet elke Kelt is een Galliër — beschouwden de taxus als heilig, de boom verbond de wereld van de levenden met die van de doden. Daarom ook staan ze op kerkhoven. Later nam de kerk zo’n plekken over.
Ik onthoud enkele plaatsen waar in Normandië nog zo'n beroemde venijnbomen staan, misschien passeer ik daar nog wel. ’t Zijn telkens exemplaren waarrond straffe vertellingen leven. (°) 
Dit is wat men er in 1842 over zei in Le Language Des Fleurs: ‘Er is iets in planten dat ons aantrekt, fascineert of afstoot. De taxus is voor alle volkeren het symbool van droefheid: een stam zonder bast, een somber groen bladerdak, waartegen een rode vrucht, die op bloeddruppels lijkt, een schril contrast vormt; alles eraan waarschuwt de reiziger om zich af te wenden van zijn gevaarlijke schaduw.(…) Als we melancholisch zijn, roept de wilg ons met zacht gefluister; als we verliefd zijn, biedt de mirte ons haar bloemen aan; als we rijk zijn, geeft de kastanjeboom ons zijn weelderige schaduw; als we verdrietig zijn, komt de taxus zich aanbieden en lijkt te zeggen: ontvlucht het verdriet, het verwoest het hart zoals ik het land verwoest dat mij voedt; verdriet is even gevaarlijk voor de mens als mijn schaduw voor reizigers.’
Flor Vandekerckhove

(°) La Haye-de-Routot (Eure, Normandië): Beroemd om zijn twee eeuwenoude taxussen op het kerkhof waarvan de holle stammen zijn ingericht als kleine kapelletjes (voor Sint-Anna en Lourdes). [*]
Estry (Calvados, Normandië): Heeft een historisch reusachtige taxus op het kerkhof bij de Notre-Dame-kerk met een stamomtrek van rond de 10 meter. [*]
Saint-Mards-de-Blacarville: Bekend om de eeuwenoude vrouwelijke taxus op het dorpskerkhof. [*

donderdag 20 augustus 2026

Droom 43 (Creosoteerwerf, Oostende)

Op de Oudenburgsesteenweg 87 in Oostende bevinden zich restanten van de Creosoteerwerf. De site ligt ingesloten tussen de spoorlijn (ten zuiden) en het kanaal Plassendale-Oostende (ten noorden). Daar werden ooit lantaarnpalen, dwarsliggers en staken ingeteerd. In 2012 en 2014 ging Johnny Verplancke de restanten fotograferen. Zijn reportage (vierenveertig foto’s) is hier te zien op Flickr.

MET DE NOG kleine kinderen ben ik aan ’t fietsen. De weg splitst zich. Mijn zoontje, dat daar nochtans maar een keer geweest is, kiest resoluut voor de rechterkant. Zelfverzekerd fietst hij weg. Ik herken de buurt als zo’n plek waar ik niet uit wegraak en word overmand door twijfel. Na lang treuzelen kies ik voor links, vermoedend dat de twee wegen een eind ver parallel lopen en dat ik mijn zoontje op ’t einde weerzie. Dat valt tegen. Mijn dochtertje en ik rijden ons vast in een ondoorgrondelijk kluwen en ’t wordt al donker. Daar staan twee mannen te kletsen.  Ruig volk. Ze gesticuleren, lachen gouden tanden bloot. Ze dragen kettingen en hebben zegelringen. Zigeuners, denk ik, die in dat onherbergzame gebied woonwagens hebben staan. Ik ben me bewust van onze kwetsbaarheid. Moet ik hen ontwijken? Een van de mannen ontfermt zich over een kitten, hij steekt zijn vinger in een kopje melk en laat het katje likken. Ik ben vertederd. Ik vraag hulp. Een van de mannen wijst naar een kleine vrachtwagen.: ‘Werp de fietsen er maar bij.’ Allemaal oud-ijzer. Ik besef dat dit de prijs is die ik voor de hulp betalen moet. Als pasmunt wordt me het kitten toegestopt. (Flor Vandekerckhove)

woensdag 19 augustus 2026

Meisjes die uit het zicht verdwijnen


MIJN NIEUWSTE BOEK is een memoir, ’t bevat herinneringen aan de tiener die ik geweest ben en het speelt zich grotendeels af in het college van Oostende. Tienerklanken start in 1960 en houdt op in 1969. 
Er komt uiteraard nogal wat pubergedrag in voor. Ook heb ik het uitvoerig over meisjes die me in die tijd onder ogen kwamen en daar ook weer uit verdwenen. Over dat verdwijnen van meisjes was ik in 1964 al verwittigd door The Renegades in een mooie versie van Cadillac. De song heeft weinig tekst, maar toch genoeg opdat een tienerjongen zou weten wat hem te wachten staat: She ain't never ever comin' back / Baby, baby, baby please, can't you see I'm on my bended knees? / Your heart's so cold that it's gonna freeze… In Tienerklanken rond ik dat stuk af met het provovers dat ik hieronder plaats.

zoals Françoise uit mijn leven verdwijnt
zo verdwijnt eerder het meisje uit mijn straat
en daarvoor ook al het meisje uit mijn familie
en ’t eerst van al het meisje uit Charleroi
heel even komt een meisje uit Leuven
op mijn onopgemaakte mansardebed liggen
en er is ook een meisje dat me in ’t passeren
een tongzoen draait
en die meteen daarna in een tent verdwijnt
die nadien niet meer te vinden is
er is een meisje waarmee ik afspreek
en verder niets
er zijn meisjes 
wat me nog ’t meest van al bezwaart
met wie ik nooit heb afgesproken
Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik moegestreden in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)