vrijdag 23 januari 2026

Charles Reznifoff herinneren

Charles Reznikoff leest een gedicht van William Carlos Williams voor in een bus in Brooklyn, ‘ergens in ‘t midden van de jaren zestig’. (Foto zonder bronvermelding in Modern American Poetry.)

GISTEREN, 22 januari, was het achtenveertig jaar geleden dat Charles Reznikoff († 22.01.1976) overleden is, Amerikaans dichter van wie ik veel geleerd heb.
In 2015 ontdek ik de dichter toevallig, maar ik ben meteen verkocht. Ik vertaal mijn vondst in Huiselijke scènes en ik bestel het boek Testimony. Weer volgen vertalingen: Huiselijke scènes (2); Huiselijke scènes (3); Huiselijke scènes (4).
Er is niet alleen de daarin beschreven wreedheid die me van mijn stuk brengt, er is ook de stijl — ‘Et c’est rare, un style, monsieur, c’est rare’ (Louis-Ferdinand Céline) — die sommigen doet afvragen of het werk wel poëzie is. Zij zeggen: het is proza, gedrukt in onregelmatige lijnen. In 2021 vind ik daar een verhelderend voorbeeld van: een romanpassage komt later terug als gedicht. Andere vorm, twee keer dezelfde woorden. Is ’t proza? Is ’t poëzie?
Er is nog iets wat me naar deze dichter drijft. In Testimony schetst de inleider een poëtisch beeld van de dichter als oude man:  ‘(…) Charles Reznikoff, de onzichtbare dichter, wandelt twintig mijl per dag in New York, noteert zijn observaties in een notitieboekje, ontmoet kornuiten die nooit geweten hebben dat het een schrijver is die daar bij de automatiek staat, een die al meer dan vijftig jaar zijn eigen boeken met perfecte gedichten publiceert.’ Het is, zoals ik zei, een poëtisch beeld want geen enkele oude man maakt dagelijks wandelingen van 32 kilometer. Reznikoff lijkt me evenmin een mens te zijn die broodjes uit de muur haalt. Maar ik voel verwantschap. Op foto’s herken ik in Reznikoff de lelijke man die ik inmiddels ook geworden ben. Zo zie ik mezelf ook wandelen op ’t strand, langs de waterlijn. En ook van mij weet niemand dat ik die schrijver ben die al zolang zijn eigen dingen publiceert.
Flor Vandekerckhove
De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. Een literaire tekst die in de schuif terechtkomt, blijft voor altijd onaf. Ik heb u echt nodig om het werk af te maken. Ik schrijf, de lezer voegt er zijn ding aan toe en zo ontstaat een literair kunstwerk. Wie mijn teksten tot zich neemt is participant. Ergo: de lezer vraagt mij geen geld om te schrijven en ik, schrijver, vraag lezers geen geld om het geschrevene te lezen. ’t Is van een verbluffende logica die weliswaar verdonkeremaand wordt door de anders alomaanwezige markteconomie.
De tekstkroes is een GRATIS e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan liefkemores@telenet.be en het valt vandaag nog in uw e-box.

Geen opmerkingen: