vrijdag 9 april 2021

Schrijven in het ploegenstelsel

— Joseph Ponthus (1978-2021) tussen de Franse en de Nederlandstalige uitgave van zijn boek. —



In Frankrijk is ’t een bloeiende praktijk: autodidacten die op literaire wijze van het arbeidersbestaan getuigen waartoe ze zelf behoren. Ze geven vorm aan een literaire stroming: de proletarische literatuur. Wikipedia vermeldt 34 namen van Franse arbeiders-schrijvers die na 1968 gepubliceerd hebben, wat betekent dat daar nu meer proletarische schrijvers zijn dan ooit.
Het uitgebreide en interessante lemma in de internet-encyclopedie↗︎ verhaalt de geschiedenis van een stroming die Henry Poulaille↗︎ (1896-1980) in de jaren dertig ijkt. Niet onbelangrijk in deze is Victor Serge geweest die in Franse tijdschriften over literaire ontwikkelingen in de jonge Sovjet-Unie rapporteerde, onder meer over de Proletkult↗︎. Een van z'n titels luidt: Een proletarische literatuur is zij mogelijk? Poulaille, anarchist en zelf auteur, beantwoordt de vraag positief en vanaf de jaren dertig manifesteert zich een groep: beoefenaars, manifest, tijdschriften, boeken. Maar dat is dus geschiedenis.
Actueel is de onlangs overleden auteur Jozef Ponthus↗︎. Zijn roman Aan de lopende band, Aantekeningen uit de fabriek↗︎ (°) is een meesterwerk en niet alleen van de proletarische literatuur, het is een meesterwerk tout court. Wie hierboven de titel aanklikt, komt op een bespreking terecht, waardoor ik mezelf kan beperken tot een veelzeggende bijzonderheid, met name de opdracht vooraan in het boek: ‘Aan de proletariërs uit alle landen / aan de ongeletterden en de tandelozen / met wie ik zoveel heb / geleerd gelachen geleden en gewerkt’ en ook ‘aan Charles Trenet / zonder wiens liedjes / ik het niet had volgehouden.
Omdat ik er als uitgever van Het Visserijblad↗︎ zelf geweest ben, ken ik de streek waarin het verhaal zich afspeelt, ik heb er de bedrijven bezocht waarover hij schrijft, ik ken de vissector, ik ken het volk dat er werkt en ik zie tot mijn vreugde dat de vorm die Ponthus hanteert niet erg verschilt van deze die ik in mijn provoverzen↗︎ aanwend. Ik citeer een passage uit het boek dat terecht in de prijzen viel: 
Terug naar mijn garnalen
In de ruwe omgang met hen die alleen hun arbeidskracht
hebben om te verkopen
Hun scheten om te laten
Hun schuine moppen om zes uur ’s ochtends
Wat ze ook zingen
Of ze zichzelf nu
Ja dan wel de nee
Existentiële vragen stellen
Tijdens het sorteren van hun garnalen
Ik zal een van de uwen zijn
O arbeiders in de fabriek
Vragen over het grote al over niets
over literatuur en zo of over garnalen
Wat in wezen op hetzelfde neerkomt
Acht uur per nacht achter de
machines
Flor Vandekerckhove


(°) Jozef Ponthus. Aan de lopende band. Aantekeningen uit de fabriek. Vertaling Floor Borsboom. Uitg. De Arbeiderspers, A’dam. 2020. Oorspronkelijke titel A la ligne. Feuillets d’usine. Ed. La Table Ronde Paris. 2019. 164 pp. 


Een readymade op youtube

www.youtube.com/watch?v=KdLjdVbh3dc

Geen opmerkingen: