zondag 20 december 2015

Toen de 4 een tramlijn was



Ik heb twee soorten lezers. Langs de ene kant staat de groep die het om de literatuur te doen is. Da’s een minderheid, maar een welbespraakte. Zij laten me weten dat ik te veel stukjes over Bredene schrijf. Zij vinden dat mijn fantasie op zichzelf al indrukwekkend genoeg is om die de vrije teugel te laten. Mijn stukjes zouden er als ’t ware universeler door worden. U leest het goed: universeler! Langs de andere kant staan degenen die alleen maar stukjes over Bredene willen lezen. Mijn fantasieën interesseren hen voor geen meter, zij willen de feiten en niets dan de feiten.
Beide hebben ongelijk. Wat ik over Bredene schrijf behoort tot wat men de memoires noemt en dat is wel degelijk een literair genre. Houdt dat genre zich uitsluitend aan de feiten? Bah neen. Al onze herinneringen zijn vertekend door de verbeelding. Zo lees ik in een boek dat de merkwaardige titel Op de rok van het universum torst: ‘Is verbeelding trouwens iets anders dan de herschikking van wat de omgeving aanreikt?’ Wel dan. Moest ik Ramses Shaffy zijn, dan zou ik antwoorden: ‘Laat me, laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan.’
Buurman William Schreus dropte twee foto’s in mijn mailbox. Een ervan staat boven dit stukje. We zien een tram die de lijn 4 bedient. Hij komt van Oostende en rijdt op de Prinses Elisabethlaan in Bredene. De foto wordt gemaakt vlak voor die tram afslaat naar de Buurtspoorwegstraat, voorwaar een toepasselijke naam. Links ligt de vaart. Rechts van de tram zien we twee mannen die misschien wel van die tram gestapt zijn. Zo te zien is het een arbeider en een bediende. De arbeider draagt een ransel, de bediende een boekentas. Het zijn Bredenaars die thuiskomen van het werk of het zijn Oostendenaars die naar hun werk in Bredene trekken, want er was destijds veel bedrijvigheid in die buurt. Rechts op de achtergrond zien we de transportband aan de kolenkaai van de elektriciteitscentrale.
Ik haal er Zoeklicht op Bredene bij, een boek van Raoul Eeckhout dat in 1968 door de plaatselijke heemkring uitgegeven werd: ‘Op 8/8/1886 werd de buurtspoorweg Oostende-Blankenberge ingehuldigd, die het ganse grondgebied van Bredene doorkruiste. Deze stoomtram liep, komende van de Pr. Elisabethlaan, aanvankelijk door de Nukkerstraat en vandaar over de Nukkerbrug verder naar ’t Dorp. Omstreeks 1890 werd de bedding verlegd naar de Buurtspoorwegstraat. Deze buurtram had in Bredene vier halten: een op de Prins Albertlaan ter hoogte van de Sasbrug, een tegenaan de hoek der Nukkerstraat, een in het Dorp en een aan Jacobsen (Zandstraat). Later kwam de tramlijn nr. 4 tot stand, die sedert 1956 vervangen is door een autobusverbinding.’ Die laatste zin begrijp ik niet goed. Misschien had die tram eerst een ander nummer, misschien is de nummering er gekomen toen stoom vervangen werd door elektriciteit.
Waar het tramstation in Bredene-Dorp destijds lag is gemakkelijk te traceren, want op die plaats (Duinenstraat 2) werd een gevelsteen aangebracht, waarvan de tekst luidt: 1-8-1986 — Eeuwfeest Tram — Hier tramstation Bredene — 1886-1955.
De tweede foto die ik van William kreeg plaats ik hieronder. Blijkt dat ’t druk kon zijn op de tram die van Oostende naar Blankenberge trok. We zien vier wagons en een bagagewagen. Het gebouw rechts is de school die naar Sint Rita genoemd werd.
Ik ben aan ’t einde van dit stukje gekomen en zie tot mijn ontsteltenis dat lezers die naar de schone letteren neigen nog niet bediend werden. Ik klap het boek Zoeklicht op Bredene dicht en mijn oog valt op de opdracht die Eeckhout er vooraan in schrijft: ‘Opgedragen aan alle Bredenaars en hun nakomelingen waar ook ter wereld.’ Die zin getuigt met ‘waar ook ter wereld’ voorwaar van een indrukwekkend universalisme. En daaronder staat iets wat misschien geen literatuur is, maar er toch goed op lijkt: ‘Als klissen mosselen tegen een strandhoofd liggen de herinneringen van een mens vast aan zijn  geboortegrond.’ Nounou.

Flor Vandekerckhove

Een reactie posten