zaterdag 27 februari 2021

En alzo nadert De Maand van het Provovers zijn einde



Februari is ten huize van De Laatste Vuurtorenwachter uitgeroepen tot de Maand van het provovers, een literaire vorm die ikzelf uitvind, en waarmee ik doelbewust een genre creëer dat zich tussen proza en poëzie ophoudt. Dit zijn de voorwaarden waaraan een provovers moet voldoen:
(1) inhoudelijk is het een klassiek verhaal: protagonist, conflict, uitkomst; 
(2) dat verhaal is een drabble, het telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen;
(3) de titel bestaat uit één woord, nooit een eigennaam;
(4) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft);
(5) het kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie. (Flor Vandekerckhove)


Beide zijn oudere verhalen. Ze worden als drabble opgenomen in het e-boek 99 extreem korte verhalen (2019). Van beide bestaat ook een youtubefilmpje. ‘eten’ kun je hier bekijken, het heeft als aangename bijkomstigheid dat er Franse ondertitels aan toegevoegd werden van het soort waarvan men zegt dat er haar op staat. Ook 'experiment' kreeg een filmpje. Daarin wordt het verhaal verteld in een monoloog door een oude stripfiguur uit een Amerikaanse krant, waarmee ik de surrealisme-light kant van het verhaal extra benadruk: klik hier.

vrijdag 26 februari 2021

Ontdaan van kleren sta je naakt

— Twee tekeningen van de surrealist Roland Topor. Links: de schrijver is als een stilstaande reiziger die beschrijft wat aan hem voorbijtrekt. 

Rechts: wanneer de woorden uit hun verhaal losgerukt worden, schrikt de schrijver zich een hoedje. —



Iemand maakt onverwachts een wikipediapagina over me. Dat is schrikken. Op die pagina word ik geciteerd, waardoor ik nog meer schrik. Mijn woorden staan daar naakt te kijk, ontdaan van hun kleren, met name het verhaal waarin ze zich normaliter ophouden. Het lijkt op een literaire variant van sexting, een onbedoelde naaktheid die pijn aan d’ogen doet: ja, dat ben ik, maar 't is niet de bedoeling dat je me zo naakt te zien krijgt.
Nooit eerder meegemaakt! Anderen daarentegen hebben al langer last van mijn naakte woorden. Journalisten van de nationale pers, van radio en TV denken in 1988 dat ik de ‘echte’ laatste vuurtorenwachter ben. ‘Neen dus, ’t is 't verhaal van iemand die gewoon vlak naast die toren woont.’  (Zij weer naar Brussel.) En was het dát maar… Directeurs, ministers, voorzitters, secretarissen, kleine zelfstandigen & grote kapitalisten — en ook een paster, ja, een aalmoezenier — hebben me een kwarteeuw lang naakte woorden van De Laatste Vuurtorenwachter onder de neus geduwd: ‘Hebt gij dat geschreven?’ Wel zeker. ‘Maar dat is niet wáár!’ Ja, dat komt doordat ge ‘t uit zijn verhaal haalt hé, in een verhaal zit waar en onwaar naast elkaar (let op het rijm).
Never explain, never complain. Maar ge betaalt er wel een prijs voor. Adverteerders en abonnees laten het magazine vallen waarin uw verhalen staan, op den duur leeft ge van de steun. De manager van een weekblad placht mijn verhalen te lezen als waren ‘t nieuwsberichten, dat is dan ook niet blijven duren. En ge maakt er evenmin vrienden mee. Een oud-schoolmakker vindt dat ik hem in een litanie in de rechterhoek plaats. Godverdomme, denkt ge op zo’n moment, waarom slagen mensen er niet in om dat als een verhaal te lezen? ’t Komt doordat ze enkele woorden uit dat verhaal wegrukken hé, en die vervolgens naakt voor ’t voetlicht plaatsen.
’t Komt ook doordat een verhaal niet altijd lijkt op wat men daarover op school leert. Soms krijgt het de vorm van een brief, soms heeft het iets weg van een essay of van een reisverslag, soms ziet het eruit als een gedicht… ’t Zijn vermomde verhalen. En ’t komt vooral door de stijl. Stefaan Pennynck schrijft dat overdrijving een kenmerkende stijlfiguur van mijn werk is. Dat valt niet te verhelpen: le style c’est l’homme. Mij overkomt bijgevolg wat elkeen overkomt die heftig over ’t leven schrijft. Aan Joke Van Caesbroeck vraagt men of ze nog altijd zoveel drinkt. Herman Brusselmans krijgt het aan de stok met Ann Demeulemeester en Isaak Babel met maarschalk Boedjonny. Johan Anthierens schiet ermee in eigen voet, Dimitri Verhulst wordt na De helaasheid der dingen met woeste familie geconfronteerd, Delphine Lecompte ligt al eens met haar moeder overhoop. Van Edouard Louis wil men weten of het met zijn vader weer goedgekomen is…

Flor Vandekerckhove


Nog niet in de Wikipedia…

Annabel Verlee

www.youtube.com/watch?v=jACwttp6ssM


donderdag 25 februari 2021

De ontdekking van mijn eigen basement tapes



Annabel Lee is een Amerikaans gedicht van Edgar Allan Poe (1809-1849), meester van de griezel. Het baadt in archaïsch woordgebruik, wat het vertalen zowel gemakkelijk als moeilijk maakt. Gemakkelijk, omdat je dan ook het Nederlands archaïscher kunt houden, wat extra vertaalmogelijkheden biedt; moeilijker omdat zo’n oud gedicht op rijm staat, iets wat je, vind ik, in de vertaling moet behouden. Er bestaat hoe dan ook geen betere manier om het metier te leren en je haalt en passant nog een brok cultuur in huis ook. Je komt hier bijvoorbeeld te weten dat Joan Baez het gedicht zingt. En omdat de internetafstand tussen Baez en Bob Dylan klein is, kom je, na enig surfen, ook te weten dat Bob Dylan het reciteert, wat weer een zee aan nieuwe mogelijkheden openbaart, zoals bijvoorbeeld een duet waarbij de grote Bob Dylan en ik het samen doen. Hoezo, het samen doen? Wel, kijk eens naar het youtubefilmpje dat onderaan dit kader staat. (Flor Vandekerckhove)




Omdat ik in mijn kelder een sm-lockdownfeestje wilde brouwen, ruimde ik daar de boel op. Alzo doende stootte ik op een oude bandopnemer, een magnetophon zoals ze in elektriciteitsmiddens zeggen, met nog tape op. Uit curiositeit stak ik het snoer in het stopcontact en wat hoorde ik? Mijn eigen basement tapes! Kunt ge u dat voorstellen? Bob in ’t Engels en ik in ’t Nederlands.

Who the fuck is Alice Annabel Verlee

www.youtube.com/watch?v=jACwttp6ssM

dinsdag 23 februari 2021

’t is nooit ’t een óf ’t ander

Iemand roept me toe: ‘Ha Flor, proficiat met je verjaardag hé!’ Ik zwaai en stap verder, mijmerend over de vlakte van de ouderdom die zich voor me uitstrekt en de zee die kabbelt als de eeuwigheid waarin ik straks verdwijn. Normaliter ben ik geen mens die zich met leeftijden bezighoudt, maar deze keer is het anders: 72. Ik heb er al twee gedichten van gemaakt, 't zit me hoog. Het eerste heet De mij resterende taak. De geschreven versie lees je hier, het filmpje staat daar. Het tweede is een provovers, ook dat heb ik al in de blog geplaatst. Omdat februari Maand van het Provovers is, plaats ik het hieronder nog eens, naast een nieuw, een derde verjaardaggedicht, een waarin deze keer droefgeestigheid klinkt. Waardoor we naast elkaar zien staan: links baldadigheid, rechts weemoed. Waardoor ik mijn levensmotto tot op deze hoge leeftijd eer weet aan te doen: ’t is nooit ’t een of ’t ander, ’t is altijd ’t een en ’t ander. (Flor Vandekerckhove)


Zo ziet weemoed 
er op youtube uit

maandag 22 februari 2021

Mercator, de man die aan ‘den put’ ontsnapte

— In Rupelmonde houden ze de herinnering aan Mercator levend.
Links, de toren waarin hij zeven maanden opgesloten werd. —


Volgens Dirk Draulans is Gerard Mercator  De Grootste Belg. Je kunt hier nog altijd het filmpje bekijken waarin Dirk zijn held bezingt. Op 5 maart 1512 zijn pa en ma in Rupelmonde op familiebezoek, 't is dus toeval dat Gerard Mercator alhier geboren wordt. In Rupelmonde woont nonkel Gisbert die ook later zeer bepalend voor de jongen is. Naar die nonkel komt de jonge Gerard terug om hier te lande te studeren. Die studies renderen: Gerard Mercator wordt wereldwijd bekend als cartograaf.
’t Zijn wrede tijden. Samen met onze moeder de heilige kerk heerst Keizer Karel over de dingen, en die twee doen dat met harde hand. Wie vragen stelt wordt verketterd. Ook Gerard Mercator deelt in de brokken. Als hij weer eens naar Rupelmonde komt, deze keer om de erfenis van nonkel te regelen, wordt hij opgepakt en in de burcht van Rupelmonde opgesloten, hem wordt een onderzoekende geest ten laste gelegd. Zeven maanden in de kerkers — ik lees elders ook zes en acht — en al zijn bezittingen aangeslagen. In die tijd heet dat: ‘er goed vanaf komen’. Dat is inderdaad het geval als je ziet wat anderen in dat jaar te wachten staat. Zij worden onthoofd of belanden op de brandstapel. Wat denk je trouwens van deze voorbeeldige straf? Antonia van Roesmaele en Katelijn Metsys worden aangehouden omdat ze er een ander gedacht op nahouden. Op 15 juni 1543 worden ze veroordeeld ‘tot den put’.  Op de Grote Markt van Leuven worden ze levend begraven.

Flor Vandekerckhove


En nu iets helemaal anders

zaterdag 20 februari 2021

Maand van het Provovers presenteert heden twee nonnenverzen

Je weet wat ze zeggen: je eerste non vergeet je nooit, en da’s bij mij niet anders. Alleen is het zo dat mijn eerste non verschillende gedaantes aanneemt, allee, in mijn geheugen hé. Telkens heeft ze iets met een breiplankje te maken, het genagelde plankje waarmee wij, kleuters, een sjaal moesten breien. In mijn herinnering laat de non me kiezen tussen breien of tekenen, en als blijkt dat ik voor tekenen kies, verplicht ze mij toch te breien. Ik ga niet zeggen dat ik er een trauma aan overgehoud, maar ik ben het evenmin vergeten. Wat daarna volgt is pure verbeelding. Hoe heb ik haar geantwoord? Van twee mogelijke antwoorden heb ik een provovers gemaakt. In het eerste provovers blijkt de non tot compromis bereidt. het filmpje van dat compromis heb ik al eens gepubliceerd, het staat hier. Ook van het andere provovers, waarbij de non in een veel strijdvaardiger versie verschijnt, bestaat nu een filmpje en dat plaats ik onderaan de twee provoverzen. (
Flor Vandekerckhove)

Een strijdlustige non op youtube

www.youtube.com/watch?v=PmPod5tp_8o&t=16s

vrijdag 19 februari 2021

Wordt gezocht: de platte duin

— Bovenaan: twee historische foto’s, beide genomen vanaf de bovenverdieping van hotels in de Kapel(le)straat van Bredene. Onderaan de situatieschets die dr. Pierre de Maeyer me achteraf toestuurt, vertrekkend van Google View. De rode pijl op de drie beelden toont de plek waar de ‘platte dune’ lag. Pierre geeft uitleg bij de andere kleuren: magenta is het traject van de Koninklijke baan vóór de ontdubbeling; de nieuwe ontdubbelde baan is gearceerd, wat duidelijk maakt dat de platte duin niet verdwenen is door deze wegenwerken. Geel is de oude trambedding. Wanneer we oostwaarts het flatgebouw Astrid naderen, buigt de nieuwe tramlijn (tussen de gearceerde baanvlakken) af, waardoor daar duingebied gewonnen wordt. Onderaan onderstaand stuk legt De Maeyer overtuigend uit, hoe het platte duin dan wel verdwenen is. —




Halverwege vorige eeuw — zelf was ik nog een knaap — organiseerden iets oudere jongens alhier een voetbalmatch op een plat stuk duin, ‘de platte dune’. Zelf herinner ik me die match als een jaarlijks terugkerend evenement, waarnaar wij, straatschoffies, danig uitkeken. De enen waren jongens uit onze wijk, Bredene Duinen, de tegenstrevers waren van ’t Dorp of ’t Sas. Die eerste jongens kenden we, dat waren ‘onze’ grote jongens; de bezoekende ploeg daarentegen was ons vreemd. Die jongens woonden nauwelijks enkele kilometers verder, maar in die tijd bestonden er nog afstanden. Ge kunt u dat vandaag niet meer voorstellen, maar twee kilometer veroorzaakte al een aparte identiteit. In ‘t Dorp heerste de landman over de dingen; op ’t Sas werkten vaders in de Pescator en moeders in de sprotfabriek; mijn ouders daarentegen pluimden kiekens en toeristen.
‘t Is me om die platte duin te doen. Boven dit stuk plaats ik twee foto’s. Links ziet ge op de voorgrond het nog altijd bestaande minigolfterrein in zijn prille beginjaren, de foto rechts (1920) toont het ‘duingat’. Over beide foto’s valt veel te vertellen, maar mij interesseert nu alleen de achtergrond waarop ik een pijl richt: de platte dune.
Oude Bredenaars zullen het met me eens zijn dat de aangewezen duinen een veel groter plat hadden dan nu. Ik zou graag weten waar die platte duinen naartoe zijn. Weg, zult ge zeggen, ja maar… Werd een deel van dat duin ingepalmd door de ontdubbeling van de Koninklijke Baan? Of is het een natuurfenomeen? Zijn de hoge duinen gaandeweg opgeschoven en heeft dat opgeschoven zand het duin opgehoogd? Is het hoge duin breder geworden? Bestaan er metingen die ons iets leren over de hoogte/breedte van de duinen doorheen de jaren? Kent gij iemand die zo’n dingen weet? En ’t belangrijkste van al: kan die mens me dat klaar & duidelijk uitleggen?
Blijkt dat die mens Pierre de Maeyer is: ‘Het platte gedeelte van die duinen is verzand. De duin is daar nu aflopend. Ook de overgang tussen duin en fietspad is veel hoger geworden. Je herinnert je wellicht dat de Koninklijke Baan daar vroeger onderstoof. Nu is er op die duinen veel vegetatie wat het zand ter plekke houdt en in toenemende mate ophoopt. Hetzelfde doet zich voor ter hoogte van de Zeelaan, aan de trap die daar over de duinen loopt. Daar heeft ooit een, inmiddels ondergestoven betonnen trap gestaan. Het plat aan de kant van de Koninklijke baan is ook bijna volledig verdwenen.'

Flor Vandekerckhove


In De Haan hebben ze ook platte duinen,

daar spelen ze golf op

 www.youtube.com/watch?v=57QZKbWz4rc

donderdag 18 februari 2021

Vlaamse schrijver publiceert het eerste Engelstalige provovers


Gevonden poëzie! Paul van Ostaijen doet het, K. Schippers, Jules Deelder, Armando, Cornelis Bastiaan Vaandrager, C. Buddingh', Peter Holvoet-Hanssen en hier ook ik. Vandaag doe ik het weer. 
Dat gaat alzo. Op ’t net zoek ik naar informatie betreffende Sally the Sleuth, een oude comic, voor het eerst gepubliceerd in 1934. [Eerst dacht ik dat je dat mocht vertalen als Sally de Slet, dat bleek fout. Sleuth is speurder, detective.] Op die zoektocht passeer ik onderweg Pulic Domain dat cultuuruitingen met een vervallen copyright ter beschikking stelt. Daar vind ik een beschrijving van de heldin, met daarnaast een tekstwolkje uit de strip: samen exact 100 woorden. Als drabble is ’t een readymade en ik hoef er woordelijk ook nauwelijks iets aan te veranderen om er een provovers van te maken. En dat zowel in ’t Engels als in de Nederlandse vertaling. Als dat geen gefundenes Fressen is, weet ik het ook niet meer: het eerste Engelse provovers! Zeer geschikt om aan bod te komen in deze Maand van het Provovers. (Flor Vandekerckhove)



Sally the Sleuth op youtube

www.youtube.com/watch?v=Rnw8wc8QdWM

woensdag 17 februari 2021

Veel talent, weinig kunst

— Bovenaan.  Links: Als de mensen weg zijn, komen de dieren weer. Midden, het treinongeval op Gare Montparnasse. 

Rechts: David Uhl laat het ongeval de daad zijn van een Britse saboteur, een werk in het genre van de steampunk. 

Onderaan: van links naar rechts: David Uhl, Liberace, Dan Brown. —



Sommige mensen hebben bakken talent. Ze hebben een stem die betovert, beschikken van nature over een vlotte pen, spelen piano zonder muziek te lezen, maken tekeningen alsof ’t niets is en als geen ander spelen ze met kleuren… Ze zijn ook in staat om te ‘leveren’ — de markt vraagt, zij produceren — ze maken vlot verkopende doeken/boeken. En toch. Toch maken ze niet echt deel uit van de kunstwereld. Daar moet ik aan denken terwijl ik op een schilderij van David Uhl stoot. Buffels op de prairie, het doorgeroeste wrak van een Harley-Davidson, een touch van blauwe bloempjes. Een genre dat American romantic realism heet. Ik plaats het beeld bovenaan links in de fotomontage.
In de kunstscene wordt Uhl, denk ik, op dezelfde manier bekeken als Liberace in de muziekwereld en Dan Brown in de letteren: bakken talent, nauwelijks kunst. Dat komt door wat Pierre Bourdieu ‘veld’ en ‘habitus’ noemt. (°) Net als alle andere milieus — pers, arbeidersklasse, middenstand, clerus… — gedraagt de kunstwereld zich op een eigen manier. Wie zich daar niet naar voegt — wie bijvoorbeeld in de kunsten al te zeer de markt omhelst — plaatst zich erbuiten. 


Als kind verkoopt David Uhl al aan klasgenoten, hij heeft zoveel talent dat hij als enige een beurs krijgt waarmee hij heel de Colorado Institute of Arts mag doorlopen. Iemand anders zou zich de vingers aflikken, maar David breekt die studies voortijdig af om met instant succes freelance illustrator te worden: Coca-Cola, Apple, IBM, Federal Express, Time magazine… Hij is nog geen dertig als hij al de Uhl Studios opricht. Daar maak je ook vandaag kennis met zijn werk, alsmede met de sympathieke manager Greg die u maar wat graag bij uw aankopen begeleidt: olieverf, aquarel, print, whatever… U doet er goed aan meteen toe te slaan, legt Greg voorbeeldig uit, de prijzen zijn stijgend.
Daar stoot ik in de catalogus op Saboteur, een schoolvoorbeeld van steampunk. De achtergrond is me bekend van een poster bij de tandarts: Treinongeval op Gare Montparnasse. Op de voorgrond schildert Uhl een moto met gothic meid. In een spiegel bekijkt zij de achterliggende ravage. (In de fotomontage, bovenaan rechts.) Uhl zegt er zelf over: ‘dat dit het meest complexe werk is dat ik ooit heb gemaakt. Zoals je weet, is de steampunk-serie edgy en verlegt ze de grenzen van waar het bij motorkunst om draait. Dit wilde stuk interesseerde me vanwege de verhitte rivaliteit tussen Fransen en Engelsen tijdens het Victoriaanse tijdperk, en dat is waar steampunk om draait. Onze dame rijdt op een hoogtepunt van de Britse techniek, de vroege Brough Superior, en staat klaar om de schade aan het prachtige treinstation Montparnasse in Parijs te beoordelen. ’t Is aan de verbeelding van de kijker om de rest van het drama samen te stellen.’ Model voor ‘onze dame’ staat trouwens een bekende racer. U moet hier eens naar haar website kijken.

Flor Vandekerckhove


(°) Voor wat de literaire wereld betreft onderzoekt Bourdieu die in De regels van de kunst. Pierre Bourdieu. Vertaling Rokus Hofstede. De regels van de kunst. Wording en structuur van het literaire veld. 1994. Van Gennep, A’dam. De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (dbnl) biedt in haar Algemeen letterkundig lexicon terzake een lemma aan: veldtheorie.


Gezant van God 

https://www.youtube.com/watch?v=4IrZ9UKOIdA

dinsdag 16 februari 2021

Copywriter gehuld in aftershave



Wanneer ik van een verhaal een provovers maak, moet ik veelal een en ander aanpassen. De tekst moet al eens een nieuwe titel krijgen, want de titel van een provovers is nooit een eigennaam. Ik moet al de kapitalen uit de tekst weghalen, eveneens een eis die het genre me oplegt. Misschien moet ik ook kleine veranderingen in de tekst aanbrengen om een vlotte lezing te bewerkstelligen. (Flor Vandekerckhove)




De twee bovenstaande verhalen zijn volgens de regels van de kunst een provovers geworden. Maar nu dient zich een andere vraag aan. Zijn ze ook geslaagde proeven van surrealisme-light? [Weg van het realisme, maar verre van de pathetiek van het historische surrealisme.] Iets wat uit de inhoud moet blijken. In ‘aftershave’ volgen we in eerste instantie een Amerikaanse fat die zich optuigt om de wereld te veroveren, en op ’t einde blijkt dat die mens een proleet is die de tram van Bredene naar Oostende neemt. Ontplooit zich aldus geen licht surrealistisch tafereel? Wel dan. Kijk er eens naar, ik heb er mooie beelden bij geplaatst en ook een mooi muziekje: klik hier!


Het tweede provovers, copywriter, is naar de letter géén surrealisme-light, dat is een verhaal van puur uit het leven gegrepen realisme. Om er toch een ietwat surrealistisch tintje aan te geven, voeg ik Chinese ondertitels toe aan het filmpje dat ik van ‘copywriter’ gemaakt heb, niet het traditioneel Chinees natuurlijk, maar een vereenvoudigde soort, mij geleverd door een vertaalhuis van bedenkelijk allooi, Google Translation. Ge moet het zien om het te geloven: klik hier.

maandag 15 februari 2021

Ten huize van Anton van Wilderode



En zo bevind ik me in Moerbeke, voor het huis van wijlen Cyriel Paul Coupé (1918-1998), u bekend als dichter Anton van Wilderode. Ik voel me er ietwat onzeker. Van Wilderode is immers niet alleen dichter, hij is ook een militante flamingant. Als ze in die kringen vinden dat Wies Moens herdacht moet worden, is Anton prominent van de partij, wanneer de VMO stoffelijke resten van Cyriel Verschaeve in Vlaamse bodem smokkelt, staat hij vooraan in de huldiging. Ik ga hem geen nazi noemen, maar hij heeft vrienden die het wél zijn. Ja, ik voel enig onbehagen.
Dat onbehagen steunt op ervaring. Mijn eerste betoging maak ik als scholier mee in Oostende: Leuven Vlaams! Tijdens die betoging keert een groep zich tegen twee lieden die daar een pamflet uitdelen. Ik ben een onwetende neofiet, maar mijn maat Koen Levecke, die uit een wel zeer rechts nest komt, is alreeds een doorgewinterde manifestant. Ik vraag hem waarom die mensen geweerd worden en hij antwoordt: ’t zijn communisten. Veel betogingen later verneem ik van de Werkgroep Arbeid — nochtans ook flaminganten — dat zij op de IJzerbedevaart met geweld te maken krijgen en mijn ouwe maat Dirk Cosyns herinnert zich dat de RAL tijdens een betoging tegen het Egmontpact door Voorpost aangevallen wordt. Waardoor ik weet: mijn soort is in die middens niet welkom. Langer dan nodig blijf ik hier dan ook niet hangen. [Dat laatste zeg ik maar om te lachen hoor, in mijn tas zit een boek dat genoeg weegt om nationalisten van me af te slaan (°), ik neem op mijn gemak de tijd om door het huis te dwalen.]
Wat voorafgaat wil niet zeggen dat Anton van Wilderode geen goede dichter zou zijn. Laat me het zo zeggen: Céline is lang mijn lievelingsschrijver geweest, maar Célines antisemitische geschriften hou ik ver van me af, Pounds racistische radiostukjes eveneens en dat geldt ook voor Van Wilderodes nationalistische troep (‘Volk word staat’). Maar wanneer Anton in zijn regressieve gemijmer het verloren paradijs oproept, doet hij dat wel heel goed, vind ik. Zoals bijvoorbeeld hier: ‘In memoriam matris’. (Flor Vandekerckhove)


Als ik vanavond thuiskom ben je weg.
Ik zal de tuin inlopen rokend en verdrietig
om al het liefs dat ik je wilde zeggen.
Je zwarte stoel staat in het erwtenbed.
Je zat er vaak tussen twee beurten in
nog met je handen aan de groene lussen
een uur vol gras en vogels uit te rusten,
de druppels zweet al haastig weggewist.
Een fijne sluier zand ligt op je stoel.
Ik zal hem in spiraaltjes openblazen
want je bent weg, ik moet mij nooit meer haasten.
Voor hoeveel jaren is dat nu voorgoed.



(°) Ernest Mandel. Nationaliteit en Klassenstrijd in België. Ed. Gertjan Desmet & Hendrik Patroons. 290 pp. Uitg. IIRF, A’dam. 15 €. Te koop bij Vorming Leon Lesoil: bestellen? IBAN: BE09 0010 7284 5157 — BIC: GEBABEBB. Het wordt gratis thuisbezorgd.

zondag 14 februari 2021

Over Brigitte en over een golfer die geen vrouw kan houden



Om het provovers de bekendheid te geven die het verdient, publiceer ik er in februari 28 voorbeelden van, evenveel als deze korte maand dagen telt. ’t Is wat men een promotiecampagne noemt. Omdat ik tussendoor nog andere boodschappen verkondig, groepeer ik de provoverzen per twee. Vandaag heten die ‘robotstofzuiger’ en ‘golf’. Het eerste is een verhaal over mijn buurvrouw, Brigitte, die in mijn keuken onverwachts op de tafel komt staan en het tweede is een verhaal over een man die geen vrouw kan houden. Ja, ’t leven is geen lacheding; althans niet heel de tijd. (Flor Vandekerckhove)



‘robotstofzuiger’ kent een lange genese. Het is begonnen als een lang gedicht, onder de titel En verzadigd vlood het virus vlug weer voort. Wie op die in ’t blauw gezette titel drukt, wordt naar dat gedicht geleid, niet dat ik denk dat u dat zult doen hoor. Ik heb daar nu een provovers van gemaakt, ik weet ook niet waarom. U kunt het hierboven lezen en daarenboven kunt u ook het filmpje bekijken dat ik er vervolgens van gemaakt heb. U kunt dat filmpje over heel België verspreiden, er staan Franstalige onderschriften bij. Dat filmpje staat hier.


Geheel nieuw is ‘golf’. Dat is tegelijk ook een schoolvoorbeeld van surrealisme-light [da’s een zelfgekozen benaming voor wat ik in mijn poëzie nastreef; weg van het realisme, maar verre van de pathetiek die het historische surrealisme kenmerkt.] Stel u voor: ge zijt daar rustig een balletje aan ’t slaan en ge wordt opeens aangesproken door de god van de golfbaan, die zich met uw persoonlijk leven komt moeien. Pittig detail: dit provovers is alleenlijk ontstaan omdat ik eens iets wilde schrijven waarin het woord heiigheid voorkomt. Kent u dat woord? Heiig? Ge moet echt eens naar dat filmpje kijken, er staan mooie beelden bij. Klik hier.

zaterdag 13 februari 2021

Een godsbewijs



In den beginne is er het woord en vandaag begint alles met het woord lingerie. Ik denk niet dat ik er ooit met een man over gepraat heb en van de vele vrouwen die mijn liefdespad gekruist hebben, zijn er geen vijf die het weten: mij haal je gegarandeerd binnen met fijne lingerie, kledingstukken die zowel openbaren als verbloemen, die bedekken en accentueren, zowel kleden als ontbloten, die tegelijkertijd tonen en verstoppen, zowel onthullen als verhullen, die de grens afbakenen en tegelijk overschrijden… 
Sta me toe dat ik u iets over mijn seksleven vertel.
In de nadagen van Mei 68 baan ik me een weg naar een extreem links activisme en omdat ik er niks van afweet, steun ik alles wat zich aan die politieke uithoek voordoet. Maar! Wanneer Dolle Mina in 1969 een stuk lingerie verbrandt, vind ik dat een verwerpelijke actie. Ik heb daar toen niets over gezegd — de tijdgeest had het ook niet toegestaan — maar sindsdien weet ik: lingerie is onweerstaanbaar.
Het duurt daarna nog vele jaren voor die onweerstaanbaarheid zich concretiseert in iemand die zich alzo aan mij openbaart, een volbloed feministe nog wel: nylon kousen met achteraan een doorlopend zwarte naad, jarretellen die de kousen ophouden, broekje waarin kant op vernuftige wijze net geen inkijk geeft en een beha die bovenaan ’t zelfde doet. 
’t Is me niet om die kledingstukken an sich te doen — wat van mij een fetisjist zou maken — ’t zijn de alzo gemarkeerde overgangen die me in vervoering brengen: een beweging die almaar meer kous laat zien; de jarretelle die de kous op vernuftige wijze omhooghoudt; dan pas een naakt stukje dij; een rok die verder omhoogschuift, beweging die even ophoudt als ze me haar broekje toont. En onderweg dat stukje dij te mogen zien, mevrouw, maakt haar tot de mooiste aller vrouwen; dat alzo gemarkeerde stukje dij te mogen bevoelen, mevrouw, schenkt een man dermate veel genot dat hij het voor immer gecontinueerd wil zien — waardoor hij trouwens ook leert vrijen. Die lang van tevoren aangekondigde en toch plotse, verrassende overgang van cultuur naar natuur te mogen aanschouwen, likken, proeven, smaken, is ’t mooiste wat een man kan meemaken. Het is zoals Roland Topor het lang geleden al zo welsprekend zeide: Lingerie is het enige tastbare bewijs voor het bestaan van God.


Drie wankele godsbewijzen op youtube

op muziek van Dimer Geedts

www.youtube.com/watch?v=4BTo_WQsdoU


vrijdag 12 februari 2021

Heden word ik 72

Wie lang leeft, wordt oud, er zit niets anders op. Heden word ik 72, nooit gedacht dat ik ’t zo ver ging brengen. Geen mijner voorvaderen heeft zolang geleefd, ik ben waarlijk de oudste man van mijn geslacht. Als een veldmaarschalk op zijn retour overschouw ik het achterliggende strijdperk en constateer dat niet alleen mijn haarlijn, maar ook de hormonen, mijn stoottroepen, zich terugtrekken, traag maar gestaag. Binnenkort rest alleen nog achterhoede. Ik neem de trein die me van het strijdtoneel wegvoert, de groene 72, en laat mijn ouwe zelf in ’t station achter. Op de trein bezing ik mijn nieuwe jaar. ’t Is een wreed gedicht, maar dat komt doordat 72 een wreed jaar is. En kijk daarna eens naar onderstaand filmpje, waarin ik het gedicht met prikkelende beelden lardeer, alsmede met een stemmig muziekje uit de tijd dat Richard Anthony voor charmezanger leerde. En nu: op naar de 80! (Flor Vandekerckhove)


gratis


de trein waarop ik zit en die de groene 72 heet

rijdt weg en laat mij achter in de stad 

waar minnaressen wonen die niet kunnen minnen 

en dichteressen die niet kunnen dichten

en ik kijk door ’t raampje van de trein

die me achterlaat

en zie hen achter mij staan zwaaien

en zwááien dat ze doen

en zwaaien doe ik ook

naar mezelf die achterblijft

en naar al die minnaressen die niet kunnen dichten

en al die dichteressen die niet kunnen minnen

en omdat ik mijn ouwe zelf niet meeneem

is mijn reis met de groene 72 volledig gratis




De 72 op youtube

www.youtube.com/watch?v=SkKCErCCWG0

donderdag 11 februari 2021

Vissersverhaal wordt provovers

Een kwarteeuw lang heb ik Het Visserijblad uitgegeven. Dat was in een tijd dat de visserij gedecimeerd werd, een periode van totale neergang. In die tijd heb ik tal van socio-economische drama’s moeten beschrijven: vissersvaartuigen die ‘aan de ketting gelegd’ werden, vissers die marginaal in het leven kwamen te staan. Daar zijn tientallen verhalen uit voortgekomen. Twee ervan zijn inmiddels provovers geworden. (Flor Vandekerckhove)

Lang voor ‘curator’ tot provovers omgesmeed werd, stond het verhaal al op youtube. Daar staat het nu trouwens nog. Ge moet daar eens naar kijken, ik heb er mooie beelden en stemmige muziek aan toegevoegd. Mocht het Koerdisch voor u geen geheimen kennen, weet me dan eens te zeggen of ‘curator’ in de ondertitels correct vertaald werd als ‘berpirsiyar’. Klik hier


Ook van ‘hand’ bestaat al langer een filmpje. Daar heb ik geen muziek aan toegevoegd en evenmin wiegende zeeën, maar net als de schipper de ‘hand’ gezien heeft, zo zult ook u hem op youtube zien. Voor de rest weet ik uiteraard niet of u een woordje IJslands spreekt, maar indien dat het geval zou zijn, dan sta ik open voor suggesties, de reputatie van Google Translation is niet van dien aard er veel vertrouwen in te hebben. Oordeel zelf:  kijk hier maar.

woensdag 10 februari 2021

De blinde vlek van Jean-Paul Sartre



In Jean-Paul Sartre ontmoeten twee filosofieën elkaar: enerzijds een individualisme dat existentialisme heet en anderzijds het marxisme, filosofie van de sociale actie. De godfather van het existentialisme wordt na WO II inderdaad een linkse activist. 
Eerst gebeurt dat via het Rassemblement démocratique révolutionnaire dat Sartre mee helpt oprichten, een ‘rechtse variant van trotskisme’ (zo heb ik het ooit door Pierre, zoon van David Rousset horen formuleren.) Er zijn van meetaf aan grote geschillen tussen de tenoren en deze RDR kent maar een kort actief bestaan.
In de jaren vijftig neemt de koude oorlogssfeer toe en de communisten krijgen het in het Westen hard te verduren. Intellectuelen kiezen partij. Albert Camus verklaart zich ‘radicale reformist, radicale socialist en liberale humanist’, maar toch vooral anticommunist; Sartre daarentegen wordt anti-anticommunist. Vanaf 1952 kiest hij voor de Franse Communistische Partij, wel verduidelijkend dat zijn akkoord ‘bepaalde precieze en beperkte onderwerpen betreft, redenerend vanuit mijn principes en niet de hunne.’ Hij doet het dus niet zoals Roger Garaudy, Franse filosoof die jarenlang stalinist is en wiens uiteindelijke breuk ermee zo tragisch is, dat ik er een apart stukje over schrijf dat — u zult wel zien waarom — Drie keer kip heet. Sartre daarentegen is meer wat men een compagnon de route noemt. In 1956 is de inval van de Russen in Hongarije er trouwens ook voor Sartre teveel aan en hij breekt met de stalinisten. 
Of dan toch met die van Moscou. Want er is iets vreemds aan zijn engagement. Alhoewel hij in het Russell Tribunaal samenwerkt met Trotski's biograaf Isaac Deutscher en dus beter had moeten weten en alhoewel zijn tijdschrift Les Temps modernes openstaat voor debat en hij dus weet — Ernest Mandel heeft met het blad gedebatteerd, Claude Lefort, Pierre Naville… — wat er daadwerkelijk in de landen van het vermeende socialisme gebeurt, blijft hij de ontwikkeling ervan steunen, zelfs waar ze die steun geenszins verdienen, iets wat hij ook doet ten tijde van de grote moordpartij die Grote Proletarische Culturele Revolutie heet. Sartre lijdt aan een intellectuele blindheid die campisme heet.
In de sixties nemen linkse groupuscules in Frankrijk een hoge vlucht. Een ervan heet Gauche prolétarienne (GP) en La cause du peuple is er het krantje van. ’t Zijn lieden die het mao-spontaneïsme aanhangen, ze omarmen niet letterlijk de ideologie van Mao (zoals AMADA in Vlaanderen wel doet), maar een geromantiseerde Franse versie, en neen, ze schuwen geen geweld, je moet maar eens in de Wikipedia kijken. In 1970 wordt die GP buiten de wet gesteld, het krantje verboden. Het partijtje doet een meesterzet en vraagt aan Sartre om ‘juridisch directeur' te worden om alzo toch de publicatie te vrijwaren. Sartre aanvaardt: ‘uit solidariteit met degenen die in de gevangenis zitten omwille van een meningsuitdrukking’. Het minste wat je van dát engagement kunt zeggen is dat het machtig mooie foto’s oplevert van de Beauvoir en Sartre, twee Parijse topintellectuelen, die op straat een extreem links krantje uitventen.
Flor Vandekerckhove

dinsdag 9 februari 2021

Elk verhaal verbergt een ander



Alles inspireert. De straat, de mensen, je jeugd… Inspirerend zijn ook familieverhalen, films die je ziet… Ik kan geen song horen of ik ontdek er een verhaal in, een ander dan wat de songtekst me voorhoudt (ik heb in 2018 een lijstje opgemaakt van mijn verhalen door songs geïnspireerd, dat zijn er niet weinig: Een lied kan een verhaal verbergen.) 
Ook onderstaande twee provoverzen werden door andermans verhalen geïnspireerd. ‘forel’ haal ik uit Richard Brautigans roman Forel vissen in Amerika, mijn lievelingsboek. Ik vind in dat boek een dialoog tussen de schrijver en… mezelf. Het is tegelijk mijn eerbetoon aan deze auteur die eens ‘de vijfde Beatle’ genoemd werd. Ik heb al 1 en ander over deze Brautigan geschreven. Je vindt die stukjes als je in de labels op zijn naam klikt. Voor het tweede provovers dat ik je vandaag presenteer, ‘hinderlaag’, haal ik inspiratie in The Third Man, een van mijn lievelingsfilms. Een aantal personages uit de film komen in mijn verhaal terecht, samen met eigen volk: een ik-figuur en voorwaar ook meneer Delanghe die wel in meer van mijn verhalen opduikt. (Flor Vandekerckhove)


Van beide provoverzen bestaat een filmpje. Voor wat ‘forel’ betreft tonen de beelden je Richard Brautigan en mezelf, broederlijk naast elkaar poserend, met onze vangst. In tekstwolken zie je de dialoog die we voeren. Het filmpje staat hier


‘hinderlaag’ staat op youtube met beelden uit de film The Third man die me tot het verhaal geïnspireerd heeft. De muziek die je op de achtergrond hoort, is het thema van de film. Ik ben niet ontevreden over het geheel. Wat denk je zelf? Klik hier.


maandag 8 februari 2021

Een roman voor géén geld

De digitale wereld heb ik pas op late leeftijd ontdekt. De roman Het huis verhaalt mijn fascinatie ervoor. Deze allegorie voert ons in 12 bladzijden naar een oord — met name Het huis — dat me evenzeer fascineert als het me vreemd is, zo vreemd zelfs dat het me schrik aanjaagt: ‘(…) ik panikeer en ontvlucht de impasse, de berg af, naar het dorp.’ Vanuit de veiligheid van het vertrouwde dorp probeer ik dat onbekende oord in begrippen te vatten die ik uit de analoge wereld ken: Heb ik met malafide sjacheraars te maken, met lieden die gestolen waar verkopen? Verbouwen ze hier auto’s?’ Uiteraard slaag ik daar op die manier niet in. Erg is dat niet, het is immers, zoals Alessandro Baricco het over de opmars van het digitale zegt: ‘Niemand weet hoe het zal aflopen.’ 
Ik mag de digitale wereld dan wel niet goed begrijpen, hij legt me toch geen windeieren, mijn schrijfpraktijk krijgt er vaart door: ‘Je zult het je niet beklagen,’ zegt ze. 
En ’t belangrijkste van al: er is weer een nieuw verhaal geschreven, een allegorie deze keer. Vreemde wereld of niet, ’t gaat om het verhaal: ‘Hou toch op,’ antwoordt mijn vrouw, ‘maak nu maar gauw dat verhaal af, zodat w’r van af zijn.’ 

Flor Vandekerckhove


De derde editie van Het huis is een uitgave van De Lachende Visch — het e-boek (EPUB of pdf naar keuze) ligt NU in de etalage van De Weggeefwinkel — het e-boek Het huis is gratis en wordt u per kerende toegestuurd. — Mail erom: liefkemores@telenet.be


Advertentie Reclame Is Onze Enige Kwaliteit

zondag 7 februari 2021

Gerecycleerd telt ook


Er zijn twee soorten. Er zijn geheel nieuwe provoverzen en er zijn oude verhalen die ik tot provovers recycleer. Clementine en Dick zijn van dat laatste type. Oorspronkelijk zijn ‘t drabbles, ze werden in 2019 opgenomen in mijn e-boekje 99 Extreem korte verhalen. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze beide geïnspireerd werden door waarlijk gebeurde familieverhalen. Je vindt ze ook weer op youtube. Nu heb ik ze weer ter hand genomen om er provoverzen van te maken. De verhalen veranderen ietwat om aan de strenge provoversregels te voldoen, om dezelfde reden krijgen ze ook een andere naam. (Flor Vandekerckhove)

Beide verhalen zijn in een oudere versie te beluisteren op youtube. Het tweede — ‘weeuwe’ — heet daar nog Dick. Om een surrealisme-light effect te creëren werden er beelden uit een oude strip bij geplaatst met tekstwolken die niet alleen hilarisch zijn, maar ook een vervreemdend effect oproepen. Het verhaal werd Frans ondertiteld. Die vertaling is verre van perfect. Wie suggesties heeft voor de verbetering, mag me die altijd meedelen. Kijk eens of je er iets kunt aan doen en klik hier.


Ook het andere verhaal — ‘aangetrouwd’ — heeft een youtubefilmpje. Het heet daar nog ‘Clementine’. De naam werd in het provovers veranderd omdat er een regel is die zegt dat zo’n provoverstitel nooit een eigennaam mag zijn. De ondertitels in ’t Albanees werden me geschonken door Google Translation, een vertaler met een bedenkelijke reputatie. Ik denk niet dat ik lezers heb die deze vertaling kunnen verbeteren, maar wat niet is, kan komen. Kijk er eens naar en luister tegelijk naar ‘Douce France’: hier.

zaterdag 6 februari 2021

Griep en een bevroren zee

De winter van 1962-63 was zo hevig dat de branding bevroor. Tijdens die winter zijn we allemaal naar de zee gaan kijken, echt allemaal, er stonden files op de wegen. Allen hebben we het fenomeen ook op foto vastgelegd, zoals hier bovenaan links, Mariette Minne. Iedereen heeft genoten van de sneeuwpret op ’t strand, zelfs met ijssleeën (bovenaan links). Kusterfgoed heeft prachtige exemplaren in de collectie, De Plate en ’t VLIZ eveneens. Ook ik heb zo’n foto’s, maar nu ik ernaar zoek, zijn ze onvindbaar. Wel vind ik op ’t net een foto die me voor raadsels plaatst. Zien we op de foto die in 't midden rechts staat Oostende, gefotografeerd uit Bredene? Ik twijfel. Maar kijk, in verband met die foto is er inmiddels duidelijkheid. Daniel Lamoot merkt op die foto de bouw op van de koninklijke villa, wat geschiedde tussen 1953 en ’56. Wat tegelijk wil zeggen dat de foto niet in 1963 gemaakt werd. (Verder ziet hij op de achtergrond ook Buckingham hotel en de Sacre coeur hogeschool die onlangs werd afgebroken). Zegt hij: 'Het was misschien ook een koude winter, maar niet zo koud als deze van 1947 en 1963.' Dus, streep erdoor

Intussen kreeg ik twee foto’s toegestuurd, gemaakt in Bredene. Als de datering juist is, toont de foto van Hugo Jonckheere dat de weersomstandigheden ook in december al hevig waren. We zien hem met broer Willem en hond Mirza op ’t strand, (op de foto staat 1962). Rechts Annie Vansieleghem en Gerdje Noels in de besneeuwde duinen (1963).



Elk nadeel heeft zijn voordeel. En een extra voordeel van de coronamaatregelen is dat er dit jaar nauwelijks griep circuleert. In heel België telt men deze winter nog maar maar 14 mensen met griep, nooit eerder zijn dat er zo weinig geweest.
In heel mijn leven heb ik een keer griep gehad. Ik was 13 en we beleefden onze hardste winter ooit. Het vroor in 1962-63 zo hard dat het zeewater van de branding bevroor. Mijn ouders en ik zijn er, zoals iedereen, naar gaan kijken en toen ik weer thuiskwam werd ik plotsklaps ziek: griep. 
Die winter was niet alleen hard, hij duurde ook lang, op sommige plaatsen vroor het bijna drie maanden achtereen. Waardoor het voor mij erg moeilijk wordt om mijn enige griep correct te dateren. Ik overloop de encyclopedie in de hoop dat ik een aanknopingspunt vind. Het moet na december ’62 geweest zijn, want in Groningen zakken op 23 december nog schaatsers door het ijs, iets wat niet gebeurt als zelfs de zee bevroren is. ’t Is bijgevolg in 1963 gebeurd, in januari of februari. De encyclopedie meldt: ‘op 15 januari bevriest de Noordzee gedurende meerdere dagen’, en op 28 januari: ‘Nederland en België beleven de koudste winter van de 20ste eeuw. Hij begint, met onderbrekingen, al in november 1962, en duurt tot in maart.’ 
28 januari is een maandag en dan gaan mijn ouders niet naar de zee kijken, bevroren of niet. ’t Vroegste zal dat op zondag gebeurd zijn, 3 februari. (De temperatuur ligt op die dag tussen -9,2 °C en -0,6 °C en is gemiddeld -5,1 °C.) Of de daaropvolgende zondag, 10 februari. (De temperatuur op 10 februari 1963 ligt tussen -4,2 °C en -1,4 °C en is gemiddeld -2,7 °C.)
Als ik 10 februari als datum aanneem, dan krijg ik griep op de dag dat de Amerikaanse U-2-piloot Gary Powers↗︎ tegen de Sovjetspion Rudolf Abel↗︎ omgewisseld wordt, een gebeurtenis die ik me herinner. Misschien lees ik er iets over in de krant, terwijl ik herstellende ben. Ik zie nu ook dat Sylvia Plath↗︎ op 11 februari ’63 haar hoofd in de oven steekt, maar ik denk niet deze mare mijn ouderlijk huis heeft bereikt.

[In DLVuurtorenwachter dateert deze post van 2021. In 2022 redigeer ik hem opnieuw ten behoeve van de nieuwe FB-groep Oostende nostalgie.]