vrijdag 6 mei 2016

De wandeling als koekoek

— Gent, maart 1969. De betoging trekt zich op gang. Ik neem eraan deel en sta ergens achteraan op die foto. De vraag of het iets opgebracht heeft wordt me sindsdien na elke manifestatie weer opnieuw gesteld. Wel zeker, zeg ik dan, het was een flinke wandeling. — 

Binnenkort is er een vakbondsbetoging en ik zal erbij zijn, maar niet om wat u denkt. Ja, ’t is waar dat ik een linkse jongen ben, maar ’t is daarom niet dat ik achter het banier opstap. Ja, ‘t is waar dat ik de gortige regeringsmaatregelen meer dan beu ben, maar ’t is daarom niet dat ik de straat op trek. Ik doe mee omdat zo’n betoging tegelijk een wandeling is.
Dat is niet hetzelfde, werpt u tegen, een betoging is niet hetzelfde als een wandeling. Een betoging streeft een doel na, zegt u, en het is een machtsontplooiing. Een wandeling daarentegen staat op zichzelf en is de machteloosheid zelve.
U hebt gelijk en toch ook niet. Er zijn wandelingen die zo puur zijn als een machteloze boreling, da’s waar, maar er zijn er ook die zich vermommen. Niet iedereen die te voet naar Santiago de Compostella trekt doet het voor de christelijke loutering. Menigeen doet dat om de wandeling. En ‘t is niet omdat ik aan de vakbondsmanifestatie deelneem dat ik verwacht dat de regering valt. Ik doe het voor de wandeling.
Een wandeling kan als een koekoek zijn die haar ei in andermans nest legt. Ze duikt onder in een stoet of een processie. Ze verschanst zich in een mars, een kruisweg of een trektocht. Ze verkleedt zich in een bedevaart of een betoging. Maar als je thuis je schoenen uittrekt, zeg je toch telkens weer: héhé, dat was een flinke wandeling.
Waarom verschuilt de wandeling zich dan? Waarom vermomt ze zich zoveel? Waarom toont ze zich in al die verschillende gedaanten? Dat komt doordat wandelen de daad is die het dichtst bij nietsdoen aanleunt. Daarom doe ik het trouwens ook zo graag, ’t is bijna nietsdoen. Maar op nietsdoen wordt een mens aangekeken. Daarom zegt de kerk dat het geloof niets is zonder de werken. Nietsdoen is het oorkussen van de duivel. Daarom roept de vakbond op tot actie: we willen werk!
Op ’t einde van de wandeling is het mandje van de wandelaar leeg. De wandelaar heeft niets geproduceerd. Ja, gedachten wel natuurlijk, maar die zijn gewichtloos en niet verhandelbaar — zeker de mijne. Maar wie deelneemt aan zo’n vermomde wandeling kan niet van ledigheid beschuldigd worden. Hij heeft zijn plicht gedaan, zijn steentje bijgedragen, zijn taak volbracht. Zodat niemand hem verwijten kan dat hij ’s anderendaags eens gewoon in de natuur uit wandelen gaat, doelloos, alleen maar om te wandelen.
Maar eerst naar Brussel !
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten