ALLE HOGE DUINEN van De Panne hadden destijds een naam, eindigend op hill. Kykhill was daar een van. De verklaring van het woord laat zich raden: op de hoge duintop konden vissersvrouwen diep in zee kijken, hopend op terugkerende vissersvaartuigen waarop hun man, als ’t goed ging, present tekende.
in 1886 vereeuwigt Pierre Loti zo’n vissersvrouw in zijn Pêcheur d’Islande. (°) Zijn Bretoense Gaud staat sindsdien symbool voor alle vissersvrouwen die naar de thuiskomst van hun man uitkijken. Verliefd als ze is, wacht Loti’s Gaud, uitkijkend over zee, op de terugkeer van haar Yann, maar: ‘Hij is nooit meer teruggekomen. Op een nacht in augustus had hij daar, voor de kust van het donkere IJsland, te midden van een groot lawaai van woede zijn huwelijk met de zee gevierd, met de zee die ooit ook zijn voedster was geweest; zij was het die hem had gewiegd, die van hem een grote en sterke tiener had gemaakt - en vervolgens had ze hem, in zijn verbazingwekkende mannelijkheid, alleen voor zichzelf teruggenomen. (…) Hij, die zich Gaud, zijn vleselijke vrouw, herinnerde, had zichzelf in een gigantisch gevecht tegen deze grafbruid verdedigd. Tot het moment dat hij zichzelf in de steek liet, zijn armen open om haar te ontvangen, met een diepe kreet als een brullende stier, zijn mond al gevuld met water; armen open, uitgestrekt en voor altijd verstijfd.’
in 1886 vereeuwigt Pierre Loti zo’n vissersvrouw in zijn Pêcheur d’Islande. (°) Zijn Bretoense Gaud staat sindsdien symbool voor alle vissersvrouwen die naar de thuiskomst van hun man uitkijken. Verliefd als ze is, wacht Loti’s Gaud, uitkijkend over zee, op de terugkeer van haar Yann, maar: ‘Hij is nooit meer teruggekomen. Op een nacht in augustus had hij daar, voor de kust van het donkere IJsland, te midden van een groot lawaai van woede zijn huwelijk met de zee gevierd, met de zee die ooit ook zijn voedster was geweest; zij was het die hem had gewiegd, die van hem een grote en sterke tiener had gemaakt - en vervolgens had ze hem, in zijn verbazingwekkende mannelijkheid, alleen voor zichzelf teruggenomen. (…) Hij, die zich Gaud, zijn vleselijke vrouw, herinnerde, had zichzelf in een gigantisch gevecht tegen deze grafbruid verdedigd. Tot het moment dat hij zichzelf in de steek liet, zijn armen open om haar te ontvangen, met een diepe kreet als een brullende stier, zijn mond al gevuld met water; armen open, uitgestrekt en voor altijd verstijfd.’
In mijn roman Amandine (°°) breng ik een ode aan Pierre Loti, door op zijn Bretoense heldin Gaud te wijzen: ‘Ook later, in de moderne IJslandvisserij, wanneer de traverse niet meer onder zeil gebeurt, wanneer stoomturbines en nog later dieselmotoren het schip voortjagen, blijven vissers in IJsland achter, ook tijdens de XXste eeuw gebeurt dat. Niet alleen in de XIXde eeuw staan vrouwen, zoals de Bretoense Gaud, op het duin te wachten op hun visser die niet terugkomt. Talrijk zijn ook in de XXste eeuw de Vlaamse Maria’s die de einder afspeuren, tegen beter weten in, wachtend op iemand die nooit meer komen zal.’
Johan Tahon voegt nu zijn verbeelding toe aan de iconische Gaud van Loti, daarmee bevestigend dat kunstenaars voortbouwen op een geschiedenis die hen ver voorafgaat. De bronzen sculptuur die Tahon op die duin plaatst, heet Kykhill, net als de duin zelf. In het geval van Tahon is ‘geschiedenis die hem ver voorafgaat’ bovendien een familiekwestie. Johans overgrootvader is een van de vissers die in 1943 omkomen bij het vergaan van de N.141 De Zee. De band van kunstenaar en visserij gaat nog verder terug in de tijd en wel tot bij IJslandvaarder Engelbertus Tahon (°1867) die met nog twee andere Tahons vermeld wordt in Onze IJslandvaarders, het meesterwerk van Johan Depotter. Geen wonder dat een getuige van de vernissage (°°°) spreekt over ‘(…) een originele en warme opening. Tahon begon zelf met het zingen van een oud visserslied, afgewisseld met persoonlijke en diepgaande bedenkingen. Daarna bracht Helmut Lotti – een goede vriend van Johan en peter van één van zijn kinderen – eveneens een visserslied. Dat gaf meteen de juiste toon aan het evenement.’
Johan Tahon voegt nu zijn verbeelding toe aan de iconische Gaud van Loti, daarmee bevestigend dat kunstenaars voortbouwen op een geschiedenis die hen ver voorafgaat. De bronzen sculptuur die Tahon op die duin plaatst, heet Kykhill, net als de duin zelf. In het geval van Tahon is ‘geschiedenis die hem ver voorafgaat’ bovendien een familiekwestie. Johans overgrootvader is een van de vissers die in 1943 omkomen bij het vergaan van de N.141 De Zee. De band van kunstenaar en visserij gaat nog verder terug in de tijd en wel tot bij IJslandvaarder Engelbertus Tahon (°1867) die met nog twee andere Tahons vermeld wordt in Onze IJslandvaarders, het meesterwerk van Johan Depotter. Geen wonder dat een getuige van de vernissage (°°°) spreekt over ‘(…) een originele en warme opening. Tahon begon zelf met het zingen van een oud visserslied, afgewisseld met persoonlijke en diepgaande bedenkingen. Daarna bracht Helmut Lotti – een goede vriend van Johan en peter van één van zijn kinderen – eveneens een visserslied. Dat gaf meteen de juiste toon aan het evenement.’
Dat Johan Tahon fan van Sonic Youth en Amenra is, weet ik al sinds Hoe muziek, taal en beeld elkaar aanraken. Dat vissersliederen en Helmut Lotti (die wel meer samenwerkt met beeldend kunstenaars) hem niet te min zijn, verneem ik nu voor ’t eerst.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Pierre Loti. Pêcheur d’Islande. 1967. Editions Livre de poche - 253 pp. Oorspronkelijk 1886. De vertaling uit mijn Frans boekje heb ik aan Google Translation overgelaten.
(°°) Flor Vandekerckhove. Amandine. Roman (2012). 2de uitgave, e-boek, 231 p. Uitgeverij De Lachende Visch. 2023. Het e-boek is gratis en wordt per kerende e-mail opgestuurd naar elkeen die erom vraagt. Mail naar liefkemores@telenet.be⇲ en vermeld de titel: AMANDINE en zeg of je pdf dan wel epub wenst.(°°°) Johan Tahon. Het beeld Kykhill maakt deel uit van de solotentoonstelling Wat de Zee Bewaart in Cultuurhuis De Scharbiellie in De Panne. Nog tot 27 september 2026. De expo (€ 5) toont sculpturen in brons, klei en gips en herdenkt de tragische ondergang van vissersschip 'De Zee' in 1943. Er wordt ook een video vertoond waarin Johan Tahon over zijn vissersfamilie spreekt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten