vrijdag 18 juli 2014

Gered door de bel

Geloofwaardigheid, daar gaat het om. De lezer moet erin geloven, en deze keer zag het er niet naar uit dat ik daarin geslaagd was. Ik had het verhaal afgewerkt en was nu naar het onbevredigende resultaat aan ’t kijken. Dat verhaal ging over een man die onverhoeds een vrouw ontmoet, er meteen verliefd op wordt, halsoverkop met haar gaat samenwonen en in een regelrechte hel terechtkomt. En neen, dat verhaal was niet goed. 
Aan de verhaallijn kon het niet liggen, want daarin zouden veel lezers ongetwijfeld hun eigen situatie herkennen. Of ze zouden iemand kennen die het meegemaakt had. Aan de stijl kon het evenmin liggen. En de setting kon niet anders dan geloofwaardig zijn, want ik had het verhaal in Bredene gesitueerd, een gemeente die ik goed weet te beschrijven. 
Plaats, tijd, stijl, plot… dat zat allemaal goed. En toch voorvoelde ik dat het voor de lezer onaannemelijk zou zijn.
Het was… Er was iets met die vrouw. Die vrouw… Ze overtuigde niet. Alleen begreep ik niet waarom. Ze was aantrekkelijk, zelfs sexy, en het was niet moeilijk om je voor te stellen dat je daar plotsklaps verliefd op werd. Ze was geen domme teenager, want ze was in 1939 geboren, en dus iemand die van wanten wist — ervaring zat —, iemand die wist hoe ze een man aan de haak moest slaan. Dat zat allemaal wel goed, en toch… 
Ik herlas de passages waarin die twee met elkaar vrijden en moest toegeven dat het alleen maar op de lachspieren werkte. Ik herlas de stukken waarin de vrouw in razernij haar nagels in ’s mans rug kerfde en ik zag alleen maar lezers die het verhaal aan de kant zouden leggen.
’t Is niet omdat je de vinger op de wonde legt dat die ook geheeld is. Ik zag wel dat die vrouw niet deugde, maar ik wist niet hoe ik er een andere van kon maken. Ik piekerde me suf, liet er mijn middagdutje voor, geraakte er niet uit.
Uit die overpeinzingen werd ik weggerukt doordat de deurbel overging. Ik klapte de computer dicht, liep de trap af en stond oog in oog met een oudere vrouw waarop ik als bij toverslag verliefd werd. ‘Hi’, zei ze in een Engels met een vet Amerikaans accent, ‘I’m Tina Turner, may I come in?’ Ik wilde zeggen: ‘Zeer zeker mevrouw Turner,’ maar ik kreeg het niet gezegd. Ik hield de deur open, liet haar binnenkomen en wist meteen hoe ik mijn verhaal aannemelijk kon maken. Ik moest die naam zien kwijt te raken. Want Tina Turner? Aan mijn deur in Bredene?
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten