VOOR EEN SCHRIJVER is het vandaag weinig zinvol om nog een sciencefictionverhaal te schrijven. Artificiële intelligentiesystemen doen dat nu in minder dan geen tijd. Ik weet waarover ik spreek, want ik stelde de vraag aan ChatGPT: ‘Schrijf een sciencefictionverhaal met twee protagonisten, De Laatste Vuurtorenwachter en de escort. Plaats van het gebeuren: de Oostendse Oosteroever. Honderd woorden.’ Ik zie het systeem even twijfelen, niet lang hoor, minder dan een seconde. Dan volgt meteen het verhaal, exact honderd woorden:
In de futuristische Oostendse Oosteroever bewaakte de Laatste Vuurtorenwachter de schemering van een vervallen wereld. De escort, a.k.a. de kaaihoer, was op zoek naar een veilige haven, maar werd achtervolgd door schaduwen uit de technologische duisternis. De vuurtoren, ooit een baken voor schepen, straalde nu een mysterieus signaal uit dat de schaduwen verzwakte. De escort en de vuurtorenwachter werkten samen, hij stuurde haar door het licht, zij hackte digitale duisternis. Met een laatste krachtinspanning verbraken ze de controle van de schaduwen, waardoor de Oosteroever weer een lichtpunt werd in een verder verduisterde wereld. Hoop herrees uit de duisternis.
Nogal cliché, vind ik. Mijn verhaal is dan toch spitser. Ook exact honderd woorden:
Reuzenkreeft
dit is wat er gebeurt als vuurtorenlichtFlor Vandekerckhove⇲
in het jaar twenty five twenty five
stopt met draaien
en de kaaihoer de Oosteroever ontvliedt
omdat ze terecht vreest
dat stilstaand vuurtorenlicht
een teken van naderend onheil is
en zo geschiedt het
in twenty five twenty five
dat een nooit geziene reuzenkreeft
genaamd de rode bastebeier
ter grootte van een walvis
op ’t strand van d’Oosteroever aanspoelt
om daar in naam van alle levend gekookte kreeften
wraak te nemen op de mensheid
met zijn scharen alles verknippend wat des mensen is
in de eerste plaats Lange Nelle
en daarin De Laatste Vuurtorenwachter
OP ’T EINDE van 2020 ontwierp ik een 'nieuwe manier van schrijven⇲', die geheel de mijne is. Reuzenkreeft is op die manier geschreven. Mij kwam het toen ook toe deze nieuwe manier een naam te geven, alsmede er de vereisten van in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt.
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023 Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig prozagedichten en vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be⇲.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten