| Vier allegorische koppen, Leopoldpark Oostende. Rechtsboven: Clara Lispector. Rechtsonder: Leo Copers. |
In mijn jaszak zit een bundel columns van Clarice Lispector (°1920-1977†). Ik zit op een bank. Vijverwater glinstert, meeuwen krijsen. Op de flap wordt de Braziliaanse een van de grootste twintigste-eeuwse auteurs van het Latijns-Amerikaanse continent genoemd. Het boek (°) heb ik tien jaar geleden al gelezen en dit staat onderstreept: ‘En ik ben geboren om te schrijven. Het woord is mijn heerschappij over de wereld. Sinds mijn kinderjaren heb ik verscheidene sterke roepingen gehad. Een daarvan was schrijven. Waarom weet ik niet, maar die roeping ben ik gevolgd. Misschien omdat ik voor de andere roepingen een langere leertijd zou nodig hebben, terwijl bij het schrijven de leertijd bestaat uit het eigen leven dat in en om je heen geleid wordt. (…) Ik heb vanaf mijn zevende geoefend om ooit de taal in mijn macht te krijgen. En toch is het telkens ik de pen oppak alsof het de eerste keer is. Elk boek van mij is een moeizaam en gelukkig debuut. Dat vermogen om mezelf volledig te vernieuwen naarmate de tijd verstrijkt, is wat ik leven en schrijven noem.’ Veel daarvan herken ik. Vooral dat ‘telkens de eerste keer’.
Clarice Lispector en Leo Copers hebben elkaar nooit ontmoet. Zij is te vroeg gestorven om te kunnen zien hoe Leo zich ontwikkelt tot de internationaal vermaarde kunstenaar die hij geworden is. Wat is dan het verband tussen de Braziliaanse auteur en deze Vlaamse kunstenaar? Dat kan toch alleen maar het verhaal zijn dat hen samenbrengt.
Flor Vandekerckhove⇲
Clarice Lispector en Leo Copers hebben elkaar nooit ontmoet. Zij is te vroeg gestorven om te kunnen zien hoe Leo zich ontwikkelt tot de internationaal vermaarde kunstenaar die hij geworden is. Wat is dan het verband tussen de Braziliaanse auteur en deze Vlaamse kunstenaar? Dat kan toch alleen maar het verhaal zijn dat hen samenbrengt.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Clarice Lispector. De ontdekking van de wereld – Kronieken (2016). Privédomein. De Arbeiderspers. Bijdragen die zij tussen 1967 en 1973 schreef in de zaterdageditie van Jornal do Brasil. Keuze, vertaling en nawoord Harrie Lemmens. 456 p.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten