IK SCHRAAP ER de bovenste laag af en daaronder vind ik wat ik hoop te vinden: een tafereeltje. Van alles wat ik ooit geschilderd heb↗︎ is dit tableautje mij het dierbaarst. Ooit ga ik het restaureren.
Een knaap (1) staat op een voor de rest verlaten strand (2). Ver achter hem ligt de zee (3). De jongen draagt een wit matrozenpakje, wat op zijn afkomst wijst — een jongen van de zee — en een baret (4), het soort hoofddeksel dat ik tot vandaag draag. Rechts, ver achter hem, ligt een rode vlag ontvouwd (5), als een deken op het strand, uitnodiging om je neer te vleien.
Toen ik het tafereel schilderde, was ik een jongvolwassene. Pas getrouwd. We hadden een huis laten bouwen. Ik had een beroep. Het waren jaren waarin de jongen man wordt, het leven in eigen hand neemt. Het waren ook jaren waarin ik fundamentele politieke keuzes maakte en die waren fel rood, sterk beïnvloed door de gebeurtenissen van 1968, ja ik ben een soixante-huitard↗︎.
Dat tableautje toont het allemaal. De jongen staat met zijn rug naar de zee, emotieloos ten aanzien wat hij achterlaat, hij neemt het heft — het schopje — in eigen hand en kijkt onbeschaamd, zelfzeker naar de toeschouwer. De rode vlag toont zijn politieke engagement↗︎. Het matrozenpakje is dat van de jeugd en de baret is die van de volwassenheid. Dit ben ik in de vroege jaren zeventig!
Waarom ligt die vlag daar achter hem gestreken? In die tijd kan ik het antwoord op die vraag niet uitspreken. Ik heb eerst een leven op te bouwen, een stempel te drukken, een voetdruk achter te laten, een steen te verleggen. Het antwoord dat ik niet kan uitspreken, kan ik alleen maar schilderen.
Inmiddels ligt het allemaal achter me. De vlag is gestreken. Die had ik op dat schilderijtje al neergelegd, maar pas vandaag kan ik woordelijk het antwoord formuleren dat het schilderijtje in zich draagt. Net zoals Ismaël ben ik teruggekeerd naar de plek die ik lang geleden verlaten had om een witte walvis te bejagen. Eindelijk kan ik zeggen wat oud-revolutionair Conrad Detrez me bij leven en welzijn voorgezegd heeft: ‘L’idée de dire la vie, ma vie, a remplacé le désir de refaire le monde’.
[In DLVuurtorenwachter dateert deze post van 2012. Tien jaar later redigeer ik het opnieuw ten behoevee van de FB-groep Bredene Voor & Van Iedereen, van ART116, een groep die zich met kunst onledig houdt en ik presenteer het ook op het Engesltalige Practical Existentialism, ze gaan daar nogal van staan kijken, van zo'n stuk in 't Nederlands.]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten