![]() |
Paul McCartney en William S. Burroughs tegen de achtergrond van het Oostendse Casino-Kursaal. Misschien lokt dat nieuwsgierigen naar de blog, misschien lezen ze de post. |
In de biografie (°), waaruit ik de dingen put, blader ik vlug terug van pagina 621 naar 450 en van 1993 maar 1966. In die tijd werkte Paul McCartney aan Eleanor Rigby, een van zijn beste songs, zegt Paul zelf. Schrijver William S. Burroughs was de Verenigde Staten ontvlucht, had in Zuid-Amerika, Noord-Afrika en in Parijs gewoond en nu verbleef hij in Londen. Hij experimenteerde er met de ‘cut-up’, met audio-opnames en met film.
’t Is via Barry Miles’ boekwinkel/kunstgalerie (°°) dat McCartney en Burroughs met elkaar in contact kwamen. Paul had wel oren naar de experimenten van het duo Burroughs-Sommerville. Bovendien werd hij geïnspireerd door het lezen van Big Table en Evergreen Review, literaire beat-tijdschriften die Barry Miles hem leende. Paul wilde een audio-equivalent van zo’n tijdschriften opzetten, een kleine opnamestudio, een plek waar dichters en muzikanten hun avant-garde-ding zouden doen, ideeën uitwisselen en naar de nieuwste ontwikkelingen in de beatmuziek luisteren. McCartney had ook een maandelijkse budget-lp op ’t oog, met fragmenten van gesprekken achter de schermen en studio-interviews. Hij stelde Sommerville voor om er samen aan te beginnen. Dat deden ze in een leegstaande woning van Ringo. Sommerville kocht de apparatuur en McCartney betaalde de rekening. Burroughs en Sommerville gingen er wonen. ‘Paul en Bill konden het erg goed met elkaar vinden. Bill legde alles uit over het snijden van drugs en er werd veel over wiet gepraat.’ Paul zegt er zelf over: ‘Tijdens onze gesprekken dacht ik erover na om deel te nemen aan cut-ups en dat soort dingen (…) maar uiteindelijk werd het voor mij meer iets van praktisch nut. Ik dacht: laat Burroughs de cut-ups doen, ik doe demo-dingen. Ik had juist Eleanor Rigby geschreven en dus ging ik op mijn vrije dagen naar de kelder. Ik had gewoon een gitaar mee en gebruikte de plek als demostudio.’ Verder ook: ‘(…) we zaten vaak te praten over al die geweldige uitvindingen (…) zoals de Dreamachine die Ian en Brion Gysin hadden gemaakt. Het was allemaal heel nieuw en heel spannend (…)’ Burroughs over Paul: ‘Hij (…) werkte aan zijn Eleanor Rigby. Ian nam zijn repetities op, zo zag ik het nummer vorm krijgen. Hoewel ik zelf niet veel van muziek afwist, zag ik dat hij wist wat hij deed. Hij was erg aardig en innemend. Een knappe jongeman, en flink doorwerkend.’
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Barry Miles William S. Burroughs: A life. 737 p. Uitg. Weidenfeld & Nicolson. 2014. Google Translation vertaalde voor mij de citaten uit dat boek. In mijn boekenkast neemt die Miles al een beetje plaats in. Daar staat ook al Barry Miles. Allen Ginsberg. Beat poet. 2010 Virgin Books. 630 pp. © Barry Miles 1989, 2000, 2010 en Barry Miles. Beat Hotel. Allen Ginsberg, William Burroughs & Gregory Corso à Paris 1957-1963. Uitg. Le mot et le reste. 2011. Vertaling van ’t Engels in ’t Frans Alice Volatron. 302 pp.(°°) Biograaf Barry Miles was vanaf 1965 mede-eigenaar van die boekwinkel/kunstgalerie Indica in Londen. Burroughs’ lover, Ian Sommerville, had de elektriciteit in Miles’ winkel gelegd en ook Paul McCartney had bij het oprichten van Indica Books and Gallery geholpen. Het werd een beroemd centrum van de Londense tegencultuur uit de jaren 60.

