dinsdag 21 juli 2026

Joseph Conrad over de tyfoon: ‘Het ergste moest nog komen’

Op het terras van een flat in het majestueuze One Baelskaai ontmoeten Joseph Conrad (°1857 - 1924†) en De Laatste Vuurtorenwachter elkaar. Ze hebben het over het geweld dat zich enkele tientallen meters verder in zee kan afspelen. Maar hoe gaat het er eigenlijk aan toe in een tyfoon?

EEN TYFOON WORDT pas erg nadat je denkt dat het ergste voorbij is. In Verhalen van de zee van Joseph Conrad begint zo’n tyfoon op bladzijde 204: ‘Nauwelijks had hij getracht de deur te openen, of de wind greep haar in zijn baldadige vuist. Zich vasthoudend aan de klink werd hij over de drempel naar buiten gesleurd.’ Drie bladzijden verder begint een nieuw hoofdstuk, maar de tyfoon gaat door: ‘Terwijl hij met luider stem verklaringen deed aan zijn kapitein, breidde zich plotseling zwarte duisternis uit over de nachtelijke hemel. Zij viel in hun gezichtsveld als iets tastbaars. Het was alsof de reeds getemperde lichten der wereld geheel werden uitgedraaid.’ Op pagina 211 is de tyfoon nóg aan ’t razen: ‘De bewegingen van het schip overtroffen alles. De hulpeloosheid waarmee het heen en weer werd gegooid was angstwekkend; het stampte alsof het in een lege ruimte dook en telkens een muur vond waar het tegen op botste.’ Verder: ‘Op sommige ogenblikken stroomde de lucht tegen het schip, alsof ze door een tunnel werd gezogen, met een saamgeperste, massieve kracht, die de Nan Shan uit het water scheen te lichten en een ogenblik zwevende te houden, trillend van voor tot achter. En dan begon het stampen en slingeren weer, alsof de wind haar had laten terugvallen in een ketel ziedend water.’ Op de volgende bladzijde: ‘De Nan Shan werd door de storm geplunderd met zinneloze, vernielende woede: stormzeilen uit extra seizings gescheurd, dubbel geregen zonnetenten weggeblazen, brug schoongeveegd, pressings gebarsten, relings verbogen, lichtbakken vermorzeld — en van de sloepen waren er al twee weg. Zij waren verdwenen zonder dat iemand het gehoord of gezien had.’ Bladzijde 215: ‘De zeeën schenen van alle kanten uit het duister toe te schieten om haar te houden op de plek, waar zij bijna was ten onder gegaan. Haat was er in de wijze, waarop zij werd mishandeld; wreedheid in de slagen, die er vielen. Zij geleek een levend wezen, dat voor een woedende menigte werd geworpen: heen en weer gesmeten, geslagen, omhooggetrokken, neergesmakt, getrapt.’ U begrijpt dat het nog een eind doorgaat, ook na bladzijde 219 waar weer een nieuw chapiter begint. En ook na pagina 243 in alweer een nieuw hoofdstuk. En dan op bladzijde 255, vierenveertig pagina’s nadat de tyfoon van start gegaan is, staat daar opeens: ‘Het ergste moest dus nog komen’.
Joseph Conrad. Verhalen van de zee. 453 pagina’s. Arbeiderspers. 1941. 

Geen opmerkingen: