DIT HAD EEN roman kunnen zijn. Da’s ’t eerste wat me invalt wanneer ik Wat ik haar niet vertelde (°) uitgelezen dichtsla. Het boek lijkt op een langgerekte coming of age waarin de protagoniste de vader(s) op zijn (hun) plaats zet en alzo ruimte creëert om zichzelf te zijn: ‘Ik poogde te ontsleutelen wat hij via experimentele schriftuur versleuteld had — datgene waarvoor mijn vader hem zo hooglijk waardeerde.’ ‘t had een roman kunnen zijn, maar dat is het gelukkig niet.
Is ’t een biografie? Dan toch alleen maar als biografie een open genre is, zoals Sigrid Bousset het in een FB-bericht suggereert. Om een klassieke biografie te zijn staat de auteur te dicht bij haar onderwerp. Wat ik haar niet vertelde lijkt ook wel op een memoir, het boek verzamelt (jeugd)herinneringen, persoonlijke herinneringen aan de mens die ze beschrijft.
Ik onthoud de kritiek op close reading: ‘Toen ik op de universiteit aankwam was close reading de tekstbenadering bij uitstek, ook van de professor die mijn vader was: aandacht voor wat er staat, the words on the page, voor vorm, voor stijl, structuur, symboliek. Onnodig om de tijdgeest waarin een werk tot stand komt, om het leven van de auteur, om tekenende gebeurtenissen te betrekken bij de analyse van het werk, laat staan te pogen het psychogram te tekenen van wie de pen vasthoudt. Net dat was mij gaandeweg steeds meer beginnen intrigeren: het ongeordende, ongecontroleerde, de niet-gecensureerde laag die vóór het spreken en schrijven komt, vóór de taal en de vorm. Tijdens onze gesprekken had ik gepoogd ernaar te peilen. Ivo was schrijvend bezig geweest het verleden te verwerken, een leven lang. Therapeutisch schrijven dus, hoewel die term te mijden was, niet conform de tekstideologie uit die tijd.’ Die woorden: ‘de tekstideologie uit die tijd’ !
Er is een feministische laag in het boek. Christiane Faes, levensgezellin van Ivo Michiels, wordt door haar man naar de marge geduwd, iets waar we ook vandaag nog voor gewaarschuwd mogen worden, suggereert Sigrid Bousset. Ze heeft het over zichzelf waar ze schrijft: ‘Ik werd aangekondigd als de vrouw van mijn schrijvende man en de dochter van de criticus.’
Roman, coming of age, biografie, memoir, literaire kritiek, feministisch statement … Het boek is veel tegelijk. Ik ben uiteraard niet de enige die het opmerkt. Elke recensent die ik raadpleeg zegt het: ‘Veel tegelijk’. Volgens recensent Bart Van der Straeten is het zelfs té. Johan Velter vindt het daarenboven ‘bakvisgeleuter'. Daar tegenover staat Aleid Truijens die In de lage landen waardering uit. Ook Benny Madalijns is pro: ‘Voor wie geïnteresseerd is in literatuur, geheugen, canonvorming en macht, is dit boek dan ook een absolute aanrader.’ Vind ik ook. Ik denk daarenboven dat dit boek een voorbeeldige weg uittekent. Wil literatuur in deze tijden van artificiële intelligentie nog iets te betekenen hebben? Zet ChatGPT & C° een hak, slecht de muren!
Flor Vandekerckhove⇲
Ik onthoud de kritiek op close reading: ‘Toen ik op de universiteit aankwam was close reading de tekstbenadering bij uitstek, ook van de professor die mijn vader was: aandacht voor wat er staat, the words on the page, voor vorm, voor stijl, structuur, symboliek. Onnodig om de tijdgeest waarin een werk tot stand komt, om het leven van de auteur, om tekenende gebeurtenissen te betrekken bij de analyse van het werk, laat staan te pogen het psychogram te tekenen van wie de pen vasthoudt. Net dat was mij gaandeweg steeds meer beginnen intrigeren: het ongeordende, ongecontroleerde, de niet-gecensureerde laag die vóór het spreken en schrijven komt, vóór de taal en de vorm. Tijdens onze gesprekken had ik gepoogd ernaar te peilen. Ivo was schrijvend bezig geweest het verleden te verwerken, een leven lang. Therapeutisch schrijven dus, hoewel die term te mijden was, niet conform de tekstideologie uit die tijd.’ Die woorden: ‘de tekstideologie uit die tijd’ !
Er is een feministische laag in het boek. Christiane Faes, levensgezellin van Ivo Michiels, wordt door haar man naar de marge geduwd, iets waar we ook vandaag nog voor gewaarschuwd mogen worden, suggereert Sigrid Bousset. Ze heeft het over zichzelf waar ze schrijft: ‘Ik werd aangekondigd als de vrouw van mijn schrijvende man en de dochter van de criticus.’
Roman, coming of age, biografie, memoir, literaire kritiek, feministisch statement … Het boek is veel tegelijk. Ik ben uiteraard niet de enige die het opmerkt. Elke recensent die ik raadpleeg zegt het: ‘Veel tegelijk’. Volgens recensent Bart Van der Straeten is het zelfs té. Johan Velter vindt het daarenboven ‘bakvisgeleuter'. Daar tegenover staat Aleid Truijens die In de lage landen waardering uit. Ook Benny Madalijns is pro: ‘Voor wie geïnteresseerd is in literatuur, geheugen, canonvorming en macht, is dit boek dan ook een absolute aanrader.’ Vind ik ook. Ik denk daarenboven dat dit boek een voorbeeldige weg uittekent. Wil literatuur in deze tijden van artificiële intelligentie nog iets te betekenen hebben? Zet ChatGPT & C° een hak, slecht de muren!
Flor Vandekerckhove⇲
Geen opmerkingen:
Een reactie posten