| In deze imaginaire ontmoeting wandelt Georges Perec (°1936 - 1982†) nabij de Moulin d’Andé langs de Seine. Zijn kamer in het molenhuis is met rood omcirkeld. |
Wellicht merkt u het niet eens, maar het stukje dat hierboven staat, telt exact honderd woorden, ’t is een drabble. Ook dit vervolg telt honderd woorden en de stukjes die hieronder volgen, voldoen op hun beurt aan de regel: honderd woorden. De klemtoon verlegt zich hierdoor, dat begrijpt u, van inhoud naar vorm. Iets wat me ongetwijfeld onledig zal houden, telkens ik het einde van Tania’s wandeling afwacht en weer eens constateer dat er in de buurt niets is wat me kan inspireren. Dat laatste geldt dan weer niet voor de molen van Andé, plek waar ik me nu bevind.
In de molen van Andé werkt Georges Perec aan zijn proeve van bekwaamheid voor de Oulipo. Hij fixeert de letter e op zijn schrijfmachine met een plakbandje en schrijft tussen december 1967 en september 1968 La Disparition (1969), een roman van 319 pagina’s die berust op het letterprocédé van het lipogram. Het ontbreken van die e wordt de motor van de handeling, meer dan de drabble motor van deze post wordt. Wat ik met deze opeenvolging van drabbles nastreef is kattenpis in vergelijking met wat Perec bereikt. Uiteraard, uiteraard, maar ik ben Perec niet, een mens moet zijn plaats kennen.
Nog iets. M’n reisverhalen worden voortaan surrealisme-light, waardoor ze, zelfs als er over de plek waar ik vertoef nauwelijks iets te melden valt, inhoud krijgen. Daarin word ik geholpen door imaginaire ontmoetingen die ik sinds kort aan mijn weblog toevoeg. Zo ontmoet ik nu — surrealisme-light! — Georges Perec in de Moulin d’Andé, terwijl ik daar in levende lijve nooit geweest ben. Het had nochtans gekund. Toen ik Tania destijds in Le Havre opwachtte, had ik erheen kunnen trekken, Andé is 1.15 uur rijden van Le Havre. Dat ik het toen niet gedaan heb, maak ik nu goed met deze imaginaire ontmoeting.