| Op de Spinoladijk wandelen De Laatste Vuurtorenwachter en Gaston Duribreux (°28 mei 1903 - 27 mei 1986†). In de lucht zweeft een vage, half zichtbare, witachtige sluier. Volgens Duribreux is dat de roesschaard. |
De Laatste Vuurtorenwachter
* In DLVuurtorenwachter plaatst Flor Vandekerckhove sinds 1988 columns, herinneringen, leesnotities, (mini-)essays, polemieken, verhalen, gedichten… ******** ************* *********** [ISSN 3041-6442] ***** 'Deze vuurtoren belicht de verdwijnende wereld van een babyboomer/soixantehuitard.' ******** ****
donderdag 14 mei 2026
Vanuit de duinen op de Oosteroever waait de roeschaard naar de stad
woensdag 13 mei 2026
Leuke neonoir B-film
Margaret Qualley als Honey O’Donahue in Honey Don’t! |
Daar wonen ook de lesbische privédetective Honey O’Donahe, pastor Drew die er een drugshandeltje op nahoudt, politieman Charlie Day die een oogje op Honey heeft en daarbij kansloos is, politievrouw MG waarvan je ’t niet meteen verwacht… Tijdelijk woont daar ook Chère, contactpersoon van de very French connection die ontevreden is over de manier waarop de pastor de drugs distribueert.
Honey onderzoekt de dood van een klant en stoot tijdens het onderzoek op politieagente MG waarmee ze flamboyante seks heeft. Intussen verdwijnt Honeys nicht. Als tante-detective gaat ze op zoek en ontdekt, enkele merkwaardige moordpartijen later, dat niet de drugs distribuerende pastor, maar politievrouw MG schuldig is. Bij al dat plaatselijke geweld word ik geboeid door de keuze van de moordwapens, veelal keukengerief: een kookketel, een vork, een strijkijzer…
Alhoewel het verhaal zich in recente tijden situeert (er wordt verwezen naar de periode na covid) is de autoradio van detective Honey deze van mijn Lada in de jaren tachtig. Op haar bureau staat een retro roterend kaartsysteem dat ik toen ook gebruikte. De kousen die ze draagt zijn nylons met zwarte naad. De film herinnert me zeer aan mijn eigen, gecultiveerde imago, beschreven in Vrouwen, sigaretten en een oud kantoor. Het filmverhaal heeft niet veel om het lijf, maar voor mij is het als prettig thuiskomen in de uitgeleefde kantoren van Vissersverbroedering, in de tijd dat ik er aan Het Visserijblad werkte en de Baelskaai nog niet op Dubai probeerde te lijken.
De recensie kan niet om de vermelding heen van scenaristen Ethan Coen en Tricia Cooke die door ’t leven gaan als man en vrouw, alhoewel Tricia zich lesbienne noemt. (Het huwelijk blijft overeind, maar beide partners hebben ook ‘iemand anders’.) Cooke werkt al lang samen met Ethan Coen en ook met diens broer, want de Coen brothers zijn een begrip in de filmwereld (o.a. The Big Lebowski). Het echtpaar Coen-Cooke werkt aan een lesbienne-trilogie waarvan Honey don’t deel twee is. Bij de beoordeling van deze film denkt een mens al eens: ik mis de samenwerking met die andere Coen wel.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
Honey Don’t! (2025.) Regie: Ethan Coen | Scenario: Ethan Coen en Tricia Cooke | Cast: Margaret Qualley (Honey O'Donahue), Chris Evan (Drew Devlin), Aubrey Plaza (MG Falcone), Lera Abova (Chère), Jacnier (Hector), Gabby Beans (Spider), Talia Ryder (Corinne), Charlie Day (Marty Metakawitch), Billy Eichner (Mr. Seifried), e.a. | Speelduur: 89 minuten. De film is te zien op Netflix.
dinsdag 12 mei 2026
Miete Delanghe opzoeken
| De Lijnbaanstraat in Oostende, genoemd naar de touwslagerijen of lijnbanen die er zich destijds bevonden; bij de zuidelijke stadsuitbreiding (1781-1782) verhuisden de lijndraaiers naar het Hazegras, waar de lijnbanen tegen de nieuwe kazernes werden aangebouwd. De foto (Foto Roland) die mij hier als basis dient, toont ons de Lijnbaanstraat in de jaren vijftig. We zien nog de oude huizenrij die later grotendeels gesloopt werd. (Miete Delanghe, links in beeld, baat nu een winkel uit op de Oosteroever⇲.) |
Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde.
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.
Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)
maandag 11 mei 2026
Leren schrijven met Louis-Ferdinand Céline
| De foto's komen uit Les secrets d'écriture de Louis-Ferdinand Céline, interview uit 1959: ‘Voor een boek dat uit een manuscript van 2500 pagina’s zou beslaan, schreef hij 80.000 vellen papier vol, die hij met wasknijpers aan elkaar bevestigde.’ |
Het doet me denken aan een quote van Isaak Babel: ‘Een zin wordt geboren onder goed en tegelijkertijd onder slecht gesternte. Het geheim schuilt in een nauwelijks waarneembare wending. De hendel moet in je hand liggen en warm worden. Je moet hem één keer overhalen, niet twee.’ Alleen ziet het eruit dat Céline de hendel in almaar toenemende mate omdraait: ‘De correcties en veranderingen zijn niet te tellen, scènes worden omgegooid, weggelaten, uitgebreid, toegevoegd, te traditioneel lopende zinnen in stukken gebroken en anders gegroepeerd, te neutrale woorden en uitdrukkingen weggelaten of vervangen, bepaalde vondsten en anekdotes blijven gehandhaafd, andere vallen af.’ Ik haal het citaat bij vertaler Frans van Woerden die ze in een nawoord schrijft van Van het ene slot naar het andere. (°°) Hij vertaalt ook Dood op krediet en in een nawoord op dat boek schrijft hij hoe die nieuwe stijl er zo gekomen is. Na het meesterlijke Reis naar het einde van de nacht blijft Céline ontevreden achter. Hij vindt dat hij op de verkeerde weg zit. Hij moet van stijl veranderen. Van Woerden: ‘Wie de Reis en Dood op krediet naast elkaar legt zal weinig moeite hebben met de vraag of Céline hierin is geslaagd! Bij willekeurig doorbladeren wordt al vrij snel duidelijk dat het hier om een merkwaardig boek gaat: van traditionele zinsbouw is geen sprake, de tekst is doorzeefd met uitroeptekens en de zo beroemd geworden drie puntjes; de stijl is telegramachtig, korte zinnen volgen elkaar in adembenemende vaart op, het ritme, de klank en de kleur van het vocabulaire, dat doorspekt is met ‘argot’ (…), met medisch, technisch en ambachtelijk vakjargon doen hallucinerend aan.’ In Guignol’s Band zegt Céline daar zelf over: ‘Jazz heeft de wals op zijn kop gezet, je schrijft in telegramstijl of je schrijft helemaal niet!’ Ik vind de woorden niet meer weer in het boek, dat komt ervan als je vergeet er een streep onder te trekken, ik citeer uit het hoofd. Wel vind ik een aangekruist citaat van vertaler Frans van Woerden weer: ‘Wat de zinsconstructie betreft valt op dat Céline vooral bij de poëtische passages bijzonder vrij te werk is gegaan. Lidwoorden, voorzetsels, zelfs werkwoorden worden weggelaten, woordvolgordes omgegooid, alles omwille van ritme, klank, vaart, melodie. Dat zijn werk stilistisch voortdurend in turbulente ontwikkeling was is in Guignol’s Band overduidelijk.’
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Ik vertaal de woorden uit The Paris Review, the Art of Fiction No. 33.
(°°) Louis-Ferdinand Céline. Van het ene slot naar het andere. Vertaling Frans van Woerden. 1988. Meulenhof A’dam. 382 ps. Dat boek recenseerde ik eerder al in Een nazischrijver met stijl.
zondag 10 mei 2026
Het verlangen op de Oosteroever
OP DE DAG dat het mooiste meisje van de Oosteroever zich met een marineofficier verloofde, legden alle mannen op de Baelskaai spontaan het werk neer. Niemand wist hoe het nu verder moest met ons verlangen. Wijk stagneerde, vissersleven verslonsde, schepen werden niet langer onderhouden, vismijn vergaarde stof, Tips werd niet langer bedeeld, Jeroen Brouwers stierf… Zo kon het niet blijven duren. Aan Bernard Vanneuville van Focus vertelde de schuldbewuste marineofficier dat hij ons als troost een nieuw verlangen zou schenken. Alle matrozen scandeerden daarop hoera! hoera! Dat nieuwe verlangen bleek uit een oude, in beslag genomen, blauwe Cadillac te bestaan. (Flor Vandekerckhove⇲)
Het verlangen op de Oosteroever is een prozagedicht. Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023 Gesprekken met Polleke, een verzameling soortgelijke prozagedichten. Zo’n prozagedicht ziet eruit als proza, maar er is plaats voor ongeloofwaardigheid en ontregeling, prozagedichten mogen inconsequent en onbegrijpelijk zijn.
Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be⇲.
zaterdag 9 mei 2026
Louis-Ferdinand Céline en Jacques Tardi (Zegt één beeld meer dan duizend woorden?)
‘WE ZULLEN ZE duizend gore doden laten sterven! En om ze manieren bij te brengen halen we eerst hun darmen uit hun lijf, hun ogen uit hun kassen en de jaren uit hun stinkend kwijlerig leven! Kreperen moeten ze bij legioenen en nog eens bij legioenen, in de pan gehakt worden, leegbloeden, stikken in gifgassen, en dat alles om het vaderland dierbaarder, vrolijker en lieflijker te maken! En als er nog tuig bij is dat deze sublieme dingen dingen niet wil begrijpen, moeten ze zich maar onmiddellijk laten begraven met de anderen, nee, toch maar niet samen met ze, maar helemaal aan het eind van het kerkhof, onder een onterend grafschrift voor lafaards zonder idealen, want deze schoften hebben hun grandioos recht verloren op een stukje schaduw van het monument dat bij aanbesteding door de gemeente op het middenpad is opgericht voor de fatsoenlijke doden, en ook hebben ze het recht verloren iets op te vangen van de echo van de minister, die zondag weer bij de prefect komt pissen om na het middageten bewogen zijn smoel open te doen boven de graven…’
In Tracey Emin, het leven zoals het is in Strangeland stelde ik een vraag die het stukje ferm te boven ging: vertelt één beeld meer dan duizend woorden? Ik zei toen dat ik er ietwat over zou nadenken. Dat doe ik nu door twee meesters samen te brengen, een van het woord, Louis-Ferdinand Céline (°1894 - 1961†) en een van het beeld, Jacques Tardi (°1946). Céline schreef zijn Reis naar het einde van de nacht in 1932. Tardi maakte er tegen het einde van de jaren tachtig ruim vierhonderd tekeningen bij. Het geheel werd ook in het Nederlands uitgegeven. (°)
Waardoor het me duidelijk wordt dat ik die vraag toen, met betrekking tot het boek van Tracey Emin, niet had mogen stellen. Emin is een groot beeldend kunstenaar die daarnaast ook wel eens een boek publiceert. Het boek mag verdienstelijk zijn, het is niet het werk van ‘een schrijver’. Schrijven is niet hetzelfde als iets ‘opschrijven' of ‘over iets schrijven’. Schrijven veronderstelt de artistieke eis van transpositie (overbrengen van de realiteit in een andere vorm of gedaante). Wat ik niet zie in haar boek, zie ik wel in haar beeldend werk. My Bed ís haar leven uitgebeeld op ongeziene wijze. Uiteraard zegt een kunstwerk van Emin dan meer dan duizend van haar woorden.
Anders wordt het wanneer je woorden van een groot schrijver confronteert met beelden van een groot tekenaar. Céline schrijft in Reis naar het einde van de nacht niet gewoon over zijn leven, hij doet het in een nooit eerder geziene stijl. Tardi maakt niet gewoon tekeningen over Célines boek, hij verbeeldt het boek op ongeziene wijze. Bij vergelijking van de twee meesterwerken openbaart het cliché (°°) zich ten volle in zijn oppervlakkigheid. Wie Céline (woorden) en Tardi (tekeningen) tot zich neemt, weet dat de vergelijking er een is van appelen en citroenen.
Flor Vandekerckhove⇲
In Tracey Emin, het leven zoals het is in Strangeland stelde ik een vraag die het stukje ferm te boven ging: vertelt één beeld meer dan duizend woorden? Ik zei toen dat ik er ietwat over zou nadenken. Dat doe ik nu door twee meesters samen te brengen, een van het woord, Louis-Ferdinand Céline (°1894 - 1961†) en een van het beeld, Jacques Tardi (°1946). Céline schreef zijn Reis naar het einde van de nacht in 1932. Tardi maakte er tegen het einde van de jaren tachtig ruim vierhonderd tekeningen bij. Het geheel werd ook in het Nederlands uitgegeven. (°)
Waardoor het me duidelijk wordt dat ik die vraag toen, met betrekking tot het boek van Tracey Emin, niet had mogen stellen. Emin is een groot beeldend kunstenaar die daarnaast ook wel eens een boek publiceert. Het boek mag verdienstelijk zijn, het is niet het werk van ‘een schrijver’. Schrijven is niet hetzelfde als iets ‘opschrijven' of ‘over iets schrijven’. Schrijven veronderstelt de artistieke eis van transpositie (overbrengen van de realiteit in een andere vorm of gedaante). Wat ik niet zie in haar boek, zie ik wel in haar beeldend werk. My Bed ís haar leven uitgebeeld op ongeziene wijze. Uiteraard zegt een kunstwerk van Emin dan meer dan duizend van haar woorden.
Anders wordt het wanneer je woorden van een groot schrijver confronteert met beelden van een groot tekenaar. Céline schrijft in Reis naar het einde van de nacht niet gewoon over zijn leven, hij doet het in een nooit eerder geziene stijl. Tardi maakt niet gewoon tekeningen over Célines boek, hij verbeeldt het boek op ongeziene wijze. Bij vergelijking van de twee meesterwerken openbaart het cliché (°°) zich ten volle in zijn oppervlakkigheid. Wie Céline (woorden) en Tardi (tekeningen) tot zich neemt, weet dat de vergelijking er een is van appelen en citroenen.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Louis-Ferdinand Céline, Reis naar het einde van de nacht. Met tekeningen van Jacques Tardi. Uitg. Amsterdam Van Oorschot. 1989.
(°°) Paul Cooijmans zinspeelt als volgt op het adagium: ‘Eén woord zegt meer dan duizend tekeningen’.
vrijdag 8 mei 2026
Naar ’t ongewisse
| Op de Oostendse Baelskaai leidt De Laatste Vuurtorenwachter zijn haveloze woorden naar ’t ongewisse. |
Op YouTube staat een
oudere versie van dit verhaal
Naar ’t ongewisse is een prozagedicht. Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023 Gesprekken met Polleke, een verzameling soortgelijke prozagedichten. Zo’n prozagedicht ziet eruit als proza, maar er is plaats voor ongeloofwaardigheid en ontregeling, prozagedichten mogen inconsequent en onbegrijpelijk zijn.
Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be⇲.
donderdag 7 mei 2026
Tracey Emin, het leven zoals het is in Strangeland
VAN DE SCHOKKENDSTE elementen van haar leven maakt ze bekenteniskunst. Daar kende Tracey Emin (°1963) in de jaren negentig een spetterende doorbraak mee: My Bed. Ik schreef er al over in Is dat kunst?, vraag die menigeen zich toen stelde. Nu loopt in Londen nog tot 31 augustus een overzichtstentoonstelling van haar werk: A Second Life. Uit die tentoonstelling bracht Marijke Strangeland (°) voor me mee. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 2005. Het exemplaar dat ik in handen heb is een mooi uitgegeven feesteditie, de 20 th Anniversary Edition. (°) Drie delen: Motherland, Fatherland, Traceyland; herinneringen aan moeder, het opzoeken van de vervreemde vader, het kind zoals het geworden is.
Toen ze dertien was, sloeg Tracey de schooldeur achter zich dicht. Daarna leerde ze in en uit de academie op een indruk-wekkende manier met kunst omgaan. Schrijven is uiteraard nog iets anders. Een Author’s Note op ’t einde van het boek, zegt er iets over. Ik laat de vertaling over aan Google: ‘’t Zou onredelijk geweest zijn je een boek te laten lezen dat vol spelfouten staat. Ik besliste dan ook om mijn spelling te laten corrigeren. Nu leer ik spellen.’ Er is wel meer met dit boek gebeurd dan een spellingcontrole. In de Engelstalige Wikipedia lees ik: Emin's editor for Strangeland was the British novelist Nicholas Blincoe. Wijselijk houdt ze (of haar redacteur) haar teksten kort en eenvoudig, iets wat ikzelf ook nastreef. In het boek wisselt ze genres af, iets wat ik ook in toenemende mate in mijn boeken doe. Wat maakt dat Strangeland voor mij een herkenbare, aangename leeservaring geworden is.
Ik stip passages aan die met haar beeldend werk sporen, maar constateer dat wat-geschreven-wordt niet op diezelfde, harde manier aankomt. Betekent het dat ze schrijvend mislukt, waar ze beeldend slaagt? Komt het door het medium: schrijven versus uitbeelden? In het boek staat een passage met dagboeknotities die ze verzamelt in From a Week to Hell. Op maandag is dat: ‘Ik werd wakker met vreselijke kiespijn. Ik heb vijftig pijnstillers genomen en een ton kruidnagelolie opgesmeerd. Ik ging te laat mijn pillen halen; en twee verdomde uren te laat voor de morning-afterpil. Ik moest een spiraaltje laten plaatsen: een stukje koperdraad om een plastic haakje gewikkeld. Onbeschrijflijke pijn toen het in mijn baarmoederhals werd geduwd. Mij werd verteld dat het er na een week uit kon en dat ik dan niet zwanger zou zijn.' Die maandag is waarlijk een dag vol kommer, maar ik kan me wel voorstellen dat het in een Emin-schilderij een duizeligmakende slag in je gezicht zou zijn! Heeft het te maken met het cliché dat zegt dat één beeld meer vertelt dan duizend woorden? Nog terwijl ik de vraag stel, begrijp ik dat het nadenken erover de grenzen van deze recensie te buiten gaat. (Ik kom er in een vervolgstukje op terug.)
’t Is niet dat ik vrouwelijke kunstenaars per se aan een vent wil koppelen, maar ik ging in het boek toch op zoek naar een passage over Billy Childish (°°), ex-partner van Tracey en punkartiest. Dat komt doordat ik in 2023 al over die mens geschreven heb in Billy Childish blaast de grens tussen amateurisme en professie op. Op pagina 139 spreekt ze over een man waarmee ze omging toen ze negentien was. Ze noemt hem niet bij naam, maar Billy Childish is er zeker van: dit gaat over hem. En in Some big twists and other mighty stretches ontkracht hij expliciet wat ze daar over hem zegt.
’t Is niet dat ik vrouwelijke kunstenaars per se aan een vent wil koppelen, maar ik ging in het boek toch op zoek naar een passage over Billy Childish (°°), ex-partner van Tracey en punkartiest. Dat komt doordat ik in 2023 al over die mens geschreven heb in Billy Childish blaast de grens tussen amateurisme en professie op. Op pagina 139 spreekt ze over een man waarmee ze omging toen ze negentien was. Ze noemt hem niet bij naam, maar Billy Childish is er zeker van: dit gaat over hem. En in Some big twists and other mighty stretches ontkracht hij expliciet wat ze daar over hem zegt.
Hoe dan ook, soms zijn haar herinneringen heftig, maar soms gaat het er ook rustig aan toe. In Fatherland vindt Tracey een soort rust door haar Turkse wortels te verkennen. Met haar vervreemde vader plukt ze olijven en wisselt ze familieroddels uit. Dat deel vangt aan met een hilarisch bezoek aan een waarzegster. Ja, er mag al eens gelachen worden.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
(°°) Over de relatie van die twee is veel te vinden in Tracey Emin and Billy Childish: a turbulent relationship behind one of British art’s most famous stories.
woensdag 6 mei 2026
Kraanvogels, haring en toeristen
| Aan de oever van de Noordede schrijf ik een verhaal over de Oostendse Baelskaai, waarin ook Gerard Dangreau (°1930 - 2006†) voorkomt, wat er een licht surrealistisch retroverhaal van maakt. De inhoud wordt mee bepaald door de vorm die ik mezelf opleg: drie keer exact honderd woorden: 100 voor de opening, 100 voor het midden en 100 voor het slot. |
Het toeristische seizoen nadert zijn hoogtepunt, de vraag naar haring piekt. Hij rijdt nu fulltime rond met bokalen rolmops. Tijd om te schrijven heeft hij niet. Ineens wordt het teveel voor de schrijver, waardoor het verhaal plotsklaps een onvoorziene wending neemt. Met zijn camionette rijdt hij weg van Dangreau (°). Op de Baelskaai wordt de auto ondergescheten door de massaal terugkerende kraanvogels. Alzo ontstaat het conflict waar het in zo’n verhaal toch om te doen is. De schrijver rijdt verblind verder tot hij weer aan honderd woorden komt, alsmede tot stilstand tegen een paal, want ook het middendeel is een drabble.
Rest de schrijver, tevens protagonist van dit verhaal, alleen nog een slot te bedenken, in honderd woorden uiteraard, net als de opening en ’t midden. De ruitenwissers doen hun werk en na tien minuten zwiepen is er genoeg kraanvogelstront van de voorruit geveegd opdat hij de situatie onder ogen zou kunnen zien. Wat hij ontwaart is de werkelijkheid. Op de Baelskaai bestaat Dangreau allang niet meer en degenen die daar nu wonen hebben geen interesse in zijn rolmops. Bovendien weet hij niet eens of kraanvogels (°°) bestaan, hoe ze er desgevallend uitzien en, ook niet onbelangrijk, of het wel trekvogels zijn.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Gerard Dangreau (2006†), geboren op 19 september 1930, begon in 1948 als visleurder met een ronde in Henegouwen en Wallonië. Door een zwaar ongeval kwam een einde aan deze activiteit. Na de zijn revalidatie werkte Gerard tien jaar in de Frigorifères du Littoral van Crops waar vismeel gemaakt werd. Nadien werd hij visfileerder, chauffeur en ijsvervoerder. Hij begon in 1958 ook een winkel op het Vissersplein in Oostende, maar bleef intussen bij Crops aan de slag als frigoman. In 1962 startte hij met een groothandel in pakhuis 64 in de vismijn. Acht jaar later stapte hij in de zaak van zijn vader aan de H. Baelskaai en bouwde deze uit tot een onderneming voor verse vis, inleggerij, mayonaise, sausen, slaatjes en later ook diepvriesproducten. Hij stond bekend als een maatjesspecialist.
(°°) In de Griekse mythologie was de kraanvogel een voorteken, zo ook in dit verhaal.
Nadat het leven me van stad naar stad had gebracht, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik in Bredene neer, waar ik ook mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen van schoolmakkers op, jongens waarmee ik tijdens m’n tienerjaren de schoolbanken in een Oostends college deelde.
Had het iets te betekenen, het leven van die babyboomers in de sixties? Ik schreef er een boekje over, Tienerklanken, zo genoemd naar een TV-programma dat in die tijd voor ons gemaakt werd. Dat boekje is nu beschikbaar.Tienerklanken is een e-boek (117 pagina’s in pdf of epub naar keuze), uitgegeven door De Lachende Visch en gratis verspreid door De Weggeefwinkel. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be en het boekje valt vandaag nog in je mailbox. GRATIS! (Vermeld: ‘Tienerklanken’ en zeg epub of pdf.)
dinsdag 5 mei 2026
Edna O’Brien, bevriend met Jacky Onassis
VAN 21 TOT 26 april ging in verschillende Belgische steden een Iers Filmfestival door. Daar werd ook Blue Road (°) getoond, documentaire over de Ierse schrijver Edna O’Brien (°1930 - 2024†). Voor mij was het een gelegenheid om haar memoires weer uit de kast te halen, Een meisje van buiten. (°°)
Dat boek heb ik in 2013 gelezen. Ik zie dat ik veel onderstreept heb, veel hoekjes omgeplooid ook. Altijd een goed teken, ik heb het intens gelezen. Die lezing laat ook een spoor achter in De Laatste: Edna O'Brien, een meisje van buiten.
Veel herinner ik me niet: dat de Ierse bevriend geweest is met Jacky Onassis (°1929 - 1994†) bijvoorbeeld, a.k.a. Jacky Kennedy.
Terwijl Edna O’Brien in New York is, waar een van haar toneelstukken wordt opgevoerd, belt Jacky Onassis haar op. Er ontstaat een vriendschap die tien jaar duurt. Over de laatste brief die ze van Jacky krijgt, zegt O’Brien: ‘(…) op donker hyacintblauw papier, geschreven op haar sterfbed, was een en al optimisme, de lente, wat we allemaal zouden doen, weer in volle vaart leven. Het was niets pathetisch; het was zelfbehoud. In een ver verleden was ze First Lady geweest, iemand die zeker wist dat ze geliefd was, en het meisje in haar hield daaraan vast. Het was haar pantser en het hielp haar om met verbazingwekkende kalmte de grootste verschrikkingen te verduren. (…) zij zag het leven door een roze bril en toen zij het verliet, was haar droom nog intact.’
Ik weet niet goed waarom ik juist dit stukje citeer. Misschien wil ik tonen dat het ‘meisje van buiten’ ook een behoorlijke hap mondain leven achter de kiezen had. Misschien is ’t om weer een steentje aan mijn reeks memento mori toe te voegen, in het besef dat we allemaal moeten gaan.
Flor Vandekerckhove⇲
Dat boek heb ik in 2013 gelezen. Ik zie dat ik veel onderstreept heb, veel hoekjes omgeplooid ook. Altijd een goed teken, ik heb het intens gelezen. Die lezing laat ook een spoor achter in De Laatste: Edna O'Brien, een meisje van buiten.
Veel herinner ik me niet: dat de Ierse bevriend geweest is met Jacky Onassis (°1929 - 1994†) bijvoorbeeld, a.k.a. Jacky Kennedy.
Terwijl Edna O’Brien in New York is, waar een van haar toneelstukken wordt opgevoerd, belt Jacky Onassis haar op. Er ontstaat een vriendschap die tien jaar duurt. Over de laatste brief die ze van Jacky krijgt, zegt O’Brien: ‘(…) op donker hyacintblauw papier, geschreven op haar sterfbed, was een en al optimisme, de lente, wat we allemaal zouden doen, weer in volle vaart leven. Het was niets pathetisch; het was zelfbehoud. In een ver verleden was ze First Lady geweest, iemand die zeker wist dat ze geliefd was, en het meisje in haar hield daaraan vast. Het was haar pantser en het hielp haar om met verbazingwekkende kalmte de grootste verschrikkingen te verduren. (…) zij zag het leven door een roze bril en toen zij het verliet, was haar droom nog intact.’
Ik weet niet goed waarom ik juist dit stukje citeer. Misschien wil ik tonen dat het ‘meisje van buiten’ ook een behoorlijke hap mondain leven achter de kiezen had. Misschien is ’t om weer een steentje aan mijn reeks memento mori toe te voegen, in het besef dat we allemaal moeten gaan.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Blue Road - The Edna O’Brien Story — Regie: Sinéad O’Shea. Productie: Claire McCabe, Eleanor Emptage, Sinéad O’Shea. Executive Producer: Barbara Broccoli, Katie Holly, Niamh Fagan, Jack Oliver, Kathryn Ferguson. Cinematografie: Eoin Mc Loughlin, Richard Kendrick. Taal: English. Land: Ireland, United Kingdom. 2024. 1h 38m.
(°°) Edna O’Brien, Een meisje van buiten. 2013. De Bezige Bij A’dam. 397 p.
Abonneren op:
Posts (Atom)