dinsdag 1 december 2015

Grand Hotel in Bredene

— De hall van het grand hotel L'Espérance —
Toen de vennootschap S.A. Breedene-sur-mer lez-Ostende in 1903 opgericht werd, waren de verwachtingen hooggespannen. Op de braakliggende grond achter de duinen zou een prachtige villawijk ontkiemen en vooraan, parallel aan de Koninklijke baan, zou een rij hotels voor een krachtige toeristische impuls zorgen. Over het ontstaan van de villawijk heb ik hier al geschreven en voor wat de hotels betreft ga ik dat hieronder doen.
Op ’t internet vind je er overdadig veel foto’s van. Veel staan op een aanbevelenswaardige blog die Bredene vroeger en nu heet. En er is ook de site van Delcampe die zich de internetvariant mag noemen van het verschijnsel schatten op zolder.
Een aantal van die hotels ken ik goed. In mijn prille jeugd lever ik er kippen en konijnen uit de winkel van mijn ouders. Ze heten Aurore, Helvetia, Europa, Belle-Vue… (De hotels, niet de kiekens.) Het zijn degelijke logementen, maar hun aanblik beantwoordt toch niet aan wat je je bij een Grand Hotel voorstelt, waarbij Grand niet alleen op de grootte wijst, maar ook op de luxe. Neen, dan is het Bredene van mijn kindertijd toch meer dat van de familiepensions.
— De Driftweg van Bredene tijdens de pioniersdagen.
Het Grand Hotel L'Espérance staat prominent in beeld.
Maar ooit waren ze er wel degelijk, de Grand Hotels. Op de gevel van de Cosmopolite stond, zo leert me een postkaart, het uitdrukkelijk vermeld: Grand Hotel Cosmopolite. De Helvetia had misschien nooit die ambitie, maar als kind kwam ik toch erg onder de indruk van het chique interieur. Ook de foto’s van het hotel Glibert lieten me altijd wel aan luxe denken. Maar dat was dus vroeger. 
Het Bredene van mijn kindertijd was vooral het vakantieoord van de kleine man. Die kwam met zijn kleine vrouw naar de kust nadat hij het recht op betaalde vakantie veroverd had. Speelden de Bredense hoteliers daar meteen op in? 
Wat ik weet is dat de plaatselijke etablissementen al in 1936 de reputatie hadden democratische prijzen te hanteren. Dat wisten zelfs een aantal Duitse schrijvers die Hitler ontvlucht waren en omwille van de kostprijs Bredene boven Oostende als ballingoord prefereerden. In het stuk dat ik hier over die Duitse kolonie schreef, citeerde ik iemand die de democratische Bredense prijzen vermeldde: ‘We betalen dertig Belgische frank per persoon per dag, het eten is heel goed en het is ook genoeg, bij deze hitte voor mij zelfs te veel; koffie kost 1,50 fr. tot 2,50 fr., al naargelang het café, en een pakje sigaretten, 25 stuks, 2,20 fr. En meer hebben we niet nodig, want we hebben geen gelegenheid tot “uitgaan”.’
Maar in 1903, wanneer de plannen van de wijk getekend werden, was Hitler nog een puistige puber. Van betaalde vakantie was toen nog geen sprake. Het kusttoerisme was voorbehouden aan bemiddelde mensen. In Bredene kwamen die bij voorkeur terecht in het Grand Hotel L’Espérance. Daar was het ‘dernier confort’ aanwezig. Je kon de wagen kwijt in de garage en er was een tennisveld, aldus de wervende reclame op de zijgevel. Die Espérance heb ik zelf nooit gekend. Op die plaats was er in mijn kindertijd een dancing. Alleen de naam Espérance verwees nog naar het grand hotel dat er gestaan had.
Flor Vandekerckhove

— Dernier confort, garage, tennis et téléphone. Vooraan het lusttuintje, voorbehouden aan het cliënteel van het hotel. Het terrein van dat tuintje maakt nu deel uit van het Duinenplein. — 
— Vooraan rechts, de dancing L'Espérance, op de plaats waar voordien het hotel stond. —
Een reactie plaatsen