woensdag 15 februari 2017

Bergkippen


Dat is de eerste gedachte die in mij opwelt wanneer ik mijn beroepscarrière overschouw: de wegen die naar het pensioen leiden zijn niet te voorspellen, toch niet op voorhand.
Onmiddellijk na mijn studies ben ik aan de slag gegaan in een experimentele kippenkwekerij. Wie mijn familiegeschiedenis een beetje kent zal niet verwonderd zijn, want mijn ouders baatten een kleine onderneming uit die gemeenzaam de kiekenwinkel genoemd werd. De stap naar de kippenkwekerij was derhalve niet erg groot.
Voor mij is dat een markante periode geweest, zowel in het beroepsleven als in mijn muzikale ontwikkeling. Dat niets u daarvan bekend is valt licht te begrijpen, want ik heb er nooit eerder over gesproken. ’t Wordt tijd dat ik dat nu toch doe, want binnenkort is het te laat.
In die kwekerij hebben we een nieuw ras ontwikkeld: de Vlaamse bergkip. Die heeft een korte en een lange poot, wat voordelig is voor hoenderhoven die in bergstreken gevestigd zijn. Door de ongelijke pootlengte slagen de kippen er wonderwel in om zich tegen een schuine bergwand recht te houden. En ze leggen vierkante eieren, kubussen. Niets dan voordelen, want zo’n ei rolt niet van de berg en een kubus is ook gemakkelijker te stapelen. 
Doordat er in Vlaanderen weinig echte bergwanden zijn is de soort hier onbekend, maar wie de Oeral al bezocht heeft of de Apennijnen heeft beklommen weet dat de Vlaamse bergkip daar een heus begrip is. In Italië heeft men het over il pollo montagno flammingo en in Rusland zegt men Фламандская горная курица.
De experimentele kippenkwekerij werd streng beveiligd. Dat moest wel. Enerzijds deden concurrenten er alles aan om ons onze bedrijfsgeheimen te ontfutselen en anderzijds waren er dierenvrienden die onze experimenten wilden boycotten. Daardoor komt het ook dat het personeel contractueel verplicht werd op de kwekerij te verblijven. Ik heb er niet alleen gewerkt, maar ook vijf jaar geleefd. Samen met de andere medewerkers vormde ik daar een kleine, hechte gemeenschap van kippenkwekers.
Er was nauwelijks vertier. Dat komt mede doordat alle energie naar de kweekinstallatie ging. De weinige elektriciteit die ons restte gebruikten we voor de was en de plas, maar televisie was daar niet. We moesten zelf voor onze ontspanning zorgen.
Daardoor komt het dat ik me bij het plaatselijke accordeonorkest aangesloten heb, The Chicken Farmers Orchestra. Dat bestaat nog steeds, maar heet nu The Lighthouse Keeper’s Jumping Five. Ik heb hieronder een foto van het kwintet geplaatst. Boeken kan ook vandaag nog (indien niet ernstig, zich onthouden).

Flor Vandekerckhove

Een reactie posten