woensdag 21 januari 2026

George Orwell over een broodschrijver

Het standbeeld herdenkt het leven van George Orwell (echte naam Eric Blair, †21 januari 1950). Het staat vlak naast de ingang van het Londense hoofdkantoor van de BBC. Het beeld is met een hoogte van zo'n 2,5 meter, ‘larger than life’. De tekst op de muur naast het beeld: ‘Als vrijheid überhaupt iets betekent, dan betekent het het recht om mensen te vertellen wat ze niet willen horen.’

VANDAAG, 21 januari, is het 76 jaar geleden dat George Orwell overleden is. Hij is een van de zeldzame schrijvers die nooit uit de mode geraakt, net als de Franse Albert Camus trouwens. Ze hebben een en ander gemeen, Camus en Orwell: beiden zijn anticommunist, beiden zijn overtuigde socialisten. Camus noemt zichzelf een ‘radicale reformist, radicale socialist en liberale humanist.’ Het socialisme van Orwell is dan weer very British. Over beiden heb ik veel geschreven, over George Orwell verzamelt deze blog nu zestien posts. Om zijn overlijden te herdenken zoek ik iets wat ik nog niet eerder vertelde. Mijn oog valt op Confessions of a Book Reviewer, verschenen op 3 mei 1946 in het linkse, Britse blad Tribune. Ik lees het in All Art Is Propaganda. (°)
Zo ziet het leven van een broodschrijver eruit, zegt Orwell:
'In een koude maar benauwde slaap-zitkamer, bezaaid met sigarettenpeuken en halflege theekopjes, zit een man in een door motten aangevreten ochtendjas aan een gammele tafel, zoekend naar een plekje voor zijn typemachine tussen de stapels stoffig papier. Hij kan het papier niet weggooien omdat de prullenbak al overvol is, en bovendien ligt er ergens tussen de onbeantwoorde brieven en onbetaalde rekeningen mogelijk een cheque van twee guineas die hij vrijwel zeker vergeten is te innen. (…)’
Zo gaat het er, zegt Orwell, bij elke broodschrijver aan toe, en heel zeker bij de schrijver die om den brode recensies schrijft, een bijzonder beklagenswaardige medemens. De professionele recensent wordt begraven onder een stapel boeken die hij nooit gelezen kan krijgen en desalniettemin: 
‘(.…) merkwaardig genoeg, komt zijn tekst op tijd aan op kantoor. Op de een of andere manier komt het daar altijd op tijd. Rond negen uur 's avonds wordt zijn geest enigszins helder, en tot in de vroege uurtjes zit hij in een kamer die steeds kouder wordt en de sigarettenrook steeds dikker, en bladert hij behendig door het ene boek na het andere, om elk boek neer te leggen zeggend: "God, wat een onzin!" De volgende ochtend, met wazige ogen, nors en ongeschoren, staart hij een uur of twee naar een blanco vel papier, totdat de dreigende wijzer van de klok hem tot actie aanzet. Dan schiet hij plotseling in gang. Alle afgezaagde frasen – "een boek dat niemand mag missen", "op elke pagina staat iets memorabels", "van bijzonder belang zijn de hoofdstukken over enz., enz." – springen op hun plaats als ijzerdeeltjes die een magneet gehoorzamen, en de recensie heeft precies de juiste lengte, met nog maar drie minuten te gaan.'
(°) De door mij aangehaalde uittreksels komen uit George Orwell. 'All Art Is Propaganda’. In George Orwell. Critical Essays. Compiled by George Packer. Introduction by Keith Gessen. 2008. Mariner Books / Houghton Mifflin Harcourt. Boston New York. 872 pp. De vertaling is telkens van Google Translation.

Geen opmerkingen: