vrijdag 4 september 2026

Een oud paard van stal halen

De ballade van Trotski. (Maurizio Cattelan. 1996. Opgezet paard, leren zadelwerk, touw en katrol. Afmetingen 270 x 200 x 75 cm.)


IN DIE TIJD ging ik dagelijks joggen en zo komt het dat ik in de Duinbossen van De Haan onverwachts de beeltenis van een paard ontwaarde dat hoog in een boom was opgehangen. Ik schrok niet, ik herkende het meteen als werk van Berlinde De Bruyckere (°1964) die het paard wel meer als metafoor gebruikt voor kwetsbaarheid en vergankelijkheid, zo ook die keer in 2003. Ik zoek even uit wat er van dat werk geworden is en zie dat het nu in het SMAK te kijk staat: Aan-één van Berlinde De Bruyckere. (Ik herinner het me niet op die manier. Ik herinner me één paard, niet twee, waaruit eens te meer blijkt hoe onbetrouwbaar de herinnering is.)
Dat ik daar nu weer aan denk, komt door een krantenstuk (°) over Maurizio Cattelan (°1960), hier ten huize bekend als ‘de man van de banaan’. Ook hij heeft zo’n opgehangen paard. Omdat ik een oude trotskist ben, werd ik meteen gegrepen door de titel: De ballade van Trotski. Cattelans paard dateert van 1996, lang voor Berlinde zoiets deed. 
De jonge Belgische kunsthistoricus-kunstenaar Julien Delagrange (°1994) interpreteert Cattelans paard als ‘verbeelding van de tragikomische aard van het menselijk bestaan. Net als de Russische revolutionair Leon Trotski – die uit de Sovjet-Unie werd verbannen, van verraad beschuldigd en door agenten van Jozef Stalin opgejaagd en vermoord – draait de tragedie in dit werk om onbenut potentieel en het verlies van een ideaal.’
Cattelan laat het niet bij dat ene paard. Public Delivery toont met een aantal indrukwekkende foto’s ‘Alle paardensculpturen van Maurizio Cattelan.’ (°°) En omdat het ene woord het andere meebrengt laat ik Delagrange ons naar nog meer hedendaagse kunstenaars leiden die met paarden in de weer geweest zijn. Zo leer ik dat Jannis Kounellis (°1936 - 2017†) in januari 1969 al zijn Untitled (Cavalli) uit 1967 in Rome presenteert. Twaalf paarden staan drie dagen lang in de galerie. Ze worden verzorgd door stalknechten en keren elke avond naar de stal terug. 
Ook Michaël Borremans (°1963) heeft zijn paard, maar dat is geschilderd. Met zijn doek 'Het Paard' uit 2015 grijpt hij terug naar de geschiedenis van de schilderkunst, zoals we dat van hem gewoon zijn. 
Iets heel anders zijn Jorg Kargs digitale collages. Volgens Delangrange zijn ze resultaat van een zoektocht naar het buitengewone. Daar past ook een paard bij dat in een fotostudio poseert. Dancing Fearless uit 2020 toont een transparante trede en een kleine donkere bol in een fotoshoot. Een steigerend paard betreedt deze denkbeeldige, surrealistische omgeving. Hoe die Jorg Karg het voor elkaar krijgt, legt Delagrange mooi uit in een korte video: Jorg Karg: Manifest.
Flor Vandekerckhove

(°) Thomas Siffer interviewt Maurizio Cattelan. ‘Denk jij echt dat ik belangrijk ben?’  In DSWeekblad, 29 augustus 2026. 
(°°) Woorden en teksten die in DLVuurtorenwachter gearceerd staan, kunt u aanklikken. Het systeem leidt u dan naar de bron, in dit geval een foto van het vernoemde kunstwerk. Dat heeft voor mij het voordeel dat ik die foto niet zelf moet afdrukken, want op elk van die beelden rust copyright. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de huidige irrelevantie van het copyright-systeem in deze aan te klagen. Dat zegt ook Kenneth Godsmith in Elvis has left the building: ‘De huidige discussie over copyright is te vergelijken met deze over pornografie in de twintigste eeuw’. Iets nieuws maken is niet langer relevant, zegt Goldsmith ook. Maak datgene wat je vindt op ’t internet relevant, verplaats het, herschik het, verpest het, breng het samen, verzamel de gemaakte dingen van de voorbije honderd jaar. Er is ook dit: De Laatste Vuurtorenwachter produceert zijn inhoud buiten het geldcircuit en dus ook buiten dat van de copyright. Dat is niet zonder gevaar voor de auteur. Het kan gebeuren dat ik door derden aangevallen wordt en juridisch veroordeeld wanneer ik zomaar een foto produceer. Liever niet dus.

donderdag 3 september 2026

Met Harry Mulisch op een Oostends caféterras

Links: Stefan Zweig en Phlip Roth, 1936, Oostende. Rechts: Harry Mulisch en Flor Vandekerckhove (met sleeves) in een imaginaire ontmoeting. 

IN NOTITIEBOEKJES WAARIN ik al dertig jaar citaten verzamel, kies ik er eentje van Harry Mulisch (°1927 - 2010†). 't Zijn woorden uit diens Voer voor psychologen. Aan dat boek heb ik twee sterke herinneringen. De vroegste herinnering betreft de titel. Die lees ik voor het eerst op een wc-deur, in een graffiticommentaar. De wc-deur is er een van unief Gent, het jaar is 1969. Sterke herinnering, misschien wel veroorzaakt door de sterke geur. De latere herinnering betreft het boek zelve. Uit dat boek blijft me dit stukje bij dat me, veel jaren later, een grote beslissing deed nemen. Met die zinnen in het achterhoofd heb ik in 1988 tegen mezelf gezegd: ‘Als je het nu niet doet, doe je het nooit meer.’ Door die woorden van Mulisch ben ik de facto een schrijver geworden: ‘De schrijver trouwt een vrouw, krijgt kinderen, wordt journalist en schrijft niet meer. De schrijver wordt ziek en kan niet meer schrijven. De schrijver wordt op de tramrails door een meteoor getroffen en is dood. Dat alles is een gebrek aan talent.’
Flor Vandekerckhove

Wij, met zand in onze schoenen is een memoir (25 bladzijden), waarin ik terugdenk aan de weg die Luc Martinsen en ik afgelegd hebben, sinds onze eerste ontmoeting in 1988. Ik schreef dat boekje als een symfonie, een muziekstuk in drie delen, dat na het tweede deel onderbroken wordt door een interludium en afsluit met een coda. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook Wij, met zand in onze schoenen gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be. (Vermeld 'Zand' en zeg 'pdf' of 'epub'.)

woensdag 2 september 2026

Rita en Rita



DAAR, AAN ’T station, terwijl Rita en hij in de auto op Rita wachtten, die met de trein van haar werk kwam, bevredigden ze elkaar, Rita en hij. Rita was er erg bedreven in en hij ook, en het spel herhaalde zich daarna telkens ze aan ’t station op Rita wachtten. Dat ging zo door tot vrijdag de dertiende, dag waarop de trein ontspoorde en Rita in een vreselijk bloedbad aan haar einde kwam. Daarna had het uiteraard geen zin meer om in de auto op Rita te wachten. Nochtans bleven Rita en hij het nog lang doen, elkaar bevredigen, terwijl ze op Rita wachtten, goed wetend dat Rita nooit meer van het werk zou komen. Na een tijd zagen ze er de irrationaliteit van in. Rita kwam bij hem inwonen. Aan de kinderen zei hij niets, ze zagen toch ‘t verschil niet. (Flor Vandekerckhove)

[Op YouTube staat een oudere versie van Rita

Rita en Ria is een prozagedicht. Zo’n prozagedicht ziet eruit als proza, maar er is plaats voor ongeloofwaardigheid en ontregeling, prozagedichten mogen inconsequent en onbegrijpelijk zijn. In 't geval van Rita en Rita is de grens overigens moeilijk te trekken. Is dit een verhaal? Is ’t een prozagedicht?
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023 een verzameling soortgelijke prozagedichten, Gesprekken met Polleke. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

dinsdag 1 september 2026

Over passieve collaboratie en stil verzet in de Vlaamse schrijverij

In deze imaginaire ontmoeting blijft August Vermeylen rustig aan gene zijde van de tapkast zitten, zoals het hoort, maar de kerel die zich als Stijn Streuvels voordoet, gaat zijn boekje ferm te buiten. Het kost hem een tournée générale, Iwein vult al de glazen.

IN 1999 VERSCHEEN Als een oude Germaanse eik van Hedwig Speliers (°1935). (°) Daarin heeft hij het over Stijn Streuvels (°1871 - 1969†) als passieve collaborateur. Streuvels zette zich niet actief in voor de ‘nieuwe orde’, zoals Cyriel Verschaeve dat wel deed, maar de nazi’s gebruikten zijn boeken wel in hun propaganda, iets waaraan Streuvels veel geld overhield, ergens lees ik ‘miljoenen’. En ook dat: in 1942 kwamen Duitsers hier Streuvels’ meesterwerk De Vlaschaard verfilmen, film waaraan Streuvels meewerkte
’t Is niet dat ik over die dingen veel weet, maar ’t klopt wel dat er toen voor Vlaamse schrijvers in Duitsland flink te verdienen viel. Felix Timmermans hield er genoeg aan over om in Oostende een professionele vissersboot te kopen, zijn schoonzoon reedde dat schip uit. 
Speliers’ boek is fel aangevochten door het Stijn Streuvelsgenootschap. Uit de bib haal ik hun turf van bijna duizend bladzijden. Veel ervan zijn aan de kwestie gewijd. ‘Dat hij zijn vertaalde boeken tijdens de oorlog bleef publiceren kan men bekritiseren. Maar dit is ook tot zijn essentie te herleiden: hij was schrijver en niets anders (…) en hij verkocht boeken, zoals de bakker brood verkocht.’ Nog eentje: ‘(…) de pretentie van Speliers een objectieve en nauwgezette studie te bieden, zijn kort samengevat een staaltje bluf. Speliers brengt een romanesk werk op de markt dat een massa onkritisch materiaal naast elkaar plaatst en de grens tussen fictie en werkelijkheid niet weet te trekken.’
Voor Streuvels’ passieve welwillendheid bestond er anders wel een alternatief. Gerard Walschap (1898–1989) bleef tijdens de oorlog schrijven om in zijn levensonderhoud te voorzien, maar weigerde principieel om zijn pen in dienst 
van de nazipropaganda te stellen. Hij distantieerde zich openlijk van de politieke collaboratie. Maurice Gilliams (1900–1982), schrijver van Elias of het gevecht met de nachtegalen, trok zich tijdens de oorlog volledig uit het openbare literaire leven terug. Hij weigerde te publiceren in door de nazi's gecontroleerde bladen. In zijn dagboeken uitte hij walging over de opportunistische culturele collaboratie. 
Mijn oog valt ook op ‘Stil verzet: De oorlogsjaren van August Vermeylen 1939-1945’. (°°) Stil verzet staat hier tegenover actieve deelname aan een verzetsbeweging, zoals bijvoorbeeld Johan Daisne en Achilles Mussche deden. Vermeylen (°1872 - 1945†) weigerde elke tegemoetkoming aan de Nieuwe Orde. Achter de schermen hielp hij Joodse vluchtelingen. Hij bleef in stilte schrijven: ‘Vermeylen was geen lid van het verzet, maar kantte zich in stilte tegen het bewind door (…) nieuw werk te publiceren dat regelrecht inging tegen het corporatistische gedachtegoed van de Nieuwe Orde. Ik noem dat ‘stil verzet’, (…).’
Flor Vandekerckhove

(°) Hedwig Speliers. Als een oude Germaanse eik. Ondertitel: Stijn Streuvels en Duitsland. 2000. Uitg. Manteau. 610 p. In 1994 had hij al een Streuvels-biografie geschreven: ‘Ik ken den weg alleen’. En vroeger ook al een aantal essays: H. Speliers, ‘Een broertje dood aan Streuvels?’ In: Bok 1(1964)10, november, p. 12-33; idem, Hedwig Speliers, Georges Adé, Georges Wildemeersch en Albert Godfroid, ‘Afscheid van Streuvels’, Brugge, J. Sonneville, 1971, 279 + [III] p. Wat heb ik hier nog? Hedwig Speliers. Omtrent Streuvels. Het einde van een mythe. Uitg. Brugge, J. Sonneville, 1968. In 2003 publiceert Speliers nog een Streuvelsboek: ‘Met politiek bemoei ik me niet. De literatuur in Vlaanderen tijdens het interbellum’.
(°°) Hans Vandevoorde. Stil verzet: De oorlogsjaren van August Vermeylen. 1939-1945. Uitg. Lannoo. 2024. 360 p.

maandag 31 augustus 2026

Lintmeter


ZE ZEGT DAT hij zó dik is dat ze er niet mee buiten durft te komen. Ik ontrol de lintmeter die een beoefenaar van deze milde vorm van surrealisme altijd op zak heeft. Na meting blijkt eens te meer dat hij, in centimeters uitgedrukt, niet eens erg dik is.  (Flor Vandekerckhove)

Mijn driezinnenverhalen en oneliners zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

zondag 30 augustus 2026

Leren schrijven met André Gide

André Gide (°1869 - 1951†) en De Laatste Vuurtorenwachter spreken met elkaar
tijdens een 
imaginaire ontmoeting in Du Parc Oostende.

DE LAATSTE VUURTORENWACHTER heeft al een en ander gepost over André Gide. Ge punt die stukjes weer oproepen als ge op de gearceerde woorden klikt: De politiek zal ons niet scheiden; In het hart van het stalinisme; Trotski lacht zich een bult. Nu ga ik nog in zijn dagboeken op zoek naar een paar schrijfadviezen. (°) Daarna heb ik het wel gehad met die Gide.
11 juli 1922 — ‘[…] Mijn stijl gaat gebukt onder een zekere behoefte aan cadans, een behagen in welluidendheid. Ik zou het minder gepolijst willen, meer breuken en accenten […]’
17 juni 1923 — ‘[…] Goed schrijven, stijl waarvoor ik bewondering voel, is die waardoor de lezer zonder dat het al te veel opvalt, even blijft stilstaan en langzaam voortgaat in zijn denken. Ik wil dat zijn aandacht stap voor stap verdergaat op een voedzame, diep omgespitte bodem […]’
(°) In André Gide. Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek. 1918-1939. Uitg. De Arbeiderspers A’dam/A’pen. Privé-domein. Nederlandse vertaling 2006. Gekozen, vertaald en geannoteerd en van een voorwoord voorzien door Mirjam de Veth. 662 pp.

zaterdag 29 augustus 2026

Drieëntwintig


EERGISTEREN WERD MIJN oudste kleindochter, Lena, drieëntwintig. Ik vergat haar te feliciteren, wat erg is. Ik buig het hoofd en beken ootmoedig dat ik een onwaardige pépé ben. Ik probeer excuses te bedenken, maar vind er geen. Al wat ik nu nog kan doen is haar erom doen lachen.
Zelf werd ik drieëntwintig in 1972. Dat is het jaar waarin ik als soldaat het vaderland verdedigde. Want, Lena, in die tijd was dat een verplichting, ’t was de wet. Elke jongeman werd, als ’t zover was, ‘onder de wapens geroepen'. 
In mijn geval waren die wapens gieters, verschillende soorten emmers met een tuit waarop de driekleur stond. Daarmee moest ik de kazernebloemen besproeien. In Gent, in de kazerne de Hollain, gaf ik een jaar lang water aan de planten. Een jaar lang verdedigde ik daar, gieter ter hand, dat deel van het grondgebied waar de kazerneplanten stonden, in casu de vensterbanken van de bureaus. Op den duur was ik er zo goed in dat ik kon gieten terwijl ik een sigaret opstak. Ik kan je verzekeren, Lena, dat de droogte in die kazerne geen kans kreeg, niet in het jaar dat ik daar de planten deed. Werd ik er achteraf voor gedecoreerd? Kreeg ik een medaille? Een lintje? Weerklonk de Brabançonne? Mocht ik het doen met het nichtje van de kolonel? Neen, ik had gewoon mijn plicht gedaan, zeiden ze.
Zo. Meer kan ik niet doen, 't is te laat, je verjaardag is voorbij. Volgend jaar beter. Dat was ook wat ik zei toen ik op ’t einde van 1972 uit het leger afzwaaide.
Flor Vandekerckhove

vrijdag 28 augustus 2026

Kenneth Rexroth leren kennen

Enige tijd geleden hengelde Eddy Lems naar bijdragen voor de Oostendse FB-groep 88 - The Graffiti - The Groove’. Ik denk niet dat hij iets als onderstaande post op ’t oog had, wel denk ik dat het in zo’n FB-groep niet zou misstaan.

‘Ik heb (…) dan nog een vreselijk ingewikkeld instrument uit Borneo. (…) 

Sommigen zeggen: je moet erop slaan, 

anderen houden vol dat erin geblazen moet worden. 

In afwachting eener definitieve oplossing 

hang ik er elke avond mijn sokken aan op.’ 

(Godfried Bomans)


OMDAT IK IN die tijd zelf op pad ging met muziek & poëzie — pianist Dimer Geedts en ik vormden in 2019 het duo Avondgenoegen —  zocht ik uit wat anderen daar lang voorheen al mee gedaan hadden. Onderweg leerde ik de Amerikaan Kenneth Rexroth (°1905 - 1982†) kennen, vader van de beatgeneration. Ik vertaalde diens lange gedicht Thou Shalt Not Kill in De angst voor de dood verontrust me. Gelardeerd met jazz had Rexroth dat gedicht op vinyl gezet. (°) 
De jazz van dat gezelschap is niet wat Dimer en ik op 't oog hadden. Wie wil weten hoe wij het dan wél deden, richt de blik op / legt het oor te luisteren bij een ferm stuk Langestraat-blues: De plechtigheid.
Achter dat straatlopen heb ik allang een punt gezet, maar met Kenneth Rexroth ben ik nog niet klaar. In de schatkamer van het Bureau Of Public Secrets (°°) staan zijn ‘Essays and Reviews’, indrukwekkend werk van een mens die maar enkele jaren naar school geweest is. Zo bijvoorbeeld zijn vier artikels over Jazz Poetry, want hij dacht na over wat hij deed. Ook wil ik wel weten wat hij over Jack Kerouac en Henry Miller schrijft en dat misschien confronteren met wat Guillermo O’Joyce over die kleppers zegt. Very Inspiring indeed.
Flor Vandekerckhove

(°) Het resultaat valt hier te beluisteren: een langspeelplaat uit 1957 van Kenneth Rexroth die ‘Thou Shalt Not Kill ’ voordraagt ​​met de jazzgroep The Cellar. Afkomstig van het album Poetry Readings in the Cellar, uitgebracht door Fantasy #7002. Dit gedicht beslaat een hele kant van de LP; de andere kant bevat drie gedichten van Lawrence Ferlinghetti
(°°) Het Kenneth Rexroth Archive dat zich daar bevindt, bevat ‘werken van en over de grote schrijver, maatschappijcriticus en alleskunner, die zijn belangrijkste thema's geestig omschreef als "seks, mystiek en revolutie", en die de belangrijkste inspiratiebron was voor de San Francisco Renaissance van de jaren vijftig en zestig. Het archief bevat een compleet, niet meer verkrijgbaar boek (Communalism: From Its Origins to the Twentieth Century); een complete, nooit eerder gepubliceerde reisgids (Camping in the Western Mountains); een complete, nooit eerder gepubliceerde bloemlezing (The Poetry of Pre-Literate Peoples); fragmenten uit zijn fascinerende autobiografie en uit Classics Revisited (zelf een kleine klassieker); een ruime selectie van zijn gedichten en zijn vertalingen van poëzie uit zeven andere talen (Chinees, Japans, Grieks, Latijn, Frans, Spaans, Italiaans); meer dan honderd essays en recensies; zijn complete journalistieke werk over San Francisco (meer dan 800 columns en artikelen); en links naar tientallen artikelen over hem.’

donderdag 27 augustus 2026

Op het Wapenplein van Oostende

De imaginaire ontmoeting van Philip Roth (links), Primo Levi (rechts) en De Laatste Vuurtorenwachter wordt ontregeld door een covergroepje. 

NIET DAT ER een verband was, maar op de dag dat Maya Angelou (°1928-2014†) stierf, haalde ik een e-reader in huis. Diezelfde avond nog zocht ik The Pirate Bay op en haalde in een clandestiene stortvloed al haar werk van 't net. Plus veertien romans van Philip Roth (°1933 - 2018†) en vier boeken van Primo Levi (°1918 - 1987†). Alles in ’t Engels. Pure hebzucht.
Van Philip Roth heb ik ook een quote gepikt die me zeer aanstaat omdat ik momenteel ’t zelfde aan ’t doen ben: Ik draai zinnen om. Dat is mijn leven. Ik schrijf een zin en dan draai ik die om. Dan kijk ik ernaar en draai ik hem weer om. Dan lunch ik. Dan kom ik terug en schrijf nog een zin. Dan drink ik thee en draai de nieuwe zin om. Dan herlees ik de twee zinnen en draai ze beide om. Dan ga ik op mijn sofa liggen en denk na. Dan sta ik op en gooi ze weg en begin opnieuw vanaf de start.' 
Ik blader in Survival in Auschwitz, zoals Primo Levi’s bekendste boek in ’t Amerikaans heet. (°) Die Amerikaanse uitgave heeft een nawoord: 'A Conversation with Primo Levi by Philip Roth’. Daar wil ik iets mee doen. Ik beslis beiden — Roth en Levi — naar Oostende te halen, anders kijkt hier geen kat naar. We spreken af op het Wapenplein. Op de kiosk speelt een merkwaardige band, enigszins gelijkend op The Swallows, maar ook weer niet. Waarom tekent leadgitarist Ray Bossaert twee keer present? Waarom is tweeling Cools op die kiosk geen tweeling? Waar is de drummer? (°°) De verwarrende aanblik doet me vrezen dat we niet langer in de door mij nagestreefde mild surrealistische situatie toeven. 't Is teveel, 't is erover. Dat surrealisme-light blijft moeilijkt blijft dansen op een slappe koord.
Whatever! Er is een tragische kant aan dat gesprek tussen Philip Roth en Primo Levi. Roth vertelt erover in het voorwoord van zijn verzamelde non-fictie (°°°): ‘Wat een gezonde, evenwichtige indruk maakte hij op mij, die vier dagen waarin we urenlang praatten in zijn studeerkamer in Turijn. Wat een levendige, opgewekte man! Benijdenswaardig geworteld, zo beschreef ik hem in de inleiding tot ons gesprek, ‘grondig aangepast aan de totaliteit van het leven om hem heen’. In de maanden die volgden op mijn bezoek, waarin wij contact hielden via e-mail en ik hem uitnodigde mij in Amerika te komen bezoeken wanneer ik het volgende jaar thuis zou zijn — geloofde ik een nieuwe, fantastische vriend te hebben gemaakt. Maar de vriendschap zou zich nooit kunnen ontwikkelen. In het voorjaar pleegde hij zelfmoord, deze grote schrijver die ik nog maar een paar maanden tevoren op grond van zijn alerte, levendige manier van doen voor zo gezond en levenslustig en geworteld had gehouden.’ 
Zelfmoord? Volgens Wikipedia is dat onzeker: ‘Over de manier waarop Levi stierf zijn de meningen verdeeld. Was het een ongeluk of zelfmoord? Levi-vertaler Reinier Speelman houdt het op een noodlottige val, maar anderen menen dat Levi sprong omdat hij zijn herinneringen niet meer aankon.’
Flor Vandekerckhove

(°) In ’t Nederlands Is dit een mens. Primo Levi. 225 p. Uitg. Meulenhoff. 2015. 
(°°) De band The Swallows ontstond in 1961 in Bredene. Ray Bossaert, lead git. ( RIP ), Laurentius Vanacker (vocals), Johnny Cools (rhythm git.), Ronny Cools (bas git.), Jacky Vandewalle (drums 1961-64), Willy Geerolf (drums).
(°°°) Philip Roth. Waarom schrijven? Verzamelde non-fictie 1960-2013. Vertaald door Else HoogKo KoomanBartho Kriek. 496 p. Uitg. De Bezige Bij. 2018.

woensdag 26 augustus 2026

Een gespreksonderwerp

Links: vroeger. Rechts: nu.

VOOR MIJN DEUR komt een wooncomplex dat de dierenweide vervangt die er tot voor kort was. Wat er komt is niet alleen een flatgebouw, ’t is ook een gespreksonderwerp. Gisteren ging ik voor het eerst de werken bekijken. Komt een verre buur bij me staan die zegt: ‘’t Is kapitalisme hé.’ Meteen denk ik aan Leen Jongewaard met zijn meezinger uit 1967. (°) ‘De dierenwei was leuker hé’, zegt hij nog. Ja, denk ik, vooral omdat we er zelf niet moesten voor zorgen. Wijzend op al de indrukwekkende machines, zeg ik: ‘Ik begrijp niet hoe ze daar nog winst uit kunnen halen. Hoeveel kost zo'n machine niet?’ Volgens de buur valt dat nochtans gemakkelijk te begrijpen: ‘De verkoop van die appartementen gaat zo goed dat de prijzen intussen al gestegen zijn.’ Dat vind ik kras. Hij weet nog meer: twee op drie van die appartementen gaan naar tweedeverblijvers en wat hij ook weet is dat de gemeente er een flink pak belastinggeld aan overhoudt. Op den duur is het gespreksonderwerp uitgeput. Voortstappend hoor ik hem nog De Schuld Van Het Kapitaal fluiten. Kent hij net als ik dat oude liedje? Is 't weer iets wat zich alleen in mijn hoofd afspeelt? Ik trek de voordeur achter me dicht en realiseer me dat ik nog eten in huis moet halen.
Flor Vandekerckhove

(°) Het lied De Schuld Van Het Kapitaal dateert van december 1967. Het werd gezongen door Leen Jongewaard (°1927 - 1996†). Tekst is van dichter-schrijver Michel van der Plas (°1927 - 2013†). Het lied vertelt het ironische verhaal van een jonge tuinknecht die verleid wordt door een rijke vrouw, waarna hij telkens verzucht dat het allemaal de schuld van ’t kapitaal is. Bekende regel: ‘Mensen, noem elkaar geen mietje / Eenmaal zing je allemaal / Allemaal het ouwe liedje: / 't Is de schuld van 't kapitaal.’