zaterdag 3 december 2016

Toen de zee aan een wasdraad hing


‘I’ll love you till the ocean /Is folded and hung up to dry’ 
(W. H. Auden)

We waren naar het strand getrokken om daar naar de zee te kijken. Het was winter en er was geen mens te zien. Er was alleen die stem. Dylan zegt zich te herinneren dat het 's ochtends was, maar volgens Auden was het op een avond. 
Ergens op dat strand was iemand een tekst aan ’t declameren, luid, maar haast onverstaanbaar. Een vrouw. Volgens Auden had ze het over houwen & trouwen, maar Dylan beweert dat ze over knechting & afscheid zong, iets heel anders dus. Zelf weet ik alleen dat de tekst ons met de wind kwam toegewaaid en dat we ernaartoe aan ’t stappen waren. 
Auden zegt dat de vrouw het over de zee had die aan een wasdraad hing, wat hem danig enthousiasmeerde, maar volgens Dylan betekende dat alleen maar dat die vrouw een hoek af had. Zelf begreep ik haar woorden niet, maar dat kwam, zo zeggen zowel Auden als Dylan, doordat ik nog jong was.
Toen zagen we haar op ’t einde van een strandhoofd zitten. We stapten op haar af, elkaar vasthoudend om niet uit te glijden, want zo’n strandhoofd hangt vol wier en mos. En toen we eindelijk naast haar stonden, haalde ze tien kiezelsteentjes uit haar mond en zei dat ze een tafelrede aan ’t inoefenen was.
Auden werd meteen smoor op haar, maar Dylan zei dat we ons beter uit de voeten konden maken. Daarom zegde ik iets over het opkomend tij en dat het tijd werd om weer eens op te stappen. Wat we uiteindelijk ook deden.
Toen we van dat strandhoofd weg waren, zagen we hoe zij de zee van de wasdraad haalde, de kiezels in haar mond stak en verder ging met het inoefenen van haar rede die nog altijd over knechting & afscheid ging, althans volgens Dylan, en volgens Auden over houwen & trouwen. Zelf begreep ik er nog altijd niets van, maar dat komt, daar moet ik hen gelijk in geven, doordat ik in die tijd nog jong was.
Flor Vandekerckhove

Een reactie posten