’T IS AL enige tijd dat we in Normandië de loop van de Orne volgen, Tania wandelend, ik rijdend. Vandaag houd ik me op in Saint-Philbert-sur-Orne, dorp met 111 bewoners. Ooit zijn het er meer geweest, maar dan alleen doordat mensen vroeger meer kinderen kweekten. ’t Is zo te zien geen dorp dat leegloopt, huizen getuigen van enige welstand, voordeuren staan uitnodigend open, er is een bureau de tourisme, het kerkje (°) werd gerenoveerd.
’t Is naar dat kerkje dat ik me begeef, meer bepaald naar het ernaast liggende kerkhof. Omwille van de licht surrealistische toets die ik dit reisverhaal wil meegeven, ga ik op zoek naar een zerk dat in mijn kraam past. Ik zie graven die van de jaren 1800 dateren. Veel van die oude zerken liggen er verwaarloosd bij, onleesbare namen. Bordjes: ‘Cette concession réputée en état d’abandon fait l’objet d’une procédure de reprise. Prière de s’adresser à la mairie.’ (Deze concessie, die zich in een staat van verval bevindt, kan worden teruggevorderd. Neem contact op met het gemeentehuis.)
Is een van die oude graven dat van de moeder van Adèle-Héloïse Belleau? Zij komt op 8 februari 1852 om ’t leven, amper 44 jaar oud. 0p die dag krijgt ze bezoek van haar dochter die van 24 kilometer ver komt gelopen om geld te schooien. Moeder weigert, wetend dat het toch maar is om ’t aan alcohol te spenderen. Dochter snijdt moeders keel over.
Op 19 juni van hetzelfde jaar verzamelen zich in de vroege ochtend drieduizend mensen, voornamelijk vrouwen lees ik, op de Place du Marché aux Bestiaux in Alençon, om daar getuige te zijn van de onthoofding van Adèle-Héloïse Belleau. Het feit staat bekend als de laatste vrouw die in de streek van de Orne geëxecuteerd wordt.
(°) Het was Willem de Veroveraar die de kerk van Saint-Philbert schonk aan de monniken van de Abbaye aux Hommes in Caen. Het oudste deel van het gebouw dateert uit deze periode. De kerk werd vervolgens vergroot en verbouwd in de 12e en 13e eeuw, en waarschijnlijk nogmaals in de 18e eeuw. De monniken behielden het patronaat over de kerk, evenals over andere bezittingen (molens, land en bossen), en het recht van lagere rechtspraak tot 1554, toen de grond werd toegekend aan de familie Vassy.