dinsdag 1 september 2026

Over passieve collaboratie en stil verzet in de Vlaamse schrijverij

In deze imaginaire ontmoeting blijft August Vermeylen rustig aan gene zijde van de tapkast zitten, zoals het hoort, maar de kerel die zich als Stijn Streuvels voordoet, gaat zijn boekje ferm te buiten. Het kost hem een tournée générale, Iwein vult al de glazen.

IN 1999 VERSCHEEN Als een oude Germaanse eik van Hedwig Speliers (°1935). (°) Daarin heeft hij het over Stijn Streuvels (°1871 - 1969†) als passieve collaborateur. Streuvels zette zich niet actief in voor de ‘nieuwe orde’, zoals Cyriel Verschaeve dat wel deed, maar de nazi’s gebruikten zijn boeken wel in hun propaganda, iets waaraan Streuvels veel geld overhield, ergens lees ik ‘miljoenen’. En ook dat: in 1942 kwamen Duitsers hier Streuvels’ meesterwerk De Vlaschaard verfilmen, film waaraan Streuvels meewerkte
’t Is niet dat ik over die dingen veel weet, maar ’t klopt wel dat er toen voor Vlaamse schrijvers in Duitsland flink te verdienen viel. Felix Timmermans hield er genoeg aan over om in Oostende een professionele vissersboot te kopen, zijn schoonzoon reedde dat schip uit. 
Speliers’ boek is fel aangevochten door het Stijn Streuvelsgenootschap. Uit de bib haal ik hun turf van bijna duizend bladzijden. Veel ervan zijn aan de kwestie gewijd. ‘Dat hij zijn vertaalde boeken tijdens de oorlog bleef publiceren kan men bekritiseren. Maar dit is ook tot zijn essentie te herleiden: hij was schrijver en niets anders (…) en hij verkocht boeken, zoals de bakker brood verkocht.’ Nog eentje: ‘(…) de pretentie van Speliers een objectieve en nauwgezette studie te bieden, zijn kort samengevat een staaltje bluf. Speliers brengt een romanesk werk op de markt dat een massa onkritisch materiaal naast elkaar plaatst en de grens tussen fictie en werkelijkheid niet weet te trekken.’
Voor Streuvels’ passieve welwillendheid bestond er anders wel een alternatief. Gerard Walschap (1898–1989) bleef tijdens de oorlog schrijven om in zijn levensonderhoud te voorzien, maar weigerde principieel om zijn pen in dienst 
van de nazipropaganda te stellen. Hij distantieerde zich openlijk van de politieke collaboratie. Maurice Gilliams (1900–1982), schrijver van Elias of het gevecht met de nachtegalen, trok zich tijdens de oorlog volledig uit het openbare literaire leven terug. Hij weigerde te publiceren in door de nazi's gecontroleerde bladen. In zijn dagboeken uitte hij walging over de opportunistische culturele collaboratie. 
Mijn oog valt ook op ‘Stil verzet: De oorlogsjaren van August Vermeylen 1939-1945’. (°°) Stil verzet staat hier tegenover actieve deelname aan een verzetsbeweging, zoals bijvoorbeeld Johan Daisne en Achilles Mussche deden. Vermeylen (°1872 - 1945†) weigerde elke tegemoetkoming aan de Nieuwe Orde. Achter de schermen hielp hij Joodse vluchtelingen. Hij bleef in stilte schrijven: ‘Vermeylen was geen lid van het verzet, maar kantte zich in stilte tegen het bewind door (…) nieuw werk te publiceren dat regelrecht inging tegen het corporatistische gedachtegoed van de Nieuwe Orde. Ik noem dat ‘stil verzet’, (…).’
Flor Vandekerckhove

(°) Hedwig Speliers. Als een oude Germaanse eik. Ondertitel: Stijn Streuvels en Duitsland. 2000. Uitg. Manteau. 610 p. In 1994 had hij al een Streuvels-biografie geschreven: ‘Ik ken den weg alleen’. En vroeger ook al een aantal essays: H. Speliers, ‘Een broertje dood aan Streuvels?’ In: Bok 1(1964)10, november, p. 12-33; idem, Hedwig Speliers, Georges Adé, Georges Wildemeersch en Albert Godfroid, ‘Afscheid van Streuvels’, Brugge, J. Sonneville, 1971, 279 + [III] p. Wat heb ik hier nog? Hedwig Speliers. Omtrent Streuvels. Het einde van een mythe. Uitg. Brugge, J. Sonneville, 1968. In 2003 publiceert Speliers nog een Streuvelsboek: ‘Met politiek bemoei ik me niet. De literatuur in Vlaanderen tijdens het interbellum’.
(°°) Hans Vandevoorde. Stil verzet: De oorlogsjaren van August Vermeylen. 1939-1945. Uitg. Lannoo. 2024. 360 p.

Geen opmerkingen: