| De Laatste Vuurtorenwachter in een imaginaire ontmoeting met Marc Mestdagh en Isabelle Larmuseau. |
Ik googel ’s mans naam en kom in Sleidinge terecht, waar mixed media-kunstenaar Marc Mestdagh (°1966) samenleeft met advocaat Isabelle Larmuseau. Hun adres is, lees ik, ook de plek van een ‘mensenruimte’ die deWeverij heet. Die plek is de voormalige textielweverij van Isabelles familie.
Neemt Marc het me kwalijk als ik het een galerie noem? DeWeverij, zegt hij, is méér. Naast tentoonstellingen zijn er lezingen, grotere bijeenkomsten en kleinere vergaderingen, en nog dingen die het jargon samenvat als events. Marc beschouwt de totaalaanpak van deWeverij trouwens als iets wat deel uitmaakt van zijn kunstenaarschap.
Je weet hoe ’t is: pas al schrijvend/lezend wordt het je duidelijk waarover zo’n post eigenlijk gaat. Gaandeweg realiseer ik me dat dit een mini-essay over ‘contact opnemen’ wordt, over ‘elkaar opzoeken’, over 'ontmoeten', meer dan over kunst.
De boeiende website van deWeverij geeft goesting om naar Sleidinge te trekken en het daar zelf eens te bekijken. Problemen kan dat niet opleveren, er zijn openingsuren, er is een Routebeschrijving en er zijn parkeermogelijkheden. Goesting om werk van Marc Mestdagh in real life te beleven is er ook. In deWeverij zijn trouwens niet alleen zíj́n assemblages & collages te zien, in 'het magazijn' staat ook werk van gasten die in de galerie mochten exposeren.
Helaas wordt mijn goesting beknot door mijn inmiddels legendarisch tekort aan sociabiliteit. Gekoppeld aan een leeftijd die het onaantrekkelijk maakt om tram, trein en bus naar het verre Sleidinge te nemen, ziet het er niet naar uit dat ik er ooit geraak.
Wat een goede aanleiding is om nog eens de lof te zingen van de digitale wereld die veel andere schrijvers zeggen te verafschuwen. Die wereld schenkt me het medium waarin ik - ik die intussen alle contact met uitgeverijen schuw - mijn almaar aangroeiend oeuvre kan verspreiden. Bovendien kan ik dat sinds kort verrijken met imaginaire ontmoetingen waarbij ik tóch nog onder de mensen kom, hen tóch nog opzoek. Wat aan zo’n mini-essay ook een licht surrealistisch karakter geeft, iets wat ik ook nastreef. En bovenal: het laat Polleke de kat toe om me te vergezellen, in dit geval naar deWeverij in Sleidinge.
Flor Vandekerckhove⇲
Helaas wordt mijn goesting beknot door mijn inmiddels legendarisch tekort aan sociabiliteit. Gekoppeld aan een leeftijd die het onaantrekkelijk maakt om tram, trein en bus naar het verre Sleidinge te nemen, ziet het er niet naar uit dat ik er ooit geraak.
Wat een goede aanleiding is om nog eens de lof te zingen van de digitale wereld die veel andere schrijvers zeggen te verafschuwen. Die wereld schenkt me het medium waarin ik - ik die intussen alle contact met uitgeverijen schuw - mijn almaar aangroeiend oeuvre kan verspreiden. Bovendien kan ik dat sinds kort verrijken met imaginaire ontmoetingen waarbij ik tóch nog onder de mensen kom, hen tóch nog opzoek. Wat aan zo’n mini-essay ook een licht surrealistisch karakter geeft, iets wat ik ook nastreef. En bovenal: het laat Polleke de kat toe om me te vergezellen, in dit geval naar deWeverij in Sleidinge.
Flor Vandekerckhove⇲
(*) Flor Vandekerckhove. De smaak van zeewater. Verhalen. Uitg. Manga, Oostende. 1991. 172 pp. Het Kasteel. Roman. 1992. Uitg. Manga Oostende. 144 p. Beide boeken zijn alleen nog antiquarisch te koop.