vrijdag 7 augustus 2026

Moord in Saint-Philbert-sur-Orne

 Inzet: is dit het graf waarnaar ik op zoek ben?

’T IS AL enige tijd dat we in Normandië de loop van de Orne volgen, Tania wandelend, ik rijdend. Vandaag houd ik me op in Saint-Philbert-sur-Orne, landbouwdorp met 111 inwoners. Ooit zijn het er meer geweest, maar dan alleen doordat mensen vroeger meer kinderen kweekten. ’t Is zo te zien geen dorp dat leegloopt, er staat geen huis te koop, woningen getuigen van enige welstand, voordeuren staan uitnodigend open, er is een bureau de tourisme, het kerkje (°) werd gerenoveerd.
’t Is naar dat kerkje dat ik me begeef, meer bepaald naar het ernaast liggende kerkhof. Omwille van de licht surrealistische toets die ik dit reisverhaal wil meegeven, ga ik op zoek naar een zerk dat in mijn kraam past. Ik zie er die van de jaren 1800 dateren. Veel van die oude zerken liggen er verwaarloosd bij, namen door de tijd gewist. Bordjes: ‘Cette concession réputée en état d’abandon fait l’objet d’une procédure de reprise. Prière de s’adresser à la mairie.’ (Deze concessie, die zich in een staat van verval bevindt, kan worden teruggevorderd. Neem contact op met het gemeentehuis.)
Een van die oude graven is misschien wel dat van de moeder van Adèle-Héloïse Belleau. Zij komt daar op 8 februari 1852 om ’t leven, 70 jaar oud. 0p die dag krijgt ze bezoek van haar 44-jarige dochter, Adèle-Héloïse, die van 24 kilometer ver komt gelopen om geld te schooien. Moeder weigert, wetend dat het toch maar is om ’t aan alcohol te spenderen. Dochter snijdt moeder de keel over. Ze verwondt ook de dienstmeid, Anne Mérel. Die dochter mocht overigens al geen contact meer met haar moeder hebben, sinds een poging tot wurging en diverse diefstallenOp 19 juni van hetzelfde jaar verzamelen zich in de vroege ochtend drieduizend mensen, voornamelijk vrouwen lees ik, op de Place du Marché aux Bestiaux in Alençon, om daar getuige te zijn van het guillotineren van Adèle-Héloïse Belleau. Het feit staat bekend als de laatste vrouw die in de streek van de Orne geëxecuteerd wordt.


(°) Het was Willem de Veroveraar die de kerk van Saint-Philbert schonk aan de monniken van de Abbaye aux Hommes in Caen. Het oudste deel van het gebouw dateert uit deze periode. De kerk werd vervolgens vergroot en verbouwd in de 12e en 13e eeuw, en waarschijnlijk nogmaals in de 18e eeuw. Monniken behielden het patronaat over de kerk, evenals over andere bezittingen (molens, land en bossen), en het recht van lagere rechtspraak tot 1554, toen de grond werd toegekend aan de familie Vassy.

Geen opmerkingen: