zaterdag 28 november 2015

Noël, met de grond verbonden

— Het is niet eenvoudig om nog een foto te maken van het Oudland zoals we dat destijds, ten oosten van de Duinenstraat, gekend hebben. De later aangelegde Hasseltstraat heeft het gebied doorgesneden. Je moet je al op verboden terrein begeven om de restanten van dat gebied te kunnen fotograferen. — 
Dat wij, hier aan de kust, niet in de Zandstreek wonen, is iets wat voor een kind haast niet te begrijpen valt. Staat je ouderlijk huis niet op een boogscheut van het strand? En ligt dat strand niet vol zand? Moet je dat hier dan niet de Zandstreek noemen? Polders zegt u? Hoezo Polders? Daar hebben we ons indertijd alleen maar bij neergelegd omdat tegenspreken geen optie was, de roede werd voor minder bovengehaald.
De ouderlijke grond onder onze kinderlijke voeten heet Oudland omdat hij uit oude polders bestaat. Dat van dat Oudland weet ik nog niet erg lang, net zoals ik nog maar sinds kort weet dat de Duinenstraat oorspronkelijk een dijk geweest is. Het is achter die dijk dat het land droog is komen te liggen en het de Poldervlakte werd.
Wie je daarvan destijds niet moest overtuigen was Noël. Hij woonde, net als ik, in de Duinenstraat. Aan de oostkant van die straat, achter onze huizen, ontplooide zich ’t gebied waarover ik zo mijn twijfels had. Noël was misschien niet zo’n goeie leerling, maar dat we in de Polders woonden wist hij beter dan wie ook. Zijn vader bewerkte er een lapje grond. Noël werd daar al vroeg bij betrokken. Zaaien, planten, harken, oogsten, spitten. Vooral dat laatste. Hem moest niemand uitleggen dat hij in dikke, vette, zware klei aan ‘t wroeten was.
We groeiden op en ik verloor Noël uit het oog. Dat veranderde toen ik, na tal van omzwervingen, weer in Bredene kwam wonen. Fietsend langs de plekken van mijn jeugd ontwaarde ik her en der oude bekenden. Daar was een fel bebaarde medemens bij die, op lapjes grond die wachtten om bebouwd te worden, ferm aan ’t spitten was: Noël. Later zag ik waar Noël zijn huis gebouwd had. In de auto voor zijn deur lag een rakel, een spa, een hark en nog gerei waarvan ik de naam zou moeten opzoeken. We zijn weer aan de praat geraakt. Hij was al enige tijd met pensioen, maar het land bewerken was hij blijven doen. ‘Maar gelukkig niet meer in de zware kleigrond die achter ons huis lag’, zei hij.
Waarmee de kwestie in mijn hoofd heropend wordt. Lichtere grond dus. Komt dat doordat Noël nu ten westen van de Duinenstraat gaan spitten is? Ligt die grond niet dichter bij de plek waar de geuzen rond 1600 de duinen geslecht hebben? Zet Noël zijn spa nu in grond die de geuzen destijds hebben laten overstromen om de Spanjool buiten Oostende te houden? Heeft het aldus aangevoerde zeezand de grond lichter gemaakt? Dan toch een soort zandstreek? ‘’t Is misschien geen zandstreek’ zegt Noël, ‘maar ‘t is toch wel grond met veel meer zand in.’ Aha !
Flor Vandekerckhove

— Noël Denys (rechts) en Flor Vandekerckhove, op 28 november 2015. Noël wordt op die dag 66. —

Dit stukje past in een reeks portretten die ik van oude bekenden ga maken, schoolmakkers en andere kennissen; mensen die ik in mijn jeugd heb leren kennen en die, allicht zonder dat ze het beseffen, indruk op me gemaakt hebben, veelal omwille van eenvoudige dingen. Ik werk nu aan een stukje over Rachel, waarover ik op dit ogenblik niet meer wil zeggen. Kortelings op dit scherm!



Een reactie posten