maandag 14 december 2015

Rachel, de vriendelijkheid zelve


— De Gentstraat in Bredene, wellicht in de jaren vijftig. Drie naast elkaar: café-pension Roger, pension Concordia en de Tourist van Rachel. —


In de zomermaanden weerklonk de roep Alle hens aan dek in alle toonaarden over de wijk. Dat komt doordat ze daar vooral van het toerisme leefden. In die tijd viel dat toerisme te omschrijven als indrukwekkend, maar bijzonder kort van duur. Je moest derhalve alle zeilen bijzetten om het te kunnen redden.
Mijn ouders woonden in die wijk. Ze waren poeliers en ze hadden er hun winkel. Ook ik werd als kind al vroeg bij de werkzaamheden betrokken. Eerst was dat nog achter de schermen, maar van zodra ik sterk genoeg was om de vleesmand te torsen, werd ik op pad gestuurd. Vanaf het krieken van de dag was ik met kiekens in de weer. Ik stapelde ze in de mand, dekte ze af met een handdoek, zette de mand op de fietsdrager en toog op weg om de plaatselijke horeca te bevoorraden.  
Veel verder dan de wijk ging mijn ronde niet. Ten westen was er wel een restaurant op de Oostendse Visserskaai en ten oosten waren er het pension De kampeerder, een restaurant in de wijk Vosseslag, dat toepasselijk ’t Vosken heette, en tussen die twee in lag een etablissement dat naar de naam Cabane luisterde. Voor de rest lag mijn ronde in Bredene-Duinen: Café du Sport, hotel Helvetia, hotel Belle-Vue, pension L’Aurore, pension Zomerlust, pension Bastogne, hotel Europa, de Willem Tell, pension Des Ardennes, pension Concordia, Friture Tourist, pension Beau Séjour…
Ik zei al dat het seizoen kort was. In die korte tijd moest je voldoende geld bijeenschrapen om het een jaar te kunnen uitzingen. De verwachtingen waren groot, de zenuwen gespannen, de lat lag hoog, het lontje was extreem kort. Overal heerste de stress over de keuken. Overal was mijn aanwezigheid ongewenst, overal stond ik in de weg, overal legde ik mijn waar op de verkeerde plek. Overal bleek ik te laat te komen of te vroeg. Overal moest ik nijdige blikken en dito commentaren incasseren: de kippen waren te klein en die ene kip die niet te klein was, was te groot. Ze waren niet vers genoeg of juist te vers. Ze waren vooral te duur.
Ik begreep het wel, want thuis was ’t niet beter. Al die mensen kwamen uit een commerciële winterslaap en ze moesten zich als bij toverslag gedragen als de doorwinterde handelaars die ze eigenlijk niet waren. Ik mocht al dat geklaag & gescheld wel relativeren, maar trok toch ’t liefst met mijn waar naar café-friture Tourist waar Rachel over de keuken heerste. Was daar minder stress dan elders? Geenszins. Had Rachel het gemakkelijker dan de anderen? Zeker niet. Maar Rachel bleef vriendelijk. Altijd had ze een bemoedigend woord voor je over. Altijd lag er een beetje drinkgeld klaar en ze smeet het niet in je gezicht, neen, ze gaf het van harte. En ja, je zag dat, je voelde dat.
Rachel is me bijgebleven als een unicum in de toeristische sector van Bredene. Ik heb het haar enige tijd geleden ook met zoveel woorden gezegd en sindsdien zijn we maten geworden. Ik zeg het nu ook tegen iedereen en geef haar een plaats in de portrettengalerie die ik maak van mensen die ik al heel lang ken en die een beklijvende indruk op me gemaakt hebben. Eerder heb ik in deze reeks al het portret van Noël geschetst, een oude schoolkameraad en nu komt Rachel aan de beurt.
Rachel is inmiddels al dik in de negentig. Ze woont hier om de hoek. Ik zie haar wekelijks, weer of geen weer, naar de markt trekken. Nog steeds is er tijd voor een vriendelijk woord, nog altijd is haar lach aanstekelijk. Hopelijk wordt ze honderd. Wat zeg ik? Hopelijk wordt ze de oudste inwoner die deze wijk ooit heeft voortgebracht!
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten