Infiltratie is een
feit. Elkeen die een stakingspiket organiseert of een betoging, kan het
u vertellen: er is altijd wel iemand die daar, volgens weer iemand anders, niet echt thuishoort. Infiltratie heeft ook een lange geschiedenis. Iemand moet daar eens een boek over schrijven. Daaruit zou wellicht blijken dat Pasen 1929 een
hoogdag van de infiltratie genoemd moet worden. Op die dag zien we immers de moeder
aller infiltranten aan het werk.
Op die mooie lentedag marcheren de suffragettes door de
straten van New York. Ze eisen gelijkberechtiging. Als mannen mogen stemmen,
waarom dan niet vrouwen? Als mannen mogen werken, waarom dan niet vrouwen? Als mannen mogen roken, waarom dan niet vrouwen? Zo gezegd, zo
gedaan. In de betoging wordt een groep vrouwen opgemerkt die demonstratief aan
’t roken slaat. Op straat nog wel! Dat radicale gedrag trekt alle aandacht naar
zich toe. Fotografen en reporters, commentatoren en toeschouwers… Ze hebben
maar één ding onthouden: op straat rokende vrouwen.
Wat een statement! De sigaret als symbool van
de vrouwenemancipatie. Op die dag wordt een langdurige alliantie gesmeed tussen
de vrouwenbeweging en de tabaksindustrie, een verbond dat veertig jaar later
nog bestaat. Vrouwen hebben ook recht op longkanker! Met
deze slogan trekt Dolle Mina op
4 maart 1970 in Antwerpen voor het eerst de straat op. Doelwit: een
verzekeringskantoor waar mannen wel en vrouwen niet mogen roken.
Weinigen weten op dat moment dat de alliantie
tussen de tabaksindustrie en de vrouwenbeweging het gevolg van infiltratie is. Achteraf
blijkt dat de rokende vrouwen in de betoging van 1929 geen suffragettes zijn,
maar huurlingen die door reclameman Edward Bernays naar die manifestatie gestuurd
worden. Deze Bernays voert op dat moment campagne voor de tabakgigant Philip
Morris, een bedrijf dat beseft dat de omzet van Lucky Strike verdubbelt, mochten
de vrouwen massaal aan ’t roken slaan.
Reclameman Bernays is niet de eerste de beste.
Hij is een neef van Sigmund Freud en past diens inzichten toe op het
reclamevak. Hij begrijpt dat je mensen dingen kunt laten kopen die ze niet nodig
hebben. Je moet dat ding alleen maar weten te koppelen aan een bestaand verlangen
dat daar niets mee te maken heeft, vrijheid bijvoorbeeld. De sigaret is voor
vrouwen bijgevolg geen kankerstok, zegt Bernays, maar een torch of freedom,
een vrijheidsfakkel. Of je koppelt de stinkstok aan iets als macht. Dan wordt de sigaret een
surrogaatpenis. Vind jij dit vergezocht? Feit is dat het gewerkt heeft,
bijzonder goed zelfs. Edward Bernays heeft in 1929 de sigarettenmarkt
opengebroken… door binnen te dringen in de vrouwenbeweging. De moeder aller
infiltranten blijkt een man te zijn!
De e-boeken van Flor Vandekerckhove zijn gratis. Vraag ernaar via liefkemores@telenet.be. (Vermeld de titel.) |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten