donderdag 20 september 2018

De man die zijn haar kort liet knippen

In ’t doorgaan had ik de mooie Marokkaanse werkeloos in de kappersstoel zien zitten en in ’t terugkeren vroeg ik haar of ze me wilde knippen. De jongeman, die achteraan naar de Wereldbeker voetbal zat te kijken, had ik in ’t doorgaan niet opgemerkt.
Er kwamen nog mannen binnen. Waardoor de situatie er in de spiegel opeens als volgt uitzag: vijf Marokkaanse mannen met alt right haarsnit, een mooie Marokkaanse en ik.
Zij wilde weten waar mijn scheiding lag — die lag al ver in het verleden, maar dat zei ik niet — en of ik een glas water wou. Ik vroeg haar om vijf centimeter weg te knippen. Ze zei me hoe mijn coupe heette. Daarna zei ze nog dingen die ik nooit eerder gehoord had, want het Oostends van de nieuwe Oostendenaars is niet helemaal gelijk aan dat van de oude.
De mannen keken Wereldbeker, een van hen keek nors naar haar, ik keek naar haar schaar en zij keek naar mijn haar. Glimlachend zei ze dat ze het professioneel ging aanpakken en ze zei dat zo nadrukkelijk dat ik eraan begon te twijfelen of ze wel een coiffeuse was. Tegelijk dacht ik aan een slagzin die me in ’t leven al veel geholpen had: geen paniek, het is toch te laat.
Toen ze ermee klaar was zag ik dat het meeviel. En ’t bleek ook stukken goedkoper te zijn dan wat blonde godinnen me ervoor aanrekenen. Afrekenen deed ik met de nors kijkende man. Haar gaf ik een fooi. Ze zei dat ik terug moest komen. De norse man zei niets.
’s Avonds zat ik naast mijn vriendin die niet eens opmerkte dat ik geknipt was. Wat drie dingen kon betekenen. Of ’t was goed gedaan, want niets valt zo erg op als een slechte haarsnit, of de tijd dat mijn vriendin me met aandacht placht te bekijken is voorbij. Of beide.

Flor Vandekerckhove

Geen opmerkingen: