donderdag 7 september 2017

Het vissersschip van Felix Timmermans

— Het kustvissersvaartuig O.46 't Zal wel gaan. —
Centrale figuur in dit verhaal is reder-zakenman Louis Aspeslagh (°Calais 18.12.16 - †Oostende 17.07.06). Bij leven en welzijn echtgenoot van schrijfster Lia Timmermans, oudste dochter van de Lierse schrijver, tekenaar en schilder Felix Timmermans. Het koppel trouwt in 1942 en woont vervolgens meer dan een halve eeuw in een fraai herenhuis in de Jozef-II-straat in Oostende.
De 26-jarige Lou Aspeslagh heeft belangstelling voor de visserij en verneemt dat Richard Verburgh zijn vaartuig laat slopen. Daar ziet Lou een buitenkans in, want wanneer er een schip uit de vissersvloot verwijderd wordt, mag er een nieuw komen. Een buitenkans, te meer daar schoonvader Felix Timmermans tijdens de oorlog goed geld verdient aan zijn in ’t Duits vertaalde boeken. In 1942 heeft die trouwens de Rembrandtprijs van de universiteit van Hamburg verworven, goed voor 125.000 frank. Een deel van dat geld gaat naar Winterhulp, een deel komt in de visserij terecht. Aspeslagh komt met Verburgh overeen dat deze als bouwheer optreedt bij de bouw van een nieuw kustvissersvaartuig dat 110.000 frank zal kosten.
De bouw van de houten O.46 ’t Zal wel gaan start in augustus 1942 op de werf Vanhoywegen te Steendorp, bij Antwerpen; de werktekeningen zijn van de Oostendse scheepsbouwer Edmond Crabeels. Het schip wordt 14,75 m. lang, met een viertakt dieselmotor van 60 pk. Er komt vertraging doordat de bezetter de motor tot tweemaal toe in beslag neemt, de tewaterlating laat op zich wachten tot 31 juli 1943 .
— Felix Timmermans (1886-1947) —
Op 8 augustus tekent Richard Verburgh voor ontvangst van het vaartuig dat enkele dagen later voor de laatste werkzaamheden naar Oostende wordt versleept. Op 1 oktober legt men vast dat het eigendomsrecht Lou Aspeslagh toekomt. De exploitatie wordt in een vennootschap ondergebracht, met een kapitaal van 600.000 frank, waarin Oscar Provoost (Oostende), Felix Timmermans (Lier), A. Donvil (Melkwezer), Blanche Brosse (Brugge), Louis Aspeslagh (Lier), Richard Verburgh (Oostende) en Carl Werck (Hasselt) participeren. Op 7 februari schrijft Aspeslagh aan Felix Timmermans dat de haringcampagne al over de helft is, dat het schip flink zeewaardig is en goed zee houdt. Hij maakt melding van een vangst van 21 ton waarvoor in de vismijn 6 frank per kilogram wordt betaald. Na zestien reizen is het schip volledig terugverdiend.
In 1955 verkoopt Lou Aspeslagh de O.46. Het scheepje strandt in 1966 en gaat verloren. Zelf is Aspeslagh intussen overgeschakeld op een bedrijf voor scheepsbevoorrading en -expertise. Met zijn twee tankschepen, Avanti I en II, levert hij brandstof aan de mailboten. Hij start ook een toeleveringsbedrijf onder de naam Vissersverbroedering, op de hoek van de Hendrik Baelskaai, in het gebouw waar ik later gedurende vele jaren het Visserijblad zal uitgeven.
Flor Vandekerckhove

Koen de Vriese. ’t Zal wel gaan. Jaarboek 32 van het Felix Timmermansgenootschap. 189 pp. 2006. ISBN 13: 9789080809925

1 opmerking:

Francis Dirix zei

Prachtig opzoekwerk ! Ik schonk enkele jaren (2004) geleden een origineel notarieel afschrift van de oprichting van een vennootschap voor aankoop v/e vissersboot aan het Felix Timmermans genootschap. Mijn moeder, Hilda Werck zus van Carl Werck had in haar jeugd als hobby fotografie. Zo vond ik ook nog foto's terug van Hilda met Carl, en familie van Richard Verburgh op de boeg van zijn oude sloep in de haven van Blankenberghe. Ook zijn er enkele beelden van Felix, Carl en vrienden tijdens een huwelijksfeest.
Zeker is dat mijn Mama de fotografe van de vissersboot 0.46 en oude sloep is.
Van de foto op de boeg van de visserssloep maakte ik een beschrijving voor Carl's dochter Isabelle die te Parijs woonachtig is.
Groeten Francis Dirix