woensdag 1 augustus 2018

Het huis heropgezocht (het huis 2)


Terwijl ik een gedicht van Vachel Lindsay aan ’t vertalen was, kwamen de gebeurtenissen in alle hevigheid terug: ‘Dit is voor de middernachtelijke rakkers, / Die de tronen knagend wegknagen.’ Die middernachtelijke rakkers lieten me meteen weer aan het huis denken dat ik in paniek ontvlucht was. Dat ik die gebeurtenis met het verhaal Autopech van me af had kunnen schrijven, bleek wishful thinking te zijn.
Omdat er van slapen toch niets meer in huis zou komen, stapte ik in de auto en reed het parcours af dat ik ook die nacht had afgelegd. Het kostte me nauwelijks moeite om het huis weer te vinden. Ik reed nog een kilometer verder, parkeerde de auto uit het zicht en keerde te voet terug.
Weer ging ik de lange oprijlaan op, weer klopte ik op de voordeur en weer herkende ik de oude vrouw die ook toen de deur geopend had. Weer gaf ze me geen kans om iets te zeggen en weer nam ze me mee naar de schuur. Weer wees ze me de plek aan waar ik kon overnachten en weer ging ze weg. De tekens logen niet: dit bood me de kans om aan Autopech een vervolg te breien.
Een peertje gaf licht genoeg om de vier wielen te zien liggen. ‘t Waren overduidelijk de mijne. Erbovenop lagen een achteruitkijkspiegel en twee zijspiegels, een voor elke autodeur. Had ik met malafide sjacheraars te maken die auto-onderdelen in ’t zwart verkochten? Verbouwden ze hier auto’s?
Door een kier zag ik dat de bewoners weer het kampvuur aan ’t opstoken waren. Ik wachtte tot ze zich in de kring verzameld hadden en sloop stiekem weg uit de schuur. Behoedzaam opende ik de achterdeur van het huis en ging naar binnen.
Dat had ik niet mogen doen, want niet iedereen had zich al rond het vuur verzameld. Ik had de deurklink nog vast toen ik al een schim ontwaarde die zwijgend en dreigend op me afkwam. Eerst herkende ik er de oude vrouw in, maar een tel later transformeerde de schim zich in een jonge vrouw die me de stuipen op het lijf jaagde.
Net zoals ik dat de vorige keer gedaan had liet ik de boel de boel en stormde weer naar buiten. Via een grote boog rond het kampvuur maakte ik dat ik van het erf wegkwam.
Ik kwam bij m’n auto, startte de motor en reed terug naar huis. Toen ik de wagen achterwaarts in de garage wilde parkeren, zag ik tot mijn ontstentenis dat de achteruitkijkspiegel weg was en de zijspiegels van de portieren eveneens.

Het vervolg van dit gothic verhaal staat hier.
Flor Vandekerckhove



Een reactie posten