OP WEG naar de Spinoladijk stap ik over ’t duinpad en kijk naar kaalgekapte duinen. Kranen hebben er planten uitgeroeid, letterlijk met tak en wortel. Ferme bergen uitheemse woekerplanten, stronken, rimpelroos, boksdoorn, mahonie en Amerikaanse vogelkers, halve bomen, hele struiken. Al die planten horen daar niet thuis, verneem ik hier. ’t Zijn exoten die ontsnapt zijn, misschien wel uit uw tuin, of via ondergrondse wortelnetwerken, zaden, vogels die de bessen opeten en weer uitschijten of door het dumpen van tuinafval in de natuur. Zo kunnen sommige planten zich spontaan vestigen in duinen waar ze geen natuurlijke vijanden hebben. Ze krijgen dan vrij spel om zich ongelimiteerd in duingebieden uit te breiden. Maar nu niet meer! Op die plek zal, belooft ons Life Dunias, weer duingrasland ontstaan, er zullen weer soorten orchideeën groeien die er eertijds ook waren. Daar komt ook weer plaats voor de rugstreeppad en voor diverse vlindersoorten.
Aan de digitale cafétoog die Facebook is, uiten mensen daarover uitgesproken meningen, veelal startend met de uitroep ‘Waarmee zijn ze bezig!’ Volgens de enen is al dat werk een maat voor niets, volgens anderen zijn die exoten daar juist welgekomen: ‘Ze houden ’t zand tegen, versterken de duinen’, ik zie er ook een die de liquidatie van exoten doortrekt naar de volgens hem interessante omvolkingstheorie.
Zelf ga ik er gemakkelijkheidshalve van uit dat die van Life Dunias weten wat ze doen. Maar in de krant lees ik toch ook een interview met landschapsarchitect Bas Smets die (weliswaar over stadsontwikkeling) zegt: ‘In- en uitheems, de opdeling is achterhaald. Als het klimaat verandert, dan ook de vegetatie. We moeten nadenken over soorten die adaptief zijn. Wat kunnen we nu aanplanten dat over vijftig jaar nog zal leven?’
Intussen bereik ik de Spinoladijk. Ik denk aan mijn oude ik die vijftig jaar geleden ook zo’n uitgesproken meningen had. ‘Toen ik vijfentwintig was, wist ik alles’ , en niet alleen over duinen en exoten, ook ‘over de liefde, de rozen, het leven, het geld… Ik had al alles meegemaakt.’ Toen ik vijftig werd had ik ‘gelukkig, net als mijn makkers, nog niet al mijn kruit verschoten: In de zomer van mijn leven, leerde ik nog veel.’ Ja, ik vertaal stukken uit Maintenant je sais, lied waarin Jean Gabin (°1904 - 1976†) met een ferm doorrookte stem in elke levensfase denkt: ‘Ha, nu weet ik het.’
Aan de digitale cafétoog die Facebook is, uiten mensen daarover uitgesproken meningen, veelal startend met de uitroep ‘Waarmee zijn ze bezig!’ Volgens de enen is al dat werk een maat voor niets, volgens anderen zijn die exoten daar juist welgekomen: ‘Ze houden ’t zand tegen, versterken de duinen’, ik zie er ook een die de liquidatie van exoten doortrekt naar de volgens hem interessante omvolkingstheorie.
Zelf ga ik er gemakkelijkheidshalve van uit dat die van Life Dunias weten wat ze doen. Maar in de krant lees ik toch ook een interview met landschapsarchitect Bas Smets die (weliswaar over stadsontwikkeling) zegt: ‘In- en uitheems, de opdeling is achterhaald. Als het klimaat verandert, dan ook de vegetatie. We moeten nadenken over soorten die adaptief zijn. Wat kunnen we nu aanplanten dat over vijftig jaar nog zal leven?’
Intussen bereik ik de Spinoladijk. Ik denk aan mijn oude ik die vijftig jaar geleden ook zo’n uitgesproken meningen had. ‘Toen ik vijfentwintig was, wist ik alles’ , en niet alleen over duinen en exoten, ook ‘over de liefde, de rozen, het leven, het geld… Ik had al alles meegemaakt.’ Toen ik vijftig werd had ik ‘gelukkig, net als mijn makkers, nog niet al mijn kruit verschoten: In de zomer van mijn leven, leerde ik nog veel.’ Ja, ik vertaal stukken uit Maintenant je sais, lied waarin Jean Gabin (°1904 - 1976†) met een ferm doorrookte stem in elke levensfase denkt: ‘Ha, nu weet ik het.’
Over enkele weken word ik 77, waarmee ik Gabin al ruim overleefd heb. Meer nog dan hij, murmel ik: ‘Je suis encore à ma fenêtre, je regarde, et j' m' interroge…’ En terwijl ik ’t einde nader — en niet alleen dat van de Spinoladijk — denk ik graag à la Gabin: Maintenant je sais qu’on ne sait jamais.
De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u immers nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be. en het boek valt vandaag nog in uw e-box
Geen opmerkingen:
Een reactie posten