dinsdag 4 augustus 2026

Feestelijkheden, familieverbanden en een onderpastoor

Van links naar rechts: auteur Els Snick, het boek, het villaatje waarin Verschaeve verbleef (het plakkaat werd door ChatGPT bedacht), cover weekblad Pallieter, 37,1923.

‘T IS LANG geleden dat ik een boek van voor naar achter, in één ruk, heb uitgelezen. Dat ik het nu doe, komt doordat ’t over een land gaat dat ik lang geleden geestelijk ontvloden ben en waarnaar ik nu even, gegidst door Els Snick, terugkeer. Hoe herkenbaar is voor mij de wereld die zij in haar boek oproept!
Dat land is er een van dorpen waarin hardwerkende Vlamingen, ’t zij boeren, ’t zij commerçanten, op ’t ritme van de seizoenen leven, gemarkeerd door feestelijkheden die meneer pastoor van zingeving voorziet: de Vlaanders! In mijn jeugd leef ik aan de rand ervan — de kust is toch nog iets anders. Mijn verloving brengt me naar de kern, zoals ik die beschrijf in Hier schreef, bakte en kakte Stijn Streuvels. Met mijn toenmalige echtgenote ben ik dat land meteen ontvlucht, zoals zoveel West-Vlamingen het doen: naar Gent, stadslucht maakt vrij!
Hoe goed beschrijft Els Snick het genoegzame leven in zo’n Vlaams dorp, in dit geval Oostrozebeke. Zwart geld dat rolt in eetgelagen, de grote rol die nonkel pastoor in zo’n families speelt, de sterke verbondenheid met het personeel, de moraal van ’t harde werk… 
Het familieflamingantisme van Snick is niet iets van mijn familie, maar in mijn jeugd ken ik wel zo’n flaminganten: zij die ’t Palieterke lezen; zij die met ‘den Duits’ gecollaboreerd hebben; protesten in de kerk tegen Franstalige preken ten behoeve van toeristen; ouders van makkers die de heropbouw van de IJzertoren financieren; zij die voor de Volksunie kalken; blonde meiden die met wapperende vaantjes naar Diksmuide fietsen; vaardige propagandisten in ’t college, zowel onder leraars als onder leerlingen.…
’t Is zo’n Vlaamsgezind dorpsnest dat Snick beschrijft, met als bezwarende particulariteit dat Cyriel Verschaeve op de grond gewoond heeft. Die grond, waarop haar ouders een goed draaiende feestzaal uitbaten, kopen ze van de Lootens, fanatieke bewonderaars van priester-dichter Verschaeve. Via de door hen opgerichte uitgeverij Zeemeeuw verspreiden ze diens werk. Ze laten hem in een kleine villa op de grond wonen: ‘Wat ik niet begreep: na de oorlog heeft Jozef Lootens verder Verschaeve gepromoot. Als een bezetene is hij bezig gebleven met de heruitgave van zijn verzameld werk. (…) Boeken van een veroordeelde collaborateur, hoe kan dat toch? Terwijl Jozef Lootens een overtuigd katholiek was, een “brave mens”, zoals men dat zegt. (…)’ Waarna Snick heel die familie uiteenrafelt, waarin we een overdaad aan paters aantreffen, missionarissen en jongens die naar ’t oostfront trekken. En vrouwen die zichzelf opofferen om non te worden of echtgenote of om levenslang voor een broer te zorgen.
En Verschaeve natuurlijk: ‘De mythe van Verschaeve als de ziener van Vlaanderen, als intellectueel en artistiek genie, miskend door de elites, werd leven ingeblazen door de biografie van Vansina, die in 1955 bij uitgeverij Zeemeeuw verscheen. Het geld voor deze verzorgde publicatie, met veel foto’s, kwam uit de zak van Jozef Lootens. En uit de zak van zijn zus Maria, die immers haar leven en dus ook haar financies met hem deelde. Ze keurde het allemaal goed. Ze verzette zelf bergen werk als medewerkster van Zeemeeuw.’ 
De fascinatie voor Verschaeve blijft overigens niet tot fanatici
 beperkt: ‘Zijn portret hing op school tussen de grote ‘Vlaams koppen’. Mijn ouders spraken over hem met eerbied, bijna als over een heilige. Het waren de jaren waarin ik fel rebelleerde tegen dat katholieke idealisme, die zelfgenoegzame Vlaamse fierheid, de bekrompenheid, de hypocrisie.’ En dan zegt Els Snick iets wat ik goed begrijp: ‘Was ik vijftig jaar eerder geboren dan had ik een van die meisjes kunnen zijn die ademloos naar de visioenen van de heilige Lutgardis luisterden en aan priester Verschaeves lippen hingen.’ Hoe blij mogen we zijn dat Mei 68 op onze weg gekomen is.
Els Snick. De feestzaal van mijn ouders. Een Vlaamse familiegeschiedenis. 292 p. Uitg. Van Oorschot, A’dam. 2025.

1 opmerking:

Anoniem zei

ook gezien... met kennis van zaken...