zaterdag 9 juni 2018

De dichter is een rolling stone

— Delphine Lecompte en Bob Dylan. —
Sommige dingen mag je niet vertalen, vind ik, zoals bijvoorbeeld het Amerikaanse FUCK YE. Hetzelfde geldt voor het Franse Nom de Dieu de putain de bordel de merde de saloperies de connard d'enculé de ta mère! Begin er maar eens aan.
Heb jij ooit iemand De rollende stenen horen zeggen als daarmee The Rolling Stones bedoeld wordt? Of De zwerfkeien, godbetert? Die bedenkingen wellen in mij op als ik naar de kaft van een boekje kijk waarin een Nederlandstalige hulde gebracht wordt aan Like a Rolling Stone van Bob Dylan. (°)
Het boekje heet Als een zwerfkei (2015) en daarin gaan bijna tachtig dichters aan de slag met het gegeven dat het vijftig jaar geleden is dat Like a Rolling Stone in vinyl geperst werd. 
Mijn oog blijft hangen aan het gedicht van Delphine Lecompte. Dat komt doordat we nog over en weer geschreven hebben, Delphine en ik. Aanleiding waren twee gedichten die ze me, via bemiddeling van Peter Holvoet-Hanssen, geleverd had, met de bedoeling ze in Het Visserijblad te publiceren; dat was poëzie waarin de dienst uitgemaakt wordt door een touwslager, een onderwaterlasser, een roodharige naaldenmaakster en een spookmatroos. Ons over en weergeschrijf ben ik kwijt, maar ik weet dat ik haar toen de beste levende Vlaamse dichter genoemd heb; of toch de beste die ik ken.
Dat vind ik nog steeds.
Ik hou van de wereld waarin ze ons via haar gedichten — die ook verhalen zijn — betrekt, de wereld van de imker, de ezeldrijver en haar oude kruisboogschieter, de Cobraschilder, de windhondenfokker, de messenwerper, de sponzenverkoper…
Hoe herdenkt Lecompte Like a Rolling Stone? Wel, ze neemt ons mee naar ‘t werk: Er staat een bus voor mij in de straat / Maar het is evengoed de bus van Cindy / Ze haat haar naam, ze kuist consultatieruimtes / Ik ook, ik ook consultatieruimtes, de oogartsen zijn het vuilst (…). En verder: ‘De eerste consultatieruimte is de hardste noot, ik leg een hand op mijn beste oog. / Ik heb een goed oog en een lui oog.’
Zo hoort het, vind ik: als een dichter om den brode uit werken moet, dan doet hij dat bij voorkeur met een lui oog bij een oogarts. Of zoals Ester Naomi Perquin het doet, die zojuist de Herman de Coninckprijs gewonnen heeft: ‘Misschien word ik wel parachutespringerinstructeur of ga ik worsten verkopen. Lijkt me fijn.’ Gaan kuisen, zoals Lecompte, is nog beter.
Na de dagtaak komt de oude kruisboogschutter de dichteres ophalen. Hij zegt: ‘Het is jammer dat je geen gedichten meer schrijft.’ En vervolgens schrijft Delphine daar een gedicht over.
Is dat niet prachtig?!
In heel het gedicht komen de woorden Dylan en Bob niet voor en het woord zwerfkei gelukkig evenmin, maar dat Delphine Lecompte een rolling stone is, da’s een feit.
Flor Vandekerckhove


(°) Kees ’t Hart & John Schoorl. Als een zwerfkei. Dichters over Dylan. 128 p. Uitg. Nijgh & Van Ditmar 2015.
Een reactie posten