Kes van Ken Loach. Filmproducent is Tony Garnett. |
Het bericht verheugt me, want daarmee wordt een
regisseur gelauwerd waarvan ik veel werk gezien heb, en zo moet ik eraan toevoegen, met
evenveel genoegen als instemming. Meer zelfs, in mijn denkbeeldige top-tien van
de meest beklijvende films staat Kes
(1969) helemaal vooraan.
Zelf zag ik die film in 1971, in Safraanberg, niet
zover van Sint-Truiden, waar ik als soldaat-milicien een opleiding te verduren
kreeg. Ik werd erdoor van mijn sokken geblazen, van de film bedoel ik, niet van
die opleiding. Zo’n film had ik
nooit eerder gezien. Vandaar dat ik Ken Loach en de zijnen achteraf goed in
’t oog bleef houden. Daardoor wist ik al gauw dat Loach veelal met dezelfde mensen
samenwerkt. Producent Tony Garnett is zo iemand.
Ook die Garnett, 77 net als Loach, krijgt tegenwoordig
veel bloemen toegesmeten. Het British
Film Institute omschreef hem deze zomer als een van de meest invloedrijke
televisiefiguren. Inmiddels heeft hij zich uit dat vak wel teruggetrokken. De
vrijgekomen tijd gebruikt hij nu om te schrijven.
Dat Ken Loach zich aan de uiterst linkse zijde van het
politieke spectrum ophoudt weet wellicht iedereen. Maar ook filmproducent Tony
Garnett mogen we daar situeren. Da’s op ’t eerste gezicht een beetje vreemd,
want ja, zo'n producent is toch iemand die op zoek gaat naar geld, die zorgt
dat ‘de zaken’ goed geregeld zijn. In zo’n job verwacht je types die financieel
gewin nastreven en dan is uiterst links wel de laatste plaats waar je zo’n mens
verwacht. Het blijkt een vooroordeel te zijn. Tony Garnett: ‘Ik kwam uit een arbeidersfamilie, gereedschapsmakers,
meester-stukadoors, metselaars, automecaniciens. Ik eindigde in de BBC, en dat
is een culturele ommezwaai. Toen ik 21 was verdiende ik meer geld dan waar mijn
vader van kon dromen.’ Tony komt in een ander milieu terecht, maar hij vergeet het nest niet waaruit hij ontsproten is.
In de late jaren zestig kwam hij in contact met Jim Allen (1926-1999), nog een naam die
we regelmatig in de aftiteling van Loachs films tegenkomen. Jim behoorde tot de
trotskistische linkerzijde. Hij nam Garnett mee naar de dokwerkers van
Liverpool en daar leerde hij Gerry Healy
(1913-1989) kennen die op hem grote indruk maakt. Die Healy was dan ook een
van de meest merkwaardige types uit het linkse Groot-Brittannië van die dagen. Hij
leidde daar de Socialist Labour League,
een trotskistische splinter. Ik schreef eerder al een stukje in deze blog over die
mens, onder de spetterende titel Gerry
Healy, de Pol Van Den Driessche van het trotskisme. Je moet daar maar eens
naar googelen, het staat hier.
Tony Garnett was in die tijd politieke
bijeenkomsten aan ’t organiseren, een soort debatclubje dat elke vrijdag bij hem thuis samenkwam: ‘Het waren open vergaderingen,
toegankelijk voor iedereen die zich links voelde. Leiders en aanhangers van
alle belangrijke linkse politieke tendensen namen eraan deel. Tariq Ali bezocht die vergaderingen gedurende enkele weken, maar liep er uiteindelijk van weg, roepend
dat hij niet van plan zich met salonsocialisten bezig te houden.’
Garnett nodigt ook Healy uit. ‘Na drie of vier weken domineerde hij heel de bijeenkomst. Veel
vertegenwoordigers van andere tendensen haakten af. De positie van Healy was
superieur. Hij was een betere debater
dan de anderen, hij was meedogenloos…
en hij joeg hun schrik aan. Ze durfden gewoon niet weer te komen. Het was echt
interessant om dat gade te slaan.’
Alhoewel hij zelf niet tot Healy’s League toetreedt, speelt Tony Garnett
een grote rol in de ontwikkeling van die bond. Regisseurs, schrijvers en
acteurs, waaronder Ken Loach, Mercel, Roy
Batterby, Corin en Vanessa Redgrave, geraakten op die vrijdagvergaderingen
al evenzeer onder de indruk van Healy en velen sloten zich aan bij zijn Socialist
Labour Ligue. Theatermaker Trevor Griffiths (°1935) vereeuwigde
deze ontmoetingen trouwens in een stuk dat The
Party (1973) heet.
Wie bij dat alles de ogen ten hemel slaat en een
neiging voelt opkomen om met de wijsvinger tegen het hoofd te tikken, begrijpt wellicht
niets van de tijdgeest waarin die dingen gebeurden. Garnett zegt daar zelf
over: ‘In 1974 was er een potentieel
revolutionaire situatie. Mocht je in die tijd een sterke revolutionaire
beweging en leiding gehad hebben, dan was er een kans… Ken Loach, Jim Allen en
ik deden Days of Hope, waarin we drie mensen volgden, verwanten, vanaf 1916 in
de Eerste Wereldoorlog tot het verraad van de algemene staking van 1926. Wat we
ermee wilden zeggen was dat we uit die geschiedenis lessen moesten trekken, of
dat het anders opnieuw zou gebeuren. Maar de film had geen effect, want het is
weer gebeurd.’
Maar waarom trad Garnett niet toe tot Healy’s club? ‘Voor mij start politiek met liefde. We zijn
afhankelijk van anderen. Een socialistische cultuur is het enige wat ons kan
toelaten met anderen in vrede te leven, elkaars creativiteit te stimuleren, het
leven waardevol te maken. Het alternatief dat ons opgelegd wordt is een
maatschappij waar iedereen concurreert en niet samenwerkt, waar iedereen
economische en sociaal voordeel ten nadele van de anderen wil krijgen en waarin
iedereen volkomen onverschillig
blijft voor het lijden van die anderen.’
Hoe zo’n socialistische maatschappij er moet komen,
weet Garnett niet: ‘Ik heb geprobeerd om
de waarheid over de wereld te vertellen en ik heb daarbij het grootst mogelijke
platform gebruikt. Hoe dat vertaald moet worden in praktische politiek is
moeilijk. Ik heb daar geen antwoord op, behalve dat je met anderen
verbonden moet blijven.’
Inmiddels is deze film- en televisiemaker aan het
einde van zijn carrière gekomen. Hij maakt de balans op. Mocht hij vandaag
twintig zijn, zo zegt hij, dan zou
hij zich niet meer met film en televisie bezighouden: ‘Ik zou naar de nieuwe technologieën kijken. Ze zijn ontregelend en in
een kapitalistische maatschappij vormen ze een probleem voor beroepsmuzikanten,
uitgevers en ook in de filmindustrie. Maar ze vormen een wondermooie kans en in
een socialistische maatschappij zouden die nieuwe technologieën omarmd worden.’
Tony Garnett. Mocht ik vandaag twintig zijn dan zou ik uitsluitend met het internet werken. |
Op dat internet staan nogal wat interviews met de mens
en ik sprokkelde schaamteloos her en der citaten. Het slot van een van die interviews
wil ik u evenmin onthouden: ‘Geschiedenis
is een verhaal. Het is geen gegeven. Waarheid is een klassenbegrip. Feiten
moeten in een context geplaatst worden om waarheid te worden. Die waarheid is
een strijd waar constant over geredetwist wordt. En verhalen vertellen helpt om
het debat over die waarheid te voeren. Daarom zouden arbeiders hun verhaal
moeten vertellen. Ik zou een oproep aan de jongeren willen doen om hun eigen
politieke films te maken; neem interviews af, vooral met oudere kameraden, en
durf ze te tonen op het scherm. Films maken is voor iedereen.’
Krasse uitspraak van een kranige oude knar. Zoals gezegd, Garnett is 77. Dat is pas waardig ouder
worden!
Flor Vandekerckhove
Geen opmerkingen:
Een reactie posten