zondag 9 augustus 2026

Surrealisme-light op het terras van de Lafayette

Op het terras van de Lafayette zie ik in een imaginaire ontmoeting de Amerikaanse dichter James Tate (°1943 - 2015†). 

EEN MENS VRAAGT het zich af. Waarom verliet de Amerikaanse dichter James Tate (°1943 - 2015†) de poëzie met lijnafbrekingen, iets waarmee hij nochtans succes oogstte? Waarom ging hij volop voor prozagedichten
Dat Charles Baudelaire zoiets in de negentiende eeuw deed, valt gemakkelijk te begrijpen, zegt ook Marjorie Perloff (°): ‘Baudelaire wilde af van het knellende karkas van opgelegde versvormen. Maar in het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog was poëzie niet langer aan die strenge vormregels gebonden, het vers was vrij. Waarom was dat voor Tate niet genoeg?’ 
James Tate geeft zelf een reden: ‘Het prozagedicht heeft zijn eigen verleidingsmechanismen. Om te beginnen de bedrieglijk eenvoudige verpakking: de alinea. Mensen vluchten over het algemeen niet weg wanneer ze een alinea of ​​twee tegenkomen. De alinea zegt als het ware: ik neem niet veel van je tijd in beslag en ik sta er niet om bekend dat ik geheimzinnig, onbegrijpelijk, pretentieus of hoogdravend zou zijn. Kom binnen... En wanneer er aan het einde van een prozagedicht een epifanie of een soort aha-moment is bereikt, is dat bijzonder bevredigend. Je kijkt ernaar en je zegt: "Hé, ik dacht dat ik gewoon een alinea of ​​twee aan het lezen was, maar jeetje, ik denk dat ik een glimp van de eeuwigheid heb opgevangen."’ Verder zegt Perloff daar nog over: ‘Ondanks de nonchalante, geestige toon, plaatst deze uitspraak Tate in het rijtje van Baudelaire en zijn Franse opvolgers in een verlangen om te choqueren en te verrassen. (…).’ 
Dat ik tijdens een van de hittegolven met zo’n saaie dingen bezig ben, is, vind ik, reden genoeg om er een imaginaire ontmoeting aan te koppelen. Et voilà: op het terras van de Lafayette ontmoet ik zowaar de dichter in kwestie. Wat dit mini-essay in de richting van het surrealisme-light stuurt, iets wat ik ook ambieer. Da’s goed. Maar kijk, meteen uit zich ook het probleem waarmee ik terzake worstel: 'T IS ALGAUW TEVEEL! Dat teveel uit zich wanneer Bobo Kool zijn draaitafel pal in ’t midden van ’t deurgat plaatst. Geen mens die nog binnenkan. Om het weer goed te maken, zegt hij: ‘Ik ga muziek draaien die goed past bij de poëzie van James Tate.’ En hij legt Swordfishtrombones uit 1983 op. 
Flor Vandekerckhove

(°)  Marjorie Perloff. ‘A Kind of Fluidity’: James Tate’s Variations on the Prose Poem. In On James Tate. Edited by Brian Henry. 190 p. Uitg. The Universiy of Michigan Press. 2004. De citaten liet ik vertalen door Google Translation.

Geen opmerkingen: