| Rechts: op de reclameaffiche worden de duinen van Bredene niet als troef vermeld. Ik vraag ChatGPT om er voor mij die troef aan toe te voegen (links). |
MENSEN HEBBEN NIET altijd naar zee, duinen en strand verlangd. Integendeel, ze bleven er ’t liefst ver van weg. Zee stond voor scheepsbreuken, zeeziekte, overstroming, epidemieën en verdrinking. Dat verandert pas tussen 1750 en 1840. (°)
In 1830 is Oostende voor de honderd procent een vissersstad, van toerisme is daar nauwelijks sprake. Dat verandert vanaf 1837. In Bredene is toerisme in die tijd zelfs onmogelijk. Architect Erwin Mahieu zegt daarover: ‘Bredene-aan-zee was vóór de aanleg van de tramlijn voor een toerist nauwelijks bereikbaar. Er was ook nauwelijks bebouwing en bewoning. Anders dan in Oostende en Blankenberge, waar belangrijke woonkernen tegen de kustlijn lagen.’ Voor Bredene verandert dat pas bij het kantelen van de eeuw. Mahieu weer: ‘Aan het kruispunt Driftweg/Kapelstraat met de Duinenstraat ontstaan de eerste herbergen met logies. De uitbouw van de Koninklijke Baan in 1902-1904, gevolgd door de aanleg van de parallel lopende kusttram in 1905, werken de ontwikkeling van Bredene-Duinen in de hand. De eerste hotels "De Meiboom" en "L'Espérance" worden opgetrokken.’ (°°)
Nu moet er alleen nog volk gelokt worden. Er ontstaan publicitaire nieuwigheden. Het toerismeboek is zo’n nieuwigheid. Mars publiceert in 1896 La Vie d’Ostende. In 1914 verschijnt La cote belge de La Panne à Knocke, waaruit ik een stukje vertaal:
‘Breedene, van breed en dunne [sic], heeft een oppervlakte van 1814 hectaren en een bevolking van 5000 inwoners.’t Is een kuststation dat nog aan ’t ontstaan is. Achter de duinen en langs de elektrische tramweg Oostende-Blankenberge trekken zich al enkele villa’s en hotels op. L’oeuvre du Grand Air heeft er een groot gebouw gezet waar talrijke ziekelijke kinderen tijdens het zomerseizoen verblijven. Op initiatief van Z.M. Leopold II is men begonnen, vanaf Bredene, met proeven van bebossing: lindebomen, wilgen, populieren enzovoort. De kleine sparrenbomen zijn bijzonder mooi. Tussen de ijzerweg en de macadamweg, wisselen bloemperken en kreupelhout elkaar af. Bovenop een duin heeft men, voor je aan de golf komt, een afdakje in de vorm van een paddenstoel gebouwd, vanwaar men een zeer mooi uitzicht heeft op de weiden, bewerkte velden en beboste delen. Bredene zal ten oosten, zoals Mariakerke ten westen, een uitbreiding van Oostende worden. Een kapel, gebouwd in 1715, ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van de Duinen, en beter bekend onder de naam Ons Lieve Vrouw Kapelletje [dat staat er zo in ’t Nederlands] is in de omgeving een gerenommeerd bedevaartsoord.’
Nog zo’n nieuwigheid is de toerismeaffiche. Op ’t net vind ik er een die de troeven van Bredene-Duinen aankaart. Dat het vlakbij Oostende ligt is zo’n troef. Aanlokkelijk zijn ook: la mer, la campagne, les courses en de molen van Hubert. Van zo’n op de affiche afgebeelde ezel vind ik zelfs sporen in mijn familiearchief.
(°°) Erwin Mahieu en Frank Huyghebaert. 100 jaar Bredene aan zee in beeld. 102 p. (Ik vind geen publicatiejaar.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten