SCHRIJVER GUILLERMO O’JOYCE IS een leerling van Richard Yates (°1926 - 1992†) die je misschien kent van Revolutionary Road. De oud-leerling wijdt een essay aan zijn leraar. Dat hij het The Curse of Brussels Sprouts (° De vloek van spruitjes) titelt, komt door een verhaal van Yates.
In diens A Glutton for Punishment (Een masochist), wordt de antiheld ontslagen. Eerst ziet hij in dat ontslag een kans om avontuurlijke wegen in te slaan. Thuis komt hem de geur van spruitjes tegemoet. ‘Het verhaal gaat nog zo'n 1500 woorden verder, maar die spruitjes markeren het einde.’ Spruitjes zijn in deze ‘een grimmige herinnering aan de plechtige plicht van een goede burger, spruitjes ontnemen Walter Henderson zijn mannelijkheid en zijn menselijkheid. Als het eten smakeloos is, de straten smakeloos, de vrouw droog, de kinderen zeurend, is er maar één ding te doen: je schrap zetten en je fatsoen tonen.’ De antiheld berust.
Had het anders gekund? ‘had hij zijn plan kunnen doorvoeren (…) zou hij door de straten van Manhattan hebben rondgezworven, hebben kunnen nadenken, vreemde gesprekken hebben gevoerd met mensen met wie hij normaal gesproken niet zou praten, Manhattan hebben leren kennen. Bovenal zou hij moeten bedenken wat hij met zijn tijd moet doen, in overeenstemming met zijn eigen kwetsbare gevoel voor plezier. Hij zou zelfs een status kunnen hebben gekregen die zelden wordt geëerd op deze planeet (…): een man die een manier had gevonden om zich thuis te voelen op aarde.’
Dat verhaal, insinueert O'Joyce, gaat evenzeer over 't leven als over schrijverschap. Wat in zijn geval te begrijpen valt, schrijven is bij O'Joyce a way of life. Hij keert terug in de tijd. Tweeënveertig jaar geleden volgt hij een schrijfcursus bij Richard Yeats. Hij vertelt over diens bundel Eleven Kinds of Loneliness (waarin A Glutton for Punishment staat), boek dat hij in die tijd voor 99 cent koopt en waarbij hij zich na lezing afvraagt: hoe komt het dat zo’n goed boek in de ramsj geraakt? ’t Is een ervaring die zijn afschuw van het boekbedrijf aanwakkert en hem laat nadenken over wat het betekent schrijver te zijn. En dit is wat hij na lezing van Eleven Kinds ervaart: ‘Mijn reactie was pure stilte; Ik zat heel stil aan het bureau in mijn raamloze eenkamerappartement. Ik had niet de behoefte om iets te doen of iets te denken. Ik voelde me meer op mezelf dan ik me kon herinneren. Ik had er vrede mee en ik was dankbaar. Nadat ik dit misschien vijf minuten had gedaan, zei ik tegen mezelf: "Nou, eindelijk heeft iemand het gezegd." Dat was mijn volledige reactie. Ik voelde me lichter dan voorheen en ik had geen behoefte om te analyseren wat ik zojuist had gelezen.’
In diens A Glutton for Punishment (Een masochist), wordt de antiheld ontslagen. Eerst ziet hij in dat ontslag een kans om avontuurlijke wegen in te slaan. Thuis komt hem de geur van spruitjes tegemoet. ‘Het verhaal gaat nog zo'n 1500 woorden verder, maar die spruitjes markeren het einde.’ Spruitjes zijn in deze ‘een grimmige herinnering aan de plechtige plicht van een goede burger, spruitjes ontnemen Walter Henderson zijn mannelijkheid en zijn menselijkheid. Als het eten smakeloos is, de straten smakeloos, de vrouw droog, de kinderen zeurend, is er maar één ding te doen: je schrap zetten en je fatsoen tonen.’ De antiheld berust.
Had het anders gekund? ‘had hij zijn plan kunnen doorvoeren (…) zou hij door de straten van Manhattan hebben rondgezworven, hebben kunnen nadenken, vreemde gesprekken hebben gevoerd met mensen met wie hij normaal gesproken niet zou praten, Manhattan hebben leren kennen. Bovenal zou hij moeten bedenken wat hij met zijn tijd moet doen, in overeenstemming met zijn eigen kwetsbare gevoel voor plezier. Hij zou zelfs een status kunnen hebben gekregen die zelden wordt geëerd op deze planeet (…): een man die een manier had gevonden om zich thuis te voelen op aarde.’
Dat verhaal, insinueert O'Joyce, gaat evenzeer over 't leven als over schrijverschap. Wat in zijn geval te begrijpen valt, schrijven is bij O'Joyce a way of life. Hij keert terug in de tijd. Tweeënveertig jaar geleden volgt hij een schrijfcursus bij Richard Yeats. Hij vertelt over diens bundel Eleven Kinds of Loneliness (waarin A Glutton for Punishment staat), boek dat hij in die tijd voor 99 cent koopt en waarbij hij zich na lezing afvraagt: hoe komt het dat zo’n goed boek in de ramsj geraakt? ’t Is een ervaring die zijn afschuw van het boekbedrijf aanwakkert en hem laat nadenken over wat het betekent schrijver te zijn. En dit is wat hij na lezing van Eleven Kinds ervaart: ‘Mijn reactie was pure stilte; Ik zat heel stil aan het bureau in mijn raamloze eenkamerappartement. Ik had niet de behoefte om iets te doen of iets te denken. Ik voelde me meer op mezelf dan ik me kon herinneren. Ik had er vrede mee en ik was dankbaar. Nadat ik dit misschien vijf minuten had gedaan, zei ik tegen mezelf: "Nou, eindelijk heeft iemand het gezegd." Dat was mijn volledige reactie. Ik voelde me lichter dan voorheen en ik had geen behoefte om te analyseren wat ik zojuist had gelezen.’
De antiheld van The Curse of Brussels Sprouts trekt naar de rivier waar hij voor ’t eerst zijn echtgenote heeft gekust. ‘De rivier is het tegenovergestelde van spruitjes; dat geldt zelfs als het een stinkende rivier is, een gele, zwavelachtige rivier, want de rivier stroomt altijd.’ En verder: ‘Om persoonlijkheid te hebben, om van het leven te genieten... al is het maar een beetje, moet je het meten loslaten, zeker als het om je eigen inspanningen gaat, en wat meer tijd doorbrengen langs de rivier waar je niets probeert te bewijzen, gewoon je gedachten uitzetten en genieten van de stroom (...)’ Hij komt er verder nog op terug: ‘Dat was precies waar Eleven Kinds of Loneliness en Revolutionary Road ons voor waarschuwden. Het leven gaat niet over winnen of falen, gepubliceerd worden of prijzen winnen, maar om op de een of andere manier een harmonieuze stroom te vinden zoals een rivier dat doet (…)’.
Wat mag je dan verwachten van de schrijver? ‘Iedere schrijver kan maar een klein beetje doen; op een onhandige manier. (...) Er is geen opwaartse klim bij schrijvers, of in wat dan ook.’ Yates, zegt O'Joyce, deed veel moeite om zijn literaire kunstgrepen te verbergen ‘(…) waarschijnlijk omdat hij wist dat boeken uiteindelijk net zo verdacht waren als al het andere, spruitjes incluis.’
Flor Vandekerckhove⇲
Wat mag je dan verwachten van de schrijver? ‘Iedere schrijver kan maar een klein beetje doen; op een onhandige manier. (...) Er is geen opwaartse klim bij schrijvers, of in wat dan ook.’ Yates, zegt O'Joyce, deed veel moeite om zijn literaire kunstgrepen te verbergen ‘(…) waarschijnlijk omdat hij wist dat boeken uiteindelijk net zo verdacht waren als al het andere, spruitjes incluis.’
Flor Vandekerckhove⇲
(°) O’Joyce, Guillermo. The Curse of Brussels Sprouts: Richard Yates revisited. In Miller, Bukowski and Their Enemies: Essays on Contemporary Culture. 160 p. Pinter & Martin, 2011. [De vertalingen die ik meegeef zijn van Google Translations.]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten