woensdag 16 september 2026

Ondergronds gaan met Rob Tas

Rob TasMarijke Van Hulle en Flor Vandekerckhove. Op de achtergrond: catacomben van Rome


‘OF HET IETS is waarover jij hebt nagedacht, denk ik niet, maar weet dat de Catacomben van Rome géén geheime schuiloorden van christenen waren. Het waren begraafplaatsen.’  ‘t Zijn zinnen die Rob Tas — nummer 10 op de klasfoto van 1966 —  uitspreekt, terwijl hij bij mij thuis aan tafel zit. Ik vraag Marijke en Rob of ik hen met koffie kan plezieren. Waarop Tas antwoordt: ‘Sommige muren van die catacomben tonen afbeeldingen, aangebracht ter nagedachtenis van christenen die daar begraven liggen.’ 
Rob Tas, die u via deze blog al kent als een geleerde, geëngageerde christenmens, zegt zo’n dingen omdat hij daar een indruk-wekkende studie aan gewijd heeft. (°) Met hem betreden we onderaardse ruimten waar de eerste christenen met bescheiden p
enseelstreken tekens achterlieten. Wat hem in die catacomben meteen opvalt is dat Christus er als een jonge herder wordt afgebeeld, jong en vitaal. Wat een verschil met wat er later van gemaakt wordt, een majestueuze heerser. Hij haalt expliciet het beroemde Lam Gods van de gebroeders Van Eyck aan, waarop Christus prominent als heerser te zien valt. Zegt Tas in zijn studie: ‘Dit hoeft niet verkeerd te zijn, maar we moeten ons wel de vraag stellen hoe God zich in de Schriften ‘voorstelde’ en/of ‘openbaarde’. 
Hij gaat er diep op in, zo diep dat de lezer beseft dat Tas iets achter de hand houdt, dat kan niet anders. Juist de afwezigheid van machtsvertoon maakt de beelden in de catacomben bruikbaar voor wat hij te zeggen heeft. Heeft hij een boodschap voor die kerk waartoe hij behoort? De kerk kan er, meent hij, vandaag iets van leren: ‘Voor de hedendaagse kerk (…) vormen de catacomben daarom geen afgesloten verleden, maar een uitnodiging. Ze leren dat zichtbaarheid niet hoeft samen te vallen met macht. (…) Ze nodigen uit om ruimte te scheppen in plaats van ruimte in te nemen; om te verwijzen in plaats van te beheersen; om te getuigen zonder zichzelf tot norm te verheffen.’ Of de schrijver er iets mee bereikt, weet ik niet, maar 't is wel mooi geformuleerd.
Zo wordt het weer eens tijd om op te stappen. Samen heffen we ten afscheid nog ‘Sans la nommer’ aan, een lied van Georges Moustaki. Wanneer Rob en Marijke de deur uit zijn, vraag ik me af hoe het komt dat ik die twee zo graag zie.
Flor Vandekerckhove

(°) Rob Tas. Een verkenning van de Joods-christelijke beeldtaal in de catacomben van Rome. 262 p. Meer info roberttas@hotmail.com.

dinsdag 15 september 2026

Oneliner van Nelly Brown

Mijn oneliners (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen [behalve bij eigennamen], geen leestekens) zijn experimenten in het maken van extreem korte literaire teksten. Deze oneliner werd geïnspireerd door de legendarische Stagger Lee – a bad motherfucker – en meer bepaald door Nick Caves interpretatie van die song. Over de zeemanskroeg waarin dit extreem korte verhaal zich afspeelt, schreef ik eerder al De Seule Vul Bloed⇲.

Nelly schoot ’s mans rechterkloot vol lood en gaf zijn lijk mee met de boot

Mijn oneliners en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt/ingepakt door de virtuele juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

maandag 14 september 2026

Over de honderden en honderden die ik zag passeren

Op 12-13 september ging in Oostende ManiFiesta door, indrukwekkend gebeuren, gedragen door de inzet van 2.500 activisten en sympathisanten van de PVDA. Ik moest terugdenken aan een 1-Meimanifestatie van Amada, die ik in 1972 in Gent gezien had.

WIE MIJ EEN beetje kent, weet van mijn trotskistisch verleden. Een van de eerste posts in deze blog gaat daarover: Over identiteit. Ben ik daar nog mee bezig? Ah, ik ben nu vooral oud en ambieer een rustig levenseinde, maar mijn politieke opvattingen zijn niet echt veranderd, ik schrijf erover in De g-spot van de politiek. Dat ik ook elders terecht had kunnen komen, vertelde ik al in De kindercommunes van Pannekoek. Ik hield in die tijd alle opties open, zo ook AMADA.
In 1972 volbracht ik mijn legerdienst. Daar leerde ik een jongen uit Denderleeuw kennen die ook partijloos was en zoekend. Ik nodigde hem uit om op 1 mei naar Gent te komen. ’s Middags organiseerde AMADA daar een optocht. We gingen kijken. Mijn maat en ik waren ferm onder de indruk van de vele rijen ordentelijk voortschrijdende partijleden. We zagen een organisatie die naam waardig. Wat ik echter ook opmerkte, was dat iedereen afgepeigerd leek.
Afgepeigerd! Dat wáren al die mensen ook, onderhevig als ze waren aan een nooit aflatend militant ritme en een fel doorgedreven partijdiscipline. Dat las ik zojuist in een boek van Louis van Dievel, het waargebeurde verhaal van een afvallige van AMADA. (°) 
Ik maak een sprong vooruit in de tijd. In de jaren tachtig probeerden wij, trotskisten, onze activisten lijfelijk in het centrum van de arbeidersklasse te positioneren, het spoor, de metaal. Renaat Willockx, Amadees van het eerste uur, kwam me uitleggen waarom dat ging mislukken: ‘Wij konden in die jaren’, zei hij, ‘duizend studenten naar de fabrieken sturen. Honderden en honderden hebben dat niet volgehouden en hebben afgehaakt.’ Hij wist dat het bij de trotskisten om maar enkele tientallen ging, wat daardoor gedoemd was te mislukken. Overdreef hij met zijn ‘duizend’? Feit is dat ik 
lang geleden die ‘honderden en honderden’, tijdens die 1 mei-optocht in Gent, aan mij had zien voorbijtrekken.
(°) Louis Van Dievel. De dokter is uw kameraad niet: Uit het leven van Guust van Mol. 2020. Pelckmans Uitg. 368 p.


zondag 13 september 2026

Fanmail en de gevolgen ervan op mijn leesgedrag

 Delphine Lecompte en Vladimir Majakovski (°1893 - 1930†) 

‘ELKE OCHTEND STAP ik met frisse tegenzin uit bed. En dan....lees ik De Laatste Vuurtorenwachter. Mijn dag gered!’ ’t Staat in een mail, van een lezeres nog wel. De Laatste als hart onder de riem, alsmede als riem onder het hart. Weg laat ik haar verwensingen ten aanzien van d’r werkgever, een mens waardoor ze danig tegen de werkdag opziet. 
Hoe het komt weet ik niet, mij doen die verwensingen zin krijgen om Delphine Lecompte uit de kast te halen. Ik kies voor een brief die Delphine aan Vladimir Majakovski (°1893 - 1930†) schrijft, zeggend dat ze hem in de zoo leert kennen. Daar ontmoet ze ‘een mooie melancholische ietwat stugge nachtdierenverzorger’ die haar naar huis meeneemt waar ze samen meermaals de liefde bedrijven. Dat vrijen is niets om over op te scheppen, maar op zijn nachtkastje liggen wel de verzamelde gedichten van Majakovski tot wie mijn lievelingsdichter in haar brief zegt: En alles was verbonden: de zoo, de opsluiting van de zebra, de strepen en de hoeven van het verdoemde beest, de donkerte en de temperatuur van het nachtdierenverblijf, de korst van mijn boterham, de obscene glinstering van de aardbeiconfituur, de spottende grimas van de demonische plompe lori, de galmende stem van de mooie melancholische ietwat stugge nachtdierenverzorger zelf, de ziel van het meest panische nachtdier (een hazenlipvleermuis), mijn wens om te masturberen met een hatelijke schaapscheerdersschaar, u en ik.’ (°)


(°) Delphine Lecompte. Wilde brieven aan woestelingen. 2023. Uitg. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 438 p. 

zaterdag 12 september 2026

Over wiskundige oplossingen en over spieken

Rechts: Gregori Perelman, Russisch wiskundige. De kerel die links in beeld staat, doet maar alsof.


OP 9 SEPTEMBER vernam ik iets wat er al een tijdje zat aan te komen: een AI-model loste een probleem op waar wiskundigen al meer dan een eeuw hun tanden op breken. 
Mij deed het weer denken aan wijlen Filip Defever (°1962 - 2023†), met wie ik in ’t passeren altijd een leuke babbel had. Filip was doctor in de wiskunde, wat betekent dat hij gedurende meerdere jaren diepgaand wetenschappelijk onderzoek verricht had naar een specifiek wiskundig vraagstuk. (°) Wat zou hij me over dat nieuwe exploot van AI verteld hebben? 
Dat deed Filip graag, over wiskundigen vertellen. Ik herinner me zijn verhaal over Gregori Perelman (°1966), Russische wetenschapper die een heel moeilijk wiskundig probleem opgelost had. Zijn vondst veranderde de moderne wiskunde. Perelman won er prijzen mee, ondermeer een waaraan een miljoen dollar vasthing. Hij weigerde alles, zeggend dat hij thuis al had wat nodig was. Filip had pretoogjes toen hij me dat vertelde. In Gregori Perelman zag hij een geestesgenoot, ook Filip had thuis al wat nodig was.
Over dat exploot van AI lees ik ook dat een Australische wiskundige gelijkenissen ziet met zijn eigen onderzoek. Open AI heeft volgens hem zijn onderzoekslijn gevolgd om tot de oplossing te komen. Als ik dat goed begrijp, zegt die mens dat het AI-model bij hem heeft AFGEKEKEN! Wat aan die machinerie een herkenbaar menselijk aspect geeft, want dat deed ik destijds ook als ’t wiskunde betrof: afkijken, vooral bij Jean-Pierre Casier die naast me zat. Afkijken of spieken, we hadden er in ons jargon een woord voor: tappen.
Flor Vandekerckhove

(°) Om u een idee te geven waarmee Filip zich onledig hield: hier staan 57 publicaties opgelijst waarbij Filip Defever vernoemd wordt. Ik heb nooit ten volle begrepen waarom iemand van dat kaliber, nadat hij uit het buitenland was teruggekomen, hier zijn tijd moest verdoen met lesgeven aan een Oostendse middelbare school, iets wat hij overigens wel graag/goed deed.

Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde. 
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. 
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)

vrijdag 11 september 2026

Bevrijding van Bredene

Eerste persoon links: mijn oud-klasmakker Willy De Keyser, voorzitter NSB-Bredene.

WAT IK GRAAG doe is naast de kwestie schrijven. Ik weet niet of dat verantwoording behoeft, maar doordat ik er nu toch over begin… ’t Heeft met originaliteit te maken. Waarom zou ik schrijven zoals iedereen 't al doet? Dat heeft toch geen zin. ’t Heeft ook met mijn way of life van doen, wie gepensioneerd is, leeft sowieso naast de kwestie. En ’t heeft met mijn visie te maken die stelt dat ‘t pas naast de kwestie is dat de dingen zich literair openbaren.
Woensdag ging ik in mijn woonplaats een tentoonstelling bekijken die groots aangekondigd werd als Bevrijding van Bredene. Onderweg was ik in gedachten 
verzonken, zoals deze: elk jaar neem ik spontaan de tram naar Blankenberge om daar de grote zomertentoonstelling te zien. Waarom onderneem ik dan nauwelijks moeite om dat in mijn thuisgemeente te doen? Tegen de tijd dat ik aan het Meeting & Event Centrum arriveerde, was mijn vraag nog steeds onbeantwoord. Dat komt doordat het Staf Versluyscentrum bij mij om de hoek ligt, veel tijd om na te denken geeft dat niet. En 't is naast de kwestie.
Alzo teken ik present op de tentoonstelling Bevrijding van Bredene. Naast de kwestie is ook dat ik daar Willy De Keyser (°1950) ontmoet, Bredenaar en oud-schoolmakker van ’t college — op de klasfoto's is hij nummer 16. Op die tentoonstelling is hij prominent aanwezig omdat hij sinds kort voorzitter is van de plaatselijke Nationale Strijdersbond. Dat wij de leeftijd bereikt hebben die ons geschikt maakt om Belgische oud-strijders te presideren… daar was ik toch even niet goed van. 

De tentoonstelling bevrijding van Bredene loopt nog tot en met 12 september in het mec Staf Versluys in Bredene. 
Anne Morelli kwam er ook haar boek voorstellen. Elementaire principes van oorlogspropaganda. Hernieuwde uitgave 2022. Vertaling Elvis Peeters. Uitg. EPO. 127 p.

donderdag 10 september 2026

Dwalen met Nick Tosches door de straten van Oostende

Een imaginaire ontmoeting in Oostende: Nick Tosches in het Funky Friet House.

DWALEN DOOR OOSTENDE is iets wat ik graag doe, zeker met Nick Tosches (°1949-†2019), een babyboomer, net als ik. ’t Laat ook telkens sporen na. Begin januari 2025 ben ik, in ijzige koude, vanuit Bredene naar hem toe gefietst, met een pizza op mijn staantje. Dat ik zoiets gedaan heb, komt door zijn gedicht Pizzaman, iets wat ik dan al schrijvend overneem. Waarna ik de teugels der verbeelding vier, en die pizza uiteindelijk in ’t café van Maurice Vanlake bezorg, in een vintage versie van de Alfons Pieterslaan. Daar heb ik ook nog een slotstuk aan gebreid, waarin ik u deelachtig maak aan mijn bedoelingen die even achterbaks als literair zijn.
Vandaag verlaten Nick en ik de boulevard en duiken, daarin geholpen door Google Streetview, de Torhoutsesteenweg in. Traag navigerend leer ik onderweg iets bij: ge kunt via Streetview ook hier en daar bij mensen binnenkijken, zoals 
op de hoek met de Muscarstraat bijvoorbeeld, in het Funky Friet House. Gecharmeerd door de naam gaat Nick Tosches er meteen aan een tafeltje zitten. Doordat het een imaginaire ontmoeting betreft krijgt hij van de patron een gratis proevertje. 
’t Is hoe dan ook tijd om het over enkele gedichten van Nick te hebben, verzameld onder If I Were Robert Stack. (°) Typisch Tosches: een met noir doordrenkt surrealisme. Bij het lezen helpt het als je weet dat Robert Stack de viriele held uit ‘The Untouchables’ is. Tosches gebruikt dat imago als vehikel om thema's als identiteit, mannelijkheid, ouder worden en de duistere keerzijde van de Amerikaanse cultuur te verkennen. Met zijn zelfkantpoëzie haalt hij de mannelijkheid van Hollywood onderuit. Een kort stukje volstaat al om te begrijpen hoe Tosches het aan boord legt:
Heer, laat iedereen weten dat ik in gedachten
een hoed draag,
ook al ziet niemand die;
dat ik in gedachten geen broek draag,
ook al zien zij die, keurig gestreken, met een vouw.
(°) In Nick Tosches. The Nick Tosches Reader. 2000. Boston, Da Capo Press, Perseus Books Group. 593 p. De Nick Tosches Reader inspireerde me eerder ook al tot Daags na moederdag; Ik ken de weg naar zee; Schrijvers en de truken van de foor⇲ en Altijd schrijdt hij voort, de tijd.

woensdag 9 september 2026

Vastraken, ergens ten westen van Oostende (Droom 44)

Vlakbij het vliegveld van Maiakerke Oostende lag een trainingsbaan voor renpaarden. Op een dag in 2019 fietste Johnny Verplancke erlangs en zag dat het terrein niet langer onderhouden werd. Hij vereeuwigde het momentum kort voor de site compleet verdween. Meer foto’s van die shoot op At The Races (2019).

IK MOEST DRINGEND boomstammen leveren op een werf nabij het kanaal, maar vond weer eens de weg niet. Iemand wees me op de gps, maar ik verloor me in de handleiding die vele honderden bladzijden telde. Een oud-collega die passeerde had me kunnen helpen, maar hij was bezig met eigen zaken. Een vrouw die juist haar winkel sloot zag mijn nood, maakte haar winkel weer open en vroeg me binnen. Daar begon ze zich meteen te ontkleden. Ze zei: ‘Ik wil alleen maar helpen.’ Een misverstand. Altijd weer droom ik diezelfde droom: ik wil weg en het lukt maar niet. (Flor Vandekerckhove)

dinsdag 8 september 2026

In gedachten toef ik in Sleidinge

De Laatste Vuurtorenwachter in een imaginaire ontmoeting met Marc Mestdagh en Isabelle Larmuseau.

EEN BERICHT OP Messenger: ‘Dag Flor, Indertijd woonde ik in Oostende, in de Amsterdamstraat, niet ver van je uitgever. Ik ben toen enkele keren bij jou, naast de vuurtoren, op bezoek geweest. Onlangs nog stootte ik in mijn kast weer op je eerste boeken.’ Getekend: Marc Mestdagh. Die eerste boeken, waarover mijn correspondent het heeft, dateren uit een ver verleden, 1991, 1992. (*)
Ik googel ’s mans naam en kom in Sleidinge terecht, waar mixed media-kunstenaar Marc Mestdagh (°1966) samenleeft met advocaat Isabelle Larmuseau. Hun adres is, lees ik, ook ‘mensenruimte’ deWeverij. 't Is de voormalige textielweverij van Isabelles familie.
Neemt Marc het me kwalijk als ik het een galerie noem? DeWeverij, zegt hij, is méér. Naast tentoonstellingen zijn er lezingen, grotere bijeenkomsten en kleinere vergaderingen, en nog dingen die het jargon samenvat als events. Marc beschouwt de totaalaanpak van deWeverij trouwens als iets wat deel uitmaakt van zijn kunstenaarschap. 
Je weet hoe ’t gaat: pas al schrijvend/lezend wordt het je duidelijk wat er te schrijven/lezen valt. Gaandeweg realiseer ik me dat dit een mini-essay over ‘contact opnemen’ 
wordt, over ‘elkaar opzoeken’, over 'ontmoeten', meer dan over kunst. Als het tóch over kunst gaat, is 't over de kunst/literatuur die in dat 'ontmoeten' ontstaat.
De boeiende website van deWeverij geeft goesting om naar Sleidinge te trekken en de 'mensenruimte' zelf te bekijken. Problemen kan dat niet opleveren, er zijn openingsuren, er is een Routebeschrijving en er zijn parkeermogelijkheden. Goesting om werk van Marc Mestdagh in real life te beleven is er ook. In deWeverij zijn trouwens niet alleen zíj́n assemblages & collages te zien, in 'het magazijn' staat ook werk van gasten die in de galerie mochten exposeren. 
Helaas wordt mijn goesting beknot door mijn inmiddels legendarisch tekort aan sociabiliteit. Gekoppeld aan een leeftijd die het onaantrekkelijk maakt om tram, trein, bus naar het verre Sleidinge te nemen, ziet het er niet naar uit dat ik er ooit geraak.
Wat een goede aanleiding is om nog eens de lof te zingen van de digitale wereld die veel andere schrijvers zeggen te verafschuwen. Die wereld schenkt me het medium waarin ik  - ik die intussen alle contact met uitgeverijen schuw - mijn almaar aangroeiend oeuvre verspreid. Bovendien kan ik dat sinds kort verrijken met imaginaire ontmoetingen waarbij ik tóch nog onder de mensen kom, hen tóch nog opzoek. Wat aan zo’n mini-essay een licht surrealistisch karakter geeft, iets wat ik ook bewust nastreef. En bovenal: het laat Polleke toe om me te vergezellen, in dit geval naar deWeverij in Sleidinge.
Flor Vandekerckhove

(*) Flor Vandekerckhove. De smaak van zeewater. Verhalen. Uitg. Manga, Oostende. 1991. 172 pp. Het Kasteel. Roman. 1992. Uitg. Manga Oostende. 144 p. Beide boeken zijn alleen nog antiquarisch te koop.

maandag 7 september 2026

August Vermeylen leren kennen


AAN HET BEGIN van de Tweede Wereldoorlog wordt August Vermeylen (°1872 - 1945†) door de Duitse bezetter ‘kaltgestellt’: hij mag niet langer werken. Rechtse kranten nemen hem in ’t vizier, en niet alleen Volk en Staat. Zelf zegt hij erover: ‘Ik begrijp eenvoudig niet meer wat daar omgaat. Ik heb mijn leven lang voor de Vlaamsche zaak gewroet en gevochten, ook buiten elke politiek om voor de Vlaamsche cultuur geijverd, en voor de eendracht onder alle Vlamingen. (…) Wat hebben die lui dan tegen mij? (…) Uit klerikaal-nationalisme vliegen ze in de armen van de Duitschers. En dezen zijn het juist, die voor hun nationalisme het gevaarlijkst zijn.’
Ik sla een boek dicht over de oorlogsjaren van Vermeylen. (°) Dat boek wilde ik lezen nadat ik over de 'oorlogstrapatsen' van Cyriel Verschaeve gelezen & geschreven had en daarna ook over die van Stijn Streuvels. Ja, ik had een beetje antidotum nodig. Dat Vermeylen-boek levert dat ook wel. Ik was wat blij dat ik La Flandre profonde kon verlaten en vernemen hoe het er bij intellectuele stedelingen aan toeging. 
Doordat auteur Hans Vandevoorde veel dagboekfragmenten van Vermeylen gebruikt, is zijn boek ook rijk aan petite histoire, een verademing voorwaar na al de pathos van Verschaeve en de zijnen: ’Voor Vermeylen was het meest penibele dat tabak vanaf 1 november 1943 werd gerantsoeneerd. Hij kostte begin van het jaar al 400 frank per kilo en in augustus haast het dubbele. Vermeylen: “ik rook nog slechts één pijp per dag”.’ Spijtig dat ik niet meteen een foto vind van de man als pijproker.
Van August Vermeylen wist ik eigenlijk alleen dat hij zijn naam aan het Vermeylenfonds gegeven heeft en voor de rest kende ik alleen maar dit citaat: ‘[…] om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. — Wij willen Vlamingen zijn, om Europeërs te worden.’ 
Wie was die man eigenlijk? Wel, ik heb een aanrader. Sinds kort staat er op YouTube een lange documentaire over Vermeylen. De video wordt nauwelijks bekeken en da’s spijtig. Sta me toe dat ik u erheen leid en neem er de tijd voor, want ’t duurt langer dan een uur: De Vlaamse rector die een culturele revolutie ontketende. Wie niet zoveel tijd heeft, kan kijken naar Een leven in het teken van taal en verbinding, da’s tweeëntwintig minuten. En als ook dat nog te lang duurt, heb ik nog iets liggen van twee minuten: ‘150 jaar fris en onbelegen’, maar dat is vooral vogelgezang.
Flor Vandekerckhove

(°) Hans Vandevoorde. Stil verzet: De oorlogsjaren van August Vermeylen. 1939-1945. Uitg. Lannoo. 2024. 360 p.