woensdag 13 januari 2016

Een golfbreker is (g)een strandhoofd


Ik heb het hier al eens gezegd: het blijft moeilijk dat Nederlands. We blijven ermee worstelen. Dat blijkt ook nu weer in een stukje dat ik onder de titel Fotoclub De Duinentrekkers gepubliceerd heb. Daarin heb ik het terloops over een foto waarmee ik ooit een wedstrijd gewonnen heb, een foto van een golfbreker.
Daar heb ik een commentaar op gekregen vanwege Dirk Reunbrouck, in de volksmond bekend als Dirksje: ‘Ja, ik weet het, ‘t is muggenziften, maar in je stukje spreek je over de foto van een golfbreker. Maar was dat wel een golfbreker? Was het geen strandhoofd?’ En hij legt me het verschil uit. ‘Een golfbreker is een dijk of een wal die meestal evenwijdig aan de zee gebouwd wordt. Bedoeling ervan is de kracht van inslaande golven te verminderen. De strekdammen voor de havens van Oostende en Zeebrugge zijn golfbrekers.’ Wat ik in dat stukje een golfbreker noem is iets anders. Dat is een strandhoofd. ‘Zo’n strandhoofd wordt dwars op de golven gebouwd. Het bouwwerk dient niet om de golven te breken, maar om te beletten dat het strand erodeert, dat het met andere woorden wegspoelt.’
Dat vind ik straf. Maar Dirksje blijkt gelijk te hebben. Hij stuurt me een artikel op dat zijn woorden beaamt. Bij dat artikel staat ook een luchtfoto die ik hier overneem. We zien een strand met een aantal golfbrekers die er geen zijn, want het zijn strandhoofden. Het onderschrift luidt als volgt: ‘Opeenvolgende strandhoofden resulteren in de loop der tijden in het typische zaagtandpatroon van de kustlijn. Het sedimenttransport evenwijdig aan de kust veroorzaakt aanzanding aan de bovenstroomse zijde van het strandhoofd en erosie aan de afwaartse zijde.’ Zelf begrijp ik de begrippen bovenstroomse en afwaartse zijde niet zo goed, maar het zaagtandpatroon is op de foto wel duidelijk te zien.
Dat is toch wel godgeklaagd, vind ik. Ik ben zevenenzestig. Bijna zestig jaar loop ik al langs ’t strand, en nog nooit heb ik op dat zaagtandpatroon gelet. Is dat niet erg? En nooit eerder heeft iemand me gezegd dat een golfbreker geen golfbreker is maar een strandhoofd. Is dat niet merkwaardig?
Maar nu valt me opeens iets te binnen. De pier, het staketsel… zeggen we daar in onze contreien ook niet ‘t hoofd tegen? ’t Hoofd is dus een groot uitgevallen strandhoofd, net zoals de door ons verkeerdelijk genoemde golfbrekers kleinere strandhoofden zijn.
Pffff, ik weet niet wat er verder mee moet aanvangen. Moet ik voortaan strandhoofd schrijven waar ik golfbreker bedoel? Wat denkt Dirksje daar eigenlijk van? En wat denkt u ervan? Eerst dacht ik het nog op te lossen door het in de toekomst alleen nog, op z’n West-Vlaams, over de katéje te hebben, maar dat lost het probleem niet op, want wat is dat dan zo’n West-Vlaamse katéje? Is ‘t een golfbreker of is ’t een strandhoofd? Mag je alleen maar ’t hoofd een katéje noemen? Of net niet?
Flor Vandekerckhove

P.S.1: Dirk Reunbroeck laat me achteraf nog iets weten over die bovenstroomse en afwaartse zijde, uitdrukkingen die ik niet goed begrijp. ‘Dit’, zo zegt hij, ‘heeft te maken met de stromingen. Aan onze kust is de vloedstroom sterker dan de ebstroom en zet dus meer zand af aan de westkant van het strandhoofd. Op de foto zie je aan de westkant van het strandhoofd goed de verzanding.’ Ik kijk naar de foto en moet eerlijk toegeven dat ik dat helemaal niet zie. Wat ik wel zie is dat het strand in de verte smaller is dan vooraan op de foto, maar da’s wellicht niet ter zake doend. Ik zie ook dat het water tussen twee golfbre… sorry strandhoofden verder oprukt dan op de plek waar die strandhoofden de golven gebroken hebben. Vandaar dat we, blijkbaar verkeerdelijk, denken dat het golfbrekers zijn. Maar ben ik dan verkeerd wanneer ik zowel links als rechts van die strandhoofden evenveel zand zie liggen?

P.S.2: En dit is wat germanist Gilbert Vanleenhove me over golfbrekers en strandhoofden laat weten: 'Ook al lijken al die benamingen op het eerste gezicht een beetje synoniem van elkaar, toch maakt Van Dale ook een onderscheid in de functie van die bouwwerken. Het zal wel zo zijn dat deze termen voor technisch gebruik meer verfijnd worden. Dirk heeft dus ongetwijfeld gelijk. In de volksmond echter is een strandhoofd nog altijd een golfbreker.  En als we dat lang genoeg blijven gebruiken, dan wordt dat misschien écht zo. Ook al vind ik ‘katéje’ minstens even aantrekkelijk.'
Een reactie posten