zaterdag 16 juni 2018

Geveld door een citaat

In de stallen werd het vee onrustig. Doorheen de mistslierten ontwaarde ik een schim. Ik dacht meteen: meneer Delanghe! Hij had me immers van zijn wederkomst verwittigd: I’ll be back!  Zelf had ik me daar goed op voorbereid. Achter de deur stond de mestvork klaar.
Ik ging wijdbeens in mijn deurgat staan en riep de schim toe: ‘Van mijn erf gij! Of ik rijg u aan mijn riek.’
‘Er is meer dan een citaat van een of andere heimatschrijver nodig om mij te stoppen’, antwoordde de gedaante. Die woorden sloegen nergens op, maar ze namen wel alle twijfel weg. Meneer Delanghe had ik immers goed gekend als iemand die voortdurend naast de kwestie sprak; een trekje dat hij blijkbaar naar het rijk der ondoden meegenomen had.
Om te demonstreren dat het geen citaat betrof, maar scherp metaal, plantte ik de mestvork vlak voor me in ‘t plantsoen. Het belette hem helaas niet om nóg nader te komen. 
Toen meneer Delanghe vlak voor me stond zei hij: ‘Alleen haiku’s van Basho en citaten van Amoz Oz kunnen mij aan ’t wankelen brengen.’ Ook als ondode bleef hij graag zijn eruditie etaleren.
‘We zullen zien’, zei ik. Met een goedgeplaatste stoot reeg ik hem aan de riek. Nog bleef hij raaskallen: ‘Vergeet niet dat ik in een andere niche leef. Denk maar niet ik klein te krijgen ben, want ik ben een wereldburger en nog verdraagzamer dan ik voorheen al was. Kijk, ik verdraag zelfs deze riek in mijn lijf.’
Ik besefte dat het ijzer zijn hart niet had geraakt, iets wat absoluut nodig is om een ondode het zwijgen op te leggen. Ik trok zijn colbert open en zag dat de riek was blijven steken in zijn haast ondoordringbare portefeuille. ‘Ha,’ riep hij, ‘probeer daar maar eens door te geraken met je ouderwetse citaten.’
Toen fluisterde ik in zijn oor: ‘Geen ijzer kan het menselijk hart zo ijzig doorboren als een goed geplaatste punt.’ En daarna zette ik dat punt.
Flor Vandekerckhove



Een reactie posten