zaterdag 29 augustus 2026

Drieëntwintig


EERGISTEREN WERD MIJN kleindochter Lena drieëntwintig. Ik vergat haar te feliciteren, wat erg is. Ik buig het hoofd en beken ootmoedig dat ik een onwaardige pépé ben. Ik probeer excuses te bedenken, maar vind er geen. Al wat ik nu nog kan doen is haar erom doen lachen.
Zelf werd ik drieëntwintig in 1972. Dat is het jaar waarin ik als soldaat het vaderland verdedigde. Want, Lena, in die tijd was dat een verplichting, ’t was de wet. Elke jongeman werd, als ’t zover was, ‘onder de wapens geroepen'. 
In mijn geval waren die wapens gieters, verschillende soorten emmers met een tuit waarop de driekleur stond. Daarmee moest ik de kazernebloemen besproeien. In Gent, in de kazerne de Hollain, gaf ik een jaar lang water aan de planten. Een jaar lang verdedigde ik daar, gieter ter hand, dat deel van het grondgebied waar de kazerneplanten stonden, in casu de vensterbanken van de bureaus. Op den duur was ik er zo goed in dat ik kon gieten terwijl ik een sigaret opstak. Ik kan je verzekeren, Lena, dat de droogte in die kazerne geen kans kreeg, niet in dat jaar dat ik daar de planten deed. Werd ik er achteraf voor gedecoreerd? Kreeg ik een medaille? Een lintje? Weerklonk de Brabançonne? Neen, ik had gewoon mijn plicht gedaan, zeiden ze.
Zo. Meer kan ik niet doen, 't is te laat, je verjaardag is voorbij. Volgend jaar beter. Dat was ook wat ik zei toen ik op ’t einde van 1972 uit het leger afzwaaide.
Flor Vandekerckhove

Geen opmerkingen: