| Links zie je hoe het zou zijn mocht ik op hoge leeftijd door een dakvenster naar meisjes kijken die beneden passeren. Dakramen zijn nu groter dan toen, in die tijd kon je er alleen maar met je hoofd door. (En sigaretten roken doe ik ook niet meer.) De groene pijl wijst naar mijn slaapkamer onder ’t dak, een mansarde, Rechts: 1968. Huizen in de Duinenstraat van Bredene. Alleen het eerste huis van deze rij bestaat nog, het huis met de witte erker. Daar is nu op de benedenverdieping een tattooshop. De andere gebouwen werden gesloopt. Waar het uithangbord LAITERIE hangt en daarnaast, waar metselaars een dak aanbrengen, staat nu flatgebouw Duett. |
elke zondagmiddag trek ik me terugop mijn mansardewaar ik heimelijk een sigaret opsteekterwijl ik vanuit het dakvensterover de straat uitkijken terwijl de rook het zwerk opzoektwaar zoals je weetde meeuwen schreeuwenluister ik naar de jukeboxvan ’t café rechtover de deurwaar Will Tura over een meisje zingtvan zeventiendat nog met haar teddybeer slaaptdan stapt mijn nicht Nadine voorbijze ziet me nietmaar ik haar welhaar tred is anderszoals ze daar nu stapthoe doet ze het en waaromtwee vragendie sindsdien mijn zondagen kleuren
Op 't einde van 2020 ontwikkelde ik een 'eenvoudige manier van schrijven' die geheel de mijne is. Mansarde is op die manier geschreven. Mij kwam het toen ook toe de nieuwigheid een naam te geven, alsmede de vereisten ervan in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt.
Wie in de blog het label ‘provovers’ aanklikt, krijgt tientallen voorbeelden te zien. De nieuwe vorm vond ook al een weg in GAUW!, verhaal van mijn kinderjaren, dat ik op die manier herschreef. In Tienerklanken, het verhaal van mijn collegejaren, schreef ik enkele hoofdstukjes in provovers. Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023 Gesprekken met Polleke, vijftig dergelijke provoverzen in een boekje. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be⇲.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten